Interviews

Vrijgevochten Dox Records weert de cliché-kunstenaars

Het Amsterdamse muzikantenplatform, platenlabel en boekingsbureau Dox Records bestaat twintig jaar. Dit gegeven wordt gevierd met verschillende optredens, onder meer een klein festival in de zalen van Paradiso Noord in Amsterdam en een in Caprera, Bloemendaal plus een familieconcert in het Vondelpark. Met groepen als Bruut!, New Cool Collective en Benny Sings weet Dox de twintigers en dertigers uitstekend te bereiken. En dat is goed nieuws voor de jazzmuziekindustrie.

 

Bart-Suer-Foto-Gemma-van-der-HeydenJazzNu.com_ Vrijgevochten Dox Records weert de cliché-kunstenaars
Bart Suèr. Foto Gemma van der Heyden

Spin in het web van dit label is mede-oprichter en eigenaar Bart Suèr. De altsaxofonist en dwarsfluitist ontving met zijn band SFeQ een studiebeurs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en bemachtigde daarmee een verblijf van enige maanden in de Verenigde Staten. In New York ontving Suèr onder meer privéles van Steve Coleman.

JazzNu heeft enkele dagen voor de feestelijkheden in Amsterdam en Bloemendaal een gesprek met Bart Suèr. Op de derde verdieping van een pand in de Amsterdamse Rivierenbuurt wordt in een van de ruimtes hard gewerkt aan een collage met posters van Doxartiesten. Suèr, die oogt als een marathonloper, stapt met uitgestoken hand de verslaggever tegemoet en nodigt hem uit om in zijn bescheiden kantoor op een versleten kantoorstoel plaats te nemen. De directeur gaat zitten op de andere, niet minder versleten, kantoorstoel. De zetel van een muziekidealist.

Hoe ben je hier nu ingerold?
Ik was dagelijks bezig om mijn muziek hogerop te krijgen en daarom vormde ik met een paar bands een soort platform. Een organisch bestaan van bandjes die in het hier en nu bezig waren en probeerden te overleven. Vervolgens ben ik dit platform strategisch steeds meer gaan benutten en dat heeft uiteindelijk geleid tot de oprichting van Dox Records. Mijn teleurstelling in het label waar ik destijds voor speelde met mijn band SFEQ was slechts een aanleiding. Ik ben me altijd bewust geweest van het gegeven dat als je zelf optredens regelt, je een potje hebt om je opnamen van te financieren en als je zelf distributeur bent, je feitelijk vrij bent. Je hoeft geen platenlabel meer te overtuigen. We zijn vrij om te doen wat we willen, we hebben een muzikantenplatform waarbij muzikanten heel erg zelf sturen, zelf bepalen, zelf plannen en dat is anno 2017 nog steeds zo.

De muzikanten hebben dus een behoorlijke autonomie.
Muzikanten weten heel erg veel, niet alleen op muzikaal of artistiek vlak. Ze zijn zich ook bewust van het publiek. En die kennis heb ik benut. Onze muzikanten zijn allemaal weldenkende mensen. Het zijn niet van die cliché-kunstenaars die alleen maar bezig zijn met de muziek.

Hoe haal je die weldenkende mensen in huis?
Ik heb daar langzaamaan voelsprieten voor ontwikkeld. Het heeft te maken met het muzikanten-DNA. Ik werk met muzikanten samen die maar blijven creëren, die bezig zijn met nieuw repertoire en niet muzikant zijn bij de gratie van succes, want dat is geen garantie voor een duurzame samenwerking.

Duurzame samenwerking is wel een criterium voor je?
Ik kijk heel sterk hoe mensen zich ontwikkelen, naar jongere generaties. Ik kijk of ze na hun eerste album doorschrijven voor hun tweede album. Dat ze in elk geval altijd bezig zijn. Je bent kunstenaar en blijft altijd met je werk bezig. Dat zijn muzikanten voor het leven. Dox-muzikanten hebben die grondhouding.

New-Cole-Collective-Big-Band Vrijgevochten Dox Records weert de cliché-kunstenaars

Staat Dox daar anders in dan het gemiddelde muziekbedrijf?
Wij hebben als ambitie – noem het de passie – die muzikant te managen. Samen uit, samen thuis. Wij maken toch wel heel andere keuzes op bepaalde momenten, want wij kijken ook naar de mogelijkheid om een act te boeken. Wij kijken mee over de schouders van zo’n muzikant. Ik kan wel redelijk inschatten wat een muzikant wil.

Het muzikanten-DNA?
Ja, maar het is ook heel sterk het jazz-DNA. De mentaliteit van de jazzmuzikant is, los van de muziekstijl, er een van altijd maar doorgaan, altijd maar spelen, kilometers maken, altijd maar muziek maken, improviseren en experimenteren, altijd op zoek naar nieuwe ideeën. De creatie ligt bij de muzikanten. Die zijn autonoom. Iedereen is toch heel erg bezig met zijn eigen droom na te jagen. Ieder zijn eigen ‘statement’. Ik laat het lekker bij de muzikanten.

En wat is jouw rol?
Voor mij is het een sport om het zo commercieel mogelijk te verkopen. Welke stappen kunnen we zetten, welke contacten leggen et cetera. Ik ga op zoek naar de partners, naar labels in het buitenland. We hebben overigens ook een opleiding in Rotterdam. En daarmee richt ik me op de ontwikkeling van de muzikanten. Ik ben betrokken bij hun groei, want het gaat dan niet alleen over muziek maken, maar ook over de vraag hoe je professional wordt. Hoe kun je tot in lengte van jaren je geld verdienen met muziek?

