Opinieuitgelicht

Hè, hè, eindelijk Boy Edgar Prijs voor Ack van Rooyen

Moest Ack van Rooyen negentig jaar worden om de Buma Boy Edgar Prijs uitgereikt te krijgen? Dat zou je welhaast zeggen, want de bugelspeler en trompettist had natuurlijk al vele jaren geleden recht gehad op de belangrijkste Nederlandse prijs voor jazz- en improvisatiemuziek. Weliswaar geldt dit ook voor anderen, maar Ack van Rooyen steekt enkele eerdere Boy Edgar Prijswinnaars rechtstreeks naar de kroon. Zij wel en hij niet?

 

Ack van Rooyen. Foto Jeanschoubs

Dit jaar dus toch de begeerde prijs voor de Hagenaar. De man die een belangrijk aandeel heeft gehad in de jazz- en improvisatiemuziek in Nederland. En dan wel binnen het soort dat het Amsterdamse en andere delen van dit land oversteeg. Gelukkig hebben de scherprechters van de Boy Edgar Prijs hun neuzen nu eens gericht richting Den Haag. En daar, in dat kleine maar fijne circuit, heerst en heerste Ack van Rooyen als een soeverein vorst. Tijd dus om dit met een vette prijs te onderstrepen.

Ack van Rooyen studeerde in 1949 af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, negentien jaar eerder de stad waar hij werd geboren. Als je de ontwikkeling van Van Rooyen vanaf een afstand bekijkt, kun je stellen dat hij vanaf dat moment een van de bouwheren is geweest van het Haagse jazzmilieu. Meteen na zijn afstuderen vormde hij met zijn broer Jerry, ook trompettist en met trompettist Rob Pronk en pianist Rob Madna het Boptet. Nadien speelde Ack van Rooyen talloze malen met pianist Frans Elsen. Allemaal musici die ontegenzeglijk het Haagse jazzmilieu vorm hebben gegeven.

Ack van Rooyen. Foto Gemma Kessels

Daar is het juryrapport van de Boy Edgar Prijs 2020 ook duidelijk over: ‘hij drukt zijn stempel al zeventig jaar op de jazzgeschiedenis in binnen- en buitenland’. Dat doet de laureaat niet alleen als solist – de waardering voor die rol heeft de (veel te) bescheiden Ack van Rooyen pas de laatste jaren toebedeeld gekregen – maar zeker ook als de man die mede verantwoordelijk is voor de rijke ontwikkeling van de Nederlandse omroeporkesten, de bebopcombo’s uit de jaren vijftig en zestig en later voor de uitgroei van het muziekonderwijs aan vaderlandse conservatoria.

Daarom is het vreemd dat na 52 eerdere toekenningen nu Ack van Rooyen pas ‘aan de beurt’ is. In 1963 werd de voorloper van de Boy Edgar Prijs, de Wessel Ilcken Prijs uitgereikt aan Herman Schoonderwalt. Na hem volgden onder andere Boy Edgar, Piet Noordijk, Harry Verbeke en Gijs Hendriks, musici van dezelfde signatuur als Ack van Rooyen. Maar hij, hij moest 57 jaar wachten op erkenning. Want dat is de Buma Boy Edgar Prijs immers, een vet accent op erkenning. De intentie ervan is overduidelijk: ‘De Buma Boy Edgar Prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een musicus, die zich reeds geruime tijd onderscheidt door zijn opmerkelijke verdienste op creatief gebied, waarmee hij of zij een waardevolle bijdrage levert, of heeft geleverd, aan de Nederlandse jazz- en geïmproviseerde muziekscene’.

Ack van Rooyen. Foto Gemma Kessels

‘… die zich reeds geruime tijd onderscheidt…’ Wat daarvan te denken? Zevenenvijftig jaar is niet ‘geruime’ tijd, maar een eeuwigheid, zeker in het land van de jazz. Naar het waarom kun je gissen, maar zeker is dat de wijze waarop de Stichting Boy Edgar Prijs elk jaar tot de toekenning komt, hoognodig revisie behoeft. De samenstelling van de elk jaar wisselende jury is vaak discutabel. Zonder er naar één te willen wijzen, kan een beetje jazzkenner al snel constateren dat er in de loop der jaren nogal wat juryleden zijn geweest die de benodigde kennis van de jazzgeschiedenis ontbeerden. Het kwam nogal eens voor dat nauwelijks over de schouder werd gekeken, maar werd gehandeld naar de waan van de dag: hippe vogels waren in de ogen van diverse jury’s kleurrijker dan grijs gecoiffeerde of kale heren. Om over vrouwen maar te zwijgen, want die zijn er in de historie van de Boy Edgar Prijs maar wát bekaaid afgekomen. Drieënvijftig laureaten, onder wie drie vrouwen…

We zullen het ermee moeten doen. De Stichting Boy Edgar Prijs kent immers niet de stormachtige levensloop die de geschiedenis van de Nederlandse jazz- en improvisatiemuziek wél kent. Behalve dan vier naamsveranderingen – waarvan er twee zijn ingegeven door geldschieters – waait er nog geen stofje op aan de burelen van de stichting. En dat is jammer, want de Boy Edgar Prijs is nu eenmaal ‘de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek’. Niet helemaal verwonderlijk natuurlijk, want er zijn hoegenaamd geen andere prijzen te geef. Dus moeten we deze ‘belangrijkste prijs’ maar koesteren, het is niet anders.

Ack van Rooyen. Foto Gemma Kessels

Ack van Rooyen is een jazzlegende. Niet alleen omdat hij afgelopen 1 januari negentig jaar werd. Wel omdat hij een autoriteit is op zowel bugel als trompet. Gelukkig dat de jury van de Boy Edgar Prijs van dit jaar op de gedachte kwam dát te doen wat alle voorgaande jury’s hadden verzaakt. Je zou enigszins kwaadaardig kunnen denken dat zij de leeftijd van de laureaat zwaar heeft laten wegen. Dat zou echter niet nodig zijn geweest, want daar hing al een onderscheiding aan: Officier in de Orde van Oranje Nassau. Nee, de jury van dit jaar hield het op de artistieke waarde van Van Rooyen met omschrijvingen als ‘gecharmeerd van Van Rooyens vakmanschap en zijn lyrische spel op de bugel’, ‘het warme, zachte geluid van de bugel past bij de bescheiden Van Rooyen’ en ‘hij streeft hij naar ‘eerlijke’ muziek zonder “foefjes en trucjes”, waarbij de noten met zorgvuldigheid worden uitgekozen en de schoonheid van de ronde toon prevaleert boven effectbejag’.

Kijk, zo mogen wij het horen.

RINUS VAN DER HEIJDEN

De Boy Edgar Prijs 2020 wordt op 9 december van dit jaar aan Ack van Rooyen uitgereikt tijdens een feestelijke avond in het Bimhuis in Amsterdam. De prijswinnaar stelt de avond zelf samen. Aan de Boy Edgar Prijs is een geldbedrag verbonden van 12.500 euro en een plastiek van Jan Wolkers. De precieze invulling van de feestavond is nog niet bekend, omdat huidige en eventuele nieuwe maatregelen rond het Covid-19-virus erop van invloed zijn. 

 

 

WEBSITE ACK VAN ROOYEN

 

Vorige bericht

Ramshoorn

volgende bericht

Jazz ten tijde van corona: Roberto Haliffi

1 Comment

  1. Tom Beetz
    29 juni 2020 at 18:32 — Beantwoorden

    Hulde aan deze jury die het er niet zo op heeft laten aankomen dat het te laat is, zoals bij Rita Reys.

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *