Stranger Than Paranoia krachtig over volle breedte
MEMORABEL
Dat laatste optreden was groots en memorabel. Met de zich onafwendbaar aandienende conclusie: doodjammer! Van Kemenade zelf, trombonist Louk Boudesteijn, pianist Jeroen van Vliet, contrabassist Eric van der Westen en slagwerker Pieter Bast zijn goed voor minstens anderhalve eeuw speelervaring op topniveau en dat betaalt zich binnen dit klassieke kwintet overvloedig uit. Het ensemble speelde vijf composities van Paul van Kemenade plus Namaqualand van Eric van der Westen, stuk voor stuk inmiddels ook klassiekers van het Nederlandse jazzmilieu. En zij deden dat zo vrij, vakbekwaam en technisch briljant dat alle zes die juweeltjes opnieuw werden geslepen. Imposant was de opening met Just For The Occasion, tranen trekkend het driedelige Mo’s Mood en glorieus Stranger Than Paranoia. In de wereld van kunst en cultuur geldt de wijsheid: je moet stoppen op je hoogtepunt. Maar waarom zou die altijd moeten opgaan? [caption id="attachment_8086" align="aligncenter" width="400"]VEELOMVATTEND
De machtige orkestklank van het Metropole Orkest bleef veelomvattend en leidend. Soms anticipeerden Jameszoo c.s. op deze orkestklank, soms streken zij tegen de haren in, soms trachtten zij deze aan te vullen. Dat leverde schitterende momenten op. Bijvoorbeeld toen de sonore klanken van de cello’s en altviolen van het Metropole Orkest werden afgezet tegen de elektronica en percussie van de gasten. En hoe fraai waren de passages als het orkest zweeg en Jameszoo en zijn muzikale kompanen hun werk deden. Dan leek het alsof de ruimte die het vijftig man tellende orkest nodig heeft om muzikaal te kunnen ademen, werd afgestaan aan die paar solisten op het grote podium. Het is ongetwijfeld ook Jameszoo geweest die tenorsaxofonist John Dikeman in zijn concept heeft opgenomen. De Amerikaan is woester dan woest. Daarom moet je maar durven om het vaak ‘sophisticated’ geluid van het Metropole te onderwerpen aan de alle kanten uitschietende bombardementen van Dikeman. Hij nam twee soli voor zijn rekening. De eerste begon met slechts krachtig aangeblazen lucht door zijn saxofoon, maar weldra brak hij uit. Het orkest volgde met aanzwellende klanken, waarna de tenorsaxofoon steeds verder in zijn vrije improvisatie wegdook. [caption id="attachment_8079" align="aligncenter" width="701"]ONSCHULDIG
De Jubileumavond werd geopend door SCHNTZL, gevormd door toetsenist Hendrik Lasure en percussionist Casper van de Velde. Twee Belgen die onschuldig ogen en soortgelijke muziek produceren. Zij startten met piano en slagwerk met sterk aan Philip Glass gelieerde minimal-music om daarna te verglijden in elektronica. Soms klonk hun muziek impressionistisch à la Maurice Ravel, maar die suggestie verbraken zij snel met hamerend spel op de piano en felle tikken op de hihat. SCHNTZL speelt zelfbedachte muziek, dat was wel duidelijk. Niet altijd even origineel, maar wel begeesterd. En al raken hun klanken aan bestaande muzikale structuren, de flair waarmee zij werden gespeeld, gaf het vooral een eigen gezicht. [caption id="attachment_8080" align="aligncenter" width="701"]HERRIJZENIS