Dus je stuurt wel?
Als ik tegen muzikanten of bands zou zeggen ‘Je bent vrij om te doen wat je wilt’, dan komt er niet automatisch fantastische muziek uit. Het kan ook nog wel eens fout vallen en dan moet ik kunnen zeggen dat iets slecht is.

En dat gebeurt wel eens?
Zeker bij de jongeren. Er is sprake van ontwikkeling. En daarin heb ik de macht – als ik het zo mag noemen – om soms te zeggen ‘Sorry, maar van die plaat kunnen we geen succes maken’. En dan leg ik de bal gewoon weer terug.

Hoe breng je die boodschap?
Ik laat in het midden wat je van die muziek kunt vinden. Ik zeg dan: ‘Ik denk niet dat Dox hieraan een succesvolle bijdrage kan leveren’ of, als iemand komt met muziek waar ik ‘het’ niet bij voel, dan zeg ik: ‘Het ontbreekt ons aan ideeën om je verder te helpen. Wij zouden niet weten hoe je dit uit moet brengen, ontwikkelen en in de markt zetten.”

En vervolgens houdt de samenwerking op?
Ja. De markt is al zo moeilijk. Het is echt niet zo dat alles wat Dox aanraakt goud wordt. Het is gewoon hard werken. Als iemand niet heel zeker is van zijn zaak dan houd ik de boot af. Dat idee van zelf beslissen – door de muzikant – maakt het er niet automatisch makkelijker op. De continuïteit leg ik heel sterk bij de muzikant neer. Ikzelf kijk daarvoor nog of iemand continuïteit kan waarborgen.

Dan moet het contract met Dox nog getekend worden?
Klopt. Het is een groeiproces. Iemand die ik maandag leer kennen ga ik niet meteen dinsdag een contract aanbieden. Als ik iemand leer kennen ga ik er eerst optredens voor boeken. Vanaf dat moment ga ik zijn of haar ontwikkeling volgen. Ik ga beoordelen of ik een goede partner kan zijn, gezien vanuit hun eisen en wensen en ga kijken of ze succesvol kunnen zijn. Ik kan voelen of iets aan gaat slaan en ga testen of het iets gaat worden. Pas dan stappen we in het huwelijksbootje. Dan gaan we onder meer afspraken maken om een album te maken.

Benjamin-Herman-en-Remco-Campert Vrijgevochten Dox Records weert de cliché-kunstenaars

Hoeveel tijd gaat daar gemiddeld overheen?
Een jaar. Het kan zelfs twee jaar duren. Jenna Bell uit de VS bijvoorbeeld. Na een jaar had ze een EP uitgebracht. We wachten nu een jaar later op de tweede. Het is een langzaam proces bij haar en het is zoals het is. Je hebt daarnaast ook het ouderwetse ‘writersblock’ nog.

Het is verre van voorspelbaar hoe het verloopt dus, je werkt niet in een koekjesfabriek.
Klopt, al zou ik dat soms wel eens lekker vinden. Ik stel me zelf wel eens de oprechte vraag hoe het mogelijk is dat iets niet gaat werken.

Hoe vaak gaat het wel eens mis?
Dan moet je eerst de definitie van misgaan bepalen. Als je een contract tekent met een artiest en je investeert een halve ton aan opnames en promotie, dan kun je een rekensommetje maken om uit te rekenen hoeveel je moet verkopen om de investeringskosten er uit te halen. Als dat niet lukt dan is het geflopt. Maar goed, ik ga nooit met een nieuwe artiest dat soort investeringen aan, omdat ik dat onnatuurlijk vind. Dan ben je afhankelijk van succes en dat gaat ten koste van de lange termijn. Ik schat in wat zakelijk opportuun is. Als iemand 10.000 euro binnenhaalt met iets wat zogenaamd een flop is, dan is dat voor ons gewoon album nummer een en dan kun je verder bouwen. Ik heb heel veel zakelijke gesprekken met artiesten, zodat we de lange termijn kunnen waarborgen.

Ik probeer de gesprekken met de artiesten om te zetten tot een mooi actieplan. De artiesten zijn er bewust van dat het geheel wordt betaald van het geld dat zij opbrengen. Een directeur van een commercieel label vertelt dat verhaal niet, die zegt ‘We geloven in je’, die komt met een zak geld en als het misgaat streept hij je weg met een verliespost. Dat vind ik muziekonvriendelijk. Een artiest is bezig een oeuvre te bouwen. Het gaat om de kwantiteit. En vervolgens haal je uit die kwantiteit de kwaliteit. Daar praat ik dan graag verder over met de muzikanten. Wij gaan zorgen dat het gaat lukken, maar dan moeten we met elkaar zuinig leven, gezond kijken naar investeringen en kijken hoe we dat langzaam maar zeker kunnen uitbouwen. Onze organisatie zorgt dat mensen kunnen groeien. Dat is een belangrijke waarborg.

We zijn nu twintig jaar verder na de oprichting van Dox Records. Zou je anno 2017 hetzelfde avontuur zijn aangegaan?
Ja hoor, ik probeer tegenwoordig nog steeds te reageren op de situatie. Dox is ontstaan omdat het slecht ging met de jazzlabels. Twintig jaar terug had de economische malaise daar al toe geslagen. Jazzmuzikanten werden dus veel meer afhankelijk van optredens, terwijl er in de popmuziek vooral werd opgetreden om een album te promoten. Als ik vandaag zou beginnen zou ik op hetzelfde model uitkomen.

ROBIN ARENDS

 

www.doxrecords.com

Vorig Artikel

Spotify Maarten Voortman

Volgend Artikel

Sanne Rambags wil graag weg, met de noten mee

Geen Reactie

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *