Interviews

Terje Gewelt zoekt naar contrast én samenklank

De Noorse contrabassist Terje Gewelt heeft een imposante staat van dienst. Hij heeft onder andere samengespeeld met Enrico Pieranunzi, Billy Cobham en John Medeski, hij jamde regelmatig met Jaco Pastorius en hij heeft inmiddels zijn eigen platenmaatschappij. JazzNu heeft met hem afgesproken in de lobby van het Anker Hotel in Oslo. Gewelt zal de dag erna voor een tournee naar New York vliegen. Buiten is het vijf graden onder nul. De stoepen zijn spekglad en dunne sneeuw jaagt door de Storgata, de brede straat waaraan het hotel ligt. De sympathiek ogende vijftiger schudt de hand en legt als geschenk drie cd’s van zijn hand, uitgebracht op zijn eigen label Resonant Music, op tafel.

Terje-Gewelt-Foto-Resonant-Music Terje Gewelt zoekt naar contrast én samenklank
Foto Resonant Music

Heel erg bedankt voor deze gelegenheid.
Dank je! Ik ben blij dat je dit wilt doen en dat JazzNu van mijn muziek houdt, hoewel ik nog nooit heb gespeeld in Nederland of België. Ik heb me beperkt tot Duitsland, Zwitserland, Frankrijk, maar ik heb nog nooit in de Benelux gespeeld.

Uiteraard ben je van harte welkom om er Nederland te bezoeken. Laten we bij het begin van je carrière beginnen. Je hebt enkele jaren in de Verenigde Staten gewoond.
Ja, ik heb er een jaar of zeven gestudeerd en gewoond. Ik heb er met verschillende verschillende bands gespeeld en…

Misschien moeten we nog iets verder terug. Waarom ben je ooit contrabas gaan spelen?
Ik was geïnteresseerd in muziek, waaronder jazz. Ik speelde gitaar, rock. En na verloop van tijd luisterde ik vooral naar crossover- en jazzmuziek, zoals Weather Report, Miles Davis en de muziek op het ECM-label. Vooral Keith Jarrett, zoals My Song en The Belonging met Jan Garbarek. En natuurlijk Kenny Wheelers Gnu High. Ik herinner me dat ik die kocht en ik wist niet wat het was. Ik kocht de plaat voor twee dollar in de winkel in mijn dorp en ik zag de naam van Keith Jarrett. Een fascinerende cover. Ik nam het album mee naar huis en toen ik het op de draaitafel legde kwam ik volledig in de greep van deze muziek. Vanaf dat moment wilde ik akoestische bas spelen, net als Dave Holland.

Een van je leraren.
Nou ja, leraar… ik nam een ​​paar lessen bij hem, maar ik heb slechts kort bij hem gestudeerd. Hij woonde in Boston, waar ik destijds verbleef.

Waarom vertrok je naar de Verenigde Staten?
Om muziek te studeren. Ik ging naar Los Angeles en studeerde er een jaar aan de Bass Institute of Technology, meestal op elektrische bas met Jeff Berlin. Het was 1981-‘82 en toen keerde ik een jaar lang terug naar Oslo. Daar werkte ik als muzikant alvorens ik besloot om terug te gaan naar Amerika. Ik kwam in Boston terecht en daar studeerde ik aan Berklee.

Waarom Berklee?
Mij was verteld dat de sfeer daar goed was. En dat bleek ook zo te zijn, Ik kwam er in aanraking met medestudenten als Don MacCaslin, Dave Kikoski en Tommy Smith. We konden zoveel jammen als we wilden, onder meer in het appartement van John Medeski. Ik ben blij dat ik daar op dat moment was.

En die sfeer was afwezig in Noorwegen. Ben je daarom vertrokken?
Inderdaad. Er was weliswaar een aantal goede spelers in Noorwegen, maar niet zoveel als tegenwoordig.

