JAZZ-tafette

Angelo Verploegen (rondetijd 5.25,79)

Paul van Kemenade had in JAZZ-tafette van mei het estafettestokje in handen. Met veel lof gaf hij het door aan Angelo Verploegen. Daarna gebeurde er iets vreemds. De trompettist overwoog serieus het stokje terug te geven aan de zo door hem gewaardeerde Van Kemenade, maar “dan gaat jullie rubriek een beetje onderuit”, zei hij daarbij lachend. Dat wilde hij JazzNu niet aandoen en dus maakte hij uit wat hij nog meer in ‘de aanbieding’ had, een andere keus. De oprichter van The Houdini’s, lid van het Nieuw Rotterdams Jazz Orchestra, van de David Kweksilber Big Band, van Three Horns and a Bass, The Blindfold Test, van Duitse jazzorkesten – in feite te veel om op te noemen – is een begenadigd trompettist en fluegelhornspeler. En jazzminnend Nederland weet hem daarom altijd te vinden. Angelo Verploegen is derhalve een waardige drager van het JAZZ-tafettestokje voor deze maand. Intussen blijft hij worstelen met zijn liefde en haat voor zijn instrument. “Een trompet is gewoon een kutding”, is daarbij zijn conclusie.

Angelo-Verploegen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com- Angelo Verploegen (rondetijd 5.25,79)

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Vooral met examens. Ook met twee projecten met het Nieuw Rotterdams Jazz Orchestra. Erg leuk. Het eerste over een paar weken met Joshua Redman in verband met de Edison Oeuvreprijs. Het tweede behelst een optreden met Phronesis op het North Sea Jazz Festival. Verder ga ik nog een plaat opnemen met een Duitse big band, heel pittig. Ook staan er nog concerten op het programma met de David Kweksilber Big Band en speel ik met Three Horns and a Bass. Pas geleden begeleidde ik Vera Naus, die net haar masteropleiding in Rotterdam had afgerond. Vera doet heel eigen dingen. Met Sebastiaan van Bavel op piano. Die gast kan spelen! Hij is bezig met Karnatische (Indiase, rvdh) dingen, die ritmische patronen, wow! Moet ik met 17/8 en 11/8 aan de bak. Met Phronesis is het overigens ook zo, daar zitten partijen ook heel ingewikkeld in elkaar.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Ik noem een paar ijkpunten. Zoals de eerste keer dat ik met de Big Band Oss stond te toeteren. En toen ik met de Maiden Voyage Big Band in het Bimhuis stond. En met The Houdini’s bij Rudy van Gelder, waanzinnig! Evenals de optredens met hen in het Concertgebouw. Het zijn allemaal momenten die aanwijsbaar zijn, stappen die iets hebben betekend voor mij. Daar tussendoor doe je dan gewoon je ding.

Waarom doe je graag wat je doet?
Daarmee suggereer je dat ik graag doe wat ik doe… Is wel een grappige vraag. Het hele muzikale ding is een beetje omgeven met een soort romantiek. Maar beroepsmusicus zijn heeft ook zijn zware kanten. Het reizen bijvoorbeeld. En van huis zijn is ook niet altijd leuk.

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Dat moment is moeilijk aan te wijzen. Ik denk toen ik een jaar of zestien was en net in de Big Band Oss speelde. Kreeg ik ineens allerlei ‘input’ van mensen om me heen. Ik snapte er niets van, maar had er wel iets mee. Er zaten leeftijdgenoten in dat orkest, die gewoon naar Charlie Parker en Stan Getz luisterden. En bij mijn vader, die een garage aan huis had, stond altijd de radio aan. Met jazzprogramma’s als Tros Sesjun en zo.

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Van niet een in het bijzonder. Elk moment heeft mooie kanten. We zitten nu ook middenin een ontwikkeling als je ziet wat de nieuwe generatie aan het doen is. Projecten met Ben van Gelder en Reinier Baas, zoals zijn opera Princess Discombobulatris. Helemaal te gek zoals zij stromingen in hun muziek hebben opgenomen. Waarmee zij dan hun eigen taal ontwikkelen. Voor mij is het allemaal nieuw en superleuk hiervan deel uit te maken. Waar ik overigens ontzettend graag bij had willen zijn was de eerste opvoering van Le Sacre du Printemps in Parijs.

