Dmitrij Golovanov (43) is een jazzpianist die tot de pianotop van Litouwen wordt gerekend. Als president van de Lithuanian Jazz Union speelt hij een centrale rol in de jazz van Litouwen. Hij is ook programmeur van Jazz Cellar 11, de belangrijkste jazzclub van Vilnius, en is betrokken bij de organisatie van het Mama Jazz Festival.

Dat festival speelde zich in mei af in Vilnius, voor de vijfentwintigste keer. Vooral omdat ik geen idee had wat jazz in Litouwen voorstelt, besloot ik ernaartoe te gaan (zie de recensie die eerder werd gepubliceerd). Jazz is in Litouwen belangrijker dan bij ons. Avant-garde jazz speelt er een grotere rol en bebop is een niche. Het land wordt op dit moment bedreigd door Rusland, althans zo voelt het bij de Litouwers. Voordat het festival begon, werd de buitenlanders de betekenis van de noodsignalen bij overvliegende drones uitgelegd, en verteld hoe we de schuilkelder moesten bereiken. Jazz als wapen tegen Poetin. Meer dan genoeg reden om te praten met Dmitrij Golonavov. We ontmoetten elkaar ’s middags op een terrasje in het centrum van Vilnius.

Ik vroeg me aanvankelijk af waar de naam Mama Jazz Festival vandaan komt. Inmiddels begrijp ik dat Judita Bartoševičienė Mama Jazz wordt genoemd.

“Precies. Sinds ik haar ken, noemt iedereen haar Mama Jazz. Toen ik jong was, was zij een van de vrouwen, waarschijnlijk zelfs de enige vrouw, die actief was als jazzorganisator.
Ik leerde haar rond 2000 kennen. Ze had toen een jazzclub in Vilnius, en dat was een van de eerste jazzclubs van de moderne tijd, dus na het herstel van de onafhankelijkheid van Litouwen. Het was bovendien een van de beste clubs die we hadden: een echte jazzclub. Gevestigd in een kelder, met een goed programma, een fijne sfeer, respect voor de muzikanten en wekelijkse concerten.”

 

Mama Jazz: Judita Bartoševičienė
Tom Beetz
Mama Jazz: Judita Bartoševičienė

Bestaat die club niet meer?

“Nee, ze moest hem sluiten vanwege familieomstandigheden. Maar ook toen werd ze al Mama Jazz genoemd. Daarna begon ze dit festival. Alles was al voorbereid, alleen een naam ontbrak nog. Iemand zei tegen haar dat ze een naam moest bedenken; het festival moest worden aangekondigd. Toen zei die persoon: “Iedereen noemt jou toch Mama Jazz? Waarom noem je het niet Vilnius Mama Jazz Festival?”. Dus de naam van het festival komt voort uit wie zij al was. Iedereen kende haar als Mama Jazz. Ze begeleidde artiesten, runde de club en was de vrouw die voor de jazz zorgde.”

Zijn er meer festivals in Vilnius?

“Ja, er is nog een belangrijk festival: Vilnius Jazz. Antanas Gustys is daar de organisator van. Dat festival richt zich op vrije improvisatie en muziek die buiten de mainstream jazz valt. Het is ongeveer even groot, misschien zelfs groter dan het Mama Jazz Festival. Het is in elk geval ouder. Vilnius Jazz begon volgens mij al in 1987, dus nog vóór de onafhankelijkheid. Misschien was het 1989, maar in elk geval veel eerder.”

Maar het is veel meer avant-gardistisch.

“Dat klopt. En volgens mij is dat altijd zo geweest. Misschien waren ze in de eerste jaren nog zoekende, maar tegenwoordig is het zeer avant-gardistisch. Eigenlijk is de Litouwse jazzscene in het algemeen behoorlijk avant-garde. Het begon hier ook allemaal vanuit die hoek. In zekere zin zijn we de omgekeerde weg gegaan van de gebruikelijke jazzontwikkeling in andere landen.”

Wat zegt dat over het publiek? Je wekt de indruk dat mensen hier veel meer geïnteresseerd zijn in avant-garde dan in West-Europa of de VS.

“Dat verandert wel enigszins, maar er zijn volgens mij verschillende redenen voor. Ten eerste hebben we nooit een echte jazzclubcultuur gehad. Mensen zijn hier niet gewend om op elk moment jazz te kunnen horen. De club waar je gisteren was, Jazz Cellar 11, bestaat nu tien jaar. Dat is de enige jazzclub in Litouwen die zo lang heeft overleefd. Andere clubs hielden het hooguit vier of vijf jaar vol. Veel clubs programmeerden naast jazz ook allerlei andere muziekstijlen en verloren daardoor hun jazzpubliek. Ze kwamen ergens tussen popmuziek, andere genres en jazz terecht, zonder echt een jazzclub te zijn. Jazz Cellar is daardoor vrij uniek. Eigenlijk hebben we pas sinds tien jaar een echte clubcultuur. Daarvoor was alles nogal chaotisch. Daardoor waren festivals de enige echte jazz-oases voor jazzliefhebbers. We hebben dus een sterke traditie van jazzfestivals.”

 

Dmitrij Golovanov
Tom Beetz
Dmitrij Golovanov

Er zijn dus twee grote jazzfestivals in Vilnius. Zijn er nog meer festivals?

Zeker. Er zijn nog ongeveer vijftien kleinere festivals in kleine steden verspreid over Litouwen.

Dus vijftien andere steden en dorpen hebben hun eigen festival?

“Ja. Sommige daarvan zijn echt heel klein. Die festivals duren meestal twee dagen. Volgende week speel ik bijvoorbeeld op een festival dat nu voor de derde keer wordt georganiseerd in een heel klein plaatsje. Volgens mij hebben ze daar niet eens een hotel; we moeten overnachten in een naburige stad.”

Hoeveel mensen komen daarop af?

“Het eerste jaar waren het er ongeveer dertig. Het tweede jaar rond de honderdvijftig, misschien tweehonderd. Ik verwacht dat het er dit jaar nog meer zullen zijn. Het groeit duidelijk.”

Het blijft bijzonder: al die festivals in zo'n klein land. En zijn al die festivals avant-garde?

“Nee, de meeste niet. De meeste richten zich op moderne jazz. Alleen Vilnius Jazz is echt sterk avant-gardistisch. En dat brengt ons terug bij jouw vraag waarom avant-garde hier zo belangrijk is. Dat heeft veel te maken met onze geschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog maakten we tot 1991deel uit van de Sovjet-Unie. Jazz werd gezien als propaganda uit de Verenigde Staten en West-Europa. Het was niet toegestaan om onze muziek jazz te noemen. Sommige mensen deden dat wel. Die gingen niet meteen de gevangenis in, maar je kon nauwelijks meer optreden. Je werd door de overheid in de gaten gehouden.

De drie grote namen die de Sovjet-jazz in Litouwen vormgaven waren Vyacheslav Ganelin, Vladimir Tarasov en Vladimir Čekasin, van het beroemde Ganelin Trio. Zij waren een van de eerste groepen uit de Sovjet-Unie die in het buitenland konden optreden. Hun muziek zouden wij nu jazz noemen, maar hier mochten ze dat niet zo noemen. Het heette geïmproviseerde muziek, theatermuziek, filmmuziek of iets anders. Wanneer ze naar Europa of de VS reisden, ging er vaak een KGB-agent mee om toezicht te houden en ervoor te zorgen dat niemand zou overlopen.

Wij hadden destijds nauwelijks toegang tot jazz. Mensen luisterden naar zwakke radiosignalen uit Europa of naar illegaal verkregen platen. Ze luisterden, vonden het mooi en probeerden het na te doen. Als ik nu naar Sovjetfilms of tekenfilms luister, hoor ik veel jazzinvloeden. Er speelden geweldige jazzmuzikanten mee. Alleen werd het nooit jazz genoemd. Later besefte ik dat ik eigenlijk ben opgegroeid met jazzmuziek, maar niemand vertelde me dat het jazz was.”

 

Vladimir Tarasov
Tom Beetz
Vladimir Tarasov

Had de populariteit van avant-garde jazz hier misschien iets te maken met protest tegen de Sovjets?

“Jawel, absoluut. Litouwen grensde aan Polen en was daarmee een van de dichtst bij West-Europa gelegen delen van de Sovjet-Unie. Daardoor kregen we meer informatie binnen via radio en andere kanalen. Het voelde altijd alsof er hier iets meer vrijheid was om dingen uit te spreken. Estland had dat ook, dankzij de nabijheid van Finland. Avant-garde en geïmproviseerde muziek waren een manier om verzet te uiten zonder letterlijk te zeggen: ‘Wij zijn tegen jullie’. Je deed gewoon iets wat de machthebbers niet leuk vonden. Er was bijvoorbeeld een legendarische ontmoetingsplaats voor dissidenten, genaamd Neringa. Tegenwoordig is het een restaurant, maar men heeft geprobeerd de sfeer van toen te behouden. Daar kwamen Ganelin, Tarasov, Čekasin, dichters, intellectuelen en andere kunstenaars samen. Het was een centrum voor kritische geesten. Daar ontstond een groot deel van de vrije improvisatie- en free-jazzbeweging.

Tot ergens in de jaren negentig hadden we bovendien geen jazzopleiding. Alles draaide om kennisuitwisseling tussen mensen die met avant-garde muziek waren begonnen. De eerste generatie jazzdocenten kwam voort uit die avant-gardetraditie. Ikzelf kreeg les van wat waarschijnlijk de eerste traditionele jazzpianist van Litouwen was. Ook hij had zichzelf grotendeels opgeleid door naar platen te luisteren. Ik beschouw mijn generatie als de eerste generatie die echt een formele jazzopleiding kreeg. Conservatorium, muziekschool, dat soort dingen. Wij waren ook de eersten die niet vanuit free jazz begonnen, maar vanuit de traditionele jazz. Natuurlijk speelde ik veel vrije improvisatie en free jazz, en dat vond ik ook leuk. Maar ik kreeg daarnaast een opleiding in de jazztraditie. Sinds de onafhankelijkheid zijn er daardoor twee lijnen ontstaan: de avant-garde traditie die al lang bestond, en de meer traditionele jazzopleiding die later kwam.”

Botsten die twee stromingen niet met elkaar? In de jaren zeventig hadden we in Nederland bijna een oorlog tussen avant-gardisten en traditionele jazzmuzikanten. Ze mochten elkaar niet. Hoe was dat hier?

“Hier is dat minder het geval. De markt is klein. Een van de belangrijkste avant-gardemuzikanten van Litouwen is bijvoorbeeld een goede vriend van mij. Hij doceert aan het conservatorium en geeft zowel les in avant-garde als traditionele jazz. Als je naar die twee jazz-scenes kijkt, dan ben ik behoorlijk actief binnen de mainstream jazz en ook binnen de avant-garde. We overleggen regelmatig en kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Veel avant-garde muzikanten bewegen zich tussen beide werelden. Vaak moeten ze ook traditionele jazz spelen om rond te komen.”

Dat brengt me bij een andere vraag. Kunnen muzikanten hier eigenlijk leven van muziek?

“Vergeleken met Duitsland, Nederland of België doen we het nog redelijk goed, maar het wordt wel moeilijker. Net als in Europa zijn er veel uitstekende muzikanten die een bijbaan nodig hebben. Sommigen hebben geluk als ze muziekles kunnen geven. Anderen werken bij de post of hebben een totaal ander beroep, terwijl ze 's avonds muziek maken. Hier gaat het nog redelijk omdat er nog lesgevende functies beschikbaar zijn.
Ik gaf vroeger les aan het conservatorium, maar ben daarmee gestopt. Nu geef ik privélessen; dat bevalt me beter omdat de studenten gemotiveerder zijn. Daarnaast leid ik de Lithuanian Jazz Union en werk ik voor de jazzclub.”

 

Dmitrij Golovanov
Tom Beetz
Dmitrij Golovanov

Hoe groot is de belangstelling van jongeren voor een jazzopleiding?

“In Vilnius zijn er twee conservatoria met jazzopleidingen. De ene biedt alleen een bachelor aan, de andere zowel bachelor als master. Daarnaast is er nog een masteropleiding geïmproviseerde en moderne muziek. Per school beginnen elk jaar ongeveer twaalf tot vijftien studenten aan jazz. Dat betekent dat de ene opleiding zo'n veertig studenten telt en de andere ongeveer zestig. Voor zo'n klein land is dat behoorlijk veel.”

Inderdaad. Dat betekent dat er jaarlijks veel afgestudeerden bijkomen.

“Dat is ook het probleem. Een deel verdwijnt uit het vak. Sommigen stoppen met muziek, anderen vertrekken naar het buitenland. Tegenwoordig vertrekken sommigen zelfs direct na de middelbare school naar Amsterdam of andere steden.”

Maar dan moeten al die afgestudeerden wel een plek vinden op de arbeidsmarkt.

“Precies. Ik denk dat wij over tien jaar hetzelfde probleem zullen hebben als Nederland of Duitsland: te veel muzikanten voor een te kleine markt. Toen ik twintig jaar geleden begon, was het relatief eenvoudig. Je moest een paar mensen kennen, goed kunnen spelen, een prettig persoon zijn om mee samen te werken, betrouwbaar zijn, netjes op tijd komen en het niet verpesten.

Nu moeten muzikanten veel meer doen. Als je daarnaast nog andere vaardigheden hebt, bijvoorbeeld vormgeving, communicatie, management, schilderen of iets anders, dan is dat mooi meegenomen. Maar veel jonge muzikanten richten zich vooral op sociale media, branding en allerlei nevenactiviteiten, terwijl ze vergeten dat goed spelen nog steeds het belangrijkste is. Daardoor raken sommigen na hun afstuderen de weg kwijt en zoeken ze zichzelf in allerlei richtingen: popmuziek, folk, noem maar op.”

Je vertelde al iets over jonge muzikanten en hoe zij werken. Is er samenwerking tussen Litouwen en andere landen in de regio? Bijvoorbeeld met Oekraïne?

“Voor de oorlog hadden we een heel goede band met Oekraïne. Nu is dat natuurlijk veel ingewikkelder, maar er zijn nog steeds contacten. We zijn goed bevriend met het Oekraïense Cultuurinstituut. Op Jazz Ahead ontmoeten we elkaar altijd en ondersteunen we elkaar. Litouwen is bovendien een van de landen in Europa die Oekraïne het sterkst steunen. Zelf ben ik afgelopen maart, tijdens de oorlog, naar Oekraïne gereisd voor een kleine tournee. We speelden drie of vier concerten. Een Litouwse band die morgen hier op het festival optreedt, speelde vorige week nog in Oekraïne. Dus die banden bestaan nog steeds.”

Komen Oekraïense muzikanten ook hier spelen, en andersom?

“Momenteel nauwelijks, omdat reizen voor hen erg moeilijk is. Er is één muzikant die af en toe naar Litouwen komt: contrabassist Mark Toker. Hij is een avant-gardemuzikant die met Litouwse en andere Europese muzikanten speelt. Maar hij zit in het leger, dus het is moeilijk voor hem om weg te komen.”

Gaan muzikanten uit Litouwen wel naar Duitsland, Nederland, Italië enzovoort?

“Ja. Veel Litouwse muzikanten hebben gestudeerd in Duitsland, Nederland en Denemarken. Daardoor ontstaan vanzelf samenwerkingen. Ikzelf heb in Duitsland gestudeerd en speel nog steeds af en toe met Duitse muzikanten. Daarnaast werk ik soms samen met Deense muzikanten, met een vriend uit Israël en musici uit Frankrijk. Met Italië hebben we wat minder contacten en met Spanje heel weinig; dat ligt simpelweg verder weg. Sommige mensen bouwen een internationale carrière op en werken met veel verschillende muzikanten. Mijn keuze was anders.

Toen ik uit Duitsland terugkwam, wilde ik bijdragen aan de ontwikkeling van de Litouwse jazzscene. Ik wist dat ik daarmee bepaalde carrièremogelijkheden zou opofferen, omdat de markt hier kleiner is. Maar ik voelde dat ik hier moest zijn. Daarom zijn mijn internationale samenwerkingen beperkt.

Ik speel ook graag met vaste muzikanten. Dan ontstaat er iets unieks, iets wat je niet zomaar kunt vervangen met iemand anders. Bij tijdelijke projecten gebeurt dat minder. Je schrijft muziek, mensen spelen het, maar het krijgt nooit helemaal een eigen identiteit. Neem het trio waarmee ik morgen speel. We werken inmiddels meer dan drie jaar samen. We hebben geen uitgeschreven muziek, en toch is alles voorbereid. Het is geen avant-garde. We komen samen, spelen, praten en ontwikkelen ideeën. Ik zeg vaak: “Laten we dit proberen. Laten we eens kijken wat er gebeurt.”

Ik vertel muzikanten nooit letterlijk wat ze moeten spelen. Ik wil dat ze zichzelf laten horen. Ik wil hun persoonlijkheid in de muziek horen. Maar het moet ook resoneren met mij. Als iets niet werkt, dan zoeken we verder naar iets anders wat wel werkt. Voor mij is het belangrijk om iets blijvends achter te laten. Dat kan alleen met een project dat echt persoonlijk is. Er zijn veel muzikanten die composities schrijven en die met willekeurige bezettingen uitvoeren. Daar is niets mis mee, maar het is niet mijn manier van werken. Voor mij moet er een diepe persoonlijke band zijn met zowel de muziek als de mensen met wie je speelt. Het moet voelen als familie, je kunt niet met zomaar iedereen muziek maken.”

 

Dmitrij Golovanov
Tom Beetz
Dmitrij Golovanov

Nog één laatste vraag. Wie financiert zulke dure festivals, met al die buitenlandse artiesten?

“Het systeem werkt als volgt. We hebben een Cultuurraad die onder het ministerie van Cultuur valt. Het ministerie geeft geld aan die organisatie, en die verdeelt het vervolgens over theaters, film, literatuur, jazz, klassieke muziek en andere culturele sectoren. Iedereen moet subsidie aanvragen: de Jazz Unie, festivals, organisaties. Mama Jazz ontvangt ook geld uit dat fonds. Ik weet niet precies hoeveel, maar waarschijnlijk ergens tussen de 50.000 en 70.000 euro per jaar. Daarnaast verkopen ze tickets. Samen maakt dat het mogelijk om grote namen uit te nodigen. Een belangrijke troef in hun subsidieaanvragen is de showcaseformule. Daarmee presenteren we Litouwse muzikanten aan Europese professionals. We hopen dan op recensies en uitnodigingen of internationale optredens.

Als Litouwse Jazz Unie houden wij ons vooral bezig met netwerken. We organiseren geen festival en hebben geen budget voor echte export. Wat we wel doen, is muzikanten motiveren en in contact brengen met de juiste mensen. Daarom waarderen we dit showcasefestival enorm. Door samen met Mama Jazz de afgelopen drie à vier jaar hard te werken, aanwezig te zijn op Jazz Ahead en het European Jazz Network, en Europese professionals naar Litouwen te halen, zien we langzaam resultaat. Sommige gasten komen hier inmiddels voor de vierde of vijfde keer terug. En vervolgens nodigen zij weer Litouwse artiesten uit naar hun eigen land. Het gaat langzaam en op kleine schaal, maar het werkt.

Voor Litouwen is dat belangrijk. Zoals jij zelf zei: in Nederland weet men nauwelijks iets over ons land, terwijl onze jazzscene volgens mij van hoog niveau is. Wanneer ik in Europa speel, heb ik niet het gevoel dat ik de honderdste pianist op de lijst ben. Ik kan prima meekomen. Dus waarom zouden we ons niet meer laten zien?”

 

 

Advertenties - onderin

Advertentie aubergine
Jazz Bulletin 138
TilburgsAns
TilburgsAns