Jazzstandards: blues als bron
De bijdrage van blues aan het jazzrepertoire is niet te verwaarlozen. Van 'Deep Moaning Blues' van Ma Rainey tot 'Goodbye Pork Pie Hat' van Charles Mingus; de twaalf maten omvattende bluesschema’s zijn in de jazz van grote invloed geweest. Dit is de eerste aflevering op deze site van een reeks artikelen over jazzstandards. Ruud Bergamin gaat voor JazzNu de diepte in.
Blues ontstond in de loop van de negentiende eeuw als het levenslied van de zwarte bevolking in de Verenigde Staten. Van oorsprong is blues een vorm van ‘volkskunst’, de expressie van een gevoel. In het begin van twintigste eeuw ontstond jazz vanuit een samensmelten van diverse muziekgenres. Naast onder meer ragtime en blaasmuziek, speelde blues een rol.
In de jaren 1920 kreeg het samengaan van jazz en blues een extra impuls, doordat blueszangeressen zoals Mamie Smith, Ma Rainey en Bessie Smith zich door jazzmusici lieten begeleiden. Blues werd, meer dan in de oude ‘volkskunst’ fase, een podiumkunst. ‘Bluesdiva’s’ reisden rond met hun bands. Ma Rainey’s Deep Moaning Blues geeft een impressie van deze muziek.
https://www.youtube.com/watch?v=atiethbYM5I&t=2s
Kenmerken blues
Bij de doorwerking van blues in het jazzrepertoire zijn twee muzikale blues-kenmerken belangrijk. Het eerste is de ‘sound’ van de muziek, met name het gebruik van ‘blue notes’, iets te lage intonaties die niet helemaal kloppen met het Westerse toonstelsel. Ze stammen uit de vocale blues, maar werken ook in instrumentale muziek door. De blue notes worden dan getransformeerd naar westerse toonhoogten en men spreekt zelfs van ‘blues-toonladders’.
Het tweede kenmerk is de liedvorm. Ik beperk me hier tot de twaalfmatige blues, want deze komt het meeste voor. Ze omvat drie zinnen van elk vier maten. De eerste zin bevat een bewering, die in de tweede - soms met een kleine verandering - wordt herhaald. De derde zin bevat een verklaring of uitleg. Men noemt dit een AAB structuur. Zo luidt het 1e couplet van de Empty Bed Blues van Bessie Smith:
A/ I woke up this morning with a awful aching head
A/ I woke up this morning with a awful aching head
B/ My new man had left me, just a room and a empty bed
https://www.youtube.com/watch?v=Mc7RQCQAtKU&list=RDMc7RQCQAtKU&start_radio=1.
De begeleidende harmonieën zijn in oorsprong erg eenvoudig. Het gaat in wezen om slechts drie simpele akkoorden. In de muziektheorie zijn deze bekend als de tonica, de onderdominant en de dominant. Men vindt ze op trappen van een toonladder en pleegt ze aan te duiden met Romeinse cijfers. I – II – III – IV – V – VI – VII. Bijvoorbeeld is in de toonladder van C (C-D-E-F-G-A-B) het C akkoord (C – E – G = I) de tonica; het F akkoord (F – A – C = IV) de onderdominant en het G akkoord (G – B – D = V) de dominant.
De meest basale vorm van een bluesschema ziet er schematisch zo uit:
I I I I IV IV I I V V I I
Op papier zit dit er abstract uit. Beluistering werkt verhelderend. Een illustratie bij deze harmonische progressie levert Duke Ellington’s Creole Love Call. Er zijn daar wel twee minimale verschilpuntjes: de onderdominant wordt één maat langer aangehouden in de tweede strofe en in de tiende maat hoor je nog even de onderdominant.
I I I I IV IV IV I V IV I I
https://www.youtube.com/watch?v=9kC_T49hPOs&t=145s
Jazzstandards op blues gebaseerd
De Creole Love Call is een jazzcompositie, op het bluesschema gebaseerd, en daarmee zijn we aanbeland op het hoofdonderwerp: blues als bron van jazzstandards. Jazzcomposities, op bluesschema’s gebaseerd, zijn er in grote getale. Titels van composities geven niet altijd uitsluitsel. Zo heeft Cape Verdean Blues van Horace Silver, ondanks de titel, helemaal niets met blues in de hier besproken betekenis te maken. Een oud voorbeeld waar het wel om blues gaat, is de Dippermouth Blues, die door King Oliver in 1923 op plaat werd gezet. Het is een twaalfmatige blues, met in Oliver’s cornetsolo veel blue notes.
https://www.youtube.com/watch?v=Rm_UpMNOunA&t=3s
Het stuk sloeg aan en werd enkele jaren later door arrangeur Don Redman omgewerkt voor Fletcher Henderson’s bigband, onder de titel Sugarfoot Stomp. Uiteindelijk kwam het stuk in de jaren ‘30 terecht in het bigband-repertoire van ‘King of Swing’ Benny Goodman.
https://www.youtube.com/watch?v=_u8gcI1yajU&list=RD_u8gcI1yajU&start_radio=1
Rifftunes
In die tijd, de Swing-Era, was jazz bij uitstek de populaire muziek en bigbands zoals die van Goodman, Basie, Lunceford (en vele anderen) speelden voornamelijk voor dansend publiek. Hun repertoire bevatte vaak riffs, kleine swingende melodische motiefjes die vrijwel identiek een aantal keren worden herhaald.
Dat werkt bij dansmuziek altijd goed en zo nodig opzwepend (denk aan jive en lindy-hop). Het bluesschema is bij uitstek een geschikt ‘voertuig’ voor dergelijke vaak herhaalde riffs. De band van Count Basie oogstte in die tijd successen met riff-tunes. Het volgende Swinging The Blues bevat een aaneenrijging van riffs, allemaal over een twaalfmatig bluesschema.
https://www.youtube.com/watch?v=TrYp6oGo8X0
Ook Duke Ellington was niet vies van rifftunes. Een van de simpelste riffs hebben we aan hem te danken. Dat is de C Jam Blues. Deze riff bestaat uit slechts 2 noten: Een G en een C: GG - GG - GG - GC. Uiterst simpel, maar het zou Ellington niet zijn, of er zit toch een addertje onder het gras: de solo’s over het stuk beginnen met een solo-break (vier maten waarin een solist speelt, terwijl de ritmesectie stopt) over een extra tussenstukje. De C Jam blues werd in 1942 opgenomen in een humoristisch filmpje.
https://www.youtube.com/watch?v=gOlpcJhNyDI&list=RDgOlpcJhNyDI&start_radio=1
Het gebruik van blues-riffs zien we ook terug in een genre dat op het grensvlak van jazz en blues ligt: Boogiewoogie, van oorsprong een pianostijl die in de jaren 1920 populair werd en die ten grondslag ligt aan de rhythm & blues uit de jaren 1940, waar uiteindelijk weer rock ‘n roll uit ontstond. Ik laat dit, op zichzelf ook weer boeiende onderwerp, hier verder onbesproken.
Het aantal blues-riffs in jazzstukken is behoorlijk groot. Het grote publiek kende (en kent misschien nog) In The Mood, een blues-riff, bekend geworden door Glenn Miller’s bigband, ook uitgevoerd door The Andrews Sisters:
https://www.youtube.com/watch?v=gOuLfqLS5Mc&list=RDgOuLfqLS5Mc&start_radio=1
Hier volgen nog wat andere, willekeurig gekozen, voorbeelden van blues-riffs in het jazzrepertoire.
