Concertrecensies

Brad Mehldau: natúúrlijk weer wonderschoon

Had je anders kunnen verwachten dan dat het concert van het Brad Mehldau Trio het toppunt van perfectie zou worden? Dat het een schoolvoorbeeld zou zijn van hogeschooljazz op het scherpst van de snede en een feilloos blijk van samenspel? Dat het slechts zo’n tweehonderd belangstellenden zou trekken in de statige Concertzaal van Tilburg? Nee toch!

Brad Mehldau is een buitenbeentje in de wereld van jazz- en improvisatiemuziek. Om verschillende redenen: hij neemt slechts  genoegen met onfeilbaarheid, wil uitsluitend pure schoonheid scheppen en maakt er geen geheim van dat klassieke muziek tot een van zijn uitgangspunten behoort. Deze en nog veel meer andere aspecten vormen het concept van de Amerikaan en daarmee heeft hij zich wereldwijd grote faam verworven. In de plaatselijke pers in Tilburg werd hij aangekondigd als ‘de legendarische pianist Brad Mehldau’. Dat is tamelijk zwaar aangezet, maar dat Mehldau een unieke status heeft verworven is een niet te loochenen feit.

Brad1 Brad Mehldau: natúúrlijk weer wonderschoon
Brad Mehldau.

TWEE EIGEN STUKKEN

De pianist opende zijn concert met twee eigen stukken: Spiral en Seymour Reads The Constitution. Begeleid door contrabassist Larry Grenadier en slagwerker Jef Ballard werd het publiek meteen de volmaaktheid binnen geleid. In Spiral speelde Mehldau’s linkerhand een vast patroon, waarop hij subtiel improviseerde. De rechterhand legde daar – eveneens improviserend – melodische aanvullingen op. Soms, als Mehldau het initiatief voor even aan Grenadier gaf, leek het alsof hij mét de vleugel achter een muurtje was gaan staan om van daaruit zacht te koketteren met fijnzinnig gestrooide noten. Om er vervolgens snel weer achter tevoorschijn te komen om gladjes in het totaalspel te schuiven.

In Seymour Reads The Constitution werd volop ruimte geboden aan een treffende contrabassolo, met simpele slagwerkbegeleiding en opnieuw spaarzaam aangetekende pianonoten eronderdoor. De vleugel gleed daarna volkomen logisch de bassolo in, om in een vliedend medium-tempo de compositie te vervolmaken.

Brad Mehldau speelde als altijd vanuit een staat van opperste concentratie. Heel diep zittend op de pianokruk had hij het hoofd naar rechts, veelal naar de vloer gericht. Eenmaal werd die houding verstoord door een flitslicht uit de zaal. De pianist reageerde na afloop van het betreffende stuk enigszins getergd: geen foto’s, het maken daarvan verstoorde het spel. Dat gold niet alleen voor het publiek, ook voor de beroepsfotografen.

EDU LOBO

Mehldau speelde ook werk van anderen. Where Do You Start van Johnny Mandel bijvoorbeeld en een compositie van de Braziliaanse componist Edu Lobo. Hij deed zorgvuldige aankondigingen – in het Nederlands, omdat hij al enige tijd in dit land woont. Op die momenten zag je hoe moeilijk het hem viel de concentratie even los te laten en weer op te pakken. In het slotstuk was er ruimte voor een solo van slagwerker Jef Ballard. Brad Mehldau nam die te baat om in de lotushouding gezeten, op de pianokruk wat rekoefeningen te doen.

Tegen het einde van het anderhalf uur durende concert bouwde Mehldau een bedachtzame solo in, die met zijn volle klankrijkdom de Steinway-vleugel als een Bösendorfer liet klinken. De solo bevestigde dat wat al eerder postvatte: concerten van Brad Mehldau zijn, ondanks de aanwezigheid van Grenadier en Ballard ware recitals van een ongekende pianopersoonlijkheid. Hij zou het zeker zonder de aanwezigheid van contrabassist en slagwerker af kunnen, maar hun inbreng geeft het chique karakter van Mehldau’s muziek nog meer cachet. Het spel van Larry Grenadier was deze avond een stuk minder dienstbaar dan dat van Jef Ballard, die pas in zijn solo aan het einde van het concert enigszins uit zijn hoekje kwam. Het is echter duidelijk dat de bijna twintigjarige samenwerking van het trio overrijpe vruchten heeft afgeworpen.

Brad2 Brad Mehldau: natúúrlijk weer wonderschoon
Brad Mehldau.

En dan gaat een mens mijmeren. Over de geschiedenis van de jazz. En vergelijken. De gedachten gaan terug naar de jaren twintig, dertig en veertig van de vorige eeuw, toen er ook muziek werd gemaakt waarin schoonheid de boventoon voerde. De grote Broadway-musicals komen dan bovendrijven met onvergetelijke jazzstandards als Embraceable You, The Man I Love, Star Dust, With A Song In My Heart en Cheek To Cheek. Composities die de tand des tijds doorstonden, omdat ze na de Broadway-opvoeringen in handen kwamen van jazzmusici, die er hun eigen creativiteit aan toevoegden en ze daardoor eeuwigheidswaarde meegaven.

GEORGE GERSHWIN

Denk in dit verband aan My Favourite Things uit de musical The Sound of Music, dat John Coltrane inspireerde tot een van de mooiste klassiekers uit de jazzgeschiedenis. Of Summertime van George Gershwin, dat door vele honderden, zo niet duizenden jazzmusici is vertolkt, maar nooit zo fraai als door Billie Holiday. Of – eveneens van de hand van Gershwin – I Got Rhythm dat de basis werd voor Anthropology van Charlie Parker en Dizzy Gillespie. Allemaal voorbeelden van hoe die eens zo zoete muziek van Broadway pas het ware karakter kreeg door de aanpak van echte jazzavonturiers.

Zou dit met de muziek van Brad Mehldau ook ooit mogelijk zijn?

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

Brad Mehldau Trio
Concertzaal Tilburg, 29 november ’15
www.bradmehldau.com

Brad Mehldau – piano
Larry Grenadier – contrabas
Jef Ballard – slagwerk

Vorige bericht

Ginger Baker schrijft nog altijd macabere geschiedenis

volgende bericht

DJ Maestro plaatst Nina Simone in nieuw perspectief

Geen reacties

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *