Opinieuitgelicht

Met Miles Davis naar de film

COLUMN

 

Miles Davis. Hij is al 28 jaar dood. Tijd dus om een beeld te schetsen van een musicus die de jazzwereld op zijn kop zette en hem tevens van andere contouren voorzag. Dat beeld is er inmiddels in de vorm van de film ‘Miles Davis: Birth of the Cool’. En wat doe je dan als jazzfan? Juist, je begeeft je naar de bioscoop.

En wat krijg je daar? Een bijna twee uur durende documentaire, die je als een tsunami overspoelt, omdat regisseur Stanley Nelson álles van Miles Davis wil laten zien. De kant van het genie-Davis, maar ook van de draak die hij was in zijn omgang met andere mensen. De schrijver van dit artikel weet er alles van: het handvol keren dat hij de trompettist ontmoette staan als roestige spijkers in zijn geheugen gegrift. De man wiens leven doordrenkt was van het onrecht dat hem in het blanke, racistische Amerika was aangedaan, handelde omgekeerd evenredig. Deze schrijvende bleekneus behandelde hij met ware verachting.

filmrol-1 Met Miles Davis naar de film
Het leven van Miles Davis rolt in ‘Miles Davis: Birth of the Cool’ in nog geen twee uur voorbij.

Als je dit aan den lijve hebt ondervonden, kun je dan toch nog een objectieve blik hebben op Miles Davis: Birth of the Cool? Jawel, die dien je als recensent altijd op de eerste plaats te stellen. Maar bij het ongemak dat Davis toeliet in zijn ontmoetingen met mij, laat ik de objectiviteitsteugel een heel klein beetje vieren. Hetgeen een zelfgenoegzame reden is om de film niet te recenseren, maar er een stuk over weg te mijmeren in de vorm van een column.

Miles Davis was een genie, dat staat buiten kijf. Toen hij in 1945 zijn entree in de jazzwereld maakte bij het orkest van Billy Eckstine, viel het jochie van 19 jaar al op. Omdat hij in tegenstelling tot vrijwel iedere trompettist uit die tijd zonder vibrato speelde. De lange, melodieuze lijnen met lange pauzes ertussen zouden later pas zijn spel gaan kenmerken. Maar met zijn vibratoloze spel legde hij daarmee wel de basis.

Vanaf de jaren vijftig leidde Miles Davis zijn eigen bands. Zijn eerste kwintet, met de jonge John Coltrane, pianist Wynton Kelly, contrabassist Paul Chambers en slagwerker Jimmy Cobb zette meteen de toon voor generaties trompettisten én hun begeleiders door de manier waarop Miles Davis zich ontworstelde aan de nerveuze bebop. Hij grondvestte de cool jazz. Nadien was het niet anders meer. Miles Davis bleef de rusteloze zoeker naar nieuwe expressie, naar nieuwe buiten de grenzen denkende en voelende begeleiders. Tot aan de eindfase van zijn carrière, zijn elektrische periode bleef de trompettist de Thomas Alva Edison van de jazz.

filmrol-2 Met Miles Davis naar de film
Orkestleider, arrangeur en componist Gil Evans onderhield nauwe banden met Miles Davis.

Dit alles is te zien in Miles Davis: Birth of the Cool. Het is een enorme prestatie van regisseur Nelson om het zo tumultueuze leven van de trompettist te vangen in amper twee uur film. Dat hij daarbij een chronologische volgorde aanhoudt, is niet meer dan logisch. Op die manier kon hij de diverse tijdvakken uit Davis’ evolutie effectief inkaderen. Diezelfde effectiviteit blijkt uit de keuze om acteur Carl Lumbly als voice-over voor Miles Davis te laten fungeren: de trompettist geeft op die manier uitleg bij de beelden die de film dragen: filmfragmenten en foto’s, vaak in razende vaart gemonteerd.

Zo kom je te weten dat Miles Davis zijn raspende stem overhield aan een operatie aan zijn strottenhoofd, waarna hij tegen de voorschriften van de artsen in, te snel zijn stem weer ging gebruiken. Dat hij op 24-jarige leeftijd al diep in het gat van de heroïneverslaving was gevallen. Dat hij, nadat hij bij de voordeur van jazzclub Birdland een dienst kloppende blanke agent een klap had gegeven, zich zo onheus bejegend voelde dat hij voor eeuwig verbitterd raakte. Dat hij na een operatie aan zijn heup in 1965 alsmaar meer coke en drank tot zich ging nemen. Dat hij na een auto-ongeluk in 1972 nóg meer dope en pijnstillers ging consumeren en dat hij vaak in zijn carrière direct koos voor het grote geld.

