Orange Jazz Days maakt imposante vliegende start
“Ik weet eigenlijk niet of ik Nederlands of Engels moet spreken.” Marike van Dijk spreekt een langzaam vollopende zaal Hertz toe na het nummer ‘Sevens’ van Ella Zirina te hebben gespeeld. Ze is met haar Nu-Art Orchestra de opener van festival Orange Jazz Days, op de dag dat haar album ‘Tivoli Sessions’ is verschenen. Elk stuk is van een ander lid van haar band, waardoor de stijl telkens verandert. Het maakt dat de tijd op is voordat iedereen er erg in heeft. “Do we have time for one more?” Die vraag wordt met luid gejuich ontvangen, een fantastische opener van een gloednieuw festival.
Bij Joris Roelofs’ Red Flag in Club Nine valt vooral op dat er veel gepraat wordt. Maar dat is nodig, omdat de basklarinettist de kruising tussen strijd- en volksmuziek en linkse politiek onderzoekt. En daar is uitleg bij nodig. Wanneer Joris Roelofs zijn basklarinet bespeelt is het indrukwekkend wat voor een geluid hij produceert. Ook zijn ideeën zijn origineel, maar zijn uitleg bij de stukken duurt wat lang, waardoor er weinig opbouw in de set te ontdekken is.
Inmiddels valt op dat de drie zalen die op vrijdag - de eerste dag van het festival - in gebruik zijn alle drie goed bezocht worden. Het tweede concert in de Hertz, de grootste zaal, is voor het Jazz Orchestra of the Concertgebouw, ook een vaste gast op het North Sea Jazz. Ze eren het werk van ‘de grote recalcitrant’ Misha Mengelberg en doen dat met verve. Rollo II en Who’s Bridge komen onder meer voorbij en bij elk stuk wordt er fantastisch gesoleerd door verschillende bandleden. De ritmesectie staat als een huis, ze swingen zoals wel vaker de pan uit.
Dan begint boven in Cloud Nine Zach Lober’s NO FILL3R, met Suzan Veneman, Jasper Blom en Paul Acket Award-winnaar Sun-Mi Hong. Vooral zij steelt de show door constant accenten te leggen, juist hard of zacht te spelen. Lober’s contrabas gaat gestaag door, terwijl ook Veneman en Blom elkaar uitdagen, maar ook geweldig aanvullen. Indrukwekkend is Lober wanneer hij in z’n eentje de zaal muisstil krijgt.
Tineke Postma en Marc van Roon sluiten in Club Nine de dag af. Hun eerste duo-album verschijnt binnenkort. Een eerste voorproefje is erg mooi. Van Roon en Postma geven elkaar veel ruimte, en vooral de solo’s van Postma zijn soms erg intens. Hoogtepunt is de ballad Tempus. Jammer van Club Nine is dat wanneer de deur opengaat je Cloud Nine (PARRA.DICE) heel goed hoort. Het is soms een lompe interruptie van hun breekbare muziek, die nogal eens bijna verzandt in kamermuziek, maar het duo laat zich niet kennen. “Het is daar echt veel gezelliger hoor”, grapt Postma.
Dag twee begint net als de eerste dag met een big band, ditmaal het Paradox Jazz Orchestra onder leiding van Chris Muller. Ze trappen de dag spetterend af met een ode aan Ruud Bos, bekend van composities voor film en televisie. Het optreden wordt een paar keer verstoord door wat technische problemen, maar het spelplezier en afwisseling van tempo en lyriek compenseren dat ruimschoots.
Na afloop haasten velen zich naar Cloud Nine, waar het Mete Erker trio +1 speelt. Ze trappen af met Ghosts van Albert Ayler, een van zijn grote invloeden en dan volgt muziek van zijn laatste album Tilburg-Noord, om daarna een klein abstract stuk op de schuifsax te spelen. “Om jullie erbij te houden”, maar dat is totaal niet nodig. A Realm of Nows van Harmen Fraanje bouwt langzaam op naar een fantastisch hoogtepunt, waarbij elk bandlid wat meer van zijn virtuoze kant kan laten zien.
Ook Trinkle, geschreven door Jeroen van Vliet valt op door een serene schoonheid. De muzikanten brengen elkaar naar grote hoogte, er verandert constant iets waardoor je gespannen blijft luisteren. Maar vooral de prachtige, diepe toon van Erkers tenorsaxofoon valt op, gesteund door een geweldige ritmesectie.
Ook in een stampvolle Cloud Nine, Kika Sprangers met haar NSJ Quintet. Ditmaal zonder het Nederlands Kamerkoor brengt ze de compositieopdracht voor North Sea Jazz ten gehore. “Groots uitpakken in het klein”, zegt ze. The Way Wild Rivers Flow is een samenhangend geheel waar meer dan genoeg ruimte is voor iedereen. Het is meeslepend, tragisch en hoopvol. Net als op North Sea Jazz betovert het kwintet de zaal met gemak.
Tussen deze bedrijven door speelt Yuri Honing in de Hertz, waar het kraakheldere geluid opvalt. Er speelt nu eens geen bigband, waardoor je de vier muzikanten perfect van elkaar kunt onderscheiden. Joost Lijbaart op drums heeft een arsenaal aan spullen mee, Wolfert Brederode speelt lyrisch en ook Honing laat vanaf zijn eerste noten horen waarom hij een boegbeeld van de Nederlandse jazzscene is. Het is een band waar schoonheid centraal staat, waar niemand elkaar overstemt. Moeiteloos brengen ze de stukken ten gehore, ze lijken altijd in vorm te zijn.
Het was keuzes maken, zoals het een goed festival betaamt, maar wie zich haastte kon ook nog een glimp opvangen van Waan, het project van altsaxofonist Bart Wirtz en toetsenist Emiel van Rijthoven. Electro, minimal, jazz, funk, er komt een heel scala aan genres voorbij. Dat in combinatie met de duistere zaal Pandora, de neonlampen en silhouetten van de band, doet nog het meest denken aan een obscure technohal. Het werkt, de associatie met een soort onderwereld komt al snel boven, maar een beetje eentonig wordt het al snel.