[caption id="attachment_8057" align="aligncenter" width="701"]
Wiro Mahieu en Paul van Kemenade[/caption] Toen Paul van Kemenade in 1993 begon aan een festival dat hij de naam Stranger Than Paranoia meegaf, kon hij niet bevroeden dat 25 jaar later alle muziek die hij in die jaren programmeerde, het element ‘achtervolgingswaan’ (paranoia) zo sterk zou benadrukken. ‘Paranoia’ werd letterlijk ‘Stranger’; de vierentwintig festivals die hij tot dit jaar op de kalender zette, dropen van diversiteit, improvisatiekunde, mafheid en volstrekte verrassingen. En afgemeten aan de openingsavond van de 25e editie, gaat deze uitgave daar geen uitzondering op maken. Het zilveren huwelijksfeest van Paul van Kemenade en Stranger Than Paranoia opende de bruidegom zelf. Met een zinderende solo op zijn altsaxofoon. Volledig geïmproviseerd, met zijn krankzinnige uithalen, uniek behandelde ademhalingstechniek, valpartijen tussen hoog en laag en het triomfantelijke altgeluid dat de saxofonist heeft ontwikkeld en veel meer omspant dan de boog paranoia en lyriek. Paul van Kemenade zette in een handvol minuten de geschiedenis van zijn geesteskind souverein neer: zó Paranoia is de muziek waar hij voor staat. [caption id="attachment_8054" align="aligncenter" width="701"]
De nieuwe slagwerker Markku Ounaskari van het Paul van Kemenade Quintet.[/caption]

PRIMEUR

Een overweldigend begin derhalve, direct gevolgd door een primeur: het eerste optreden van het Paul van Kemenade Quintet met de nieuwe slagwerker Markku Ounaskari, de vervanger van Pieter Bast. Het was wennen en genieten tegelijk. De Fin is een stuk bescheidener dan zijn voorganger en dat bepaalt het groepsspel in behoorlijke mate. Dat was vooral te horen in het slotnummer van het optreden: Stranger Than Paranoia. De klassieker uit 1993, een van de stukken op de cd Mo’s Mood, werd in 1993 tijdens het eerste Stranger Than Paranoiafestival live opgenomen. Nu, bij het 25-jarig bestaan was het een afgewogen keuze om het stuk – een feature voor altsaxofoon en trombone - opnieuw te brengen. Met nieuwe mensen, onder wie de op de kleintjes lettende slagwerker Ounaskari en de iets minder nieuwe Louk Boudesteijn op trombone, toonde het dat de tand des tijds er geen vat op heeft gekregen. Stranger Than Paranoia blijft zacht en wonderschoon, slepend met zijn afdalingen in de melodie en twinkelende pianonoten. De sterkte van de compositie blijkt onder meer uit de duur die je haar kunt meegeven. Zij kan elke lengte aan. [caption id="attachment_8055" align="aligncenter" width="400"]
Pianist Rein Godefroy componeerde het prachtige stuk 'Nobody Knows Anything'.[/caption] Opvallend was de broederschap die het optreden van het kwintet kenmerkte. Van ieder werd wat gespeeld: het prachtige Nobody Knows Anything van Rein Godefroy, het treurige Liedje voor Bas van Wiro Mahieu, Hip van de leider zelf, met opwindend en strak samenspel en het overweldigende Einzel Hymne van Louk Boudesteijn – waarin altsax en trombone zoekend en improviserend naar de glorieuze top van deze lofzang toewerkten. Dé uitwerking van de gedachte dat het zilveren jubileum van een eigenzinnig festival slechts tot een uitbundig feest kan leiden. [caption id="attachment_8056" align="aligncenter" width="400"]
Leider en gitarist Tolga During van OttoMani.[/caption]

OTTOMANI

Het Italiaanse kwartet OttoMani tekende voor het tweede concert. Het ensemble is gerangschikt rond Tolga During die een twaalfsnarige gitaar met twee halzen hanteert. Samen met basklarinettist Franscesco Ganassin speelde OttoMani eigen stukken: harmonieus en melodieus, waarbij de fraaie ineenvloeiing van basklarinet en contrabas je meerdere malen kippenvel bezorgde. De basis van het kwartet wortelt in mediterrane muziek, maar ook gipsy- (in de ritmische gedeelten) en Balkanklanken (in orkestrale fragmenten) zorgden voor op het gehoor uiterst toegankelijke muziek. Waaraan echter een doordacht concept ten grondslag ligt. De dynamische opbouw maakte dat leider During na het eerste stuk een noodkreet uitzond naar een deel van het onbeheerst kwetterende publiek om stil te zijn, maar ook dat de Italianen het aandurfden om lange stiltes in te bouwen. De dynamiek was er ten zeerste mee gediend. En de vanaf dan zwijgende kletskousen evenzeer. Naar we mogen hopen. [caption id="attachment_8051" align="aligncenter" width="701"]
Basklarinettist Francesco Ganassin[/caption] Naar het slot van deze eerste festivalavond zal menigeen hebben uitgekeken. Het Brabants Jazz Orkest had componist en contrabassist Niko Langenhuijsen uitgenodigd vijf stukken te arrangeren. De uitwerking zorgde voor een verrassende hergeboorte van het begrip big band. Het ijzeren repertoire hiervan is het Brabants Jazz Orkest sowieso vreemd; de diversiteit die Niko Langenhuijsen aan alle vijf de stukken heeft meegegeven, maakte van dit optreden een nog sprankelender gebeurtenis. Het orkest speelde met enorm enthousiasme, kon de vaak niet gemakkelijke hersenspinsels van Langenhuijsen ruim aan en bewees hiermee dat dit soort uitstapjes het verschijnsel big band best van een ruim vallend bontkraagje kunnen voorzien. [caption id="attachment_8052" align="aligncenter" width="701"]
Giuseppe Dimonte[/caption]

VERRASSING

Voor aanvang van dit slotconcert werd nog een verrassing ingebouwd. Three Horns and a Bass, een van de formaties van Paul van Kemenade, beklom het podium om nóg een arrangement van Niko Langenhuijsen te brengen: Whats Appening. De arrangeur bewerkte dit Van Kemenadestuk voor een Zuidafrikaans groot-orkest, dat eerder deze maand werk van de Tilburgse altsaxofonist – samen met hem - in Johannesburg en Pretoria uitvoerde. Hier werd het absoluut níet dunnetjes overgedaan, nu door altsaxofoon, bugel, trombone en contrabas. [caption id="attachment_8062" align="aligncenter" width="400"]