Prince Lasha - De verborgen parel van de jazz
De Amerikaan William B. Lawsha, beter bekend als Prince Lasha speelde alt- en baritonsax, fluit, klarinet en Engelse hoorn. Hij behoort tot de muzikanten die in de jaren zestig en zeventig jazzgrenzen verlegden: de saxofonisten Ornette Coleman, Sonny Simmons (1933-2021), Eric Dolphy (1928-1964), John Coltrane (1926-1967), orkestleider Sun Ra (1914-1993) en pianist Cecil Taylor (1929-2018). Lasha kwam in de avant-gardejazz nooit op de eerste rij, te traditioneel voor ‘free music’, te ‘free’ voor traditioneel. Hij reisde veel en verbleef vanaf 1965 dikwijls in Europa, terwijl hij zijn relaties aan de Amerikaanse West Coast onderhield. In september 2020 werd in Jazzflits 344 in deze rubriek uitgebreid aandacht besteed aan deze avant-garde jazzmuzikant. Hier kunt u een geactualiseerde versie van dit verhaal aantreffen.
Prince Lasha werd op 10 september 1929, geboren in Fort Worth, vijftig kilometer van de bekende stad Dallas (1). Zijn geboortenaam was William Lawsha, gewijzigd naar ‘Lasha’. Hij was de zoon van W.B. Lawsha en Amy Juanita. Volgens de Texas State Historical Association komt Lasha uit een muzikale familie. Zijn grootvader speelde klarinet. Een oom had een enkele keer gespeeld in het orkest van Count Basie. Bij een tante zag Prince voor het eerst een saxofoon. Hij wilde er vervolgens net zo een als medescholier Ornette Coleman. Lasha volgde muzieklessen bij William A. Fowler aan de Terrell High School in Fort Worth, sinds 1882 de eerste zwarte school in die stad.
Coleman en Lasha kenden elkaar uit hun schoolorkestjes, waarbij ook Charles Moffett Sr. (1929-1997), de vader van drummer Codaryl ‘Cody’ Moffett (°1961) en van bassist Charnett Moffett (1967-2022). Het schoolorkest was bedreven in de marsen van John Philip Sousa, ‘The March King’ (1854-1932). Ornette Coleman was een jaar jonger dan Lasha en behoort tot de eerste partners van Lasha. Ze hadden saxofoon gestudeerd en waren op de hoogte van de bop van Charlie Parker. Lasha en Coleman verdienden wat bij als kelner in het Texas Hotel van golfer Ben Hogan die soms een dozijn golfers-klanten meebracht.
Rond 1947 schreef Lasha enkele solo’s van Louis Jordan uit voor zijn combo The Tympani Five. Saxofonist Harold Land (1928-2001) speelde af en toe mee. Ook gaat hij nog wat in de leer bij ‘the godfather of modern saxophonists’ Red Connor (°1931). Dat was een ervaren leider van jonge musici uit Fort Worth. Red stierf jong en had zelf geen kans gekregen om een loopbaan uit te bouwen. Volgens Dewey Redman was hij één van de beste saxofonisten die hij ooit hoorde.
Lasha was een multi-instrumentalist, hij speelde klarinet, altsax, baritonsax en fluit. In Fort Worth nam hij deel aan jamsessies met de saxofonisten Leroy Cooper, James Clay en David Fathead Newman. Hij gaf saxofoonles aan King Curtis. Lasha was een doublure voor saxofonist Buster Smith en stond altijd klaar om indien nodig Buster te vervangen.
Rond 1950 gaat Lasha studeren in New York. In dat jazzparadijs ontmoet hij Charlie Parker, Thelonious Monk, Big Nick Nicholas, Dizzy Gillespie. In 1954 verhuist Lasha naar de Amerikaanse Westkust. In Oakland ontmoet hij altsaxofonist Huey ‘Sonny’ Simmons, met wie hij veel gaat samenwerken.