Allemaal negatief getinte zaken, maar die worden in Miles Davis: Birth of the Cool in evenwicht gebracht door de elementen die de kunstenaar Davis alsmaar groter maakten. Zijn verbintenis met Gil Evans; zijn huwelijk met danseres Frances Taylor, die hem naar eigen zeggen het meest van allen inspireerde; zijn zoektocht naar jonge, talentvolle musici. Die hem na de periode met Coltrane vanaf 1963 giganten bracht als de toen 23-jarige pianist Herbie Hancock, de 17-jarige slagwerker Tony Williams en de 26-jarige contrabassist Ron Carter. En de vruchtbaarste periode uit zijn muzikale leven: die van 1969-1975 toen hij in een tempo platen uitbracht zoals kippen eieren leggen.

filmrol-3 Met Miles Davis naar de film
Echtgenote Frances Taylor was een grote inspiratiebron voor Miles Davis.

Uiteraard bevat de film ook veel muziek. De mijlpalen in Davis’ oeuvre komen aan de orde, zoals Kind of Blue, Ascenseur pour l’échafaud, Birth of the Cool uiteraard, Sketches of Spain, Bitches Brew, The Man With The Horn en Tutu. Volop gelegenheid om in kort tijdsbestek te genieten van de muzikale erfenis van Miles Davis.

Toch heeft deze schrijver dat niet gedaan. Voordat hij naar de bioscoop toog kon Davis’ muziek hem al niet boeien, tijdens en na de film is dat niet beter geworden. Behalve de muziek uit de eerste periode van deze musicus, de jaren vijftig en halverwege die van de jaren zestig vind ik aan Miles Davis niks aan. Ik vind het té mooi, té geforceerd door die eeuwigdurende zoektocht naar nieuwe invalshoeken en/of technieken. Precies zoals het binnen het concept van de cool jazz past. Nee, ik luister liever naar Clifford Brown, Olu Dara, Fats Navarro, Louis Armstrong, Benny Bailey, Don Cherry én Eric Vloeimans.

Maar het liefst, het allerliefst naar Lester Bowie. Ongepolijst, even driftig op zoek naar nieuwe wegen als Miles Davis, fervent menger van allerlei muziekstijlen en bovenal nóg onvoorspelbaarder dan Miles Davis. Vooral muzikaal-wortelend in de slavenafkomst van de Afro-Amerikaanse musici greep Lester Bowie niet alleen over eeuwen heen terug naar de oorsprong van jazzmuziek, hij bleef ook zijn hele leven de zoeker naar die ongrijpbare Afrikaanse voodoo-elementen die zijn concept kenmerkten.

filmrol-4 Met Miles Davis naar de film
Miles Davis in zijn elektrische periode.

Zonder Miles Davis en Lester Bowie tegen elkaar te willen uitspelen, moet je het verschil tussen beiden wellicht zien in hun afkomst. Davis was een tandartszoon, een verwend joch dat geen armoede kende en alleen maar strijd heeft te hoeven leveren om zijn plek als zwarte Amerikaan in een overheersende blanke maatschappij te bemachtigen. Bowie moest het maatschappelijk met heel wat minder stellen. Hij zocht en vond de kant van de avant-garde waar geen cent te verdienen valt, maar waar de geestelijke voeding veel, zo niet alles goedmaakt.

Lester Bowie, de man die de Afrikaanse oerwouden muzikaal in de wereld van nu implanteerde. Het is alleen nog maar wachten op hoe een regisseur dat in een film over deze ongetemde musicus allemaal laat zien. Maar tja, geld….

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s uit ‘Miles Davis: Birth of the Cool’

 

Birth-of-the-cool-poster Met Miles Davis naar de film

TRAILER ‘MILES DAVIS: BIRTH OF THE COOL’

 

Vorige bericht

Robert Jeanne op podium nog altijd springlevend

volgende bericht

Daniele Martini houdt vier nationaliteiten bijeen

1 Comment

  1. 2 oktober 2019 at 13:35 — Beantwoorden

    Hoi Rinus,
    Weer een prachtig verwoord stuk waar ik als rechtgeaarde fan van Miles Davis soms een beetje verdrietig van word. Maar dat is een kwestie van smaak natuurlijk. De autobiografie van Miles Davis en het boek van Ian Carr geven overigens al heel wat prijs waar de film ook aan refereert, zoals de confrontatie met een agent op de stoep van, ik meen Birdland.
    Maar goed, je relaas heeft mij nieuwsgierig gemaakt naar de film, dus binnenkort maar eens op pad. In ieder geval dank voor je doordachte stuk. Groet, Chris

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *