Trombonist Ilja Reijngoud: van ‘Pief the Cat’ tot Debussy, Ravel en Satie
Vorig jaar kwam het laatste album, ‘Peace’, van trombonist Ilja Reijngoud uit, samen met Ed Verhoeff, en met gasten Tineke Postma en Sun-Mi Hong. Binnenkort staat alweer een nieuw album op het programma, ‘Dual Impressions’. Reijngoud is met Rob van Bavel de studio ingedoken om een album te maken met muziek van componisten uit de late negentiende eeuw. Een gesprek over zijn laatste projecten, de kunst van het arrangeren en opnemen en zijn hoge productiviteit, op tal van vlakken.
Een korte introductie: Ilja Reijngoud (1972, Leiden) is vaste trombonist in The Jazz orchestra of the Concertgebouw, Izaline Calister trio, Masha Bijlsma band, Art of Two (met Ed Verhoeff), Lucas van Merwijks Music Machine, The Cubop City BigBand en Jasper van 't Hof plus Horns.
Hij bracht zelf 17 albums uit en publiceerde vijf boeken, zoals Technique and Warming Up Exercises for Trombone. Op meer dan 100 albums speelt hij mee. Hij werkte onder andere met Pat Metheny, John Scofield, Philip Catherine, Clark Terry en Joshua Redman.
Reijngoud geeft les aan de conservatoria van Amsterdam (CvA) en Rotterdam (Codarts) en geeft workshops overal in Europa en in onder meer Los Angeles, Shanghai en Tokyo.
Je bent uiterst productief; hoe werkt dat bij jou? Werk je van project naar project?
“Nee, in ieder geval niet van project naar project. Ik heb constant veel ideeën in mijn hoofd. Die worden natuurlijk niet allemaal uitgevoerd, maar het houdt me scherp en actief. Of een plan uitgevoerd wordt, is vaak afhankelijk of ik iemand vind die een project of idee uit wil voeren. Als er iemand is die zelf ook erg actief is, dan word ik vanzelf razend enthousiast. Dat vertaalt zich bij mij dan altijd in het uitvoeren van een bepaald idee. Dat geldt voor arrangeren, projecten verzinnen voor één van mijn bands, of voor opnames maken.”
“Dat laatste gaat tegenwoordig natuurlijk vrij makkelijk; iedereen kan thuis opnemen, en voor je het weet is er een album af. Met Ben van Dijk, de klassieke bastrombonist, maken we aan de lopende band opnames, vaak met heel interessante gasten uit de jazz en klassieke wereld. Heel inspirerend. Ben maakt daar video’s van en die worden goed bekeken.”
“Overigens heb ik de laatste tijd weer een aantal keer samen als band in een studio albums gemaakt. Uiteindelijk is dat het leukste natuurlijk. Maar thuis prutsen vind ik ook geweldig. Arrangeren voor allerlei orkesten doe ik ook thuis, in mijn uppie. Ik geef vier dagen les en speel regelmatig, dus het bevalt me uitstekend om regelmatig thuis in alle rust te schrijven of op te nemen.”
Bedoel je met schrijven: Je probeert wat, en je zet het vervolgens op de lessenaar van een orkest?
“Nee, eigenlijk niet. Voor mijn eigen projecten en opnames schrijf ik wat ik wil, maar als ik arrangeer is dat meestal in opdracht. De meeste opdrachten komen van grote orkesten en liggen behoorlijk vast, maar voor het Jazz Orchestra of the Concertgebouw heb ik wel weer wat meer vrijheid. Zeker als ik zelf het orkest dirigeer en ik moet ervoor arrangeren, dan kan ik tot op zekere hoogte wel bepalen hoe de muziek gaat klinken.
Ik dirigeer een aantal producties bij het orkest, onder meer de concerten met de Jazz Influencers. Dat zijn concerten met jonge invloedrijke jazzmusici als gast. Samen met Juan Martinez (artistiek leider, baritonsaxofoon, klarinet en basklarinet, red.) nodigen we die dan uit. Dan worden de stukken van die jonge gasten door ons gearrangeerd. Op die manier heb ik als arrangeur en dirigent veel invloed op hoe de muziek gaat klinken. Je probeert natuurlijk te bereiken dat het orkest blij is met de muziek, dat men genoeg te spelen heeft, maar ook dat zo’n vaak nog vrij onervaren muzikant zich kan herkennen in het stuk.”
“Er komt ook nog iets anders bij: ik werk heel erg snel, ik ben ook eigenlijk best wel snel tevreden. Zeker bij opnames denk ik snel over mijn eigen spel: zo, dit is het wel zo’n beetje voor nu. Ik kan ook het beste van iets genieten als ik het heb afgerond. Dat heb ik overgehouden aan mijn tijd bij de Houdini's. Die werkte ook supersnel, en die hielden niet van gezeur over solo’s of een foutje hier of een missertje daar. Ik heb wat dat betreft veel gehad aan Angelo Verploegen. Die heeft me heel vaak een spiegel voorgehouden. Zo gingen we de studio in met die band, en dan namen we een stuk op, één take. Dan zei Angelo, die vaak de producer was: zo, die staat erop, de timing en de energie was goed: volgende stuk. Ik ging er altijd vanuit dat je minstens twee takes van hetzelfde stuk ging opnemen. Dan kan je kiezen, welke solo is het beste, waar maak de minste fouten, waar speel ik het zuiverste: navelstaren. Angelo en ook Rolf Delfos bijvoorbeeld, die lieten geen ruimte voor die overdreven focus op je eigen spel, wat veel jazzmuzikanten hebben.”
“Dat heeft me eigenlijk wel aan het denken gezet. Wat is nou eigenlijk de bedoeling van muziek, van een arrangement, een opname of een solo? Wat is de bedoeling van mijn rol als trombonist of juist als dirigent? Een arrangement heeft een doel. Je moet de band of de solist een beetje happy maken en ze wel uitdagen. Een solo heeft ook een doel; het is een onderdeel van een heel stuk, of van een opname waar meerdere mensen ook hun energie en muzikaliteit inleggen. Dan moet je eigenlijk niet alleen maar op je eigen inbreng gefocust zijn.”
Je ziet het als een soort momentopname: dit is het beste resultaat met alle variabelen die we hebben. Je hebt het goed voorbereid, je vergelijkt het met het beeld dat je ervan had, maar je bent daar niet overdreven perfectionistisch in?
“Juist. Daardoor kan ik ook snel werken. Bijvoorbeeld: ik zag op YouTube een filmpje van de kat van Misha Mengelberg, die over de piano liep en zo een soort modern-klassiek stuk speelde. Althans, zo klonk het. Toen dacht ik: daar moet ik een arrangement voor zes trombones bij schrijven. Ik heb eerst die solo van die kat uitgezocht; daar heb ik een tijdje over gedaan. Daarna heb ik in een half uur die zes trombones erbij geschreven. Daar had ik ook een dag of een week over kunnen doen. Alles afwegen, schrappen, opnieuw. Die kat heeft er toch ook maar een paar minuten over gedaan? Als ik zo’n idee heb, dan word ik zo enthousiast dat ik het diezelfde dag ook gelijk ga opnemen. Pief the Cat, staat op YouTube, met Ben van Dijk. Ik kreeg nog een compliment van de Misha Mengelberg Stichting, dat ze het mooi vonden.”
Wat je zegt doet me denken aan een verhaal over Harry Bannink. Hij reageerde op de vraag: hoelang duurt het schrijven van een liedje van drie minuten? Hij zei: ik doe er precies drie minuten over. Jij werkt snel en je twijfelt nauwelijks over wat je aan het maken bent. Daar heb je wel een soort zelfvertrouwen voor nodig. Kan je zoiets leren?
“Ja, je hebt zelfvertrouwen nodig. Maar die komt vanzelf met het opdoen van ervaring. Bigband arrangementen die ik dertig jaar geleden schreef, die gingen weleens fout. Die waren soms onspeelbaar, of het resultaat klonk niet zoals ik wilde. Gelukkig heb ik destijds veel mogen experimenteren, stukken meenemen naar de bigbands op het conservatorium, of naar die van Guus Tangelder. Dan werd zo’n stuk gespeeld, en dan nam je het weer mee naar huis. Ik ging daar dan vaak niet veel aan sleutelen, kon het gemakkelijk wegdoen. Ik schreef dan liever weer een nieuw stuk, op basis van de nieuwe inzichten.
Er zit wel een keerzijde aan dit verhaal. Dat is dat ik, als ik een idee heb en ik het heb uitgevoerd, het daarna óók heel makkelijk weer loslaat. Dus ik moet ervoor uitkijken dat ik, nadat ik een plaat heb gemaakt, niet meteen na ga denken over een nieuw project of nieuw album.”
“Jared Sacks is oprichter, producer en sound-engineer van Chanel Classics, en maakt nu voor zijn nieuwe label Just Listen jazzalbums. Ik werd zo enthousiast van die studio en van hoe Jared Sacks werkt, dat ik meteen plannen ging maken voor een nieuw album bij Just Listen Records. Dat is natuurlijk leuk, en goed voor je mind, maar ik moet ook leren om langer stil te staan bij zo’n project, en er na de opnames veel energie in te stoppen. PR, concerten en dergelijke.”
Ja, dat is natuurlijk het dilemma van de maker,van de artiest: als jij klaar bent, dan denk jij al aan het volgende artistieke project. Maar dan moet het hele circus nog beginnen van exploitatie, promotie, distributie, presentatie; alles.
Je brengt veel in eigen beheer uit. Hoe doe je dat?
“Toevallig dat dit keer het label van Jared ons had gevraagd om een album te maken. En binnenkort ga ik op uitnodiging voor Sound Liaison en duo-album met Rob van Bavel maken. Dat is een uitzonderlijk luxepositie. Voor mij is het een zegen dat een label ons wil opnemen en ook de distributie en PR gedeeltelijk op zich neemt. Die plaat met Rob wordt trouwens best bijzonder: allemaal stukken van impressionistische componisten, Debussy, Ravel, Satie. Smullen. En Rob is natuurlijk een ongelooflijk goeie muzikant. Daarbij zijn we dit jaar toevallig 35 jaar bevriend.
Er zijn overigens muzikanten die heel goed zijn in de business kant van de muziek. Bijvoorbeeld Ben en Jarmo waren hier heel goed in, Rolf Delfos of Lucas van Merwijk.”
Bedoel je dan specifiek het verkopen van je eigen werk?
“Ja. Bij Ben van den Dungen en Jarmo Hoogendijk begon het altijd met een idee, dan een opname, en daarna gingen ze een tour doen, zodat ze de cd konden verkopen. Bij mij is het heel vaak andersom. Dan heb je vijftien keer gespeeld en dan realiseer ik me wat een leuke muziek het is. Dat moeten we eigenlijk opnemen, denk ik dan. Voordeel is dat de muziek helemaal uitgekristalliseerd is, dat de band volledig ingespeeld is. Dus artistiek is het ideaal, maar zakelijk is het niet handig, een album maken als de tour al voorbij is. Met Ed Verhoeff heb ik het duo Art of Two, en we hebben nu ongeveer zes jaar regelmatig gespeeld, met een programma wat The Dutch Realbook heet: allemaal stukken van Nederlandse componisten. Na zes jaar gingen we de studio in, en toen hebben we het repertoire toch aangepast en een nieuw programma opgenomen: Peace. Met onder andere Tineke Postma als gast. Dit repertoire gaan we hopelijk weer vaak spelen in de komende tijd. En hopelijk doet Tineke vaak mee, met haar is het altijd wel heel bijzonder.”
“Over dat album van Rob van Bavel en mij gesproken; als duo hebben we nog niet opgetreden, dus deze keer hebben we eerst een album gemaakt, voordat we kunnen gaan spelen. Dual impressions heet het album, vanwege het impressionistische karakter van de stukken. Ik vond het lastig om eerst het concept en repertoire voor een album samen te stellen, zonder dat je dat live uitgeprobeerd hebt. Ik ben er echt ingedoken. Voordeel is wel dat Rob een enorme kennis heeft van ook deze muziekstroming, niet alleen van jazz dus. We hebben arrangementen gemaakt, maar Rob speelt net zo makkelijk de originele partituren van Schumann en Satie bijvoorbeeld, en die klanken komen dus steeds terug in zijn spel. Ik denk dat er niemand is die dit zo goed kan, die moeiteloze en smaakvolle combinatie van originele klassieke partituren en heavy improvisatie.”
Bij Ben van den Dungen en Jarmo Hoogendijk lag het zwaartepunt op zoveel mogelijk spelen, en het album was daar een middel voor. Gezien de hoeveelheid opnames die je maakt, heb ik het idee dat je die opnames niet altijd gebruikt om veel te gaan spelen. Je hebt een idee, dat wordt mooi uitgevoerd en opgenomen, Is het spelen eigenlijk niet zo belangrijk voor je?
“Nee, dat is het niet helemaal. Het spelen is wel heel erg belangrijk, maar ik ben gewoon niet zo’n liefhebber van het regelwerk nadat ik het project muzikaal in elkaar heb gedraaid en afgerond, met een project-thema, arrangementen en opnames.
Ik vind het uiteindelijk wel belangrijk dat ik regelmatig speel, want liveoptredens vind ik toch het allerleukste. En ook het makkelijkste om te doen, moet ik zeggen. Makkelijker dan lesgeven en arrangeren, het kost me minder energie, en de interactie met mijn muziekvrienden geven me de meeste voldoening.”
“Ik word er niet heel enthousiast van om concerten te regelen. Ed en ik doen het samen, dat scheelt, en met Rob doen we het ook samen. Elke musicus heeft zijn eigen netwerk. En ik heb me erbij neergelegd dat ik met eigen bands zelden speel op die paar gerenommeerde podia, zoals het BIMhuis of Paradox, of op het North Sea. Ondertussen speel ik in verschillende rollen overal in de wereld. Als trombonist of dirigent van het Jazz Orkest van het Concertgebouw bijvoorbeeld. Met mijn eigen bands speel ik net zo lief in een kerkje in Rumpt, of boerderij in Rotterdam-Zuid, met welwillend en aandachtig publiek. Uiteindelijk zijn dat soort intieme concerten toch het leukste om te doen.”
Info ‘Peace’ met Ed Verhoeff:
https://www.iljareijngoud.com/new-album/




