JAZZ-tafette

René van Helsdingen (rondetijd 7.47,24)

Rene-van-Helsdingen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com_-4 René van Helsdingen (rondetijd 7.47,24)
Jos Machtel gaf vorige maand het JAZZ-tafettestokje door aan René van Helsdingen. Dat heeft JazzNu geweten. Tijdens ons bezoek vertelt de pianist in een niet aflatende woordenstroom de ene anekdote na de andere. En alle zijn ze even avontuurlijk. De avond is té kort. René van Helsdingen (1957) vertoefde de afgelopen jaren vooral in verre buitenlanden. Maar nu is hij terug in Amsterdam. Van daaruit wil hij zich weer melden aan het jazzfront. Met een gloednieuw trio en met nieuwe composities. Als vijfjarig jochie raakte de kleine René in de ban van Oscar Peterson. Hij volgde tien jaar klassieke pianolessen bij Charlotte Komter Loeber. Maar toen was hij al recalcitrant: “Ik speelde nooit wat er stond.” Na een vwo-opleiding ging hij door naar de TH Delft voor een studie mijnbouw. Die maakte hij niet af, omdat de muziek zich aandiende. Daarin maakte hij furore, naar eigen zeggen door het feit dat hij altijd eigen werk speelde, voor eigen producties en voor de juiste financiering zorgde. De twintig vaste vragen van JAZZ-tafette gaan naar een zelfbenoemde woudloper van de jazz.

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik ben lange tijd in het buitenland geweest, maar wil nu in Nederland weer aan de bak. Daarom heb ik een trio geformeerd met contrabassist Jos Machtel en drummer Henk Zomer, waar ik het komende jaar mee wil gaan touren. Waar ik ook mee bezig ben is het digitaliseren van mijn muziekbestanden. Ik heb 45 jaar lang opgenomen op allerlei formaten zoals VHS, Eumatic, Betamax 16- en 24 sporen, DAT-tape, Video 8, HD, Minidisc, cd-rondom en op diverse Amerikaanse systemen. Dit is allemaal geen donder meer waard en het vergaat. De noodzaak is dus groot om te digitaliseren. Dat brengt tijd en kosten met zich mee maar ook vernieuwing, want dit digitale tijdperk is geweldig.

Vroeger had je de platenmaatschappij die de artiest ontdekte. Je kon alleen maar bij een label terecht als het wat in je zag en het vond dat er een markt was voor jouw muziek. Dan zorgde de platenmaatschappij voor distributie en pr. Nu maak je een account aan bij bijvoorbeeld CD Baby in Portland. Daar lever je een bestaand of mooi nieuw hoesontwerp aan en bijbehorende Wav-files (44100 hz) en CD Baby zorgt voor distributie over de hele planeet. Betaling van de royalty’s geschiedt elke drie maanden.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Ik ben soms jaloers op mijn ongedwongen gedrag en karakter van veertig jaar geleden. Als jonge pianist durfde ik alles en omdat het me zo makkelijk verging, kwam ik in een soort creatieve trance. Dat zorgde voor een ongecontroleerd ego en enorme energie. Ik sprong van het ene avontuur in het andere. Nu, op latere leeftijd moet ik enorm aan mijn zelfvertrouwen werken. Het kost iets meer moeite om steeds een nieuw begin te maken. Maar voordat je iets nieuws begint maak je iets af en dit gevoel als iets af is, is me erg dierbaar. Zoveel planning, werk, tijd en energie erin gestopt en dan is iets gelukt. Dat komt ook door de enorme betrokkenheid en steun en geloof van vrienden, familie en kunstenaars.

In 2005 organiseerde ik een tournee door Canada met mijn Stage Bus. Dit is een autobus die is omgebouwd tot podium en waarmee ik de gehele wereld bereisde. De zijkant van de bus klapt open en je er komt een podium tevoorschijn met een vleugel, slagwerk en een geluidsinstallatie. De tournee was een speciaal project ter ere van Canadese Veteranen en de viering van de bevrijding van Nederland. We deden honderd concerten in 76 gemeentes van veertien Canadese provincies. We hebben zes maanden dag en nacht gewerkt om dit te organiseren. Alles deden we zelf: de contracten, financiering, sponsoring, muziek, cd’s, contacten met kranten, plichtplegingen met douane, transport en import, werkvergunningen, documentatie en nog veel meer. En dan speel je de laatste noot van het eerste concert en denk je: shit, het is gelukt!