Je hebt je eigen label Resonant Music. Waarom? Is dat omdat je graag onafhankelijk wilt zijn?
Ja. In de VS trad ik op met de band Full Circle. We hadden een platencontract afgesloten met Columbia Records. We hebben twee platen opgenomen voor die maatschappij en toerden uitgebreid door de VS. We verkochten veel, maar we zagen geen geld. Pas bij een verkoop van ruim boven de 50.000 albums begint een platenmaatschappij omzet te genereren vanwege de enorme investeringen in distributie en promotie. Dit is (en was) voor jazzmuziek een vrijwel onmogelijke opgave. Ik besloot mijn eigen label Resonant Music op te richten en het verliep prima! Anno 2016 is muziekdistributie geen probleem meer. Alle muziek is overal beschikbaar. De grote uitdaging tegenwoordig is om mensen te laten weten dat jouw muziek bestaat. JazzNu schrijft erover, dat is belangrijk voor mij.

Terje-Gewelt-Foto-Johs-Bøe Terje Gewelt zoekt naar contrast én samenklank
Foto Johs Bøe

Jazz is overal, maar bereikt steeds minder mensen?
Ik denk dat het tegenwoordig moeilijker is om als jazzmuzikant je geld te verdienen omdat er zo veel meer spelers en bands zijn dan voorheen. De concurrentie is enorm. Iedereen probeert op een beperkt aantal podia te spelen. Tegelijkertijd is het leven een stuk duurder geworden. Het maakt niet uit of je in Oslo, in Amsterdam of New York woont. Er lopen overal geweldige muzikanten rond. Gelukkig is de interesse in onze muziek er de afgelopen jaren niet minder op geworden. Het is geen slechte tijd voor muziek in het algemeen. Zo zijn er veel mensen geïnteresseerd in zowel akoestische bebop als elektronische jazz, gecombineerd met rock. Maar het lijkt erop dat niemand meer wil betalen om naar muziek te luisteren.

Je verdient je geld met optredens en daarmee financier je je nieuwe album?
Ik verdien mijn geld vooral als begeleider, maar ook met optredens, het schrijven van muziek, het uitbrengen van nieuwe albums. Zolang ik muziek kan maken met de mensen waarmee ik muziek wil maken, speel ik wat ik wil spelen.

Heb je het idee dat je kunt spelen wat je wil spelen?
Gedeeltelijk.

Je moet dus compromissen sluiten?
Laat ik het tactisch brengen: ik ben tevreden met alle platen die ik heb uitgebracht. Ik wil melodieuze jazz maken en ik hou van abstracte muziek, maar ik vind het niet fijn wanneer het een ratjetoe van verschillende stijlen wordt. Mijn laatste album wilde ik laten klinken als Bright Size Of Life van Pat Metheny en Jaco (Pastorius), met fretloze bas gitaar en drums. Ik schrijf gewoon wat melodieuze deuntjes en speel ze met veel plezier. Als ik het resultaat beluister vind ik dat het niet klinkt als Bright Size, maar het is me wel gelukt het gevoel vast te leggen dat ik heb als ik het album beluister. En datzelfde geldt overigens voor mijn trio-album Oslo met Enrico Pieranunzi.

Als je de nummers voor een nieuw album componeert, schrijf je deze dan vooral voor jezelf als (contra-)bassist, of schrijf je ze vooral voor de mensen met wie je speelt?
Allebei. Met Enrico had ik al eerder gespeeld. Hij behoort tot de top van de Europese jazzpianisten. Ik wilde het noordelijke geluid verklanken. Ik denk dat het ons redelijk gelukt is. Ik merkte al vrij snel dat hij het fijn vond om hier aan mee te werken. Het is niet te vergelijken met zijn trio met Marc Johnson, maar daar ben ik achteraf gezien wel blij mee.

Hoe heb je Enrico ontmoet?
Ik ontmoette hem twintig jaar terug in Oslo. Ik deed enkele optredens met hem. Ik wist niet wie hij was, maar we hadden meteen een klik. Enkele jaren later ontmoette ik hem weer en toen vroeg ik hem mee te spelen op mijn nieuwe ​​album en hij zei meteen ‘ja’! Hij kwam naar mijn studio in Oslo. We hebben een album opgenomen en een tournee gedaan.

Kan ik je iets te drinken aanbieden?
Nee, je bent mijn gast. Wil je een biertje..? ‘ (Terje Gewelt wendt zich tot de recorder): ‘Ik ga nu voor JazzNu een biertje bestellen!’ (Hij loopt naar de bar en bestelt twee dure halve liters bier.)

Misschien is dit het moment om te praten over de samenwerking met de legendarische bassist Jaco Pastorius. Hoe heb je hem ontmoet?
Ik was een grote fan van zijn muziek. Ik heb hem meerdere malen met Weather Report horen spelen en ontmoette hem in de zomer van 1982. Hij was hier in Oslo toen ik met mijn trio optrad, met een zeer goede pianist. Op een gegeven moment kwam er een man binnen, hij bestelde wat wijn en ging luisteren. Het bleek Jaco Pastorius te zijn. Toen ik hem herkende werd ik nerveus. In de pauze zocht hij me op. Hij was heel vriendelijk en het ijs was al vrij snel gebroken. Hij speelde drums en piano en hij speelde zelfs op mijn akoestische bas. Enkele maanden later ging ik naar Amerika en ontmoette ik hem in Boston. Hij speelde met een trio en toen vroeg ik hem of ik een aantal lessen bij hem kon volgen, waarop hij meteen ‘ja’ zei!

Terje-Gewelt-Foto-Resonant-Music- Terje Gewelt zoekt naar contrast én samenklank
Foto Resonant Music

Hij herinnerde me nog uit Oslo. Ik heb lessen bij hem gevolgd in New York en we hebben samen veel geïmproviseerd, maar toen hij ernstig ziek werd, ging het vrij snel bergafwaarts. Ik kon zien dat hij voortdurend leed. Ik heb een leuke tijd met hem gehad. Hij was zo behulpzaam en bemoedigend. We speelden duetten. Ik heb er nog opnamen van, maar dat blijft een deel van mijn privécollectie! (Gewelt lacht) Ik ben erg blij dat ik hem leerde kennen. Het was een van mijn grote helden. We spraken regelmatig ongedwongen met elkaar zoals wij nu doen over de muziek en het leven in het algemeen. Jaco was een echte levensgenieter.

En inmiddels is het 25 jaar geleden dat hij stierf.
De besten gaan het eerst. Ze geven ons wat we willen en laten ons vervolgens alleen met de muziek. Ik weet niet wat Jaco nog voor ons in petto had. Hij was zo geniaal. Een fenomeen, net als Charlie Parker en Jimi Hendrix. En verslaafd aan optreden.

Zoals de meeste muzikanten.
Jazeker. Het is belangrijk om op treden, maar het kan je carrière schaden als je niet selectief bent. Als je er een gewoonte van maakt om in een winkelcentrum te spelen met niet al te goede muzikanten, dan is het vervolgens lastig een plek te bemachtigen op een gerenommeerd jazzfestival.

Wanneer stem jij in met een optreden?
Als de band me aanstaat en het programma uitdagend genoeg is. Ik ben een muzikant. Ik wil spelen. Als ik ik me zou beperken tot optredens van het hoogste niveau, zou ik niet meer kunnen werken.

Als bassist speel je vooral als begeleider. Wat heeft je voorkeur: spelen als bandleider, of als begeleider?
Allebei. Ik heb met John Surman gespeeld. Een geweldige muzikant. Het was fijn om met hem samen te werken. Ook ben ik blij met mijn samenwerking met Karin Krog, een Noorse zangeres en die met de Zweedse gitarist Staffan William-Olson. Op dit moment ben ik bezig met een nieuw album. Het album had al uitgebracht moeten zijn, maar ik had het te druk met andere dingen. Het is een complex project voor mij, want ik bespeel zowel contrabas als basgitaar en daarnaast werk ik samen met een bijzondere drummer, Terje Evensen, die zowel het slagwerk als de elektronica voor zijn rekening neemt. Terje houdt zich met veel interessante dingen bezig in onder meer Engeland, maar hij is elders vooralsnog onbekend. Een verborgen schat. Ik bewonder de wijze waarop hij orkestreert, hoe hij gebruik maakt van elektronica en geluiden combineert met zijn slagwerk. Hij beïnvloedt mijn spel eveneens. Ik hanteer de bas nu op een andere manier. En daarnaast speelt gitarist Bjorn Klakegg mee. Het is nu nog een trio-album, maar waarschijnlijk voegen we er ook wat saxofoon aan toe. We zullen wel zien hoe het uitpakt.

