Robert Soomer verbindingsofficier van Metropole Orkest met eigen visie
In het voorjaar van 2017 trad artistiek manager Robert Soomer in dienst van het Metropole Orkest. Samen met het orkest stond hij voor grote uitdagingen. In artistiek opzicht stond het MO er niet slecht voor, maar door de opheffing van het muziekcentrum voor de omroep in 2012, balanceerde het orkest al enkele jaren op de rand van de afgrond. Verzelfstandiging en afslanking brachten uitkomst. JazzNu ging op de dag dat het project ‘Arakatak’ in première ging, nader informeren naar de intenties van Robert Soomer.
Wat betekent het tachtigjarig jubileum van het Metropole Orkest voor jou persoonlijk?
Ik ben dankbaar dat ik mag werken voor zo’n levende legende als het MO. Dat werk brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Vol respect kijk ik terug op het verleden. Vanuit die inspiratie ga ik verder. Samen met het hele team willen we op koers blijven en er samen voor zorgen dat het orkest in beweging blijft. We blijven zoeken naar nieuwe muziek en samenwerkingen, en nieuwe locaties om te spelen.
Het MO ontstond na de Tweede Wereldoorlog en vervulde met het brengen van hoop en vertier een belangrijke maatschappelijke functie. Is het orkest nog altijd op die manier verbonden met de samenleving?
Bij het MO leeft de verbinding met de samenleving heel sterk. Dat zit diep in ons dna. Tijdens de Covid-pandemie werd opnieuw de vraag gesteld hoe wij in een moeilijke tijd als orkest voor afleiding en ontspanning konden zorgen. Dat hebben we gedaan door concerten te streamen en in samenwerking met de omroepen allerlei mooie dingen te doen, met het doel om de mensen uit hun isolement te halen en qua gevoel in contact met buiten te brengen. Wij willen optimisme uitstralen en mensen raken met onze muziek.
Werkt die kracht op dit moment, gezien polarisatie en spanningen wereldwijd?
We worden overspoeld door negatief en slecht nieuws. Muziek kan helpen om je daar weer uit te trekken. Gelukkig zien wij dat veel verschillende mensen naar ons komen luisteren, met elkaar in gesprek raken en samen genieten. Dat zie ik ook gebeuren binnen het orkest zelf en in de samenwerkingen die wij zoeken, dus in zoverre verbroedert muziek. Binnen een seizoen kunnen we samenwerken met prominente artiesten uit Palestina en Israël, die qua politieke opvattingen misschien niet eens zo ver uit elkaar liggen. Het is belangrijk dat we mensen uit verschillende delen van de wereld opzoeken en naar Nederland halen.
Hoe kijk je qua tijdgeest terug op de afgelopen jaren?
Het MO ging samenwerkingen aan met artiesten die samen met ons groot zijn geworden. Jacob Collier is daar een goed voorbeeld van. Tien jaar geleden was hij nog tamelijk onbekend, nu wordt hij wereldwijd omarmd en gelukkig treedt hij nog steeds met ons op. Met Cory Wong hebben we ook zo’n groei doorgemaakt. Met Snarky Puppy namen we vorig jaar een tweede album op. De komende tijd staan we samen met hen op verschillende Europese podia om Somni uit te voeren. De Pakistaanse zangeres Arooj Aftab is een artiest die sterk opkomt. Ook met haar hopen we de samenwerking te continueren.
Wordt het MO gevormd door de jongere generatie artiesten?
Natuurlijk worden wij gevormd door de artiesten met wie we samenwerken. Het mooie is dat er steeds weer invloedsferen bijkomen die ons artistiek verrijken. Die invloeden worden steeds belangrijker en spelen een rol in de ontwikkeling van ons repertoire. Vanavond gaat Arakatak in première, een eigen project van het MO, dat grotendeels bestaat uit stukken van jonge componisten, die tot uiting brengen hoe zij het orkest zien.
Hoe gaat het met de aanwas van jonge spelers?
Ons orkest is net een bedrijf. Je hebt mensen die veertig jaar bij ons spelen en dan met pensioen gaan. Via audities zoeken we naar opvolgers. Sinds tien jaar hebben we ook onze eigen kweekvijver in de vorm van het Jong Metropole. Elk jaar gaan we aan de slag met een nieuwe lichting conservatoriumstudenten die werken met onze dirigenten en Metropole-repertoire spelen. Dat werkt heel goed en dat leidt er regelmatig toe dat we jonge spelers aannemen, zoals trombonist Maarten Combrink. Het is fijn dat er jonge mensen aanhaken en om mensen uit alle generaties te hebben, want in ons orkest gaat het om ervaring en enthousiasme. Alle leeftijdsgroepen zijn goed vertegenwoordigd en vullen elkaar mooi aan.
Hoe blijf je aangehaakt bij nieuwe stromingen?
We hebben onszelf de opdracht gegeven om samenwerkingen aan te gaan met allerlei stijlen en vernieuwende artiesten. Natuurlijk selecteren we op kwaliteit. Ik durf te zeggen dat de nieuwe generatie artiesten in veel gevallen nog beter is dan de generaties daarvoor, omdat ze van jongs af aan veel meer mogelijkheden hebben. Via internet kan de jeugd muziek uit alle windrichtingen tot zich nemen en leren spelen. Qua innovaties worden alle aspecten in de muziek steeds beter en interessanter. Gelukkig kunnen wij als orkest goed meekomen.
In 2012 begon een moeilijk periode voor het MO. Via een reorganisatie hield het orkest stand. Kijk je met vertrouwen naar de toekomst?
De Nederlandse overheid is onze belangrijkste financier. Die is ons de afgelopen jaren erg trouw geweest en daar zijn we zeer blij mee. Daarnaast verdienen we geld met onze concerten en opnames. Ook vrienden en sponsoren versterken ons. Met elkaar brengen we het geld bijeen waarmee we aan het MO kunnen bouwen. Onze financiële basis is nog wel steeds krap. Ik hoop dat de overheid nog wat meer voor ons kan doen. Een bredere basis zorgt ervoor dat we artistiek gezien nog meer aan de samenleving kunnen geven, waardoor de economische wisselwerking toeneemt. Binnen ons netwerk kunnen we elkaar aan alle kanten versterken. Dan ontstaat er meer zekerheid en ruimte voor het maken van meer vlieguren, zodat we beter slagen in het vasthouden van de routines die nodig zijn om slagvaardig en flexibel te kunnen opereren.
Kun je vaststellen dat MO een positie heeft terug veroverd?
Zeker, het orkest is omarmd, zowel in de muziekwereld als in Den Haag. We werken heel breed samen met verschillende Nederlandse festivals van North Sea Jazz en het Amsterdam Dance Event tot de Vriendenloterijconcerten. We werken samen in het hele land. Daar ben ik trots op, want we willen onze missie zeker niet beperken tot de Randstad, maar overal in Nederland optreden. Ook internationaal ontstaan er steeds meer contacten, waarmee we laten zien dat we een goed cultureel exportproduct zijn. Laatst deden we samen met Ledisi een optreden in Locarno. Direct bij aanvang kregen we een staande ovatie, omdat het publiek daar onze reputatie kent, maar ons nog nooit had zien optreden.
Staan er nieuwe Proms-concerten in de planning?
Op dit moment helaas niet. Dat heeft te maken met de moeilijke financiële positie van de BBC. De relatie is goed en zij willen graag, dus hopelijk ontstaan daar weer nieuwe kansen. Die concerten waren hoogtepunten. Dit soort ‘schoolreisjes’ zijn ook goed voor ons orkest, omdat je langer en intensiever met elkaar optrekt.
Hoe komen de samenwerkingen met jullie gasten tot stand?
Robbie Williams belde ons met de vraag of hij een plaat met ons kon opnemen. Zo verliep het ook met Steve Vai. Die plaat komt binnenkort uit. Louis Cole stelde zichzelf via de mail voor aan Jules Buckley en vroeg of wij met hem wilden samenwerken. Ook zijn wij zelf bijna dagelijks actief met het scouten van artiesten. Het leukste is wanneer onze relaties met artiesten kunnen groeien. Louis Cole werkt al langer met ons samen en heeft nu een stuk geschreven voor ons jubileumconcert.
Wat betekent Arakatak eigenlijk?
Het is een niet bestaand woord van hoornist Morris Kliphuis. Hij werkte aan onze compositieopdracht en tijdens het schrijven kwam deze titel spontaan bij hem op. Arakatak geeft uitdrukking aan het gevoel dat hij zelf bij deze muziek heeft.
Zijn jullie klaar voor de toekomst?
We hebben momentum en in onze planning werken we bewust aan de toekomst. Ons succes hangt samen met de fantastische muzikanten in het orkest, een heel fijn netwerk van nationale en internationale artiesten, trouwe partners in de vorm van podia en festivals, de Nederlandse overheid en onze vrienden en sponsoren. Dat biedt geen absolute zekerheid, dus al die relaties worden met liefde onderhouden.