Rene-van-Helsdingen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com_-1 René van Helsdingen (rondetijd 7.47,24)
Waarom doe je graag wat je doet?
Omdat ik op jonge leeftijd al zo’n interesse had voor jazz en geïmproviseerde muziek is het eigenlijk een onderdeel van mezelf geworden. Ik sliep als kind al met een koptelefoon op. Ik ben met jazz vergroeid. Alles wat ik zie en hoor is muziek. Ik herken klanken, akkoorden. Het is ook mijn taal en ik kan er mijn gevoelens mee uiten. En ik kan er in verdwijnen. Muziek is een soort schuilplaats voor mij.

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Mijn vader reisde als zakenman vaak naar Amerika. Hij had geen kennis van jazz, maar vroeg bij platenwinkels om de beste collectie jazz voor zijn zoon thuis in Nederland. En zo was ik op zeer jonge leeftijd al in het bezit van de Milestones-series met John Coltrane, Wes Montgomery, Cannonball Adderley, Oscar Peterson, McCoy Tyner en anderen. Ik probeerde het allemaal op een bepaalde manier na te spelen. Niet melodisch of harmonisch, maar meer ritmisch. Het was het triolengevoel, het swinggevoel dat me aantrok. In de jazz vind ik het triolengevoel belangrijk en daarbij komt ook de sterke aanslag, met punctueel en kort gespeelde noten. De vingers zijn dansende hamers voor gearticuleerd spel. Dit hoor je vooral bij Oscar Peterson, Hampton Hawes, Tete Montulio, Monty Alexander, Cedar Walton en vooral Mc Coy Tyner. De nootkeuze heeft bij mij geen prioriteit, wel de articulering. Zo kon ik oneindig mijn vingers laten rollen over de toetsen zonder iets wezenlijks te spelen. Ik dacht als beginnend pianist dat als je dit vaak doet er dan wel iets komt wat lijkt op wat op die mooie platen staat.

Tot op de dag van vandaag ben ik bezig met het triolengevoel en met de frasering van improvisatie. Ik speel het liefst met een drummer, omdat ik daar goed mee communiceer. Ik ben een beetje dyslectisch voor melodieën – ben met andere woorden melodiedoof – en vind meer herkenning en houvast in een compositie door vorm, harmonie en het triolengevoel. Als ik een stuk componeer dan is dat vrijwel altijd met een harmonische basis en heel soms met een melodie. Ik kan een melodie niet onthouden en zie die slechts als een opeenvolging van noten. Makkelijker voor mij is om akkoorden te onthouden. Die zijn zichtbaar en hebben daardoor een tweevoudige herkenning: zicht en gehoor.

Wat ik ook geweldig vind is het vermogen om random te spelen met dat triolengevoel. Een soort ritmische mitrailleur die allemaal verschillende noten afschiet in willekeurige volgorde. Ik heb een passie voor jazz, dat weet ik zeker, omdat ik altijd zo emotioneel word als ik het hoor. En je blijft altijd een kind op ontdekkingsreis. Nog steeds brand ik mijn vingers aan de kachel.

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
De ontwikkeling van morgen is het interessantst. Wij leven in een geweldige maatschappij waar alles steeds beter wordt. De ontwikkeling van morgen is spannend omdat we zoveel bronnen hebben. Alle wetenschap is dichtbij en we kunnen de wereld delen zonder te reizen. Alleen daarom al hoop ik echt dat ik nog lang leef.

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
Met de Stage Bus hadden we tijdens onze wereldreizen echt alles bij ons zoals instrumenten en een geluidsinstallatie. Maar ook kleine tenten en klapstoelen voor het publiek. In 1995 stonden we met de Stage Bus tijdens het Warschau Jazz Festival in het centrum van Warschau. Tijdens het concert zag ik mensen die even stonden te kijken en dan met mijn klapstoelen zo onopvallend mogelijk wegliepen. Ik sprong dan van het podium en pakte de stoel terug. Dit ging continu zo door tot de keer dat ik weer het publiek inliep en dat een orthodoxe priester, met baard, hoge hoed en zwarte jurk achter mijn piano plaats nam en ineens dwars door alles heen boogie woogie speelde. Er gebeurde nog iets bizars. Op het dak van de bus was een tweede podium met daarop beeldend kunstenaars die live hun kunstwerk maakten. Op zeker moment was dat Jan Enklaar. De Poolse zloty had net een waardeverandering ondergaan en toen een oude vrouw van Jan een schilderij kocht voor een handje vol zlotys dacht Jan dat dit wel wat waarde had. Tot duidelijk werd dat het de oude zlotys waren.