Een nieuwe richting is altijd interessant.
Mijn laatste album Stepping Stones was meer een verzameling losse nummers.

En het nieuwe album?
Dat is een proces, een ontwikkeling, of beter: een aaneenschakeling van ideeën, ik hou van vrijheid, maar iemand moet de leiding hebben. Soms is het de drummer en soms ben ik het. Ik realiseer me dat het bijna onmogelijk is om vandaag de dag nog op de proppen te komen met geheel nieuwe muziek. Maar het gebruik van elektronica opent vele deuren. Ik bewaar graag de balans tussen akoestische instrumenten en elektronica.

Hoe weet je dat evenwicht te bereiken?
Ik ben op zoek naar het contrast. En de samenklank. Ik hou van combinaties tussen de metaalsnarige akoestische gitaar met de fretloze elektrische bas. Het heeft te maken met de boventonen… Ik vind de fretloze bas met een akoestische gitaar met nylon snaren minder interessant. In dat geval verkies ik de combinatie met de contrabas. En zo vind ik de fretloze basgitaar met de akoestische piano beter klinken dan in combinatie met de Fender Rhodes. Bij een Fender Rhodes hoort dan weer een akoestische bas.

Als je in de studio speelt kun je met geluid experimenteren, maar op het podium is dat anders. Hoe ga je daar mee om?
Alles wat ik in de studio opneem wil ik op het podium kunnen herhalen. Ik wil na het uitbrengen van mijn nieuwe album graag optreden met het nieuwe materiaal. Ik doe dat met al mijn platen. Maar ik ben vooral enthousiast over mijn nieuwste project. Natuurlijk, dat is altijd zo met nieuwe projecten. Het beste album ooit. Ach, soms zijn we te serieus als het om muziek gaat. Op het moment dat het ontstaat is het een kwestie van gevoel en als je er achteraf naar kijkt, ontdek je snel elementen die je er onbewust aan toe hebt gevoegd.

Terje-Gewelt-Foto-Yann-Aker Terje Gewelt zoekt naar contrast én samenklank
Foto Yann Aker

Jazz is geen klassieke muziek.
Natuurlijk niet. Mensen analyseren te veel. Wat critici horen in de muziek is zo persoonlijk! En dat wat men hoort is dikwijls anders dan het is bedoeld.

Analyseer je je opnames achteraf met je bandleden?
Ja, of beter: we delen het gevoel. We herkennen waar het lekker liep, de bijzondere momenten. Ik weet niet of de luisteraar hetzelfde ervaart. Luisteren en spelen zijn twee individuele processen.

Hoor je de speciale momenten ook tijdens het beluisteren van de albums van je collega’s?
Ja, maar dat is niet per se dezelfde ervaring. Wellicht denk ik: ‘Oh, dat hebben ze mooi bedacht’ en dan blijkt het fragment spontaan te zijn ontstaan! Wat ik zeg: muziek is heel persoonlijk. Iedereen reageert op verschillende dingen, maar ik denk …

De kelner loopt stipt 23.00 uur langs onze tafel om ons te vertellen dat de bar gesloten is en verzoekt ons om te vertrekken. We trekken onze jas en handschoenen aan en schudden elkaar langdurig de hand. Als we even later buiten staan waait de ijzige wind om onze oren. JazzNu kan zich prima voorstellen waarom Gewelt de Verenigde Staten boven Oslo verkiest.

ROBIN ARENDS

 

WWW.RESONANT-MUSIC.COM

Vorig Artikel

‘Cinema Italia’: fanfare van getalenteerden uit Italië

Volgend Artikel

Oded Tzur Quartet creëert nieuwe variant van swing

Geen Reactie

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *