‘Fundamenten van de Jazz’ nieuwe serie van JazzNu
JazzNu begroet een nieuwe medewerker: René de Haas. René is een verwoede jazzliefhebber, heeft een eigen platenverzameling van zo’n vierduizend stuks en bezoekt met de regelmaat van de klok jazzconcerten. Voor JazzNu gaat hij maandelijks de rubriek ‘Fundamenten van de Jazz’ verzorgen. Hierin stipt hij platen uit zijn collectie aan die mede de geschiedenis van de jazz hebben geschreven, maar - naar zijn mening - te weinig aandacht hebben gekregen. En ja, dat het oude platen zijn die veelal niet meer te koop zijn, dat moet de lezer op de koop toenemen.
Inleiding
Ongelofelijk hoeveel nieuwe goeie muziek er wordt uitgebracht. Je zou bijna vergeten dat er vroeger (dat klinkt al oubollig) ook ongelooflijk goeie muziek werd gemaakt. En eigenlijk is die muziek de basis voor de pareltjes die nu uitkomen. In deze rubriek wil ik de pareltjes die vanaf 1930 zijn uitgekomen onder de aandacht brengen want het zou o zo zonde zijn als die muziek in de vergetelheid zou komen. 'Kind of Blue' kent iedereen, 'Something Else' ook, of 'Blue Train', althans, dat hoop ik. Maar wat is nou leuker om een ontzettend goeie plaat te ontdekken van musici waar je eigenlijk nog nooit van hebt gehoord. Of een plaat te ontdekken van een hele bekende jazzmuzikant die een heel ander beeld laat zien/horen als je van hem of haar gewend bent.
Ik ben zelf een enthousiast verzamelaar en luisteraar van verschillende soorten jazz vanaf 1930 tot aan vandaag en morgen. Maar als we focussen op de periode 1930-2000 dan kan ik zo maar honderden of misschien wel duizenden platen noemen die zeker het beluisteren en bespreken waard zijn. Dagelijks ben ik nog op zoek naar nieuwe ‘oude’ pareltjes die in die periode zijn uitgegeven. Ik speur platenzaken af, platenbeurzen, Discogs en andere kanalen en vind daar vaak verrassende beauty’s. In deze rubriek wil ik telkens een aantal platen bespreken. Terwijl ik schrijf luister ik naar de platen en dan hoop ik dat jullie evenveel plezier hebben in het lezen van mijn stukjes als ik heb bij het schrijven en beluisteren. En wellicht introduceer ik weer nieuwe ‘oude’ jazz bij jullie.
Nancy Sue Wilson leefde van 1937 tot 2018 en ik ken geen andere jazzzangeres die zo ‘verhalend’ kon zingen. Je voelt je verplicht om naar de tekst te luisteren. Luister maar eens naar het schitterende Guess Who I Saw Today. In dit nummer zingt ze over haar man die laat thuiskomt van een dag hard werken. Ze schenkt voor hem een glas Martini in zodat hij even kan bijkomen van zijn werkdag. Dan vertelt ze dat ze zelf wat heeft gewinkeld, maar aan het eind van de dag zag ze een cafeetje waar ze wat wilde drinken. In het cafeetje zag ze twee mensen aan de bar zitten die elkaar verliefd aankeken. Die mensen zagen haar niet. En dan zingt ze Guess who I saw today? I saw you. Schitterend! In deze compositie wordt ze begeleid door gitarist Jack Marshall, contrabassist Joe Comfort en pianist Milt Raskin. Het nummer is geschreven voor de musical New Voices of 1952 en is door verschillende zangeressen op de plaat gezet onder wie Eartha Kitt, Julie Londen maar ook de meer recente vocaliste Samara Joy. De lp is met verschillende titels uitgegeven, naast Something Wonderful ook onder de namen Wonderful en Something Wonderful Happens. De plaat kwam uit in 1960 en er staan nog meer beauty’s op zoals What A Little Moonlight Can Do, I Wish You Love en nog veel meer. In het orkest spelen naast bovengenoemde muzikanten onder andere ook mee Ben Webster op tenorsaxofoon en Shelly Manne op drums. En als je eenmaal gepakt bent door het drumwerk en de muziek van Shelly Manne dan gaat er een wereld voor je open hoor. Nou, laat ik daar maar gelijk op inhaken:
Shelly Manne was een van de meest virtuoze en veelzijdige drummers van de wereld vanaf de jaren veertig van de vorige eeuw tot aan zijn dood in 1984. De rij met muzikanten die met hem hebben gespeeld is eindeloos en je kunt een platenkast vol vullen met zijn platen. Die albums zijn, of uitgebracht onder zijn eigen naam, zoals deze hier afgebeeld, of platen waarop hij andere muzikanten begeleidt. Laat ik me beperken tot een paar bekende namen met wie hij heeft gespeeld en mee heeft opgenomen: Chet Baker, Nat King Cole, Stan Getz, Quincy Jones, Barney Kessel, Henri Mancini, Frank Sinatra en nog honderden anderen. De plaat die je hier afgebeeld ziet is de eerste uit een serie van vier. Ze zijn allemaal live opgenomen in de San Francisco nachtclub Black Hawk. Die concerten waren op drie achtereenvolgende dagen: 22, 23 en 24 september 1959. Victor Feldman op piano, Joe Gordon op trompet, Richie Kamuca op tenorsaxofoon en contrabassist Monty Budwig waren Manne’s medemuzikanten. Stijl? West Coast-jazz, swing, bebop. Ga maar luisteren.
We kennen Duke Ellington natuurlijk van Take the “A”-train, In a Sentimental Mood of Caravan en dat zijn standards geworden die door vele hedendaagse musici zijn gecovered. Soms zijn die covers dicht bij het origineel, of soms is er een hele eigen interpretatie aan gegeven. Duke Ellington leefde van 1899 tot 1974 en hij is een van de belangrijkste grondleggers geweest van de hedendaagse jazz.
Tja, wat zijn nou Sacred Concerts? Het doet je waarschijnlijk gelijk aan een kerkdienst denken maar dat was het laatste wat Ellington wilde. Hij zei echter wel dat deze concertreeks het belangrijkste was wat hij ooit had gecomponeerd. De muziek op deze drie platen is anders dan de bovengenoemde standards en toch vind ik het echte Ellington-muziek. Ellington heeft altijd interessante composities gemaakt maar op deze drie platen heeft hij ook nog de nodige gospelsound toegevoegd wat het in mijn ogen/oren nog interessanter maakt. Het eerste nummer van de eerste lp begint echt als een Ellington-nummer; Louie Bellson, de ontzettend veelzijdige drummer, begint met een rijke swing samen met John Lamb op contrabas en Duke Ellington op piano. Het nummer heet In the Beginning en dat zijn ook de eerste drie woorden uit de bijbel. Ellington schijnt tegen Louis Bellson het volgende gezegd te hebben: "In the beginning there was lightning and thunder and that's you!" Met andere woorden; Bellson zijn drumwerk moest de donder (en bliksem) zijn in de composities. Brock Peters zingt/spreekt de tekst. Mooie, plechtige stem. Past wel bij de muziek. Queen Esther Marrow is de zangeres en zij had een echte gospelachtergrond. Zij heeft ook nog samen met Mahalia Jackson opgetreden. Naast de eerder genoemde musici spelen ook nog muzikanten als Johnny Hodges (altsaxofoon), Cat Anderson (trompet), Herbie Jones (trompet), en nog meer muzikanten die ook veelvuldig voorkomen op andere platen van Duke Ellington.
Het Second Sacred Concert is wel live uitgevoerd maar niet live opgenomen. De opname is een paar dagen na het concert gemaakt in een studio in New York. De muziek is minstens zo indrukwekkend als bij het eerste Sacred Concert. Het is eigenlijk een mix van jazz, klassieke muziek en gospel. Ellington heeft voor deze opname gebruikt gemaakt van maar liefst vier koren. Het ruim elf minuten durende Supreme Being wordt voor een groot gedeelte in beslag genomen door het koor dat gedeelten uit de bijbel zingt en/of voorleest. Ja, verwacht geen vrolijk jazzdeuntje, dus zet de plaat niet op als je mensen over de vloer hebt die gezellig willen converseren met elkaar. Maar ga maar zitten in de bank en laat de geheimzinnigheid van de muziek je pakken. Een van de boeiendste stukken van deze plaat vind ik The Biggest And Busiest Intersection. Constant hoog tempo, fantastische blazerspartijen, prachtige stuwende drums, deze keer van de Amerikaanse drummer Sam Woodyard die alle ruimte van Ellington kreeg met een fantastische drumsolo en de boeiende contrabas van Jeff Castleman. De hoes van deze Second Sacred Concert is de meest informatieve. Naast de teksten van de nummers staat er ook bij veel nummers een uitleg waarom Ellington het nummer heeft geschreven. Ook al zo interessant.
Third Sacred Concert werd minder positief ontvangen door de critici. Het werd live uitgevoerd in de Westminster Abbey in London. Ellington wist toen al dat hij niet lang meer te leven had, hij had longkanker en is op zijn 75e overleden. Ella Fitzgerald sprak op zijn begrafenis en zei: "It's a very sad day. A genius has passed". Trek je niets aan van de critici, ook deze plaat is het zonder meer waard om er even goed voor te zitten. Oké, het is wat minder bombastisch en mysterieus dan de eerste twee concerten, dus daarom misschien iets minder verrassend. Maar ik hou erg van de stem van Alice Babs, een Zweedse zangeres die ooit eens door Duke Ellington in een concert werd aangekondigd als “a very very satin doll”. Tja, in 1966 mocht je dat nog zeggen… Luister maar eens goed naar het mooie My Love, daar komt haar stem goed tot z’n recht. Wat valt me nog meer op bij deze plaat in vergelijking met de vorige twee? Johnny Hodges, de bijna vaste altsaxofonist van Ellington, speelt niet mee evenmin als trompettist Cat Anderson. En Ellington speelt met een compleet andere ritmesectie dan op de eerste twee lp’s: Joe Benjamin op contrabas en Quentin Whit op drums.
Zo heette hij natuurlijk niet toen hij werd geboren. Zijn geboortenaam was Edmund Gregory en hij is geboren in 1925 in Georgia, Verenigde Staten. In 1947 bekeerde hij zich tot de Islam en vanaf dat jaar heette hij Sahib Shibab en dat betekent zoiets als Meester Meteoor. In 1959 verhuisde hij naar Denemarken, zoals vele Amerikaanse muzikanten die ook voor Europa (Parijs, Amsterdam, Kopenhagen etcetera) kozen vanwege de discriminatie van zwarte mensen in Amerika. Hij was een fantastische sopraan-, alt- en baritonsaxofonist en dwarsfluitist en werkte in Amerika veel samen met Thelonious Monk, John Coltrane, Dizzy Gillespie en vele anderen. Deze lp Summer Dawn bracht hij uit in 1964 en nam de plaat op in Keulen met Åke Persson op trombone, Francy Boland op piano, Jimmy Woode op contrabas, Kenny Clarke op drums en Joe Harris op bongo’s. Het album bevat onder meer Walz for Seth. Zoals bij een echte wals is het een heerlijke 3/4 maatsoort. Seth is zijn in 1961 geboren zoontje. Prachtig nummer met subtiele percussie van Joe Harris, mooie begeleiding van de Belgische pianist Francy (Francois) Boland. Kom, dacht Shibab, ik ga door met de oneven maatstoorten en hij schreef het nummer Campi’s Idea in een 5/8 maatsoort. Als je van het zware, donkere geluid van een baritonsaxofoon houdt dan zal dit stuk je zeker aanspreken. Francy Boland en Kenny Clarke hadden samen al een big band in 1960 in Parijs opgericht en daar zat ook de Amerikaanse contrabassist Jimmy Woode in, dus de ritmesectie stond gelijk als een huis. In 2008 is de plaat opnieuw uitgebracht op het Italiaanse Rearward-label.
Uit Tsjechië kwam deze gitarist. Kennen we veel Tsjechische jazz-muzikanten? Miroslav Vitouš van Weather Report, George Mraz, bassist bij vele Amerikaanse jazzmusici en nog een aantal, maar Rudolf Dašek is redelijk onbekend gebleven bij het grote jazzpubliek. Voor zover ik weet is hij nooit in Amerika geweest en misschien is dat wel de reden dat we niet veel van hem hebben gehoord. Hij heeft wel een tijdje in Berlijn gewoond en trad daar vaak op in de Blue Note Club. Maar deze plaat trok mijn aandacht vanwege drummer Andrew Cyrille. Hij is een avantgarde/free-jazzdrummer die interessante muziek heeft gemaakt. Deze plaat stamt uit 1984. Het eerste nummer Kočičí Oči – Olhos De Gato is geschreven door componiste/pianiste Carla Bley en haar muziek en die van Dašek en Cyrille liggen qua stijl heel dicht bij elkaar. Muziek waar je voor moet gaan zitten, je concentreren en luisteren naar de virtuositeit van de componisten en musici. Als je denkt dat ze elkaar kwijt zijn dan komen ze opeens vanzelf weer met een heerlijke swing bij elkaar. Luister maar naar het, door Dašek zelfgeschreven Fašank. Boeiend hoor. Voor zover ik kan nagaan speelt hij op zo’n twintig platen mee. Terwijl ik luister naar deze plaat en het stukje schrijf vraag ik me af of dit wel tot deze rubriek Fundamenten van de Jazz mag worden gerekend. Of is het zomaar een hele goeie en interessante plaat van een gitarist uit Tsjechië? Ja, ik denk wel dat deze in het Fundamenten-rijtje past, omdat hij er ook voor heeft gezorgd dat jazzmuziek in de voormalige Oostbloklanden verder werd ontwikkeld. Zoals gezegd is de plaat in 1984 opgenomen en toen was Tsjecho-Slowakije nog communistisch en desondanks is deze plaat in Praag opgenomen. Maar, van de vorige eigenaar van dit album heb ik begrepen dat cultuur, ook in die tijd, heel belangrijk was in het land en ook werd ondersteund door de overheid. Rudolf Dašek is in 2013 op 79-jarige leeftijd overleden.




