Eakins Press

Dit is een uitzonderlijk fotoboek; ten eerste vanwege de wijze waarop het tot stand kwam en vervolgens door de uitvoering van het eindproduct zelf. Om met dat laatste te beginnen: het gebruikelijke voorwerk, inclusief de ongewoon lange inleiding van Audrey Sands, beslaat ongeveer een derde van het hele boek. Dan volgt het eigenlijke fotogedeelte, ongepagineerd en op een enigszins lichtgrijze achtergrond. Vanaf pagina 219 wordt de paginanummering tot aan het eind voortgezet met twee kortere teksten: een impressie vol metaforen van de dichter Langston Hughes, in 1956 uitgesproken op het Newport Jazz Festival, en een stuk van saxofonist-publicist Loren Schoenberg over de achtergronden van de evenementen die de fotograaf bezocht.

Maar het draait allemaal om Lisette Model. Ze werd in Wenen geboren in 1901. Daar heb je ’t al: alleen deze feitelijke mededeling herbergt een woud van tegenspraken, onwaarheden en frustraties. Want iemand die in Oostenrijk opgroeide in het eerste decennium na de eervorige eeuwwisseling had te maken gehad met een overheid die een cultuur had gekweekt van achterdocht, die zich uitte in het verdraaien van feiten en het vertellen van leugens. Aldus Lisette. (voetnoot 1) Het is deze instelling die haar gevormd heeft en is gebleven tot in haar laatste levensfase. (Ze stierf op 30 maart 1983.) In 1977 dachten twee jonge Amerikanen in een vijf uur durend, op de band vastgelegd onderhoud te maken te hebben met een succesvol fotograaf. Maar wisten zij veel? Ze zei maar wat, gaf haar geboortejaar op als 1906. En in 1979, over een passage in de inleiding tot een beoogde biografie: ‘Mijn kinderjaren? Wat maakt jou dat nou uit! Wil je me aan een verhoor onderwerpen? Daar komt niks van in.’

Ruim een jaar na haar geboorte veranderde haar vader, die van Joodse afkomst was, de achternaam van de familie: Elise Stern werd Elise Seybert. In het gezin, dat van goeden huize was, leidde ze een nogal geïsoleerd bestaan: haar contacten waren die met de butler, de gouvernante, de koks en de kamermeisjes. Haar moeder was een Française en het dienend personeel kwam overal vandaan, zodat er in het gezin drie talen werden gesproken: Duits, Frans en Italiaans.

Naast lezen zocht ze haar bezigheden vooral in de muziek. Ze kreeg achtereenvolgens les in viool, piano en in zang. Een van haar leraren was haar stadgenoot, de componist Arnold Schönberg. Achteraf zouden zijn theorieën van cruciaal belang blijken te zijn, toen ze haar carrière als fotograaf begon.

Nadat haar vader was overleden, vertrok zij in 1926 met haar moeder uit Wenen – wat had een Franse vrouw verder in Wenen te zoeken? – om zich in Nice te vestigen; Lisette zelf verkastte later naar Parijs. Ze kreeg daar nog zeven jaar zangles, toen, zonder enige aanleiding, haar stem het begaf. Ze richtte zich op het schilderen; dat deed iedereen daar. Zo leerde ze haar man kennen, de schilder Evsa Model. Maar het schilderen voldeed niet. Ze moest toch wát. Was fotografie niet iets? Door tussenkomst van zuster Olga en broer Salvator kocht ze een camera. Maar op dat gebied was zij een leek. Thuis werden krantenfoto’s beschouwd als grijze vlekken op papier en de ingelijste portretten op de schoorsteenmantel waren stomvervelend.

Het was Schönberg, die haar tijdens de muzieklessen had laten kennismaken met contrapunt: het tegelijk horen van twee stemmen, een verworven eigenschap, die ze later toepaste op het visuele. En zo kreeg zij oog voor dissonantie, oftewel het incomplete, onaffe, de mens achter het masker. In 1935 kreeg ze enkele van haar foto’s geplaatst in een Frans tijdschrift.

 

Affiche voor een tentoonstelling met werk van Lisette Model in München.
Kunstfoyer München
Affiche voor een tentoonstelling met werk van Lisette Model in München.

Inmiddels namen de politieke ontwikkelingen in Europa steeds dreigender vormen aan, zodat zij en haar man in 1938 de oceaan overstaken, richting New York. Daar trok zij de aandacht van fotografen als Weegee en W. Eugene Smith en kon ze een contract boeken bij Harper’s Bazaar, het aloude modeblad voor vrouwen – het bestaat nog!

Ze had al doende ook interesse gekregen voor jazz; ze richtte haar lens niet alleen op de uitvoerders, maar meer nog op het publiek en de entourage: de clubs, informele bijeenkomsten. In 1952, toen de jazzfotografie een grote vlucht nam, stelden Langston Hughes en dj Rudi Blesh voor een boek samen te stellen, waarin het werk van Model centraal zou staan. De fondsen daarvoor lagen al klaar. Nu had Model al te maken gehad met tegenwerkingen. Die kwamen uit de hoek van de tijdschriften waarvoor ze werkte: haar voorkeur voor groteske typen werkte op den duur in haar nadeel. En er waren te veel zwarten bij. Daar waren de lezers niet op gesteld. Ten slotte was begin jaren vijftig het getij zodanig dat haar linkse sympathieën werden verweten. Het kwam erop neer dat de fondsen werden ingetrokken en de publicatie werd afgeblazen.

Lisette Model was als het ware lamgeslagen; ze trok zich terug uit het openbare leven en meed sindsdien de publiciteit. Ze probeerde zich staande te houden door het geven van cursussen in fotografie. Wel bleef ze in de jaren vijftig de jazzfestivals fotograferen, maar ze deed er niks mee, behalve het af en toe maken van een print. Ze schijnt geen moeite gedaan te hebben die ergens gepubliceerd te krijgen. Latere publicaties en exposities van haar werk hebben dit aspect dan ook nauwelijks of niet aangeroerd. Het is deze gang van zaken waar Audrey Sands in haar inleiding over uitweidt. Het is de aanleiding om nu, zeventig jaar na dato, alsnog met een boek te komen waar die jazzfoto’s wél in staan.

Dat had overigens nogal wat voeten in de aarde, want geen enkele foto was voorzien van een datering of locatie. De voorbereidingen hebben dan ook tien jaar geduurd. In totaal had men de keuze uit bijna vijftienhonderd opnamen. Daarvan had de fotografe er zelf honderd geprint. Uiteindelijk zijn er zo’n veertig paginagroot in het boek terechtgekomen. Uit de andere is een selectie gemaakt met maximaal vier op een pagina. Die selectie had wel wat scherper mogen zijn: wat moeten we met twee spatgelijke foto’s van pianist Horace Silver? Bij sommige kan een leek zien of een foto mislukt is: half afgesneden hoofden, momenten waarop de ontspanner per ongeluk lijkt te zijn ingedrukt. Over het algemeen genomen kunnen de foto’s gezien worden in het verlengde van haar vroegere werk; alleen zijn ze een stuk gematigder in het excentrieke.

Lisette voelde zich verwant aan zangeres Billie Holiday, volgde haar bij meerdere optredens, tot haar dood aan toe. In de drie minuten die haar gegund waren schoot Model, voor de juiste belichting en invalshoek, een heel filmrolletje vol van Billie in een lijkkist. Niet zo kies allemaal. Voor Model was het meteen ook het einde van haar carrière als jazzfotograaf.

Enige kritiek doet evenwel niets af aan het boek als statement: het is een ode aan een vrouw die zich probeerde staande te houden in een klimaat, waarin creatieve personen door ondermijnende krachten in hun vrijheid worden begrensd. Blijft de vraag waarom zij in de jaren vijftig toch doorging met fotograferen van het jazzgebeuren. Daar heeft ook Audrey Sands geen antwoord op.

Audrey Sands. Lisette Model : the jazz pictures
New York : Eakins Press Foundaton, 2025
237 pG. – 31x26 cm. – ISBN 978-0-87130-102-4 geb.
Prijs 79 euro

Voetnoot 1:
Zij doet dat in een al evenzeer merkwaardig boek: ‘Lisette Model: a narrative autobiography‘. De auteur is Eugenia Parry, die Lisettes uitspraken en oprispingen in notitieboekjes en interviews noteerde in de ik-vorm. Het effect wordt nog eens versterkt doot het toepassen van een truc door de lezer om de paar alinea’s aan te spreken met ‘darling’. De verantwoording: ‘I shaped her opinions, rages, and fears. I did not invent them’. Mede vanwege dat laatste is er voor deze bespreking op meerdere plaatsen gebruik van gemaakt. (Göttingen, Duitsland: Steidl, 2009)

 

Advertenties - onderin

Advertentie aubergine
Jazz Bulletin 138
TilburgsAns
TilburgsAns