COLUMN   Heb jij hem ook gezien, de narcistische en het geweld vererende idioot die met een bijbel in de hand voor een kerk in Washington plaatsneemt? Om te tonen dat hij en zijn god het land ‘best wel’ in de hand houden. Dankzij zíjn ‘law and order’. Maar zijn land brandt, er is voor de zoveelste keer een onschuldige burger vermoord door het buitensporig optredende politiekorps van deze mafkees. En hij, hij voert zijn zoveelste verderfelijke toneelstukje op. Ver van elke realiteit.
In zijn land, dat van ‘law and order’, verdedigt deze verpersoonlijking van het kwaad het structurele karakter van politiegeweld tegen zwarte burgers. Door het enerzijds niet eens te benoemen, en anderzijds bruutheid in zijn breedste vorm voortdurend te propageren. Door openlijk te pleiten voor eigenrichting. Geen kunst daar in de Verenigde Staten, waar miljoenen met wapens op zak lopen. Ik huil. Niet alleen om de dood van de medemens George Floyd, die op 25 mei in Minneapolis door racistisch geweld om het leven is gekomen. Maar om de onafzienbare rij van mensen die hem voor gingen. Allemaal door moordenaarshanden gevallenen die in elk geval één gemeenschappelijk kenmerk hadden: ze waren zwart.
Ze heetten Rodney King. Michael Brown. Eric Garner. Tamir Rice. Walter Scott. Freddie Gray. Laquan McDonald. Alton Sterling. Philando Castile. Trayvon Martin. John Crawford III. ‘Africa’. Zwarte Amerikanen, slechts enkelen van het al veel te lang bestaande gruwelkabinet des doods, in stand gehouden door een fascistische blanke politiemacht, gemilitariseerd tot op het bot, gehersenspoeld door hun meerderen en door hun politieke leiders van wie de huidige de kroon spant. Die meent zijn gang te kunnen gaan door spreekbuizen, meestal journalisten - doorgaans de bewakers van de democratie - te elimineren. In woorden althans als hij zegt: “Het zijn slechte mensen, de pers, de media, het zijn slechte mensen, en niemand, niemand liegt zoals zij.” En in daden door hen evenals zijn zwarte medemens, met geweld de mond te snoeren.
De wereld is opgescheept met een man die de verpersoonlijking is van racisme, fascisme, seksisme, onbeschoftheid, machtswellust, oorlogszucht, gebrek aan intelligentie en vooral domheid. Voor hem gaan de woorden van de zwarte schrijver, filosoof en activist James Baldwin voor honderd procent op: “Onwetendheid, verbonden met macht, is de verschrikkelijkste vijand die de gerechtigheid kan hebben.” ’s Mans land, dat van ‘law and order’ schaft de onderdrukking van zijn zwarte inwoners heus niet af. En het geweld tegen hen, evenmin. Ook al is de hele wereld in opstand gekomen tegen de brute moord op George Floyd. En zijn protesten en demonstraties nu aan de orde van de dag. Laat de wereld hier zeker mee doorgaan. Maar of de leider van het land en zijn invloedrijke, op kapitalistische grondslag – en dus op geld en macht – gestoelde blanke lobby zich daar iets van aantrekken? Zwarten maken 12,1 procent uit van de Amerikaanse bevolking, maar zij verdienen slechts 7,8 procent van het nationale inkomen. Hun gemiddelde inkomen bedraagt 57 procent van dat van blanken in de Verenigde Staten. Miljoenen zwarten zijn werkloos. En dit alles, dát wil de kapitalistische maffia koste wat kost zo houden.
Ik huilde vaak. Voor de eerste maal waarschijnlijk in 1955 toen de zwarte burgerrechtenactiviste Rosa Parks haar plek in een autobus weigerde af te staan aan een blanke. En ik huilde wederom in mei 1963 toen tijdens rassenonlusten in Birmingham, Alabama, op televisie was te zien hoe zwarte schoolkinderen door de politie met honden en waterkanonnen van de straat werden geveegd. Kort daarna, op 15 september 1963 pleegde de Ku Klux Klan een bomaanslag op een kerk in Birmingham. Vier Afro-Amerikaanse meisjes in de leeftijd van 11 en 14 jaar moesten deze geweldexplosie met de dood bekopen. Maar er is troost. Tussen de tranen door is er jazz. Die gelukkig een nog grotere eeuwigheidswaarde heeft dan het voortbestaan van het racisme in Amerika. Jazzmusici gingen zich na het buitensporige politiegeweld in de jaren zestig, uitdrukken met hun muziek. Met – voor mij – voorop John Coltrane. Twee maanden na de bomaanslag in Alabama toog de tenorsaxofonist met zijn kwartet naar de studio en zonder te zeggen waar het stuk over ging, werd Alabama geregistreerd. Een waar meesterwerk, een elegie, sober en plechtig als aanklacht tegen de dood van de vier kinderen en als ondersteuning van de strijd om gelijke burgerrechten.
Coltrane was niet de enige. Ook Nina Simone klaagde met Mississippi Goddam de moord op de vier meisjes aan en tevens de dodelijke aanslag op de burgerrechtenactivist Medgar Evers. En Max Roach protesteerde met zijn bijtende album We Insist. De nimmer een blad voor de mond nemende Charles Mingus bracht Fables of Faubus uit, een vernietigende beschuldiging aan het adres van Orval Faubus, de gouverneur van Arkansas, die rassenonlusten in zijn staat propageerde. En wat te denken van Billie Holiday, die al in 1939 Strange Fruit liet horen. Strange Fruit, de cynische benaming voor zwarte, gelynchte personen, die als vreemd fruit in de bomen hingen en door de wind werden bewogen. Ook vermoord werd het zwarte neefje van Archie Shepp, die er zijn stuk Steam aan opdroeg. En dan was er nog Albert Ayler, met zijn Free At Last. De lijst is oneindig, zeker als je er de vele bluesmusici en in latere jaren hiphoppers bij rekent.