Cd-recensies

De mysterieuze, collectieve kracht van Gatecrash

Een vriend die volledig doorgetript was op hardrock, vertelde me vele jaren geleden eens dat de ziel van echte muziek alleen maar wordt gecreëerd op podia, muziek uit studio’s komt ver daarna. En hij vertelde erbij dat dit ook gold voor jazz, want deze muzieksoort bevat dezelfde intensiteit als hardrock. Die laatste bewering laten we maar voor wat hij is, maar in de loop der tijden heeft mijn vriend nogal eens gelijk gekregen: live concerten brengen het er vaak beter af dan studio-opnamen.

Gatecrash De mysterieuze, collectieve kracht van GatecrashNeem Party Animals van Gatecrash, een album dat de eersteling Gatechrashin’ uit 2007, daarna Hyper en in 2011 Heaven’s Above opvolgt. Bijna tien jaar relatieve windstilte rond de elektrogroep van Eric Vloeimans, nu knalt hij erin met zowaar een dubbelaar: Party Animals dus. Een live-registratie uit 2015 vanuit het Bimhuis in Amsterdam. En ja, dan krijgt de vriend van toen weer eens gelijk: Party Animals toont zonder studio-hulpmiddelen de ware aard en het ongelooflijke vakmanschap van Gatecrash.

Echter met één restrictie: bij Eric Vloeimans c.s. maakt het niet uit of de muziek live of in de studio is opgenomen. De kracht van Gatecrash laat zich niet inperken door podia of geluidsstudio’s. Het is het amalgaam van stijlen, sferen, vormen, enthousiasme  en technisch vakmanschap van de vier musici die alle grenzen ontstijgen. Gatecrash straalt een magie uit die geworteld is in de tijd, maar de tijd niet nodig heeft om zijn zeggingskracht verder aan te stippen. Het wortelen in de tijd heeft te maken met de grote reeks live-optredens die de groep verzorgde, de toekomstige tijd kan niets meer veranderen aan de enorme speelervaring die de groep daarmee opdeed en zich nu vertaalt in het meesterlijke album Party Animals.

In twaalf stukken, verdeeld over twee cd’s, neemt Gatecrash alle tijd om de luisteraar te behagen. Die wordt aan de hand genomen om een dwaaltocht door allerlei muzieken van de wereld mee te maken. Dat gaat van funky, hedendaagse jazz en pop, elektronische en door computers gedwongen klanken, tot dwingende improvisaties van alle vier de bandleden. Maar ook van gemakkelijk in het gehoor liggende, in nostalgie zwijmelende amusementsmuziek tot in barok wortelend contrapunt.

Als je de naam Gatecrash noemt, verbind je daaraan automatisch die van Eric Vloeimans. Volkomen terecht, maar het is niet de trompettist alleen die Party Animals zoveel karakter geeft. Zijn engelachtig trompetgeluid zweeft weliswaar boven en doorheen elke compositie, maar de mysterieuze kracht van Gatecrash is in handen van het collectief. Het eerste stuk op cd-1, Airchair, is daar een manifest voorbeeld van. Eric Vloeimans opent alle deuren, Jeroen van Vliet, Gulli Gudmundsson en Jasper van Hulten marcheren er op volle oorlogssterkte doorheen. Het is ronduit imponerend hoe de trompetklank steeds verder groeit en daarmee doordringender wordt, hoe het slagwerk geen moment rust toestaat, hoe de basgitaar een eventuele misstap van het metrum verhindert en hoe de Fender Rhodes alles overgiet met een vettige, verslavende saus.

Aan Airchair heb je voldoende om de genoegens van Party Animals te proeven. De andere elf stukken krijg je er als surplus bij. Maar Gatecrash zou Gatecrash niet zijn als ook in elk van die composities niet hoopjes verrassingen verborgen zouden zijn. Hoor bijvoorbeeld in Thunderbirds een tot dansen verplichtende Fender-solo, een onontkoombaar bas-intro in Entropy en dansend slagwerk in Albuquerque. En dan Eric Vloeimans zelf natuurlijk: meester van de melodie. Soms hunkerend, dan weer aanvallend, de ene keer met kracht het stof van de jazztraditie blazend, om daarna joyeus uitbarstend ’s luisteraars oren te zalven met altijd beklijvende trompetexercities.

Enig minpuntje: de cd-hoes. Weliswaar in fraaie kleuren gestoken, een mooi klapbaar kartonnen dubbeldingetje, waarop echter behalve vermelding van de stukken, elke informatie ontbreekt. Het begint een beetje ‘bon ton’ te worden om zogezegd de aandacht alleen maar op de muziek te richten, maar niet iedereen is Gatecrash-ingewijde. Het is wellicht interessant om te vermelden wie het artwork voor haar rekening nam, maar de bezetting van Gatecrash weglaten, slaat nergens op. Om over verdere, niet aanwezige maar wel ter zake doende informatie, maar te zwijgen.

RINUS VAN DER HEIJDEN


GATECRASH – PARTY ANIMALS

V-Flow Music, distr. New Arts International

Eric Vloeimans – trompet
Jeroen van Vliet – Fender Rhodes
Gulli Gudmundsson – basgitaar
Jasper van Hulten – slagwerk

 

website Eric Vloeimans

 

Vorige bericht

Harmen Fraanje: gewoon spelen wat zijn hoofd zegt

volgende bericht

Tijs Klaassen c.s. zijn esthetische mannetjesmakers

2 Comments

  1. Chris
    16 maart 2020 at 01:44 — Beantwoorden

    Hoi Rinus,
    Weer een prachtige recensie die ik zeker waardeer, ook al omdat ik bij het concert in Paradox aanwezig was. En sterker nog het trio achter Eric soms samen met volle kracht hun eigen punt wisten te maken. Wat betreft je opmerking over het gemis aan informatie: als je de cd’s uit het doosje licht dan zie je hoewel minimaal de informatie die je graag wilt hebben. Wel brilletje op zetten. Dank voor je recensie.
    Groet, Chris

    • 16 maart 2020 at 20:06 — Beantwoorden

      Dag Chris, als je de cd’s uit hun doosje licht, zie je nergens wie de prachtige musici zijn die deze cd volspelen. Tijdens het schrijven van de recensie had ik in elk geval mijn brilletje op. Groet van Rinus

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *