Brian Landrus - Just When You Think You Know (Blue Land)
Misha Mengelberg legde het mij al eens uit, lang geleden: pas op dat publiek en pers je niet ergens op vastpinnen. Hij had net een concert vol Monk-stukken gespeeld en eerder werk van Herbie Nichols opgenomen. Aanleiding voor mijn vraag of hij verder wilde gaan met die eerbetonen. Welnee: “Voor je ’t weet, vragen ze je alleen nog maar omdat ze weten dat je Monk kunt spelen. Zoiets moet je acuut de kop indrukken.”
Brian Landrus denkt er ook zo over. Hij had goed werk als sessiemuzikant – begeleidde de Temptations en de Four Tops – toen hij besloot dat hij iets anders wilde; hij ging weer studeren en werd een expert op de lage rieten: allereerst de baritonsaxofoon en de basklarinet. In deze hoedanigheid wisten collega’s hem te vinden.
En ‘just when you think you know’ wie Brian Landrus was – ik citeer dus de titel van het nieuwste album – kwam hij twee jaar terug met het tribuut Plays Ellington & Strayhorn, waarop hij álle acht blaasinstrumenten één voor één inspeelde. Maar toen bedacht Landrus dat zo’n tribuut riskant is; nog even, en programmeurs denken dat je alleen nog Ellington en Strayhorn wilt spelen.
Het werd tijd voor wéér iets anders, en dat sluit mooi aan bij de albumtitel. Elk stuk is namelijk anders. Dit is een caleidoscoop, een menukaart van een breed gesorteerd restaurant, een persoonlijke rit door Landrus’ actuele muziekgeschiedenis en nog meer.
Alle stukken schreef hij zelf; het zijn er veertien, en samen vullen ze tachtig minuten. In twee studiodagen nam het kwintet van alles op: r&b, bossanova, hardbop, funk, ballads en spirituele klanken. We horen ‘poppy’ toetsen en basgitaar, maar ook de akoestische tegenhangers daarvan.
Er is een rode draad. De sfeer is wat melancholiek en de tempi zijn meestal gedragen. Veel stukken klinken als popsongs over verloren liefdes en andere zorgelijke ontwikkelingen. In de toelichting verwijst Landrus naar ‘the social and political upheavals we’ve all come to know far too well’.
Landrus klinkt vertrouwd als gepassioneerd baritonsaxofonist, en neemt die vaardigheid over op de basklarinet. Dat laatste instrument, vaak wat ruw bespeeld in de jaren van de freejazz, klinkt hier ook bezadigd en bezonken. Wij Nederlanders weten natuurlijk dat dat kan, want wij hebben Joris Roelofs. Voorts blaast hij al net zo soepel en sonoor op enkele fluiten. Alles is superprofessioneel en áf. Al moet je een album met zo’n regenboog aan stijlen niet in één keer afdraaien. Twee, drie stukjes per keer zijn genoeg.
Bezetting:
Brian Landrus (saxofoons, klarinetten en fluiten),
Dave Stryker (gitaren),
Zaccai Curtis (toetsen),
Lonnie Plaxico (bas en basgitaar),
Rudy Royston (drums en percussie).
Bekijk HIER een video over het album.






