Walter Smith III - Twio, Vol. 2 (Blue Note)
Walter Smith III is zo’n fanatieke tenorsaxofonist uit New York die altijd maar studeert op zijn instrument, als hij tenminste niet aan het componeren is. Zo iemand maakt af en toe een album waarop hij gewoon aan het jammen slaat, en zo’n album ligt hiermee op de draaitafel. Maar Smith had uiteraard ook deze opnamesessies goed voorbereid. Hij koos enkele minder bekende standards en wat eigen werk, en besloot met alleen bas en slagwerk te werken.
De begeleiders waren om te beginnen twee oude vrienden: bassist Joe Sanders en slagwerker Kendrick Scott. Maar op een tweede opnamedag nam Ron Carter de bas over, in vijf van de tien stukken, en kwam tenorist Branford Marsalis erbij in twee tracks. De tenoren spelen zo hecht samen als de meerdere toeters die Roland Kirk destijds simultaan bespeelde.
De gedachten gaan in de richting van Sonny Rollins – de bezetting met tenor, bas en drums, en de intensief-zoekende lijnen van de tenor – maar ook in de richting van de saxofonisten Warne Marsh en Lee Konitz – in het zelfgeschreven maar Tristano-achtige thema Casual-Lee, inclusief de historisch verantwoorde titel. De diepe, brede sound in een melodie als My ideal doet denken aan veel oudere tenoren.
Uit de toelichting blijkt wanneer Walter Smith III (45) opgroeide. Hij plukte Isfahan van het Billy Strayhorn-tribuut Lush Life van Joe Henderson (1992) en Swinging at the haven van het Branford Marsalis-album Royal Garden Blues (1986).
Zo wordt de traditie doorgegeven. Henderson verwees naar Duke Ellington en Marsalis naar zijn wortels in New Orleans. Zo worden musici die we aanvankelijk als navolgers zagen en als ‘jong’ beschouwden, zelf weer monumenten en voorbeelden voor latere generaties. En zo krijgt ook een ‘sideman’ als Ron Carter de sterstatus, al was het maar omdat de 88-jarige bassist de laatste overlever is van Miles’ tweede grote kwintet. Mooi, al die belangstelling voor een bassist zonder gimmicks.
Smith pronkt met Carters medewerking, en gelijk heeft-ie. Het was misschien wel verstandig geweest als al die zorgvuldig gekozen basnoten wat meer definitie hadden gekregen van de geluidsmensen; ze klinken donker en dof. Vreemd, want lange tijd was Carter juist de bassist die metalig werd opgenomen – neem al die CTI-albums. Daarmee had je in ieder geval wél definitie.
Bezetting:
Walter Smith III (tenorsax),
Joe Sanders, Ron Carter (bas),
Kendrick Scott (drums)
+ Branford Marsalis (tenorsax).
Beluister het album HIER.



