University Press of Mississippi
De omslag van het boek Whistle stop: Kenny Dorham, jazz, and the journey of a Texas family.

Whistle stop. De titel verwijst naar een van trompettist Kenny Dorhams bekendste en beste platen: die met saxofonist Hank Mobley, opgenomen januari 1961 voor Blue Note. Je staat er eigenlijk nooit bij stil wat zo’n titel betekent. Toen mijn boekhandelaar hem verhaspelde, heb ik het woordenboek er maar eens bijgehaald. Het bleek te gaan om een korte tournee waarbij meerdere plaatsen worden aangedaan. Dat zou een muzikant kunnen zijn die op een dag meer dan een concert geeft of een schrijver die, ter promotie van zijn boek, meerdere signeersessies houdt. Maar het onderhavige boek associeert het met een locomotief (pag. 41). Een ‘slang’-woordenboek erbij gehaald en het klopt: het is hier het signaal van een goederentrein om aan te geven dat hij gaat stoppen. Rondreizende zwervers (‘hobos’) zien zo hun kans schoon zich te verplaatsen door er – ongezien – op te springen.

En dat brengt ons bij de aanvang van het boek. Het beschrijft de omstandigheden waaronder de op het platteland van Texas grootgebrachte Kenny opgroeide: het landschap, de middelen van bestaan en de ‘sharecroppers’, pachters die een deel van de oogst als betaalmiddel aan de landeigenaar moesten afstaan. Met muziek heeft het allemaal weinig uit te staan. Zowel vader Pallito als zoon Melendez tekenen voor de biografie als geheel, maar het lijkt erop dat voor dit aandeel eerstgenoemde, hoogleraar politieke wetenschappen, verantwoordelijk is. Hij deed dat trouwens in de trant van Dorham zelf. Deze had in zijn laatste levensjaren namelijk nierproblemen en wilde het kalmer aan gaan doen. Hij zocht iets in het onderwijs en ging platen recenseren voor Down Beat. Door zijn taalgebruik kreeg hij de mogelijkheid van een geplande autobiografie een aanzet te publiceren en wel in het vijftiende jaarboek van dat blad, over 1970. En dat gaat voor de helft eveneens over de omgeving uit zijn jeugd. En daar wordt dan ook veelvuldig uit geciteerd.

Wel over muziek gaat het volgende hoofdstuk, over blues en ragtime. Maar ook hier zie ik weinig verband met Dorham als muzikant, of het moet de fascinatie zijn voor het jodelen van koeienjongens, een ‘farm folks’ term for a certain type of earlier western folk song-type improvisation’ (pag. 15). Echter, de lezer die in de jazzmusicus Kenny Dorham is geïnteresseerd zou, zonder veel te missen, pas kunnen beginnen bij hoofdstuk 4.

Kenny Dorham is echt zo iemand die in de jazzontwikkeling tussen wal en schip gevallen is: net te laat om opgenomen te worden in de bebopkliek (Bird, Diz, Navarro), en toen de bebop zich had uitgekristalliseerd in de hard bop ging de jongere generatie met de eer strijken: Lee Morgan, Freddie Hubbard en vooral Clifford Brown. Maar Dorham maakte wel een aantal uitstekende platen, ook begin jaren zestig nog, met hen die voor een meer modale richting kozen (saxofonist Joe Henderson, pianist Andrew Hill). In het boek worden van een selectie de muzikale merites nader uit de doeken gedaan. Daar zal dan zoon Melendez toe bijgedragen hebben.

Voor het overige geeft het boek niet veel meer dan wat je in een encyclopedisch lemma over hem te weten bent gekomen. De schrijvers zijn weinig kritisch en beklemtonen keer op keer hoe Dorham geliefd was bij zijn collega’s. Zo heeft het boek meer weg van een hagiografie. Bovendien is een en ander nogal droog en niet erg sprankelend opgeschreven.

Het fotokatern is met een paar familieportretten, enkele door Pallitto geschoten landschappen en twee mistige actiefoto’s wel zeer armoedig uitgevallen.

Robert M. Pallitto en John A. Melendez.
Whistle stop: Kenny Dorham, jazz, and the journey of a Texas family
Jackson : University Press of Mississippi, 2026
[VIII], 242 pag. – ISBN 978-1-49686196-2 pbk
Prijs 31,95 euro

Naschrift:
Kenny Dorham was niet alleen een goede trompettist, hij componeerde ook. Enkele zijn zelfs standards geworden. We noemen er vier: Blue bossa (zijn meest gespeelde stuk), La Mesha (voor zijn jongste dochter), Lotus blossom (ook Asiatic Raes, niet te verwarren met Billy Strayhorns gelijknamig stuk) en Fair weather (niet te verwarren met Benny Golsons compositie; nooit opgenomen door KD zelf; Chet Baker zong en speelde het in de film Round Midnight, ook aan Bud Powell toegeschreven. Randi Hultin schreef daar uitvoerig over in haar boek; KD zong het bij haar thuis in Oslo en Randi registreerde het).

De schrijvers noemen terecht de inspanningen van trompettist Don Sickler om Kenny’s werk bekender te maken. Met een kwintet, met daarin Jimmy Heath en Cedar Walton, legde hij in 1983 zes titels vast voor Uptown Records. Niet genoemd echter wordt de in hetzelfde jaar door Second Floor Music (= Don Sickler) uitgegeven muziekfolio, waarin dertig van Dorhams stukken door Walter Davis voor piano zijn bewerkt.

 

Advertenties - onderin

Advertentie aubergine
Jazz Bulletin 138
Boek "Veertig jaar I Compani - Jazz volgens Fellini recept"
Marmoucha Orchestra x Maripepa Contreras present Sexi Firmum Iulium
TilburgsAns
TilburgsAns