In 1960 treden Sonny Simmons en Lasha op in een televisieshow in Sacramento (in de archieven van het Center for Sacramento History is wellicht de juiste datum te vinden) (2). Eind 1962 worden acht Lasha-Simmons composities gespeeld op de elpee The Cry! van het Prince Lasha Quintet met bassist Gary Peacock (1935-2020). Die had van 1954 tot 1956 in Duitsland zijn militaire dienst volbracht. De samenwerking tussen Lasha en Simmons leidde in latere jaren tot hun orkest, de Firebirds of Vuurvogels, aangevuld met vibrafonist Bobby Hutcherson en drummer Charles Moffett.
In april 1963 arriveren Lasha en Simmons in New York. Bij hun aankomst worden ze ingehuurd door saxofonist Sonny Rollins (geboren 7 september 1930, overleden 25 mei 2026) voor zijn engagement in de Village Gate in Greenwich Village, NY. Op maandag 22 april vond daar een benefietconcert plaats voor het Village Aid and Service Center. Down Beat van 6 juni 1963 beschrijft dat Sonny Rollins optrad met Prince Lasha, Sonny Simmons, Henry Grimes en Charles Moffett. De recensent noteerde de opschudding door de ‘free new thing collective jazz’. Zou er een geluidsband van dit concert bewaard zijn gebleven?
Vermoedelijk in mei-augustus 1963 leidde Lasha op maandagavonden een formatie in de Birdland. Met Dolphy werden afspraken gemaakt voor de opnamen van Eric Dolphy, Musical Prophet, The Expanded 1963 New York Studio Sessions van 1 en 3 juli 1963. Prince Lasha is op 3 juli aanwezig op Music matador, Iron man, Mandrake, Burning spear (Resonance Records, HCD 2035, drie-cd- doosje uit 2018). Luistertip: Music matador met Prince Lasha, Sonny Simmons, Eric Dolphy, Clifford Jordan, Richard Davis en Charles Moffett.
Op 27 oktober 1963 vond in de Five Spot een benefiet plaats voor ‘CORE’ (Congress Of Racial Equality). Jazzmuzikanten waren vaak actief betrokken bij initiatieven rond de Civil Rights Movements. Deelnemers waren Bill Evans, Al Cohn, Zoot Sims, J.R. Monterose, Freddie Redd, Sheila Jordan, Eric Dolphy en Prince Lasha (3).
Op 10 maart 1964 trad Prince Lasha met Simmons op in het F.C. Smith Auditorium van het Loyola College in Montreal, Canada.
Lasha kwam tijdens vakanties naar Europa. Hij droomde ervan om met zijn saxofoons, klarinetten en fluiten het werk van Coltrane en Dolphy verder te propageren. Lasha’s vroegst gedocumenteerde Europese activiteiten waren op 25 tot 29 oktober 1965 in Hamburg bij het Jazz Composers Orchestra. In Studio 11 van de NDR zijn opnamen gemaakt met Michael Mantler, Steve Lacy, Prince Lasha, Hans Koller, Ronnie Ross, Paul Bley en Carla Bley, Attila Zoller, Kent Carter en Barry Altschul. De San Francisco Chronicle van 16 januari 1966 deelt de lezers mee dat Prince Lasha in het Engelse Kensington verblijft, niet ver van Buckingham Palace (4).
Wegens gebrek aan werk en erkenning keert Lasha in februari 1966 terug naar Californië. De Chronicle van 13 maart 1966 kondigt het Prince Lasha Quartet aan in de Both/And Club in San Francisco op 15 maart 1966. Lasha lost het Hampton Hawes Trio af. Vanaf 29 maart is het de beurt aan het John Handy Quintet.
Op 20 september 1970 is Lasha met kompaan Sonny Simmons op het Monterey Jazz Festival. Maandag 19 april 1971 was de openingsavond van het University of California Jazz Festival in Berkeley dat doorging tot en met 25 april 1971. In Billboard van 3 april wordt Prince Lasha aangekondigd met de ‘Afro-Dunce Group’ in de Pauley Ballroom. Het zal wel een drukfout zijn voor ‘dance’, want het Engelse woord ‘dunce’ betekent domoor of sukkel, toch niet gepast voor een jazzgroep. Maar in recensies van Down Beat zijn het de Firebirds. Hadley Caliman (1932-2010) vervangt Sonny Simmons. Op 23 februari 1972 treedt Lasha op in het Joint Effort Coffeehouse in het San Jose State College in San Jose, Californië.
In het Franse Jazz Magazine 223 van juni 1974 vertelt Lasha dat hij in de buurt van Hollywood woont, getrouwd is, een Porsche heeft, Afghaanse windhonden en een mooi huis. Hij woonde in Oakland in een gebouw met 32 trappen zoals 32 maten in muziek. Zijn adres was 24th Street zoals 24 maten in de blues, een woning op de grens Oakland-Berkeley, achter het Claremont Hotel. Lasha vertelde dat hij zijn Europese vakantie hield in het zog van zijn vriend saxofonist Joe Henderson (1937-2001). Die toerde mee in het festivalpakket van George Wein ‘Young Jazz Giants At Newport’: dat waren Jimmy Owens, Joe Henderson, Gary Burton, Cedar Walton, Larry Ridley en Roy Haynes. Tijdens het Paris Jazz Festival was dat ‘Newport à Paris’ op 15 november 1973. En op 17 november in De Doelen in Rotterdam. Eigenaardig, geen optreden in België?
Na zijn Europese jaren kwam Lasha in de jaren 1970 terecht in de vastgoedwereld en bouwde een aanzienlijk vermogen op. Hij richtte zijn eigen Birdseye Records op, speciaal voor het uitbrengen van eigen werk. Met RCA-Victor, Impulse of Philips hoefde hij zich niet meer in te laten. Zijn live-albums van Monterey en Berkeley werden elders wel uitgebracht, maar slecht verdeeld. Het Duitse Enja Records zorgde voor een betere distributie van de Berkeley-opnamen uit mei 1974. Dat label werd in 1971 opgericht door Horst Weber (1934-2010) als ‘Edition of New JAzz’, vandaar ‘Enja’.
Het jazzmagazine Coda (nummer 175, oktober 1980) publiceert een foto van Prince Lasha tijdens het Vijfde Jazzfestival in Pisa van 25 tot 29 juni 1980. Op 30 juni trad Lasha elders op tijdens een Toscaans evenement. Op 6 juni 1981 speelt Prince Lasha tijdens de Jazz Marathon in De Oosterpoort in Groningen. Lasha wordt vernoemd als deelnemer aan het Tiende New Jazz Festival in Moers (6-7-8 juni 1981).
Als een foto juist gedateerd is was Prince Lasha op 15 juli 1982 aan de Oude Schans in Amsterdam. Zeker is Lasha met een versie van de Firebirds op 4 augustus 1982 in het Amsterdamse Bimhuis met pianist Karel Boehlee (°1960), bassist Wilbur Little (1928-1987) en drummer Clarence Becton (1933-2022). In die dagen ook in het Vondelpark.
Op 13 en 14 november 1982 trad Art Blakey met zijn Jazz Messengers op in Le New Morning in Parijs. Die club werd in april 1981 gesticht door de Egyptische Eglal Farhi (1922-2019). Op 7 april 1981 was Chet Baker één van de eerste genodigden. Odean Pope en Prince Lasha gingen luisteren. Vermoedelijk in die periode bezochten Pope en Prince de Selmerfabriek in Mantes-la-Ville of in de Parijse showroom. Ze mochten elk vijf instrumenten uittesten.
‘Daagnim’ staat voor ‘dallas association for avant garde and neo-impressionistic music’. Eén van de eerste albums van ‘daagnim’ was van Prince Lasha (1983). Hij was op bezoek gekomen bij zijn zieke moeder in Fort Worth. Trompettist Mexicaan-Amerikaan Dennis Gonzalez (1954-2022) was de bezieler van het ‘daagnim’-collectief, ook als platenlabel.
Op 16 september 1987 maakte Radio France Culture opnamen in Magnetic Terrace, een jazzclub in een verbouwde kerk aan Les Halles. Met Prince Lasha, Woody Shaw, Mark Thompson, Jack Gregg en zoon Prince H. Lasha. Op 3 oktober 1987 was het Prince Lasha Kwartet in het Jazzcentrum Thelonious in Rotterdam.
Tussen 1979 en 1988 vonden de ‘Jazz Days In Novi Stad’ plaats, de tweede stad in Servië. JazzNu-medewerker Roland Huguenin en Vitomir Simurdic, producer bij Radio Television Novi Sad, vonden de datum van het ‘Tribute to Eric Dolphy’-concert. Vojislav Pantic, sinds 2005 directeur van het Belgrade Jazz Fest, gaf bijkomende informatie. Op 10 oktober 1987 trad Lasha op in Studio M van Novi Sad Radio & TV met trompettist Woody Shaw, pianist Roberto Di Gioia, de Zwitserse bassist Walter Schmocker en drummer Prince La Shay junior. Voorzien was de Joegoslavische opnamen uit te brengen als ‘Last Train To Yugoslavia’, sindsdien een land dat niet meer bestaat.
Kijk HIER naar het Prince Lasha Quartet met Woody Shaw ‘Live in Novi Sad’, 1987.
In 1987 was Lasha’s muzikale loopbaan feitelijk gestopt. Hij duikt af en toe nog eens op, kieskeurig als hij was. Hij werd miljonair door zaken in vastgoed. Zijn rijkdom liet hem toe optredens uit te kiezen. Op 7 augustus 1988 is Prince Lasha in het Odean Pope Quintet in het Douglas Beach House, Bach Dancing & Dynamite Society, Half Moon Bay,CA. De foto boven dit artikel werd er gemaakt.
Op donderdag 18 oktober 2001 verscheen hij tijdens het Franse Nancy Jazz Pulsations met een groep met zijn zoon en pianist Nico Bunink (1936-2001). Hij was steeds present tijdens de jaarlijkse ‘Tribute to Dolphy’ in Yoshi’s in Oakland.
Op 24 november 2003 zouden opnamen gemaakt zijn in The Studio, New York als de Curtis Clark/Chad Taylor Sessions’. Die geraakten niet bij grote platenfirma’s. Wordt dit ook een bootleg genoemd als muzikanten hun eigen muziek vermenigvuldigen op zelfgeproduceerde en handgenummerde cd-roms, een eenvoudig hoesje en inlegvel? Een internetbron meldt dat die opnamen zijn uitgebracht als ‘The Mystery of Prince Lasha’ op Stella Records 001, een specifieke Amsterdamse persing. Vermoedelijk een klein label gekoppeld aan de connecties met pianist Curtis Clark (1950-2023). Clark woonde jarenlang in Amsterdam. Het blijft mysterieus. Het kan natuurlijk toeval zijn, maar de datum van die sessie is de verjaardag van Chad Taylor, geboren op 24 november 1970.
Van 13 tot 15 december 2004 trad in New York het Odean Pope Saxophone Choir op in de Blue Note. Gastsolist op 13 december was saxofonist Michael Brecker die het nummer Prince Lasha vertolkt. De dag nadien is saxofonist James Carter te gast. Op 15 december is het aan de beurt aan saxofonist Joe Lovano. De vierde gastsolist was Prince Lasha. Het optreden van Lasha behoort tot de niet uitgebrachte Blue Note-opnamen van 15 december en waren voorzien voor latere publicatie. Ze staan dus niet op ‘Locked & Loaded: Live At The Blue Note’ (Half Note 4526). Navraag bij Half Note kan niet, het label hield ermee op zowat tien jaar geleden.
Lasha besliste muzikanten uit te nodigen op 5 april 2005. Vandaar die platen-terugkeer met Odean Pope (°1938), uitgebracht op CIMP (Creative Improvised Music Projects).
Op 23 juni 2007 speelt Prince Lasha baritonsax tijdens het Vision Festival in New York bij de All Stars van trompettist Eddie Gale (1941-2020).
Lasha stierf op 12 december 2008 in Oakland, Californië. Tijdens de herdenkingsceremonie op 20 december in het Mountain View Cemetery in Oakland werd hij herdacht door zijn familie en enkele muzikanten onder anderen Eddie Gale, John Handy, Calvin Keys, Kash Killion. Na de plechtigheid kwamen de genodigden bijeen in het Ethiopian Restaurant aan de Telegraph Avenue in Berkeley. Afspraken werden gemaakt om donaties te bezorgen aan de California Jazz Foundation, ‘In Memory Of Prince Lasha’. Twee dagen voor zijn overlijden werden nog plannen gemaakt om in april 2009 voor de tweede keer in New York op te treden met het Odean Pope Saxophone Choir, aldus Eddie Gale.
Hij had vijf zonen en vier dochters op de wereld gebracht, de traditie werd voortgezet, want allen zijn muzikant geworden.
In dit verhaal wordt zijn zoon drummer Prince H. Lawsha (8 augustus 1951 – 2 mei 2025) vermeld, de derde zoon van William B. Lasha en Dorothy Duffy. Hij toerde vanaf 1996 dikwijls in Frankrijk en wereldwijd met de Parijse trompettist Alain Brunet (°1947). Sinds 1982 was hij zakelijk manager voor Max Roach. Hij was de promotor van QS Music Productions. Hij trouwde op 21 augustus 1977 met Barbara Jean Lawsha (1944-2022). Prince H. was geboren in Fort Worth en overleed in een Palo Alto hospitaal.
DISCOGRAFISCHE GEGEVENS
(op alle genoemde albums speelt Prince Lasha mee)
(1) 21 nov 1962 – Prince Lasha Quintet featuring Sonny Simmons, The Cry!, Lasha-fl, Sonny Simmons-as, Gary Peacock-b, Mark Proctor-b, Gene Stone-d, in Los Angeles voor Lester Koenig en zijn Contemporary Records aan de West Coast (Contemporary S7610) (OJC 1945) (Craft Recordings 07521)
(2) mei 1963 – Prince Lasha, It Is Revealed, Lasha-fl, Simmons-as, Clifford Jordan-ts, Don Cherry-tp, Fred Lyman-flh, Orville Harrison-b, Bill Wood-b, Charles Moffett-d, in New York, drie nummers in de Zounds Recording Studio (Zounds L71863)
(3) april 1963? – The Bossa Tres, Jazz Tempo, Latin Accents, Sonny Simmons, Clifford Jordan, Prince Lasha, met een Braziliaans trio, Luis Parga (p), Sebastiao Neto (b), Edison Machado (d) - twaalf nummers opgenomen in New York tijdens Simmons eerste verblijf aldaar dat slechts vijf maanden duurde van april tot augustus 1963 (Audio Fidelity AFSD 6111), de plaat had ook als titel The Nova Scene (AFLP2111)
(4) 3 juli 1963 – Eric Dolphy, Musical Prophet, The Expanded 1963 New York Studio Sessions, met Conversations (disc one, origineel Vee-Jay VJLP2503), Iron Man (disc two, origineel Douglas SD-785), en zeven alternate takes (disc three) - Eric Dolphy, Prince Lasha, Sonny Simmons, Clifford Jordan, Woody Shaw, Garvin Bushell, Bobby Hutcherson, Richard Davis, Eddie Khan, J.C. Moses, Charles Moffett, in Music Maker’s Studios in New York City – details in het boekje van 96 pagina’s waarin foto Prince Lasha (Resonance Records HCD-2035) – (deels ook op Fresh Sound 1627 en 1628)
(5) 8 augustus 1963 – Elvin Jones-Jimmy Garrison Sextet, Illumination !, Lasha-cl,fl, Simmons, Charles Davis-bars, McCoy Tyner-p, Jimmy Garrison-b, Elvin Jones-d, feitelijk Coltrane’s ritmesectie, in de studio’s van Rudy van Gelder (Impulse AS 49)
(6) 1965 – Prince Lasha Quartet, Inside Story, Lasha-fl,as, Herbie Hancock-p, Cecil McBee-b, Jimmy Lovelace-d, vijf composities van Lasha in de CBS Studio in New York (Inner City 3044)(Enja 9131) – John Hammond wilde de opnamen uitbrengen op CBS, maar Lasha wilde de mastertapes houden. Die bleven in de lade liggen tot Enja Records ze uitbracht in 1981.
(7) 25 oktober 1965 – The Jazz Composers Orchestra, NDR Jazz Workshop, Michael Mantler-tp, Steve Lacy-sopraansax, Prince Lasha-as, Hans Koller-ts, Ronnie Ross-baritonsax, Attila Zoller-g, pianisten Carla Bley en Paul Bley, Kent Carter-b, Barry Altschul-d, vier nummers in Hamburg, Workshop Nr. 41, Studio 11 (NDR 629.851)
(8) 29 oktober 1965 – The Jazz Composers Orchestra, NDR Jazz Workshop, elf nummers met zelfde musici, ook in Hamburg
(9) 10-13 januari 1966 – Prince Lasha Ensemble, Insight, Lasha-as,fl, Chris Bateson-tp, John Mumford-tb, David Snell-harp, Stan Tracey-p, Mike Carr-p, Rick Laird-b, Dave Willis-b, Jeff Clyne-b, Bruce Cale-b, Joe Oliver-d, in Londen verondersteld Engelse jazzmuzikanten (CBS BPG 62409)
(10) 28 & 29 september 1967 – Prince Lasha-Sonny Simmons Quintet, Firebirds, Lasha-as,fl, Simmons-as, Bobby Hutcherson-vib, Buster Williams-b, Charles Moffett-d, vijf composities van Lasha en Simmons, Contemporary Studio’s, Los Angeles (Contemporary/Fantasy 7617) (OJC1822)
(11) 20 september 1970 – Prince Lasha – Firebirds Live At Monterey Jazz Festival, vol. III, Sonny Simmons, Prince Lasha, Buster Williams, Bobby Hutcherson, Charles Moffett, met ‘Scarlet Ibis Birds’ en ‘Journey to Soar’, twee composities van Lasha (Contemporary 7617) (Birdseye Records 99001) – op zondagnamiddag
(12) 19 april 1971 – Prince Lasha – Firebirds Live At Berkeley Jazz Festival, vol. I, Hadley Caliman-ts,fl vervangt Simmons, met Bobby Hutcherson, Buster Williams, Charles Moffett – met ‘April Showers’ en ‘City of Zoar’, twee composities van Lasha, hoesnotities (zogeheten liner notes) van Yusef Lateef (Birdseye 99001)
(13) 7-8 februari 1973 – Michael White Group, The Land Of Spirit And Light, White speelt viool, een achttal musici met Cecil McBee-b, vijf nummers in The Village Recorder in Los Angeles (Impulse AS-9241) (Impulse 9884227)
(14) 30 oktober 1973 & 13 februari 1974 – Gene Ammons, Brasswind – Prince Lasha speelt op Brasswind (1973) en Solitario (1974), opname in Fantasy Studios in Berkeley – een funky band van twaalf muzikanten in wisselende bezetting, sommige nummers bevatten overdubs, geen bron die bewijst dat Lasha in de studio fysiek aanwezig was (Prestige P 10080) – arrangementen van David Axelrod, zelfde twee nummers ook op ‘The Axelrod Chronicles’ (Fantasy FCD 9685) - Saxofonist Gene Ammons overleed op 6 augustus 1974 enkele maanden na deze opnamen
(15) mei 1974 – Prince Lasha – Firebirds Live At Berkeley Jazz Festival, Vol. II, ook als “Search for Tomorrow’, Hubert Eaves-p, Ron Carter-b, Roy McCurdy-d, Kenneth Nash-perc, drie composities van Lasha, (Birdseye 99001) (Enja 9131/4008, hoesnotities van Cannonball Adderley)
(16) mei 1976 – Three for Free, Volume 3, Dwain Everette-ts, Curtis Clark-p, Prince Lasha-d,perc – op de hoes een tekening die de saxofonist voorstelt, alle nummers ‘spontaneousley composed’, voor Evidence Music International uit Capitola, CA 95010, geen plaatnummer – Dwain Everette is de naam van Dawan Muhammad