Waar vind je inspiratie?
In de medemens. Vooral bij je naasten en zeer innige vrienden. De mens is goed, intelligent en zo inventief. Ik heb daardoor geen angst voor de ondergang van de wereld. En nu met de globalisering kunnen zeven miljard mensen samenwerken. Dat vind ik geweldig. Je leest en hoort in het nieuws natuurlijk over allerlei slechte dingen, want dat is commercieel en verkoopt. Maar in het echte leven zie je alleen maar geweldig mooie projecten en initiatieven. Ik haal inspiratie uit de oneindige wil van een mens om iets te creëren. Uit de drang om dingen te verbeteren en de liefde om voor een ander te zorgen. Welvaart met een sociaal karakter is de mens eigen.

Rene-van-Helsdingen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com_-2 René van Helsdingen (rondetijd 7.47,24)
Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Ik moet deze vraag toch weer in de toekomstige zin beantwoorden. Wat ga ik in de toekomst ondernemen en wat gaat er gebeuren met mijn intellectuele bezit? Natuurlijk ben ik vanaf jonge leeftijd bezig met creëren en vergaren van intellectueel bezit. Gaan die 55 jaar improviseren iets opleveren? Dit is een spannend avontuur wat nog moet komen. Ik heb nog steeds een enorme ambitie om nieuwe dingen te maken.

Terug kijkend: een spannend moment was in juni 1989 toen ik het Concertgebouw in Amsterdam afhuurde voor een concert van mijn band, samen met het Metropole Orkest. Dit betekende de officiële start van een bv, die ik financierde door verkoop van muziekaandelen. Alle aandeelhouders van de bv kregen gratis toegang en dus was ik verplicht om meer publiek te trekken om quitte te draaien. Gelukkig lukte dat. Ik weet nog dat ik met een emmer lijm posters in de stad heb verspreid.

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
Africa van John Coltrane en zijn Africa Brass uit 1961. Er zijn verschillende versies van. Ik had de Milestones-uitgave met een hele mooie hoes met een grote witte duif. Ik ben door deze platen in de ruimste zin beïnvloed. Door de intensiteit, het dromerige, de emotie en die enorme timing van het orkest en de ritmesectie. Vooral Elvin Jones. Luisteren met de volumeknop open! Daarna ben je weer helemaal fris.

Wat neem je altijd met je mee?
Vroeger was dat de koffer met lp’s en cd’s en een projectbeschrijving of plan. Tegenwoordig een laptop of niks. Alles is online.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
Fake news. Nepnieuws wordt gebracht door schrijvers met het doel om te amuseren, te derangeren, of om bewust schade toe te brengen. Nepnieuws is niet het gevolg van onderzoek, maar van verbeelding. Dit is een negatief verschijnsel van het globale internet en de daarbij behorende sociale communicatie. Het fenomeen fake news kun je niet wijten aan de journalistiek, omdat een serieuze journalist juist een eerlijke kunstenaar is die een verhaal samenstelt uit onderzoek, feiten, invloeden van buitenaf en zijn instinct. Journalistiek komt zodoende overeen met kunstenaarschap.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
De mens in het algemeen. En mijn moeder in het bijzonder. Zij was klassiek pianiste. Tijdens de oorlog zijn bij een bomaanslag, door glasscherven de pezen van al haar vingers van een hand doorgesneden. Zij speelde daardoor piano met twee handen waarvan een met gekromde vingers. Daarmee vertolkte ze vooral Chopin, Ravel en Debussy. Die muziek was mijn onderbewuste voorbeeld buiten de jazz.

Wat intrigeert je aan je instrument?
Een piano of beter gezegd een vleugel is een geweldige machine. Het mechanisme in een vleugel is zo goed afgesteld dat de pianist bij het indrukken van een toets iets terug krijgt. De piano werkt dus eigenlijk voor jou. Is de piano vals en technisch niet in goede staat dan werk jij voor de piano. Dit is ook geweldig maar wel beperkend. Als pianist speel je op zoveel verschillende piano’s dat je het instrument daardoor echt leert kennen. Telkens moet je je speeltechniek weer aanpassen aan de staat en kwaliteit van het instrument. Gek genoeg heb ik vaak mijn eigen piano en vleugel meegenomen. Een Rippen-piano achter in mijn Opel-bestelwagen. De clubs waren in die jaren tachtig niet altijd blij want er moest worden geholpen met het naar binnen sjouwen van de piano. Daarnaast had ik vele jaren de Stage Bus met mijn eigen vleugel. Wel een Yamaha, want die zijn het sterkst bij weersveranderingen. Met die bus kwamen we echt overal, van woestijn tot gletsjer.

In San Diego kwam ik in contact met een pianostemmer die ervaring had opgedaan in de tropen. De piano die ik van de firma Clavis had gekregen had een barst in het stemblok. Het gevolg was dat twee toetsen niet makkelijk te stemmen waren. Die pianostemmer wist daar wel raad mee: superlijm. De pin eruit, superlijm erin. Twee jaar lang bleef het instrument gestemd. En dus elke twee jaar weer superlijm!

Rene-van-Helsdingen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com_-3 René van Helsdingen (rondetijd 7.47,24)Wat heb je geleerd van je muziek?
Alles. Je leert de intieme kant van jezelf en van het publiek. Doordat wij ons bij de uitvoering en/of improvisatie helemaal geven zijn we naakt en onbeschermd. Het publiek reageert op de uitvoering en geeft die energie weer aan ons door.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Ik heb altijd pianist willen zijn. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit iets anders had willen worden. Ik kan door mijn motivatie voor muziek goed organiseren. Als alles goed georganiseerd is, dan krijg ik een snoepje en dat is spelen.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Tijdens het componeren. Je kunt juist creatief zijn met falen. De vrijheid om te falen is een indicatie van kalmte en zelfvertrouwen. Voor een uitvoerend kunstenaar is dat afhankelijk van de omstandigheden. Of je zenuwachtig of emotioneel bent bijvoorbeeld. Als je iets creëert onder stress en tijdsdruk, of de druk van hoge studiohuur presteer je vaak goed en geconcentreerd, maar dan heerst faalangst. Als er veel dingen op het spel staan hanteer ik het devies: ik vind het niet erg om te falen mits de oorzaak maar niet is dat ik niet voorbereid was. If you failed to be prepared, prepare to fail.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Het onderwijs. Er is sprake van geweldig goed muziekonderwijs in Nederland en er is veel nieuw talent. Het is zonde dat de media en radio en televisie niks doen aan jazz. Maar ook de komst van streamers en Youtube vind ik fantastisch. De streamingdiensten hebben vergelijkingen mogelijk gemaakt. Als je een artiest beluistert die je kent, kun je ook kiezen voor muziek die er op lijkt en dan kom je ineens bij een musicus waar je nooit van hebt gehoord. Op die manier worden onbekende muzikanten toch gehoord. Ik was gisteren in een café en hoorde wat muziek. Ik zei tegen de barman: dat lijkt op Lonnie Liston Smith. Hij zocht het op en ja hoor; het klopte. Na geluisterd te hebben was hij blij met deze nieuwe, oude artiest van wie hij nog nooit had gehoord.

Met wie werk je graag samen?
Met Jos Machtel en Henk Zomer. Henk en Jos zijn een perfecte ritmetandem. Volgens mij hebben ze als kinderen al samen in de garage gespeeld. We gaan voor komend jaar een nieuw trio vormen met veel nieuwe composities.

Welke dromen liggen nog voor je?
Ik droom zoveel. Als ik naar bed ga begint het dromen meteen. Dromen over concerten, publiek, goede schnabbels maar ook veel over gezichten en personen. Mijn hele leven is eigenlijk een droom. Gelukkig gaat het allemaal altijd goed komen. Voor iedereen.

Rene-van-Helsdingen-Foto-Gemma-van-der-Heyden-JazzNu.com_ René van Helsdingen (rondetijd 7.47,24)
Aan wie geef je het JAZZ-tafette stokje door?
Aan drummer Henk Zomer. In 1977 begon ik met de voorbereiding voor mijn eerste elpee. Ik studeerde toen mijnbouw, vandaar dat alle titels van de liedjes iets met mijnbouw te maken hadden. De plaat zou worden uitgebracht door Munich Records waar Job Zomer – een zeer dierbare vriend en beschermheer – directeur was. Job stelde voor dat ik contact opnam met een drummer met de naam Henk Zomer. Ik was nog een broekje en ging vol goede moed naar Zwolle. Ik klopte aan bij Henk en toen de deur open ging zei ik: ‘Hallo, dag meneer Zomer. Ik ben René van Helsdingen en ik wil u graag vragen om op mijn elpee mee te spelen’. Nu veertig jaar later heb ik hetzelfde gedaan! Alleen zeg ik nu niet meer meneer, maar heel hard: ‘Enkie, gaon we speule?’ Henk Zomer heeft het triolengevoel in zich. Bij hem swingt het altijd en intens.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA VAN DER HEYDEN

 

www.renevanhelsdingen.com

 

Vorig Artikel

Niko Langenhuijsen koestert contexten in zijn muziek

Volgend Artikel

Vernon Chatlein is vierde gast in videoserie van JazzNu

Geen Reactie

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *