Noah Howard – profeet van ‘Great Black Music’ (deel 1)
In deze aflevering van de rubriek ‘discografische notities’ brengen we het eerste deel van een verhaal over een onderbelichte sleutelfiguur uit de New Yorkse free jazzscene van de jaren zestig: altsaxofonist Noah Howard (1943 - 2010). Zijn bijnaam in de muziekwereld was ‘the preacher’. Hij reisde van New Orleans (zijn geboorteplaats), New York, naar Parijs, Afrika, Azië, Gent en Tervuren (bij Brussel). Tussen 1969 en 1981 verbleef wereldreiziger Howard vooral in Parijs. Noah vertelde dat hij in Europa werd gerespecteerd als kunstenaar, terwijl hij in de VS werd gezien als een zwarte entertainer die voor zijn eigen concerten langs de achterdeur naar binnen en buiten moest.
Hoewel Howard voortborduurt op invloeden van de saxofonisten Charlie Parker en Ornette Coleman heeft hij zijn eigen stem. Zijn muziek - ‘a way to heal the wounds of history’ - heeft ook flarden van John Coltrane, Albert Ayler en Sun Ra. Zijn composities verwijzen naar Louisiana, ‘Back O’Town Blues’, ‘Creole Girl’, ‘Mardi Gras’ en voodookoningin ‘Marie Laveau’ (1801-1881) (die voerde volgens de overlevering rituelen uit op de talrijke begraafplaatsen in New Orleans).
ZIJN LEVENSLOOP
Howard (NH) werd geboren op 6 april 1943 in Faubourg Treme, een wijk in New Orleans, traditioneel toegewezen als de geboorteplaats van de jazz. Van die buurt bleef niets over na de passage van orkaan Katrina op 29 augustus 2005. Noah was het eerste kind van zijn moeder Thelma. Zij was de jongste van drie zusters en drie broers, allemaal geboren in Plaquemines Parish, 150 km ten zuiden van New Orleans. Zijn grootvader was predikant en bijbelkenner, Reverend Lucas Buttler, actief in de Baptist Church in St. Sophie en doper van de verloren zielen, de ‘lost souls’. Op zondag hoorde Noah gospel in die zuidelijke Baptistenkerken. Die liederen waren ankers voor bijeenkomsten van de lokale gemeenschap. Noah’s vader was een zekere Walter, marinier op een koopvaardijschip. Hij trouwde Thelma, die was zestien. Howard is de achternaam van zijn echte vader, die Noah nooit gekend heeft. Hij was al vertrokken voor zijn geboorte en heeft van hem nooit meer gehoord.
In 1946 kon Thelma officieel scheiden. In 1949 leerde ze Gus Cole kennen, die werd Noah’s stiefvader. Samen had het koppel drie kinderen, onder wie Liz Cole (1). Thelma was kokkin in de Joseph A. Craig School waar Noah leerde lezen en schrijven. Thuis kookte ze ‘red beans and rice’. In 1950 verhuisde de familie voor een beter leven naar de 7th Ward, een creoolse wijk in New Orleans. Op de radio werd geluisterd naar muziek van de hele wereld. De stiefvader en later ook Noah zelf, huurde platen van UNICEF met wereldmuziek en ook van de Egyptische zangeres Umm Kulthum (1898-1975). Na de Joseph A. Craig School volgt Noah les aan de Valena C. Jones School, een eliteschool voor zwarten. Aan tafel werd thuis gebabbeld over het stemrecht voor de Afro-Amerikaanse bevolking, de segregatie, de Koreaanse Oorlog, Israël en het Midden-Oosten (2).
Iets ouder, we zijn inmiddels in 1955 aangeland, studeerde Noah Howard aan de George Washington Carver High School en hier leerde hij trompet spelen. ’s Middags kwam er een wafelverkoper langs. Noah vernam dat hij een Belg was en dat wafels een Belgische specialiteit waren. Om centjes bij te verdienen werkte Noah als caddie op een golfterrein. Noah redigeerde tevens het schoolkrantje. Teruggekeerden uit de Tweede Wereldoorlog vertelden over de discriminatie van de zwarten. Over de slavernij werd niet gedoceerd.
Op zijn dertiende – in 1956 - wordt Noah gek van de minutenlange solo van saxofonist Paul Gonsalves (1920-1974) op Diminuendo and crescendo in blue bij Duke Ellington op 7 juli 1956 tijdens het Newport Jazz Festival. Gonsalves, ‘the man who helped save Duke Ellington’s career’. Op de radio luisterde Noah naar de Symphony Sid Show. Sid was één van de blanke radiomannen die ‘race records’ draaide van Dizzy Gillespie, Miles Davis en Charlie Parker. Zo ontdekt Noah als teenager ook de muziek van saxofonist Gene Ammons, pianist Ahmad Jamal en saxofonist James Moody.
In 1959 gaat Howard in militaire dienst deels op aanraden van Thelma. Die maakte zich zorgen over haar temperamentvolle zoon in tijden waarin lynchen gebruikelijk was. De Ku Klux Klan ging zwaar tekeer in het zuiden en schuwde geen racistisch geweld. Het leger is het minst gesegregeerd en jongeren kunnen er verder studeren. Hij volgt bij de luchtmacht een opleiding in Lackland op de vliegbasis in de buurt van San Antonio. Noah grijpt de unieke kans om verder te studeren in de Dyess Air Force Base in Abilene en Amarillo, Texas (President H.S. Truman zorgde voor betere kansen voor de zwarten in het leger). Noah kreeg eervol ontslag op 19 mei 1961 en werd gedemobiliseerd in Californië.
Hij kwam terug bij moeder Thelma aan nummer 2133 New Orleans Street, New Orleans. Daar werkt hij zes maanden bij zijn stiefvader. Een neef van Noah regelde zaken voor de zangers Fats Domino en Lloyd Price. Door hem kon Noah gemakkelijker concerten bijwonen.
DE JAREN ZESTIG
In 1960 onderneemt Noah als jonge zwarte een gevaarlijke reis naar Los Angeles en Venice Beach. Er leefden daar veel artiesten, op het strand drugdealers en evenveel gebruikers. Noah’s drugsmaatje was Pat Farrow, broer van actrice Mia Farrow. In de villa in Beverly Hills was voldoende ruimte voor gebruik.
In Venice Beach hoort Noah trompettist Dewey Johnson (1939-2018) uit Philadelphia (hij speelt mee op John Coltrane’s ‘Ascension’ van 28 juni 1965). Samen trekken ze naar San Francisco in het Haight-Asbury district. In het Buena Vista Park, Haight 1208 huisde een commune van muzikanten. Er wordt gestudeerd en gejamd met Byron Allen, Sonny Simmons, Dewey Redman, Jimmy Garrison. Ze luisteren ook naar de saxfonisten John Coltrane en Ornette Coleman. Tijdens een optreden maakt Noah ussen twee sets een praatje met Coltrane, die trad in 1965 op in de Jazz Workshop in North Beach, San Francisco.
In oktober 1962 vloog Noah voor tien dagen in de gevangenis: als negentienjarige reed hij als zwarte zonder rijbewijs. In 1963 sticht jurist Bernard Stollman en advocaat van Dizzy Gillespie het ESP-Disk’ platenlabel. In 1966 nam Howard zijn eerste ESP-plaat op met een altsax van Conn, die hij kocht in een pandjeshuis. Omdat hij niet betaald werd zoals afgesproken verklaart Noah ‘ESP – the monster of deception’. Hij vroeg nog naar een vergoeding tot enkele dagen voor zijn dood.
Vanaf midden jaren zestig gaat Noah Howard platen maken. Uit het platenoeuvre lichten we navolgend bijna vijftig titels, die we door de tekst heen vlechten. Noah Howard speelt doorgaans altsax, soms tenorsax of sopraansax. Zijn deelname is niet telkens vermeld. Free jazz werd opgenomen, maar niet altijd even goed gedocumenteerd, waardoor discografische informatie over plaats en datum van opnamen en van de bezetting van de groep niet altijd voorhanden is. Op internet rouleren veel van Noah’s opnamen. Veel wordt illegaal verkocht en zonder toestemming van rechtenhouder Lieve Fransen, zijn weduwe (3). Zijn muziek kan ook aangekocht worden via Bandcamp. Voor wie wil beginnen met een verzamelalbum is er The Eye Of The Improviser, een compilatie uit dertig jaar Howard-opnamen – 1973-2003 - (2 x cdr Altsax 2030).
(1) 1966, NYC, Noah Howard Quartet, Ric Colbeck (tp), Scotty Holt (b), Dave Grant (perc) - NH zegt in zijn bio ‘at just 21 years old in 1964’ (ESP-Disk’ 1031). Colbeck kwam uit Liverpool, verbleef in Brooklyn van 1964 tot 1969, ‘a player of exceptional power and complexity’ en deelde een loft met saxofonist Marzette Watts (1938-1998). Colbeck was geboren rond 1940-1941 in Liverpool, Birkenhead. Een drankprobleem bespoedigde zijn dood in New York op 27 november 1981. Scotty Holt toerde in 1969 met Blakey in Europa.
(2) 19 oktober 1966, NYC, Noah Howard, Live At Judson Hall, Ric Colbeck (tp), Dave Burrell (p), Catherine Norris (cello), Norris ‘Sirone’ Jones (b) (1940-2009), Bobby Kapp (perc) - (ESP-Disk’ 1064).
Vanaf 1965 woont Howard in de Lower East Side in New York, toen een wijk met Joden, Poolse inwijkelingen, gokverslaafden en drugdeskundigen. Ook bassist Earl Freeman en orkestleider Sun Ra woonden er. Het was een periode van woede en revolte voor een nieuwe maatschappij: de Vietnamoorlog, moorden van Martin Luther King, Malcolm X, de Kennedy-broers. In Zuid-Afrika beperkte het apartheidsregime van Hendrik Verwoerd en John Vorster gemengde orkesten. Muzikanten zochten hun toevlucht in Londen en Parijs. Enkelen vormden de vaste kern van ‘The Blue Notes’ rond pianist Chris McGregor (1936-1990), altsaxofonist Dudu Pukwana, Mongezi Feza, bassist Johnny Dyani (1945-1986), drummer Louis Moholo (1940-2025). Howard voelde zich verwant met die Zuid-Afrikanen omdat ze via muziek bevrijding zochten. Nieuwe grondverleggers staan op: Dave Burrell, Sonny Sharrock, Linda Sharrock, Pharoah Sanders, Archie Shepp, Marzette Watts, Marion Brown en Noah Howard. Door toedoen van saxofonist John Gilmore (1931-1995) kwam Howard bij Sun Ra in Central Park. Tweehonderdzestig muzikanten daagden op voor een concert van drie uur. Kort nadien traden Howard en Sun Ra samen op Slug’s Jazzclub. Howard wist dat hij niet de ervaring had voor een baan bij Count Basie of Duke Ellington.
In 1966, tijdens een experimenteel theater in La MaMa kwam Leonard Bernstein naar NH toe en feliciteerde hem als ‘Ornette’ (4). In 1967 ging NH voor het eerst optreden buiten de VS. Hij was met saxofonist Albert Ayler (1936-1970) op een LSD-trip naar Canada. The Montreal Star (18 november 1967) kondigt het Noah Howard Quartet aan voor 28 november in The Jazz Workshop in Montreal, Quebec. Later hoorde NH in een taxi dat het vliegtuig met Otis Redding was neergestort op 10 december 1967. Op 10 juli 1968 titelt ‘The Daily Freeman’ (Kingston, NY): ‘Noah Howard Ensemble Coming to Woodstock’ voor een concert op 12 en 13 juli in het Little Theatre of Paw, Woodstock (Performing Arts of Woodstock).
In 1969 woonde Howard in de buurt van de bekende concertzaal aan Fillmore East (waar in 1970 opnamen gebeurden van trompettist Miles Davis en gitarist Jimi Hendrix). In augustus ontmoet hij in Slug’s Albert Ayler nogmaals. Ze hielden contact en werden nauw bevriend. Zo kwam Ayler na zijn concerten van 25 en 27 juli 1970 voor Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence op bezoek bij NH in Parijs. Vier maanden later op 25 november 1970 werd Ayler gevonden in de East River in New York, zelfmoord of vermoord door verdrinking (asphyxia by submersion). Volgens Noah zeker geen zelfmoord. Op 7 december 1970 ging een benefietconcert door voor zijn vrouw Arlene en dochter. Deelnemers waren saxofonisten Gary Bartz, Frank Wright, Arthur Jones, Marzette Watts en Noah Howard.
In de jaren zestig beheerde Howard zijn firma ‘Noah Production’. Zijn vrouw managede een evenementenbureau. In 1965 vroeg NH aan Sun Ra (Herman Poole Blount, 1915-1993) advies om platen per correspondentie te verkopen. Sun Ra had sinds 1956 ervaring met zijn Saturn Records. Rond 1968 stichtte Noah zijn ‘Altsax Music Company’ met adres 241, Avenue of the Americas, Suite 2K, New York 10014.
(3) 1969, NYC, The Black Ark, Earl Cross (tp), Arthur Doyle (ts), Leslie Waldron (p), Norris Jones (b), Muhammad Ali (d), Juma Sultan (cga) – ‘the missing link between Albert Ayler and Archie Shepp’ – deze bezetting trad op 19 januari 1969 op in The Scene, aldus de Village Voice.
In Frankrijk is dit ‘L’Arche Noire’ (Polydor/Freedom Records 40105, Trio Records 7035, Bo’Weavil 24) – In 2012 neemt Elliott Sharp (°1951) dit album op in zijn lijst ‘Ten Free Jazz Albums to Hear Before You Die’.
In maart 1967 waren drie heren akkoord om nieuwe jazz op plaat op te nemen: Fernand Boruso (B), Jean-Luc Young (Y) en Jean Georgakarakos (G) stichtten vervolgens BYG Records. Ze organiseerden in 1969 het Paris Jazz Festival. De vlucht met Air France naar Orly moeten NH en zijn bandleden zelf betalen, maar BYG beloofde het verblijf te betalen, plus een ereloon en drie opnamesessies. Op de vlucht zaten Howard, drummer Muhammad Ali en pianist Bobby Few (1935-2021). Tenorsaxofonist Frank Wright (1935-1990) en drummer Sunny Murray waren er al. Hun hotel lag in de Sorbonne-buurt. Ze gingen direct op zoek naar het Louvre en de Mona Lisa die ze kenden uit de boeken en van de 1950-song van Nat King Cole. NH leert snel Memphis Slim kennen en zijn Rolls-Royce. Parijs beviel kennelijk goed want Howard woonde er tot 1981 in een studio aan de Rue Montparnasse. Art Taylor mocht daar een drumstel laten staan.
Rond 1969 werd de formatie ‘Center of the World’ gevormd door NH, Bobby Few, Frank Wright en Muhammed Ali. Ze traden op in Le Chat Qui Pêche voor een eerste reeks. De tweede reeks was met Michael Smith (p), Bob Reid (b) en Noel McGhie (d). Ze kwamen voor vier maand naar Europa.
Het American Center aan nummer 271, Boulevard Raspail werd een verzamelplaats voor de nieuwe geesten na mei 68. In Raspail namen studenten les bij saxofonist Steve Lacy (1934-2004).
In 1969 kwam saxofonist Roscoe Mitchell (°1940) vanuit Chicago naar Parijs. Documenten citeren een concert met het ‘Chicago Art Ensemble’, een hervormd Art Ensemble of Chicago. Howard ontmoet er trompettist Alan Shorter (1932-1988) en pianist Burton Greene (1937-2021, overleden in Amsterdam). Intussen kocht NH een Selmer Mark VI in de Selmer fabriek in Mantes-la-Ville, vijftig km buiten Parijs. NH voelt zich in Europa gerespecteerd als artiest en beslist om in Parijs te blijven.
1969 was een festivaljaar met Woodstock, Wight en Amougies. Van 21 tot 31 juli 1969 ging in Algiers het Pan-African Cultural Festival door in het kader van de dekolonisatie en het verzamelen van de Afrikaanse diaspora. Trompettist Clifford Thornton (1936-1983) verklapte aan NH dat de deelnemers zouden afzakken voor The First Paris Music Festival. Door ongeregeldheden werd dit spektakel verplaatst naar Amougies, de groene streek rond de Kluisberg. Een festival van 24 tot 28 oktober 1969: Archie Shepp, Anthony Braxton, Chris McGregor, Steve Lacy, Pharoah Sanders, Don Cherry, Earl Freeman, Philly Joe Jones, Louis Moholo, John Dyani, Grachan Moncur III.
BYG Records was de organisator, de sponsor Ricard Anisette. Hoewel niet vermeld op de affiche trad NH er op met Frank Wright, Bobby Few en Muhammad Ali. Frank Zappa en Pink Floyd waren toen al trekpleisters. Over Amougies vertelt Howard aan Valerie Wilmer: ‘In three days, I had gotten more publicity than I had in five years in New York‘. (Over Amougies en het Paris Music Festival schreef Jean-Noël Coghe een boek, 153 pagina’s, met 2 cd’s bijgeleverd. Origineel uit 2019 en nog steeds in de boekhandel.)
(4a) 9 november 1969, Parijs, Archie Shepp, Black Gipsy, Clifford Thornton (tp), Archie Shepp (sop), Dave Burrell (p), Earl Freeman (b), LeRoy Jenkins (viola), Sunny Murray (d), Chicago Beau (zang), Studio Decca (America 6099).
(4b) 9 november 1969, Parijs, Archie Shepp, Pitchin Can, NH speelt maar mee op het nummer ‘Pitchin Can’, gelijkaardige bezetting (America 6106) (Fresh Sound 40-029).
(5) 5 december 1969, Parijs, Frank Wright, One For John, Frank Wright (ts), Bobby Few (p), Muhammad Ali (d) – onder eigen naam nam NH niet op voor BYG, geld van eerdere opnamen bleef uit, zelfs bij ESP moest NH bedelen voor betaling (BYG Actuel 529336, Affinity 33).
DE JAREN ZEVENTIG
(6) 1 april 1970, Parijs, Frank Wright, Uhuru Na Umoja, Frank Wright (ts), Bobby Few (p), Art Taylor (d) – in Studio Pathé-Marconi, Boulogne - de titel betekent ‘Freedom and Unity’, composities van NH, producer Pierre Berjot – het America-label was slordig met discografische informatie (America 6104).
(7) 1970, Parijs, Noah Howard, Space Dimension, Frank Wright (ts), Bobby Few (p), Art Taylor (d), producer Pierre Berjot (America 6108).
(8) 7 maart 1970, Parijs, Frank Wright Quartet, Church Number Nine, Frank Wright (ts), Bobby Few (p), Muhammad Ali (d) (Calumet 3674, Odeon Records 88019, Black Keys Records).
Op 3 april 1970, Parijs, Ecole d’Architecture, het project ‘Les Ombres de Frank Wright et de Noah Howard’.
Op 25 en 27 juli 1970 nam het NH/Frank Wright Ensemble drummer Muhammad Ali mee naar het Molde Jazz Festival in Noorwegen. Er is geschreven dat NH een singeltje opnam met zangeres Karin Krog (°1937), maar dat is valse informatie volgens haar dochter Tine Bergh (°1958).
Herfst 1970: Frank Wright kwam met NH op tournee naar Nederland: 14 oktober in Amsterdam, Paradiso, 15 oktober in Heemskerk, Progresse, 16 oktober in Delft, De Eland, zelfde nacht in Groningen, Chappaqua, 17 oktober in Amstelveen, Zodiac. In oktober en/of november 1970 reisde Noah Howard met Wright, Few en Ali met de auto naar Jazzhus Montmartre in Kopenhagen. Noah was de enige die een auto had. Dwars door Duitsland, met de ferry over de Baltische Zee. Tijdens zijn laatste set sloot saxofonist Ben Webster aan voor enkele nummers. Dat was voor 20 september 1973, want die dag overleed Webster in Amsterdam.
Le Chat Qui Pêche was een kelderclub in de Rue de la Huchette in Parijs. Doorgaans werd een formatie voor meerdere avonden geboekt. Op 8 mei 1971 noteert Philippe Carles een ooggetuigenverslag van het Noah Howard Black Ark Ensemble in Jazz Magazine 190, juni-juli 1971. Het kwartet bestond uit Noah Howard, trompettist Ambrose Jackson, Donald Garrett op bas en fluit en drummer Jerome Cooper. Jet Magazine van 10 juni 1971 publiceert een foto met onderschrift ‘Another version of Noah Howard’s Black Ark Ensemble in Paris’, want bassist Earl Freeman werd toegevoegd. Freeman (11 maart 1931-25 juli 1994) was al op 2 juni 1966 in Parijs, toen het onbemande ruimtetuig Surveyor van de NASA een zachte maanlanding uitvoerde. Hij was getrouwd met een Nederlandse vrouw uit Den Haag. Zijn dochter Mylo Freeman (°1959) is nu illustratice en schrijfster van prentenboeken.
Er was boosheid bij jonge muzikanten en gevestigde namen omdat zij niet gevraagd werden voor het 18de Newport Festival van 2 tot 5 juli 1971, het festival met grote onrust op de slotdag. En omdat Polydor het uitbrengen van zijn album The Black Ark (1972) liet aanslepen steunde Howard de zelfhulpgroep ‘The New York Musician’s Organisation’ (NYMO).
Op 6 augustus 1971 trad het NH Kwartet op tijdens het Hammerveld Jazzfestival in Roermond.
(9) oktober 1971, Hilversum, Noah Howard, Patterns, Misha Mengelberg (p), Jaap Schoonhoven (g), Earl Freeman (b), Han Bennink (d), Steve Boston (cga) – in de VPRO studio, Noah’s eerste zelf geproduceerde plaat (Altsax 1000, Sun SR 108, Eremite MTE 19)
In april 1972: NH in Millom, Cumbria, Engeland. Op 5 juli 1972 traden Noah Howard, Arthur Doyle, Earl Freeman op in Studio Rivbea van Sam Rivers en zijn vrouw Bea in Lower Manhattan.
Max Gordon bestuurde de Village Vanguard en regelde met NH veertien zondagnamiddagen optredens van 14.00 tot 20.000 uur. Die concerten waren als protest tegen de boekingspolitiek van het Newport Jazz Festival. Uit enkele sessies werd een album gemaakt, hoestekst Valerie Wilmer.
(10) 22 augustus 1972, NYC, Noah Howard, Live At The Village Vanguard, Frank Lowe (ts), Roberto Bruno (p), Earl Freeman (b), Rashied Ali (d), Juma Sultan (perc) (Freedom 40127)
Op zaterdag 14 en zondag 15 oktober 1972 was Noah Howard deelnemer aan het Vierde Avantgarde Jazzfestival in Gent in het Gravensteen. Hoofdorganisator was kunstenaar en bassist Paul Van Gysegem (°1935) die de keuze van de muzikanten maakte.
In 1973 verhuisden Amerikaanse collega’s naar Sèvres, niet ver van de Parijse clubs en de ORTF-studio’s. Het was precies een rondreizende gemeenschap: Frank Wright, Bobby Few, Muhammad Ali, Alan Silva, Archie Shepp, Noah Howard. De muzikanten leefden en reisden half nomadisch in betaalbare appartementen of bij kunstenaars. Het was hun uitvalsbasis naar Paradiso in Amsterdam, de Hot Club in Lissabon, het Quartier Latin in Berlijn, het Opera House in Pisa. In april 1973 opende het Sunship Jazzhouse met Frank Wright. De Sunship Jazzbunker was een club met oefenruimte voor Rotterdamse jazzmuzikanten. Noah Howard kwam er ook. Op 10 mei 1973 en 14 juni 1973: Frank Wright Quartet in Paradiso.
Op 5 juli 1973 trad het Noah Howard Quartet op tijdens het New York Musicians Festival in het Wollman Auditorium van de Columbia University in New York. Met Earl Freeman (b), de Chinese gitarist Glenn Dong en de Franse drummer Jean-Louis Méchali (°1947). Op 7 juli 1973 trad Howard’s Black Ark Ensemble op tijdens datzelfde festival in de Alice Tully Hall, met Earl Freeman, Milford Graves. YouTube heeft Noah’s versie van Coltrane’s Living space.
Daniel Berger nam in juli 1973 concertfragmenten op voor de Franse ORTF-documentaire: ‘Le jazz Est Vivant’. Of ‘A Day in the Life of a Jazz Musician’. Met Noah Howard. Ook Reggie Workman, Richard Davis, Sam Rivers zijn kort te zien. Op 10 oktober 1973, Nancy Jazz Pulsations, NH, Michael Smith, Bob Reid, Louis Moholo plus op percussie Lamont Hampton, zoon van Slide Hampton (1932-2021) en Ted Daniel. Op 5 december 1973: NH met Michael Smith, Bob Reid, drummer Oliver Johnson, Keno (perc) in Musée d’Art Moderne.
(11) 26 januari 1974, NYC, Ted Daniel Quintet, Tapestry – NH is producer voor deze opnamen in Ornette Coleman’s Artist House, 131 Prince Street, NY (Sun Records SR 112, Porter Records 1503).
(12) 20 april 1974, Turijn, Noah Howard, Live At The Swing Club, Michael Smith (p), Bob Reid (b), Noel McGhie (d) (Altsax SNIR 25055) – in november 2025 op vinyl uitgebracht met boekje van 20 pagina’s, Kudos Records.
April 1974: NH bezoekt Rome en Venetië. Howard speelt in Pisa voor de Communistische Partij met Takashi Kako, Kent Carter en Muhammad Ali. Op 25 april 1974 vond de geweldloze staatsgreep plaats tegen dictator Salazar. Noah Howard had enkele weken ervoor opgetreden in de Hot Club in Lissabon, Portugal.
Wordt HIER vervolgd.
Dank aan Gerard Bielderman, Alan Westby, Lieve Fransen, Peter Smids, Lode Hoste, Ronny Neirinck, José Pedro Gomès, Chris Mapp, Justin Wiggan en Eve Packer.
Voetnoten:
(1) Liz Cole bezocht haar broer Noah in 1991 in Sint-Martens-Latem.
(2) Thelma Cole kwam op voor de rechten van de zwarte Amerikanen en was actief in de Democratische Partij. Ze mobiliseerde de mensen om voor het eerst te gaan stemmen. Denk aan de Montgomery Bus Boycott in 1955-1956. De zwarte Rosa Parks wilde haar plaats op de bus niet afstaan aan een blanke meneer. Thelma was bovendien grootmeester bij de loge in New Orleans, een uitzonderlijke positie voor een zwarte vrouw.
In 1955 werd Emmett Louis Bobo Till, een jongen van veertien, gelyncht nadat hij verondersteld kennis had met een blanke vrouw. Lees hieromtrent het boek van James Baldwin (1924-1987): ‘Blues for Mister Charlie’, vertaald als ‘Blues voor de blanke man’. Het proces werd in 2004 heropend. President Joe Biden ondertekende op 29 maart 2022 de Emmett Till Antilynching Act.
Archie Shepp, Sun Ra, Richard Muhal Abrams en Noah Howard zijn bekende namen in het Black Arts Movement. Ze ijverden voor een stopzetting van segregatie en racisme. In 1968 zei James Brown (1933-2006) het luidop: ‘Say it loud, I’m black and I’m proud’.
(3) Lieve Fransen beheert de muzikale nalatenschap van Noah Howard. In 2016 verscheen postuum op vinyl ‘From Dust We Came … To Dust We Return’. In 2015 voorzag de Britse geluidskunstenaar Justin Wiggan enkele niet-uitgebrachte solo-opnamen uit 2009 van elektronische klanken. In zijn studio thuis in Birmingham voegde contrabassist Chris Mapp (°23 januari 1982) de nodige basklanken toe. Hij is actief aan de University of Warwick, Coventry.
(4) Eens woonde Howard een concert bij in het Five Spot Cafe. Eric Dolphy haalde zijn basklarinet boven en Mingus zei: ‘Stop playing that thing man’. Mingus was zo uitzinnig dat hij ermee dreigde het instrument te vernielen.




