Concertrecensies

Bruuske heksenketel Ribot’s Ceramic Dog verpest humeur

Het moet toch niet kunnen dat wanneer je na een concert huiswaarts keert, je humeur tot ver beneden het nulpunt is gedaald. Deze recensent overkwam het. De oorzaak? Het optreden van Marc Ribot’s Ceramic Dog.

Ceramic Dog was naar Tilburg gekomen om een sarrende, niets zeggende muur van geweld op lamgeslagen toehoorders los te laten. Het concert van Marc Ribot c.s. was een overbodige, doorgeslagen egotrip. Een onbeschofte oprekking van muzikale toleranties.

Het optreden liep op meerdere facetten stuk. Allereerst was daar het volume: hard, harder, hardst. En voorts het stuntelende gehannes van basgitarist/percussionist/toetsenist Shahzad Ismaily en de ontoelaatbare rauwdouwerij van slagwerker Chess Smith. De laatste was er kennelijk alleen maar om te laten horen hoe hartgrondig hij zijn drumstel kan geselen. Ongenadig beukend sloeg hij de trommelvliezen van het publiek aan gort.

NIET TE HARDEN

Eerst maar dat volume. Hard dus. In de uitdrukking ‘niet te harden’ zit het woord ‘hard’ ook opgesloten. Zo moest je dat zien: onverdraaglijk. Dit echter niet uitsluitend om het geluidsniveau. Het ging veel meer om de vraag: waarom? Welk doel diende deze oorverdovende geluidswal? Zou de muziek slechter zijn geweest als de knoppen wat verder dicht hadden gestaan? Zeker niet. De muziek had in dit geval andere en betere dimensies meegekregen. Er zijn geen argumenten te bedenken waarom dit onaanvaardbare geluidsniveau werd gehanteerd. Als ze door wie dan ook toch worden aangedragen, legt deze recensent ze zonder meer opzij.

Er zijn meer groepen die grenzeloze volumes hanteren. The Ex bijvoorbeeld. Maar daar hebben ze een andere betekenis: het opbouwen van fases waarin muziek naar haar hoogtepunt wordt geleid. Bij Ceramic Dog leken ze voort te komen uit de stuiptrekkingen van een man die in de eindfase van zijn midlifecrisis vertoeft en nog eens wil tonen wat hij allemaal vermag – en kwijt is geraakt: Marc Ribot. Een ontoelaatbaar geluidsniveau hoort daar kennelijk bij. Of is het zijn Amerikaanse komaf? Naar verluidt speelde collega-gitarist Scott Henderson enkele weken geleden ook met zo’n bruut volume. Waarbij hij tussendoor aan de toehoorders vroeg of het bloed al uit hun oren kwam. Oh, is dat de bedoeling misschien?

De gitaristische kwaliteiten van Ribot staan bij dit alles buiten kijf. Hij is een briljante musicus, die ook deze avond liet horen wat hij in huis heeft. Zij het slechts bij vlagen. Want de meester vertoonde wel eens meer glans. Hij hing in zijn kenmerkende stijl gebogen over zijn instrument, dat hij ditmaal zoekend aftastte en met akkoord-improvisaties naar een groter geheel probeerde te begeleiden.

LOU REED

Zo’n groter geheel vond hij regelmatig, bijvoorbeeld toen hij op zijn gitaar een spannende opbouw maakte, die leek op de climax die Lou Reed in live-uitvoeringen van zijn angstaanjagende compositie Heroin neerlegde. En ook toen hij aandoenlijk zingend op Syd Barrett leek uit het vroege Pink Floyd. Maar dit alles duurde maar kort. Marc Ribot leek vooral zoekend en nog meer aarzelend.

Chess Smith had een soort kraakdoos tot zijn beschikking die de weinige harmonische muziekfragmenten grondig ontregelde, of als de luchthoorn van een kermisattractie door de muziek joeg. Het behoort tot het concept van Ceramic Dog en zulke spaarzame momenten kon je interessant noemen.

Ja, soms groeide er een liedje uit de bruuske heksenketel van Ceramic Dog. Take Five bijvoorbeeld van Dave Brubeck. Loepzuiver in de melodievoering, verrassend door het verhoogde tempo. Wat alweer een vraag opwierp: zou Ceramic Dog hier vaker op moeten teruggrijpen? Nee, zeker niet. Maar dit soort momenten waren wel de ankerpunten waarop je als luisterende drenkeling naar zo’n reddingsboei greep.

Wat Shahzad Ismaily deze avond bij Ceramic Dog deed, is een raadsel. Zijn bassolo in de tweede set was van een allerbelabberdst niveau en in de begeleiding betoonde hij zich niet beter dan een tweedejaars conservatoriumstudent. Met zijn gehannes op een toetsenbordje en af en toe zinloos slaan op twee trommen maakte hij zich meer belachelijk dan verdienstelijk.

HERHALEN

Met Chess Smith was het niet veel anders. Naarmate het einde naderde wist de drummer zichzelf alleen nog maar te herhalen met de simpelste, keiharde slagregens. Waardoor de regen wel erg recht omlaag bleef vallen bij dit onverkwikkelijke concert. Dat alleen maar vragen opriep en geen muzikaal genot.

 

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld STEF MENNENS

Marc Ribot’s Ceramic Dog
Paradox Tilburg, 27 mei ’15

Marc Ribot gitaar
Shahzad Ismaily basgitaar, drums, toetsen
Chess Smith slagwerk

Vorig Artikel

Duketown 2015: dons en kamermuziek in draaimolen

Volgend Artikel

Alune Wade en Harold López-Nussa meesters in het mixen

2 Reacties

  1. Anoniem
    23 juni 2015 at 09:37 — Beantwoorden

    Het moet toch niet kunnen dat na het lezen van een recensie, je humeur tot ver beneden het nulpunt is gedaald!

  2. Laurent
    27 augustus 2015 at 12:16 — Beantwoorden

    Wat een goed geschreven recensie. Alleen gingen mijn kompaan en ik na ditzelfde concert in een uitstekend humeur huiswaarts. Ge-wel-di-ge avond gehad.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *