Qisheng Zheng (rondetijd 7.42,36)
Plotsklap was ze er, de in China geboren, maar sinds vijf jaar in Nederland wonende Qisheng Zheng. Haar faam is als een komeet omhoog geschoten. Qisheng Zheng dus, maar liever gaat ze door het leven als Q. En dat is dan weer een afkorting van Qniverse. Niet om het moeilijk te maken, maar Q denkt ‘gewoon’ in lagen. Moet ook wel, zou je haast zeggen, want naast fluitiste beoefent ze ook de schone kunst van spoken word en zijn een schilderspalet en penselen en kwasten haar niet vreemd. Dit alles mag gerust opduiken op de podia waar zij optreedt. En daarmee is Q een waardige vertegenwoordiger van een deel van de nieuwe generatie musici die verder kijkt dan de geschiedenis van de jazz. En lijfde de JAZZ-tafette haar maar wat graag in. Nog even ter kennismaking: naast haar Q-tet (met Wouter Kühne, drums; Tijs Klaassen, basgitaar en contrabas; Philipp Rütgers, piano en Rhodes; Norbert Lensink, altsaxofoon) leidt zij haar Q-trio (met Nitin Parreé, drums; Tijs Klaassen, basgitaar en contrabas) en het zeskoppige Chronicle Project waarin jazzmuziek wordt vergezeld door schilderijen en spoken word. “Ik wil óók veel jong publiek. En zij gaan van jazz houden omdat ze naar mijn concert komen. Ze beginnen te denken: wauw, jazz kan eigenlijk overal in je leven zijn.”
Waar ben je op dit moment mee bezig?
Op dit moment ben ik aan het toeren met mijn band Q-tet. Na het laatste optreden, op North Sea Jazz, zijn we de studio in gegaan om een album op te nemen. Het gaat Am I Alive heten en komt uit in 2027. De timing is heel fijn, het gaat allemaal achter elkaar door. Eerder dit jaar heb ik meegewerkt aan de theatertoernee van All the lonely people van Silbersee en Martin Fondse. En met Martins nieuwe project Faces of Earth gaan we ook toeren en een album opnemen. Dus we werken al maandenlang heel intensief samen. Vorig jaar was ik druk met afstuderen, nu met mijn werkende leven. Het is een ander soort drukte. Ik vind het heel leuk.
Welke herinnering aan je carrière is je het dierbaarst?
Voor mij is er niet zoiets als één speciale herinnering. Want ik maak muziek, ik schilder, ik schrijf spoken word… en elk moment waarop die kunstwerken elkaar raken en op het podium tot leven komen is me dierbaar. Ik voel me dan omringd door liefde. Voor mij zijn die momenten heel opwindend en dierbaar.
Waarom doe je graag wat je doet?
Ik doe dit niet zomaar graag, ik hou van wat ik doe! Het is geweldig om muzikant te zijn, over de wereld te reizen en je eigen muziek te maken. Dit is het coolste wat je in het leven kunt doen. Ik zou niets anders willen. Als kind droomde ik al van een leven als dit: dat je ’s ochtends wakker wordt en dan de hele dag met muziek bent. Maar ik had een probleem. Want ik woonde in een heel klein dorp in het zuiden van China. Er was niets. Ik moest mijn ouders helpen met hun werk. Als je in de bergen woont moet je werken en het huishouden doen. Maar dat ligt nu ver achter me. Ik ben zo blij dat ik muziek kan maken. Inmiddels kan ik min of meer, nou ja bijna, van mijn droom leven. En dat terwijl we nog maar net begonnen zijn. Naarmate ik ouder word en me verder ontwikkel kan het alleen maar beter worden.
Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Ik denk dat het in 2018 was. In 2017 begon ik aan mijn eerste klassieke bachelor, aan het Central Conservatory of Music in Beijing. Ken je Lang Lang, de pianist? Hij zat op dezelfde school. Het is zo’n degelijke klassieke muziekopleiding. Maar in 2018 werd bij wijze van proef een Amerikaanse trombonist uitgenodigd om jazztheorie te geven aan een selecte groep compositiestudenten. Ik studeerde klassiek fluit, maar ik hield al van componeren. Ik schreef muziek voor strijkkwartetten, houtblazerskwintetten, fagot en hobo. Dus ik glipte stiekem met een paar vrienden het lokaal binnen. En toen werd ik verliefd op deze nieuwe wereld. Want dat was het echt. Ik speel fluit sinds mijn zesde en deed vanaf mijn veertiende aan internationale muziekconcoursen mee, maar ik kende alleen klassieke muziek. Van jazz had ik nog nooit gehoord. Ik was zeventien en kreeg onmiddellijk jazzkoorts. Ik noem het koorts want ik raakte helemaal bezeten. Ik wilde alleen nog maar jazz oefenen en luisteren. Ik bakte taart om mijn kamergenoten te verleiden hun studentenkaart aan mij uit te lenen. Met hun oefenuren erbij kon ik soms wel twaalf uur per dag jazz studeren. In 2021 kwam ik naar Nederland en ben ik op ArtEZ jazz gaan doen.
Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Interessante vraag. Omdat die vraag heel ambitieus is. Je gaat ervan uit dat jazzmuzikanten hun naam aan een periode uit het verleden willen verbinden. Ik vind het een leuke vraag. Want ik heb geen ambities. Ik vind het fijn om nu hier te zijn. Ik wil deel uitmaken van de Nederlandse jazzscene van dit moment, met mensen die nu jazzgeschiedenis schrijven, zoals Benjamin Herman, Martin Fondse, Kika Sprangers. Natuurlijk had ik ook graag in de tijd van Coltrane en Wayne Shorter geleefd, maar als ik moet kiezen, kies ik toch voor nu.
Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
Toen ik begon met toeren, legde ik altijd potloden en papier neer voor het publiek. Sommige mensen maakten een tekening, anderen schreven over hun leven of hun problemen. Maar op een keer liet iemand een vel papier op het podium achter waarop stond: Bedankt voor je muziek, ga door – in een handschrift dat precies dat van mijn grootvader was. Hij is al lang dood, maar hij is altijd heel belangrijk voor me geweest. Het trof me diep.
Waar vind je inspiratie?
Daar hoef ik niet naar te zoeken. Inspiratie kan voor mij overal in zitten. Ik hoef mijn hoofd maar aan te zetten. Zoals vandaag in de bus. Als mensen om me heen bezig zijn, hoor ik hun klanken en het ritme van de straat. Ik hoor autogeluiden en verkeerslichten met verschillende ritmes. Als ik wil, kan ik ze oppikken en er muziek van maken. Het hangt ervan af of ik het uit- of aanzet.
Wat is het spannendste wat je ooit hebt ondernomen?
Het Chronicle Project waaraan ik nu werk is heel spannend. Het is muziek, het is spoken word en het is ook beeldende kunst. Je krijgt het complete pakket. Dit is nieuw terrein en dus nogal uitdagend. Mijn bandleden voelen dat ook zo. En dat is leuk. Daarom zijn we jazzmuzikanten.
Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
Een nummer op het duoalbum Jim Hall & Pat Metheny met als titel Don’t Forget. Een heel mooi nummer. Het album kwam uit op 1 januari 1999, een jaar voordat ik geboren werd, maar het stond in een bepaalde bijzondere periode in mijn leven heel dicht bij me. Ik hoop dat ik ooit zo’n album kan maken, dat voor iemand, ergens op de wereld, een speciale plek in gaat nemen.
Wat neem je altijd met je mee?
Al mijn fluiten. Natuurlijk. En verder… mijn portemonnee en misschien een fles water.
Welke actualiteit heeft je aandacht?
Ik denk veel aan Palestina. En Oekraïne. De oorlogen. Ik wil er nu niet over praten, maar die zitten echt in mijn hoofd.
Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
Ik moet meteen aan mijn buurman denken. Hij staat ’s ochtends al om zes uur buiten om alle planten van iedereen water te geven. Dat doet hij dus gewoon. Elke dag op hetzelfde tijdstip, wat er ook gebeurt. Ik vind dat inspirerend.
Wat intrigeert je aan je instrument?
Ik vind de fluit het bijzonderste instrument dat er bestaat. Elke fluit heeft haar eigen stem. Het enige wat ik hoef te doen is erin blazen. Ik hoef een fluit nooit te forceren. Ik moet de eigenheid van elke fluit respecteren. Zachtjes blazen is genoeg. Omdat ze al verbonden is met de stem, en met het universum. De fluit klinkt als een vogel, als water, als alle geluiden die al in de natuur bestaan. Ik speel een westerse dwarsfluit, maar ook een inheems-Amerikaanse fluit, een Japanse shakuhachi en Chinese fluiten. Ik hou ook erg van de bansuri, een Indiase traditionele dwarsfluit van bamboe. Sommige exemplaren hebben slechts één opening, maar hoe simpel ook, ze zijn prachtig.
Wat heb je geleerd van je muziek?
Het perspectief van tijd, inzicht in het verloop van tijd. Zodra je gaat spelen, begint de klok te lopen. Er is verschil tussen twee minuten en vijf minuten, maar wat is het verschil tussen twee minuten? Tja. Je zit helemaal in de muziek, maar tegelijk moet je de tijd bij kunnen houden. Dit is een zwak punt van de mens. We leven in het nu, we doen ons ding en we tellen niet hoe lang iets al duurt. Maar dat moet je wel weten als je muziek maakt. Je moet er een gevoeligheid voor ontwikkelen; leren inschatten hoe de tijd verstrijkt en daar objectief naar kijken. Dat is wat ik heb geleerd van mijn muziek. Stel dat ik hier een superkracht voor had, en dat ik het altijd precies zou weten. Dan zou ik gewoon één noot kunnen spelen. Mensen die experimentele, vrij geïmproviseerde muziek maken hebben dat vast al eens gedaan: één noot spelen waarbij alleen de boventonen variëren. Stel je voor: een concert dat uit één noot bestaat. Dat lijkt me heel interessant. En zulke mensen weten ook: dit zijn twee minuten, vijf, tien.
Wat wilde je vroeger worden?
Wat denk je? Muzikant natuurlijk. Als kind liep ik de hele dag te zingen. Daarom deed mijn moeder me op fluitles. Zodat ik een keer mijn mond zou houden. Maar nu kan ik fluit spelen en zingen tegelijk. Die had ze niet zien aankomen, haha.
Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Die vrijheid voel ik altijd. Ik ben elk moment bereid om te falen. En ik denk dat negentig procent van de jazzmuzikanten hetzelfde zou zeggen. Als je bang bent om fouten te maken, waag je je niet aan improvisatie. Want dat is precies waar het om gaat. Een perfecte improvisatie bestaat niet. Ook al faal je niet, je moet er wel toe bereid zijn. Fouten horen erbij. Je accepteert ze en begint opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Alleen zo kun je op nieuwe muziek komen. Kijk naar Ornette Coleman. Zijn stijl van saxofoon spelen was zo vreemd dat niemand hem voor een optreden vroeg. Mensen konden het niet aan. Maar als hij bang was geweest om te falen op basis van het oordeel van anderen, was hij nooit de Ornette Coleman geworden die we nu nog steeds kennen. Dan zou zijn album Lonely Woman Trio ’66 - Quartet ’74 nooit zijn verschenen. Ik denk dat het in de geest van de jazz zit: de bereidheid om te falen.
Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Er is iets wat groter is dan jazz en dat is muziek. In de muziek van nu kruisen en vermengen culturen en genres zich. Kijk naar mij, ik ben Chinees en klassiek fluitist, maar ik woon hier en ik speel jazz. Je ziet dit overal, ook in andere landen. Andere invloeden waren er altijd wel, maar het samengaan van zoveel verschillende stijlen en invloeden is echt van nu. Vroeger had je moderne jazz en oude stijl, nu kunnen beide samengaan met alternative, avant-garde, elektro… Neem bijvoorbeeld mijn muziek. In mijn muziek, in Q-Tet, zitten veel folkinvloeden, uit oosterse folk. We gebruiken elektronica en spoken word, maar jazz is mijn grootste inspiratiebron en belangrijkste muziektaal. Improvisatie vormt het grootste deel van mijn muziek. Wij trekken jazzliefhebbers maar ook veel jong en nieuw publiek, mensen van rond de twintig of dertig. Ze houden van gesyncopeerde muziek, bewegen er graag op mee.
Soms rap ik stukjes. Mensen horen dat als hiphop. Maar dan zeg ik: nee, mijn muziek is jazz, want wij improviseren, en dan zeggen zij: o, wat mooi. En daarna gaan ze naar jazzmuziek luisteren. Dat is wat ik wil bereiken. Ik wil niet alleen publiek van middelbare leeftijd; ik wil óók veel jong publiek. En zij gaan van jazz houden omdat ze naar mijn concert komen. Ze beginnen te denken: wauw, jazz kan eigenlijk overal in je leven zijn.
Dus ja, als je binnen het hokje jazz naar ontwikkeling zoekt, dan vind je inderdaad niet zoveel. Vroeger zag je een steile lijn omhoog via al die nieuwe stromingen, nu is het een horizontale lijn; in de breedte. Het is een enorm diverse mix en dat is de toekomst, denk ik. Wat dat betreft zie ik jazz echt als de muziek van de 21e eeuw.
Met wie werk je graag samen?
Met mensen die open minded en gepassioneerd zijn: vuurmensen. Zelf ben ik ook vuur, iemand met oneindig veel energie. Ik heb graag mensen met passie om me heen. Dat kunnen best verlegen types zijn als ze maar een grote liefde en passie voor jazzmuziek hebben. En ruimdenkend zijn. Het maakt me niet uit welk instrument ze spelen, hoe ze opgeleid zijn en uit welk land ze komen. Zelfs niet of ze virtuoos zijn. Wat ik wil weten is: wat is je passie, waar droom je van?
Welke dromen liggen nog voor je?
Op dit moment heb ik één grote droom: ons album Am I Alive opnemen en uitbrengen. En die droom gaat binnenkort uitkomen.
Aan wie geef je het JAZZ-tafette stokje door?
Toen ik in Arnhem jazz ging studeren, leerde ik Miguel Boelens (altsaxofoon en composities, rvdh) kennen. Ik volgde een paar lessen bij hem, we gingen samen spelen, werden goede vrienden en inmiddels zien we elkaar als familie. Hij was de eerste die me Qniverse noemde. Ik denk dat hij perfect zou zijn voor de JAZZ-tafette.
Lees ook: Muziek is voor fluitiste Qisheng Zheng als ontbijten