Angelo-Verploegen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com-1-2 Angelo Verploegen (rondetijd 5.25,79)

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert.
Dat is te veel om op te noemen en dat doe ik dus ook niet. Ik wil wel íets noemen. Auditie-opstellingen bij concerten hebben voor mij iets bizars, dat is zo onnatuurlijk. Een ander ding. Afgelopen november-december was ik een paar weken in China met een paar mensen van hier, onder wie Egon Kracht en Michiel van Dijk. We waren daar om kindertheater te maken: De Kleine Sneeuwman. Op zeker moment werden we uitgenodigd voor een avondje Chinese opera. Dat werd een waanzinnige gebeurtenis, ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. De opera werd opgevoerd in een kleine zaal, allemaal heel informeel, met nootjes op tafel en zo. De opera duurde tweeëneenhalf, drie uur en ik heb me geen moment verveeld. Voor ons als gasten uit het westen was helemaal vooraan een tafel vrijgemaakt. Daar gingen wij compleet uit ons dak. Na afloop kwam er iemand van de organisatie naar ons toe en zei: kom maar even mee. Voordat we er erg hadden stonden we op het podium de spelers de hand te schudden. Stonden wij tussen die mensen gewoon mee te buigen. Krankzinnig temidden van al die kleurrijke kostuums.

Waar vind je inspiratie?
Erg veel in beeldende kunst. En sowieso in muziek. Het intrigerende is dat in beeldende kunst iets uit niets ontstaat. Dat is in muziek ook wel zo, maar daar is meestal al een idee. In De Pont in Tilburg zag ik een kunstwerk van rotorbladen van een helikopter op de vloer en aan het plafond. Prachtig! Ook een week naar de Biënnale in Venetië betekent voor mij bijtanken.

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Toen we voor de eerste maal met The Houdini’s een concert gaven in de grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Daar deden we Porgy and Bess met Amsterdam Sinfonietta. In ’95, ’96 en ’99 deden we de Vara-Matinees op de Vrije Zaterdag. We verzorgden toen een deel van het programma. Heel spannend allemaal. Wij wilden per se uit het hoofd spelen. Dat doe je dan een paar keer en dan wordt het weer normaal.

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
Een Vioolconcert van Bruch. Waarom? Dat zeg ik niet, dat is heel persoonlijk.

Angelo-Verploegen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com-1-1 Angelo Verploegen (rondetijd 5.25,79)

Wat neem je altijd met je mee?
Ik reis zo licht mogelijk. Alleen maar met handbagage. De truc is om je trompettas om de schouder te dragen en dan nog slechts een rolkoffertje bij je te hebben.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
Die Trump… die vind ik zo bizar. Ik word telkens maar weer met stomheid geslagen. Ik kom graag in Amerika, vind het een geweldig land. Maar hoe kan zo iemand worden gekozen, welk mechanisme zit daar achter? Het verbijstert me volledig. Natuurlijk is er veel meer aan de hand in de wereld, maar die Trump…

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Laat me maar gewoon Rembrandt noemen. Ik vind hem een waanzinnige kunstenaar. Hij trok zijn eigen plan, ontwikkelde zich enorm, kan je raken. Als je veel naar Rembrandts werk kijkt, zie je alles wat na hem komt. In Rembrandt zitten kunstenaars van Van Gogh tot Rothko. Improvisatie zit er bij hem ook al in: als je ziet wat hij doet met zijn materiaal. En hóe! Hij werkte tegen de tijdgeest in en wenste zich niet te conformeren.

Wat intrigeert je aan je instrument?
Zijn weerbarstigheid. Een trompet is gewoon een kutding. Je moet er elke dag weer opnieuw aan beginnen. Dat is natuurlijk ook een kwestie van haat en liefde. Ik kijk regelmatig naar de serie Jazzhelden. Een van de eersten in de rij was Ado Broodboom. Hij zei dat een trompet net een onwillige vrouw is. Dat is natuurlijk seksistisch, maar ik begrijp hem wel. De kern van het ding is geluid, klank. Veel méér dan de noten die ik speel. Dit intrigeert me. Alle noten zijn al gespeeld, het gaat om hoe het klinkt. Als je zover bent, kun je laten horen wie je bent. Dat leer ik ook aan mijn studenten.

Wat heb je geleerd van je muziek?
Volharden en gêne overwinnen, me durven uiten, durven te falen en me te focussen.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Fotograaf of iets met muziek. Het is muziek geworden en daarbij maakte het me niet uit dat het de trompet is geworden. Dat is dan maar zo.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Altijd als ik improviseer. Dat is een wezenlijk onderdeel van het proces. Als ik echter in een sectie speel, dan liever niet. Dan is er de spanning van goed moeten zijn. Er komen ook zinnige dingen, want op het moment dat je improviseert, doe je iets onverwachts. Dan word je gedwongen om creatief te zijn. Falen spreekt de creativiteit eerder aan dan niet-falen.

Angelo-Verploegen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com-1-3 Angelo Verploegen (rondetijd 5.25,79)

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
De jonge generatie. Ik sta versteld van hun kunde, hun instrumentbeheersing en ook van wat ze met hun creativiteit doen. Dus eigenlijk juich ik deze tijd toe. Het zijn ook allemaal leuke gasten, er is er niet een die vervelend doet.

Met wie werk je graag samen?
Met allerlei musici, dit begrip is zo breed. Een van de leukste groepen is Three Horns and a Bass. Omdat dit de plek is waar al mijn kanten optimaal samenkomen. Leider Paul van Kemenade schrijft hele mooie arrangementen, die erg goed gespeeld dienen te worden. Als het vals is, dan is het ook vals. Dan sta je meteen in je blote reet. Als er in een arrangement iets niet klopt, kijkt Paul meteen op, maar tussendoor kan het alle kanten op. Het is elke keer weer super erbij te zijn en wat betreft het improviseren gebeurt er altijd weer iets.

Welke dromen liggen nog voor je?
Een filevrij Nederland. De hyperloop, zo’n buis die mij in vijf minuten naar Amsterdam zuigt. Die gast van het bedrijf SpaceX (Elon Musk, rvdh) heeft er veel geld in zitten.

Aan wie geef je het Jazz-tafette stokje door?
Ik zou het stokje het liefst aan Paul willen terug geven. Maar dan gaat daar jullie concept, dan gaat JAZZ-tafette een beetje onderuit (lacht). David Kweksilber zou een goede kandidaat zijn. Is ook zo iemand die alles zelf doet voor zijn orkest, van standaardjes klaarzetten tot subsidies aanvragen. Ik heb ook nog een hele rits trombonisten in de aanbieding. Maar het stokje gaat naar Marc Scholten, lead-altist bij het Metropole Orkest en generatiegenoot. Hij is ook collega, want aan het Utrechts conservatorium geeft hij saxofoonles. Marc is heel muzikaal, consciëntieus, kwaliteitsbewust en zonder overdrijving de meest bescheiden musicus die ik ken. Hij heeft met zijn groep The Blindfold Test al twee cd’s opgenomen, die zijn zo te gek. Is een beetje rechte jazz, om het zo te noemen. Ik speel er uitsluitend fluegelhorn. Marc schrijft heel mooi voor dit ensemble. Maar hij is nog te bescheiden om een cd weg te geven. Hij is iemand die constant onder de radar zit.

RINUS VAN DER HEIJDEN
foto’s GEMMA VAN DER HEYDEN

 

Vorig Artikel

Boy Edgar Prijs 2017 voor omnivore Martin Fondse

Volgend Artikel

Klatwerk3 is een weldadige lust voor het oor

Geen Reactie

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *