De componist Bob Zieff, overleden op 26 maart 2026, zou volgend jaar honderd zijn geworden. Miskend door sommigen, maar niet door Chet Baker, die door Zieff een “creator of melodic entities” werd genoemd. Tot enkele jaren terug nam hij nog deel aan de gedachtewisselingen op e-mail van een internationale groep van jazz-onderzoekers.

Zieffs input was altijd nuchter en feitelijk. Hij had, gezien het uitblijven van commerciële successen, een verongelijkte bejaarde kunnen zijn, maar zo zat hij niet in elkaar. Over miskenning zweeg hij. Over misverstanden liet hij zich één keer duidelijk uit, en dan was hij er klaar mee.

Daarbij kruisten onze wegen zich een paar keer, zo’n twintig jaar terug. Dat begon in 2004, toen een negatieve stemming ontstond rond de bekendste opnamen van zijn werk. Chet Baker had in de periode 1955-’57 een aantal composities van Zieff opgenomen. In de Baker-biografie Deep in A Dream veegde auteur James Gavin de vloer aan met de stukken én de uitvoeringen. Uiteraard deugde ook niets van Baker en Zieff als persoonlijkheden.

Gavin haalde de bevredigende verkoopcijfers waarnaar hij had gestreefd. Evenals destijds Quincy Troupe, de auteur van de al even spectaculaire ‘autobiografie’ van Miles Davis waar ik eerder over schreef in deze kolommen. Beide auteurs hadden zich ingedekt middels de juristen van een prestigieuze uitgeverij.

Zieff benaderde mij in mijn hoedanigheid van Baker-biograaf. We kwamen in contact via het genoemde mailgezelschap, waarin mij na enige tijd duidelijk was geworden dat die geleerde researcher Robert L. Zieff dezelfde persoon was als Bob Zieff, de componist als genoemd op vergeelde platenhoezen. Zieff stond nog steeds achter zijn composities en vond dat Baker en zijn mannen die op formidabele wijze hadden uitgevoerd.

 

Chet Baker in Europa,1956, naast hem tenorsaxofonist Jean-Louis Chautemps. Collectie Thorbjorn Sjogren.
Chet Baker in Europa,1956, naast hem tenorsaxofonist Jean-Louis Chautemps. Collectie Thorbjorn Sjogren.

Het waren niet direct toegankelijke stukken, gekenmerkt door grillige akkoordovergangen en een weefsel van lijnen: trompet, piano en gestreken bas. Baker was er enthousiast over en zou dat blijven. De trompettist zei in 1959 tegen het Italiaanse blad Jazz di Ieri E di Oggi: “Die muziek gaat mij aan het hart. […] Zijn werk beweegt zich vrijelijk op verschillende niveaus. Soms volg ik een muzikaal idee dat mij naar een bepaald punt lijkt te brengen. Maar opeens, voor ik het in de gaten heb, bevind ik mij heel ergens anders. Op een totaal andere plaats, terwijl het resultaat toch logisch klinkt.”

Zieff zelf mailde in 2004: “The music seemed to go in a certain direction, and yet it turned a different corner, but it was where it should have gone”. De essentie was, dat Baker – die wél noten kon lezen maar geen akkoordsymbolen begreep – de harmonieën volgde op het gehoor, en daardoor naar onverwachte plekken werd gemanoeuvreerd. Als hij dacht dat hij linksaf zou gaan, ging hij rechtsaf.

Zieff zag Baker als “a creator of melodic entities”. Hij prees de “toon en frasering” van de trompettist en beschouwde hem als de ideale uitvoerder van deze composities. “Intuïtief begreep hij meteen hoe ze moesten worden aangepakt, zowel qua thema als improvisatie.”

Over Baker als persoon voegde Zieff hieraan toe: “Hij woonde een tijdje bij mij in New York en had toen een drugsprobleem. Maar dat was zeker geen ‘lost weekend’. Hij speelde goed en had ze alle vijf op een rijtje. Vergis je niet in hem. Vergeet alle wilde verhalen”.

Enkele jaren later publiceerde de serieuze jazzauteur Jack Chambers een biografie over pianist Dick Twardzik, die destijds met Baker werk van Zieff had opgenomen: Bouncing with Bartok. Chambers kon de kwaliteit van de opnamen niet negeren. Direct besloot hij dat de trompettist nooit eerder en nooit later zo goed had geklonken. Daarna ging Bakers spel alleen maar bergafwaarts. Dat leek mij een boude uitspraak, zeker toen bij even doorvragen bleek dat hij nauwelijks was ingevoerd in de materie.

Chambers liet mij weten dat hij niet ging luisteren naar de latere opnamen die ik hem wilde verzenden, want Chet was uiteindelijk slechts een Miles-imitator. Dat was algemeen bekend en hij had meer aan zijn hoofd.

Na de verschijning van dit boek correspondeerde ik weer met Zieff. Hij had wel degelijk latere opnamen beluisterd en hoorde nog steeds die bijzondere “creator of melodic entities”. Dat die opnamen gewoonlijk in Europa plaatsvonden deed daar volgens hem niets aan af, net zoals hij mij als onbekende Europese biograaf (en ook nog een zonder academische titel) niet bij voorbaat wilde diskwalificeren.

Niettemin was er iets wat hem stoorde: het spel van de begeleiders. “Chet had tegen die tijd natuurlijk allang de bladmuziek verloren, maar hij onthield de melodie en bleef dus bepaalde stukken spelen. Ik hoorde latere versies en merkte dat de begeleiders niet alle akkoorden correct speelden. Je zou die versies moeten vergelijken met de eerste opnamen! Zó hoort het.”

Hij verwees daarbij naar enkele van de vele uitgebracht versies van Sad Walk, een melodie die Chet in zijn laatste decennium herhaaldelijk inzette. De Europese begeleiders zochten en vonden daarachter de akkoorden die hen passend leken. Die akkoordsymbolen werden genoteerd, door de uiteenlopende begeleiders uitgewisseld en uit het hoofd geleerd, totdat het zo leek te horen.

Maar Zieff, en dit is essentieel, streefde niet naar gerieflijke harmonieën; eerder naar een contrast tussen melodie en akkoorden. Naar frictie.

Deze ontwikkeling was volgens Zieff al begonnen in 1956, toen opnamen werden gemaakt voor de lp Chet Baker & Crew. “Zijn pianist, Bobby Timmons, was met de akkoorden gaan klooien. Chet vertelde mij dat hij daarover erg teleurgesteld was.”

Third Stream

Wie was Bob Zieff eigenlijk, voor en na deze korte periode in de periferie van de jazz? Robert Lawrence Zieff werd geboren op 4 juni 1927 in Lynn, Massachusetts, als zoon van Joodse vluchtelingen uit Litouwen. Hij vervulde zijn dienstplicht, kreeg de GI Bill – in essentie een studiebeurs voor afgezwaaide militairen – en studeerde daarmee Musicologie aan de universiteit van Boston.

In de jaren ’50 schreef hij een serie vooruitstrevende composities; hij wordt in enkele geschriften in één adem genoemd met Gil Evans, John Lewis en George Russell. Zelf noemde hij als inspiratiebronnen zowel Bix Beiderbecke en Billy Strayhorn als Arnold Schönberg. Het leek er even op dat hij een grote naam had kunnen worden in de zogenaamde Third Stream, waarin jazz en hedendaags-klassiek bijeenkwamen.

Zijn composities en arrangementen belandden op de lessenaars van Bakers groepen en die van Dick Wetmore, Gerry Mulligan en Anthony Ortega. In 1959 vertrok Zieff uit New York om zich helemaal aan de muziekeducatie te wijden, ver van de drukte van de Big Apple. Al begin jaren ‘50 had hij lesgegeven aan pianist Dick Twardzik, in Boston. Hij liet doorschemeren dat hij genoeg had van de hectiek van de grote stad en de commerciële druk van de platenmaatschappijen. Al zou hij ook in latere jaren nog wel eens componeren en (amateur)orkesten leiden in zijn vrije tijd.

Bijna veertig jaar gaf hij jazzcursussen op twee universiteiten in de aangrenzende staat Pennsylvania. Na zijn pensionering had hij daar nog tientallen jaren een radioshow op het station WDCV: Pathways To Jazz. Hij zocht naar bijzondere, veelal ongewone klanken. Zolang hij het maar goed vond. Tegen een collega zei hij: “Als je wilt weten wat slecht klinkt, luister maar naar wat populair is”. Ook was hij actief als scribent: voor lokale media en als leverancier van lemma’s voor de The New Grove Dictionary Of Jazz.

Dat radiowerk hield hij vol tot hij in 2025 – hij werd dat jaar 98 – met zijn echtgenote verhuisde naar Florida. Zijn vrouw was Ella Marie Forsyth, een deskundige op het gebied van kamermuziek.

Hij maakte nog mee dat zo’n tien jaar eerder enkele cd’s verschenen die als eerbetonen kunnen worden beschouwd: een tribuut van de Spaanse drummer en bandleider Enrique Heredia onder de naam Plays The Music of Bob Zieff (Fresh Sound) en een historische compilatie op een dubbel-cd van hetzelfde label: The Music of Bob Zieff. Op beide producties bestaat de hoofdmoot uit de stukken die door Baker in de studio in 1955, ’56 en ’57 werden opgenomen; in uitvoeringen van hem en anderen.

 

Recente cd met eerbetonen aan Zieff
Recente cd met eerbetonen aan Zieff

Recente cd met eerbetonen aan Zieff
Recente cd met eerbetonen aan Zieff

Baker, die door Zieff werd beschouwd als de ideale uitvoerder van zijn werk, speelde voor het eerst Zieffs composities in een studio in Parijs, op twee dagen in oktober 1955: Rondette, Mid-Forte, Sad Walk, Re-Search, Just Duo, Piece Caprice, Pomp en Brash. De aanvankelijk uitgebrachte takes zijn te vinden op Chet In Paris, Vol. 1 (EmArcy). In diezelfde maand speelde Chets kwartet het stuk Brash op een concert in Stuttgart dat voortleeft op Lars Gullin with Chet Baker (Dragon). Baritonsaxofonist Gullin speelde in dit nummer niet mee.

 

Cd's van Chet Baker met werk van Zieff
Jeroen de Valk
Cd's van Chet Baker met werk van Zieff

De pianist Dick Twardzik, leerling van Zieff, had de partijen meegenomen. Hij overleed nog diezelfde maand aan een overdosis. Twardzik was ondanks zijn drugsprobleem een geschikte muzikant voor dit werk: avontuurlijk en tegelijk geworteld in de jazztraditie.

Vervolgens verscheen Chet Baker & Crew (Pacific Jazz), met opnamen uit juli 1956 waaronder twee stukken van Zieff: Medium Rock en Slightly above Moderate. Pianist Bobby Timmons had enkele akkoorden naar eigen inzicht herzien.

 

Cd's van Chet Baker met werk van Zieff
Jeroen de Valk
Cd's van Chet Baker met werk van Zieff

Hierop volgde een sessie waarbij echter bijna álles verliep zoals Zieff dat wilde. Op 9 december 1957 nam een sextet – met naast Chet ook bespelers van de Franse hoorn, basklarinet, fagot en cello – vier stukken op, volgens Zieff voor Playboy Records(!): A Minor Benign, Ponder, Twenties Late en X.

Deze tracks waren bijna onvindbaar tot Pacific Jazz ze in 2004 toevoegde aan het album Chet Baker Sextet. Grillige muziek die op onverwachte momenten stopt en weer op gang komt, halverwege ‘hedendaags’ en West Coast, met solomomentjes voor trompet en Franse hoorn. De uitvoering is onvermijdelijk niet geheel perfect.

Voor de goede orde: vrij algemeen wordt aangenomen dat Chet later diezelfde dag alle tracks opnam voor wat het album Embraceable You zou worden. Maar dat is niet zo; de opnamen van dat album dateren van drie sessies in oktober 1956. Alweer een misverstand dat in de wereld zal blijven. Maar niet voor lezers van JazzNu. Bob Zieff zit nu ergens op een wolk en knikt instemmend.

 

Tekst Jeroen de Valk

 

Advertenties - onderin

Advertentie aubergine
Jazz Bulletin 138
Boek "Veertig jaar I Compani - Jazz volgens Fellini recept"
Marmoucha Orchestra x Maripepa Contreras present Sexi Firmum Iulium
TilburgsAns
TilburgsAns