Fundamenten van de jazz 6 - Luisteravondje
Alle vorige columns van me hadden een titel of onderwerp, maar ik moet je heel eerlijk bekennen dat ik, toen ik begon te schrijven, het onderwerp nog niet wist. Maar ik wist wel met welke plaat ik graag wilde beginnen en dat is Illumination! van Elvin Jones, een goed begin van een luisteravondje.
Deze plaat stamt uit 1964 en waarom is die nu zo goed? Luister maar eens even naar het fantastische, stevige en soms bombastische drumwerk van Elvin Jones in het nummer Nuttin’ out Jones. Dat nummer is geschreven door de klarinettist/fluitist Prince Lawsha die daarin soleert op de klarinet met alleen maar de begeleiding van Elvin Jones, even later ondersteund door Jimmy Garrison op bas.
McCoy Tyner speelt piano op deze plaat en als iemand aan mij zou vragen wie de pianist is, dan had ik niet gelijk “natuurlijk McCoy Tyner” gezegd. Hij speelt hier niet zo vol en intens als op veel andere fantastische platen van hem.
Op de hoes staat de aankondiging: Elvin Jones/Jimmy Garrison sextet featuring McCoy Tyner. Dat is natuurlijk een meer dan fantastische ritmesectie, maar wat mij betreft hadden de andere solisten wel wat meer aandacht op de hoes mogen krijgen. Charles Davis op baritonsaxofoon bijvoorbeeld. Wat een mooi geluid komt er toch uit dat instrument en wat kan Charles Davis daar mooi mee soleren.
Vooral bij het nummer Just as blues. In Oriental flower laten de drie blazers (Charles Davis, Prince Lawsha en Sonny Simmons) een heerlijk oosters themaatje horen, wat al snel wordt overgenomen door McCoy Tyner, maar nog steeds bescheiden, swingend, heerlijk licht. Moet je eens ter vergelijking luisteren naar de drieS jaar later opgenomen LP The Real McCoy, ook weer met Elvin Jones. Die McCoy Tyner herken je uit duizenden. Maar ja, misschien heet die daarom ook wel The Real McCoy.
In datzelfde jaar (1964) gaf Elvin Jones de stokjes over aan Tony Williams bij de band van de Amerikaanse pianist Andrew Hill. Williams was toen 19 jaar oud. Hier hoor je toch een andere drummer dan op de soloplaten van Tony Williams of bij zijn band Lifetime. Meer bekkens, minder toms, minder power; maar o zo aanwezig, intens en met dezelfde overtuiging.
Ik heb het hier over de plaat Point of Departure met, naast Andrew Hill en Tony Williams, Eric Dolphy, Joe Henderson, Kenny Dorham en Richard Davis. In het eerste nummer Refuge krijgt Tony Williams alle ruimte voor een solo die hij deels samen met bassist Richard Davis invult, maar later los en vrij overgeeft aan de blazerssectie. Je hoort duidelijk op deze plaat dat Andrew Hill beïnvloed was door Thelonius Monk.
Behalve dat Andrew Hill een fantastische en boeiende pianist was, was hij ook een begenadigd componist. Hij heeft meer dan dertig elpees op zijn naam staan, maar speelde helemaal niet zo vaak mee op platen van anderen. Voor zover ik kan nagaan alleen bij Hank Mobley, Jimmy Woods, Bobby Hutcherson, Roland Kirk, Walt Dickerson, Russel Baba, Reggie Workman en Greg Osby (met dank aan Wikipedia…).
Ik vind Point of Departure echt een topplaat die in het rijtje thuis hoort van Out to Lunch van Eric Dolphy, We insist! van Max Roach en als ik door m’n platenkast ga, kom ik vast en zeker nog meer tegen waar ik een luisteravondje mee kan vullen.
Het bekken merk Sabian heeft in 2021 een zogenaamd 18 inch Flat Ride gemaakt en voor de niet-drummers: normaal gesproken zit er in een bekken een bel in het midden en mede door die bel kan dat bekken lekker doorklinken, lekker aanwezig zijn. Maar drummer Roy Haynes gebruikte op de elpee Now he sings, now he sobs van Chick Corea een 18 inch Flat Ride, plat, dus zonder die bel. Daarom klinkt dat bekken veel droger, veel korter, met een heldere tik, schitterend!
Het album Now he sings, now he sobs kwam uit in 1968 en iedereen, ook Chick Corea, was laaiend enthousiast over het geluid van dat bekken. Roy Haynes heeft dat bekken later aan Chick Corea cadeau gedaan en Chick Corea heeft dat bekken later aan meerdere drummers te leen gegeven voor plaatopnames zoals op Return To Forever, Light As A Feather, The song of singing en vele andere. Sabian heeft geprobeerd het geluid van dat bekken te imiteren en dat resulteerde in het bekken Sabian Chick Corea Ride 18” en daar zijn er maar 250 van gemaakt.
Voor Now he sings, now he sobs heeft Chick Corea de bassist Miraslov Vitous gevraagd. Het is Chick Corea zijn tweede studioplaat en hij kwam uit in 1968. Er wordt volop geïmproviseerd op deze plaat wat af en toe leidt tot free-jazz-achtige muziek. Boeiend hoor; zou ook thuishoren in dit luisteravondje.