(17) herfst 1983 – Dennis Gonzalez, Witness, Gonzalez-tp, Prince Lasha-fl,bars, Ed Smith-vib, Alex Camp-b, Gerard Bendiks-d - deels in de studio van KERA-FM en deels live in The Bath House, Dallas (Daagnim 08)
(18) 1983 – Prince Lasha featuring Webster Armstrong, Firebirds: And Now Music - Armstrong is de zanger in een wisselende kernbezetting rond Dennis Gonzalez, in Dallas – Armstrong was een verkoper van aquariums in Fort Worth (Daagnim 09)
(19) 16 september 1987 – Prince Lasha & Firebirds, met Woody Shaw-tp, Mark Thompson-p, Jack Gregg-b, zijn zoon drummer Prince Lasha Jr., een radio-opname van France Culture in Magnetic Terrasse, Parijs
(20) 10 oktober 1987 – Prince Lasha/Woody Shaw Quintet, Tribute To Eric Dolphy – concert met Walter Schmocker-b, Roberto di Gioia-p, Prince La Shay Jr.-d, in Novi Sad
(21) 24 november 2003 – Curtis Clark/Chad Taylor Sessions, Prince Lasha, Curtis Clark-p, Tarus Mateen-b en Chad Taylor-d, The Studio, New York – lees hierover in de tekst
(22) 5 april 2005 – Prince Lasha/Odean Pope Trio, The Mystery of Prince Lasha, Odean Pope-ts, Tyrone Brown-b, Craig McIver-d, negen composities van Lasha, The Spirit Room, Rossie, NY – Coleman Captain Hornblower is een eerbetoon aan Ornette Coleman, Pope eert zijn leider met Prince Lasha (CIMP 330). Beluister HIER een concertopname van 10 april 2005 met zelfde musici, 81 minuten, in Philadelphia
(23) 19 oktober 2008 – Prince Lasha, 6 x 6, Eddie Gale-tp, David Boyce-ts, Howard Wiley-ts, Marcus Shelby-b, Darrell Green-d, - iedere deelnemer brengt een nummer aan – Prince Lasha speelt baritonsax op zijn ‘Birds Brilliant Corners’, in San Francisco (Unsound Recording USR 001). Prince Lasha stierf op 12 december 2008 nauwelijks twee maanden na deze opnamen, uitgebracht in augustus 2020.
Voetnoot 1:
In Fort Worth en die Texaanse regio vinden talrijke muzikanten hun roots: saxofonist Buster Smith (1904-1991), saxofonist Tex Beneke (1914-2000), klarinettist-saxofonist John Carter (1929-1991), saxofonist Ornette Coleman (1930-2015), gitarist Cornell Dupree (1942-2011), saxofonist Julius Hemphill (1938-1995), drummer Ronald Shannon Jackson (1940-2013), saxofonist King Curtis (1934-1971), saxofonist Dewey Redman (1931-2006) en bluesgitarist T-Bone Walker (1910-1975).
Het boek ‘Fort Worth’s Giants Of Jazz’ van Michael H. Price heeft een korte biografie van een dertigtal muzikanten. In het Engels, 88 pagina’s, gepubliceerd in 2016.
Voetnoot 2:
Het is het jaar waarin het Impulse!-label in New York werd opgericht door Creed Taylor. De geesten zijn rijp voor zijn motto ‘The New Wave In Jazz’ met bassist Charles Mingus en de saxofonisten Pharoah Sanders, Yusef Lateef, Albert Ayler.
Voetnoot 3:
Prince Lasha deelde met pianist Horace Tapscott (1934-1999) heel wat opvattingen over muziek en de culturele emancipatie van de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Tapscott richtte in 1961 een collectief op, de ‘Union of God’s Musicians and Artists Ascension’, de UGMAA. Lasha’s relatie met die UGMAA was eerder een geestesverwantschap dan een formeel lidmaatschap. Bekende namen waren vooral Arthur Blythe en David Murray. Door deelname aan politieke activiteiten en betrokkenheid bij de Black Panthers werd Lasha soms gedwarsboomd. De Black Panthers vonden een promotor in Charles Moffett, bekend door zijn werk bij Ornette Coleman.
Voetnoot 4:
In de periode dat Prince Lasha in Londen verbleef nam hij een album op met Engelse musici rond pianist Stan Tracey (1926-2013) en orgelist Mike Carr (1937-2017), die op dit album piano speelt. De plaat, ‘Insight’ getiteld, bevat onder meer vier jazzstandards (vermoedelijk hadden die Engelsen minder moeite met die klassiekers dan met de composities van Prince Lasha zelf). Het betreft de volgende stukken:
Body and soul (1930, Johnny Green-Heyman-Sauer-Eyton)
Toen saxofonist Coleman Hawkins zijn versie van 11 oktober 1939 onsterfelijk maakte was de song al negen jaar oud, zijn versie klinkt bekend in de oren. De muziek kwam van Johnny Green. Trompettist Louis Armstrong vertolkte het nummer op 9 oktober 1930. De eerste opname is toegekend aan Jack Hylton op 7 februari 1930, Bert Ambrose volgde op 22 februari 1930. Tientallen versies bestaan, tenorsaxofonist Chu Berry met zijn Little Jazz Ensemble speelde het op 11 november 1938, waarbij trompettist Roy Eldridge het succes naar zich toetrok. Bijzonder is de uitvoering van baritonsaxofonist Serge Chaloff met Boots Mussulli op altsax, met trompettist Herb Pomeroy op 4 april 1955. Saxofonist John Coltrane heeft een klassieke prestatie op 24 oktober 1960. Saxofonist Art Pepper boeit met een versie in Japan op 22 november 1981.
Everything happens to me (1941, Tom Adair-Matt Dennis)
Een eerste vertolking werd op 7 maart 1941 gezongen door Frank Sinatra bij het orkest van Tommy Dorsey. Het nummer werd extra bekend door ‘Charlie Parker with Strings’ van 30 november 1949, Billie Holiday zong op 14 februari 1955 deze standard met trompettist Charlie Shavers, klarinettist Tony Scott, saxofonist Budd Johnson, pianist Carl Drinkard, gitarist Billy Bauer, bassist Leonard Gaskin en drummer Cozy Cole. Art Pepper speelt zijn versie ‘Live At Donte’s’ op 24 november 1968.
Just Friends (1931, John Klenner, Sam M.Lewis)
Eerste uitvoering door Red McKenzie Orchestra op 15 oktober 1931 voor Columbia. Glen Gray met het Casa Loma Orchestra speelt het voor Decca op 21 september 1941. Op 18 juli 1963 is het nummer opgenomen door twee grote tenorsaxofonisten op ‘Sonny Meets Hawk’. Op 1 mei 1967 speelt gitarist Pat Martino zijn versie op ‘El Hombre’ met Hammondorgeliste Trudy Pitts (Jazzflits 339) (OJC 195).
Out of nowhere (1931, Edward Heyman-Johnny Green)
Bing Crosby had met dit nummer zijn eerste hit vast op 30 maart 1931 voor Brunswick. In het Frans luidt dat ‘De Nulle Part’ met Django Reinhardt en André Ekyan op 11 september 1941. Er circuleren nog tientallen versies, onder meer door Coleman Hawkins en Benny Carter in Parijs met Django (1937), Ella Fitzgerald (1939), Teddy Wilson met Lena Horne (1941), Les Brown (1942). Op de plaat ‘Everything Must Change (Muse 5190) zingt Morgana King, de ex-vrouw van trompettist Tony Fruscella, haar versie op 8 augustus 1978.