Wie zei dat de formule van het klassieke pianotrio lang geleden al ten grave is gedragen? (In elk geval deze schrijver…) In Paradox was de herrijzenis van het fenomeen te aanschouwen met het concert van Elliot Galvin Trio. De drie Britten bleken handelaren in maatsoorten en tempi, waarmee ze af en toe de muziek lieten verglijden in amusementsklanken, maar evengoed het terrein van klankexperimenten betraden. De muziek van Galvin is steeds níet wat je verwacht. En is dat niet fantastisch? Zijn muziek zit vol rare eindes, breaks, een oneigenlijke hantering van melodie en ritme en geprepareerde pianosnaren. De pianist/leider drapeerde over een stuk of vijf, zes snaren van zijn instrument een velletje papier en ging in dat aanslaggebied pionieren. De niet-geprepareerde snaren liet hij het mooie werk opknappen, maar het prikkelende zat in die afgedempte snaren. Waarmee hij een kei van een valse sonate ontwikkelde. Dit opzienbare trio beheerst dissonanten als anderen hun portemonnee, zet onvoorspelbaarheid in voor creativiteit en prikkelt en daagt het publiek ten zeerste uit. [caption id="attachment_8082" align="aligncenter" width="701"]
Contrabassist, bandleider en componist Jasper Høiby van Fellow Creatures.[/caption]
Elliot Galvin maakte deel uit van een Paranoia-avond die als thema had meegekregen Exit Brexit en geheel was gevuld met Britse artiesten. Naast Galvin, Earl Okin en als slotconcert Fellow Creatures, een kwintet dat is gegroepeerd rond de Deense, in Londen wonende contrabassist Jasper Høiby. Hij maakte vooral naam bij Phronesis, maar met Fellow Creatures dien je als jazznieuwsgierige evenzeer rekening te houden. De Deen krijgt hier de kans te componeren voor trompettist Laura Jurd en tenorsaxofonist Mark Lockheart en dat is heel andere koek dan zijn rol in Phronesis. Hij stelt zich zodanig op dat hij de blazers niet alleen zijn nederige diensten als begeleider aanbiedt, maar ook dat hij zijn composities zo naar de zijns inzicht juiste vorm kan leiden. Een klasse apart!
[caption id="attachment_8085" align="aligncenter" width="701"]KLASSIEK JAZZKWINTET
Hoewel Fellow Creatures de bezetting kent van de oude, klassieke jazzkwintetten (saxofoon, trompet, piano, contrabas, drums) lieten deze vijf musici de traditie ver achter zich. Hun slotstuk behoorde tot het mooiste wat het 25e Stranger Than Paranoia had te bieden, voornamelijk vanwege het voortouw dat in handen was van contrabassist en leider Jasper Høiby. [caption id="attachment_8084" align="aligncenter" width="701"]RINUS VAN DER HEIJDEN Foto’s GEMMA VAN DER HEYDEN
Stranger Than Paranoia Paradox Tilburg, 27 december Concertzaal Tilburg en Studio Theaters Tilburg, 28 december
Elliot Galvin Trio Elliot Galvin – piano en speelgoedgitaar Tom McCredie – contrabas Simon Roth – slagwerk en percussie
Mystery Guest Earl Okin – gitaar, piano en sketches
Fellow Creatures Jasper Høiby - contrabas en composities Mark Lockheart - tenorsaxofoon Laura Jurd – trompet en flügelhorn Will Barry - piano Jon Scott – slagwerk en percussie
SCHNTZL Hendrik Lasure – piano en elektronica Casper van de Velde – slagwerk en percussie
Metropole Orkest en Jameszoo Jameszoo – toetsen, elektronica en composities Binkbeats – percussie Niels Broos – toetsen John Dikeman - tenorsaxofoon
Earl Okin en Han Bennink Earl Okin – gitaar, piano, sketches Han Bennink – slagwerk en percussie
Jungsu Choi Tiny Orkester Jinho Pyo – zang Eunmi Kim – fluit Yuseon Nam - altsaxofoon Hachul Song – tenorsaxofoon Yejung Kim - trompet Junyeon Lee – trombone Jungyun Ahn – cello Sungyun Hong- gitaar Jungmin Lee – piano Inseob Song –contrabas Hyunsu Lee – drums Jungsu Choi – dirigent, composities, arrangementen en zang
Paul van Kemenade Classic Quintet Paul van Kemenade – altsaxofoon Louk Boudesteijn - trombone Jeroen van Vliet - piano Eric van der Westen - contrabas Pieter Bast – slagwerk



