Als we het over de ‘Ladies of Jazz’ hebben, bedoelen we Samara Joy die zaterdag optrad en Jazzmeia Horn die op de slotdag was te horen. Jazzmeia loopt langer mee dan Samara Joy, en eerlijk is eerlijk, dat was te horen. 

Kokayi

Jazzmeia zocht vanaf het begin van haar carrière naar liedjes van vrijwel onbekend gebleven jazzcomponisten zoals Gigy Grice. Ze is inmiddels de fase van jazzstandards ontgroeid en is nu zelf een singer-songwriter geworden. Haar songs zijn sterk met goede melodieën die zij met groot vertoon van superioriteit vertolkt. Hoewel zowel Jazzmeia als Joy zich baseren op dezelfde vocale voorbeelden, is hun benadering van jazz, hun stem en hun frasering anders. In de snel stijgende lijn waarin Jazzmeia zich bevindt, loopt Joy nog een paar treetjes achter haar aan. Ongetwijfeld zal het moment komen waarbij beiden elkaar geen haarbreed zullen toegeven. 

Jazzmeia Horn

De zondag begon met een aantal verrassingen waaruit het moeilijk was te kiezen. Achter de groep Black Flower gaat een aantal Belgische jazzmuzikanten schuil die we van andere Belgische jazzgroepen kennen. Naast leider en componist Nathan Daems viel de Amerikaanse kornettist Jon Birdsong op, die rappend en zingend bijtende teksten over het vasthouden aan oude ideeën de zaal in slingerde. Wellicht was het bedoeld als pamflet tegen versteende jazzliefhebbers, die moeite hebben om de veranderingen in de jazz en eigenlijk in de hele wereld te omarmen. 

De band onderstreepte dat muzikaal met hyper-energetische en pulserende ritmen die, vinden zij, nog niet door iedereen als pure jazz worden herkend. Hun energie en de manier om jazz naar 2025 te brengen, vertoonden overeenkomst met de manier waarop het Londense EZRA Collective dat vrijdag deed.

Nathan Daems en Jon Birdsong

De actuele jazz kan overigens ook een stuk rustiger worden gespeeld. Dat was de boodschap van de Finse pianist Aki Rissanen en klarinettist Steven Kamperman. Hun intieme, vrije improvisaties met tal van verstilde momenten vroeg aandacht maar bleef toegankelijk. De composities waren gebaseerd op een zeer vrije interpretatie van de Tien Geboden, waarvan Kemperman de vrolijke kant benadrukte (Thou shall improvise) en Aki de sombere en duistere kant (Thou shall make big money).

Het gebeurde tegelijkertijd met Tin Men & The Telephone die de sombere tijden vertaalde in humor met vrolijke muziek, zoals met beelden en filmpjes over Trump en Netanyahu die dankzij AI in Guantánamo achter de tralies zaten.

Aki Rassanen en Steven Kamperman

Sombere tijden waar een groot aantal muzikanten symbolisch of met woorden hun mening over gaven. Soms in de vorm van een preek voor eigen parochie, soms op een muzikale manier. De laatste vorm had trompettist Ambrose Akinmusire gekozen door zanger-rapper Kokayi zijn statement, dat ook over reli en de liefde ging, te laten geven. Met de fantastisch rappende Kokayi kwam de  boodschap over. Los van dit alles was Akinmusire’s groep met het North Sea String Quartet een prachtig voorbeeld van hoe mooi de sound van zo’n combinatie kan zijn, wanneer je die op een goede manier met elkaar laat communiceren.

Ambrose Akinmusire

Hoewel zang een grote rol speelde, hield de herenzang niet over. Wat dat betreft stond Kurt Elling er alleen voor, en gezegd moet worden dat hij nog steeds uitstekend bij stem is. In elk geval trok hij tenorsaxofonist Bob Mintzer van de enigszins ingezakte Yellowjackets – een fusiongroep die in de Haagse tijd van NSJ buitengewoon populair was – omhoog.

Bob Mintzer en Kurt Elling

Voor zangeres-pianist Norah Jones hoeft een jazzfestival geen politieke bijeenkomst te zijn. De lichtvoetigheid van Norah Jones wordt soms gezien als oppervlakkig. In Rotterdam liet zij horen hoe onterecht dit is. Zeker, ze zingt en speelt soft jazz, maar deed de alom gewaardeerde Shirley Horn dat ook niet? Dat Jones de Nile met een capaciteit voor twaalfduizend mensen wist te vullen zegt genoeg. Wie de heftige muziek die aan haar vooraf was gegaan achter zich kon laten, hoorde toch echt een prachtige zangeres die zichzelf met twinkelende nootjes begeleidde.

Norah Jones

Twinkelen doe je niet als je jezelf The Cookers noemt. Een naam die past bij de muziek uit het tijdperk van Art Blakey en Horace Silver. Inderdaad, de leden van deze groep bestaan uit veteranen uit die tijd, toen niemand zich afvroeg of er genoeg jazz op dit festival was. Het was dé gelegenheid om later te kunnen opscheppen over het feit dat je de muzikanten van de Blue Note-albums echt live hebt gezien. En dát was het. 

Cecil McBee

George Cables (1944, pianist bij Art Blakey, Art Pepper en Archie Shepp) en Cecil McBee (1935, bassist bij Dinah Washington, Andrew Hill, Wayne Shorter en Keith Jarrett) vormden de kern van deze jazzlegendes. Echt koken deden de jazzsenioren niet meer, het was meer pruttelen. Af en toe werd de waakvlam door de jongere tenorsaxofonist Azar Lawrence (1952) of de veel jongere trompettist Jeremy Pelt (1976) opengedraaid om het vuur op te stoken. Het was vooral aan Pelt te danken dat het nostalgische gevoel uit het verleden terug naar 2025 werd gebracht.