Zijn volledige naam is Alex Koo Derudder, hij is pianist, hij werd op vijfjarige leeftijd uitgeroepen tot wonderkind van de klassieke muziek en in zijn tienerjaren tot jazzvirtuoos. Hij komt uit Waregem in West-Vlaanderen en studeerde jazz onder meer aan het Conservatorium van Amsterdam. Inmiddels 36 jaar zou hij hier beroemd, zo niet minstens bekend moeten zijn. 

Niet dat niemand hem kent, al in 2011 speelde hij op het Northsea Jazz Festival, maar dat ik hem pas nu live hoorde is toch wel tekenend. “Ik ben geen carrièrezoeker, daar heb ik geen plannen voor”, zei hij in een interview voor Jazz`halo. Dat zal er misschien ook debet aan zijn, maar vreemd is het wel voor iemand die overal wordt bezongen als een geniale pianist. 

 

Alex Koo
Tom Beetz
Alex Koo

 

In elk geval is hij niet zo beroemd dat hij zich met zijn trio te groot vindt om in een van de kleinste jazzclubs van Nederland te spelen. Terwijl zijn trio dat eigenlijk wel was. Het paste nauwelijks in de kleine Kultuurwerkplaats, die normaal gesproken alleen aan duo’s ruimte biedt. Met een piano en de volledige drumkit van Dré Pallemaerts werd een groot deel van de club bezet. 

Het is aannemelijk dat vrijwel niemand in Oosterbeek ooit van Alex Koo heeft gehoord. Programmeur Hans Hermans had zich zorgen gemaakt dat het niet vol zou zijn, en dat zijn publiek het niet leuk zou vinden. Die zorgen waren onnodig want het was weken van te voren uitverkocht. Toch was het onderbuikgevoel van Hermans niet helemaal onterecht want het duurde even voordat Koo onder de huid van de luisteraars kon kruipen. 

Het was anders, moeilijke muziek, in het begin bijna ondoorgrondelijk. Koo is moeilijk te plaatsen. Je hoort invloeden van Chopin, Ravel, Keith Jarrett, en zelfs van Cecil Taylor, maar zijn muziek heeft daar niet veel mee te maken. Het klonk cerebraal, en ja, zoals Jarrett als het om pianotechniek gaat. Koo ging langzaam maar zeker het publiek veroveren. Zijn linkerhand herhaalde een vast patroon van thema’s, steeds met veranderende kleine variaties, terwijl uit zijn rechterhand notenwatervalletjes stroomden. 

 

Lennart Heyndels
Tom Beetz
Lennart Heyndels

 

Zuinig met noten was Koo niet. Steeds duidelijker werd het op wie Alex Koo lijkt: hij lijkt op zichzelf. Swingen doet hij niet, op het eerste gezicht, maar het geheel swingt wel degelijk. Zou alleen de geweldige en de hier vrij onbekende bassist Lennart Heyndels samen met drummer Dré Pallemaerts de zaak aan het swingen houden? Later merkten we dat dit gehoorbedrog is. Na twee nummers komt de muziek binnen en hamert de piano de noten in je kop. Heydels’ zacht zoemende, volvette basnoten verbinden zich met de harde pianonoten tot een romig geheel. 

Later vertelt Koo dat de piano, normaal speelt hij op een vleugel, hem de mogelijkheid geeft een andere kant van zichzelf te laten horen. De zoete intro’s van de vleugel heeft hij vervangen door hoge en heldere pianonoten. Dré Pallemaerts spot met alle conventies die voor drummers in een pianotrio gelden. Natuurlijk zou hij ruimte moeten geven aan de contrabas en de piano, zich enigszins moeten beperken en het ritme bewaken. Wat hij doet zou bij niet één pianotrio werken. Pallemaerts slaat keihard op zijn tomtoms, beukt er met zijn bastrommel op los en slaat de vellen van zijn snare bijna tot gort. Het is meer punk dan jazz zo lijkt het. 

Niemand zou dit kunnen, maar Pallemaerts doet het op een geniale manier. Zowel in het tergend langzaam gespeelde nummer Slowly als in het snelle titelnummer van zijn laatste album Blame it on my Chromosomes. Dat laatste nummer voor de pauze begint nog rustig, maar binnen de kortste keren ontstaat er een geluidspandemie, waarin Heyndels en Koo samenvloeien en Pallemaerts het vuur van het trio constant aanjaagt. 

 

Dré Pallemaerts
Tom Beetz
Dré Pallemaerts

 

Dit alles zou al ruim voldoende geweest zijn voor een topmiddag, maar meteen na de onderbreking bleek dat dit programma nog maar een rustige opmaat was voor een tweede set die zijn weerga niet kent. Het was alsof ze in de pauze een metamorfose hadden ondergaan, en er stond een trio dat van een andere planeet was gekomen. 

De luisteraars zaten op het puntje van hun stoel, of het nu om de Morricone-achtige Eagle of the Sun ging, waarin Koo als een volleerde cowboy het thema meefloot, of als ze de ‘flagwaver’ Hey man, we should play sometime speelden. Een nummer dat de draak steekt met deze holle opmerking die hij in Amerika regelmatig van andere muzikanten hoorde. De Amerikaanse jazzcultuur werd subtiel op de hak genomen, de piano was nu ideaal voor honky-tonk-stride, het energieniveau stond, met dank aan de drummer, roodgloeiend en de zaal reageerde met open doekjes.

 

Alex Koo
Tom Beetz
Alex Koo

 

Het zou het perfect einde geweest kunnen zijn van een buitengewoon optreden van een buitengewoon trio, maar Koo eindigde met het hypergevoelige en indrukwekkende Jonass. Dit nummer, opgedragen aan een jeugdvriend die bij een auto-ongeluk omkwam, was een eerbetoon aan het leven dat op een hoogtepunt van de ene op de andere seconde tot een einde kan komen. Plotseling, midden in een muzikale frase hield de muziek op, niemand bewoog en in de Kultuurwerkplaats heerste gedurende langere tijd een doodse stilte, totdat een enorm applaus losbarstte.

ALEX KOO TRIO


Kultuurwerkplaats Oosterbeek, 1 maart 2026

Alex Koo - piano
Lennart Heyndels - contrabas
Dré Pallemaerts - drums

www.alexkoomusic.com

Foto's Tom Beetz
Tekst Tom Beetz

 

Advertenties

Advertentie aubergine
jb137 banner
Gif ook schrijven voor jazznu2
TilburgsAns