De rifftune Blues in the Closet van Oscar Pettiford:
https://www.youtube.com/watch?v=Pdwq7WUz2mA&list=RDPdwq7WUz2mA&start_radio=1
De rifftune Buzzy van Charlie Parker:
https://www.youtube.com/watch?v=J6uT4WPbTz0&list=RDJ6uT4WPbTz0&start_radio=1
Ook de bekende rifftune Tenor Madness is een voorbeeld. Hier zien we dat men binnen de jazz soms nogal vrij omgaat met auteurschap. Terwijl het thema op naam staat van Sonny Rollins (vanwege een plaat die hij in 1956 uitbracht samen met John Coltrane) bestond het al veel eerder. In een sessie van Kenny Clarke and his 52nd Street Boys (1946), heette hetzelfde stuk Royal Roost.
https://www.youtube.com/watch?v=uzYO-bpr3_Y&list=RDuzYO-bpr3_Y&start_radio=1
Langere melodieën
Niet alle jazzcomposities over bluesschema’s zijn rifftunes. Er bestaan ook langer uitgesponnen melodieën over het twaalfmatige bluesschema’s.
Denk aan Billy’s Bounce van Charlie Parker. In de solo van Parker valt bovendien op dat hij ruimschoots gebruik maakt van het bluesidioom, met blue notes.
https://www.youtube.com/watch?v=S4mRaEzwTYo&list=RDS4mRaEzwTYo&start_radio=1
Ook Straight, No Chaser van Thelonious Monk heeft een langer uitgesponnen melodie:
https://www.youtube.com/watch?v=7naC7TF9OU0&list=RD7naC7TF9OU0&start_radio=1
Harmonische hoogstandjes
Terwijl de harmonische structuur van een twaalfmatige blues in wezen op slechts drie akkoorden is gebaseerd, zijn er in de loop van de tijd ontelbaar veel varianten zijn ontstaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van allerlei extra tussen-akkoorden en alternatieve akkoorden (substituties).
Een opvallende variant komt van Charlie Parker, die er in slaagde om de basisstructuur van het bluesschema overeind te houden, met omzwervingen via vernuftige harmonische omweggetjes. Het bekende voorbeeld is Blues For Alice:
https://www.youtube.com/watch?v=G7USMqAH8qk
Een dergelijk harmonisch hoogstandje was in het bebop-tijdperk (jaren ’40 en begin ’50) een verrassende vernieuwing. Ook anderen ontwikkelden varianten op een twaalfmaten-bluesschema. Onder meer Charles Mingus was er een meester in. Nog tamelijk eenvoudig is zijn compositie Nostalgia In Times Square, dat met alternatieve akkoorden een eigen draai geeft aan een twaalfmaten-blues: https://www.youtube.com/watch?v=HafQ0B36ZIQ
Echt gewaagd wordt het in zijn compositie Goodbye Pork Pie Hat, gecomponeerd naar aanleiding van de dood van Lester Young in 1959:
https://www.youtube.com/watch?v=CWWO_VcdnHY&list=RDCWWO_VcdnHY&start_radio=1
Mingus laat daar horen hoe je aan een melodie die vol zit met blue notes een extra emotionele lading mee kunt geven door er extra ‘donkere’ akkoorden onder te zetten. De akkoordprogressie van dit twaalfmatige thema is overigens zo ingewikkeld, dat er in de solo’s een vereenvoudigd schema wordt gebruikt.
Grotere composities
We komen blues nog op een andere manier tegen in jazz, wanneer een twaalfmatige blues een onderdeel is van een meer thema’s bevattende jazzcompositie. Een goed voorbeeld is Duke Ellington’s compositie The Mooche (1928). Het eerste thema is geen blues, maar een chromatische melodie van 16 maten in C mineur, gespeeld door drie klarinetten, met de ‘jungle sound’ tegenstem van trompettist Ray Nance.
Na een interlude van acht maten (ook in C mineur) komt men aan het tweede thema toe: een blues-thema in Es majeur. Daarna volgen er solo’s over een bluesschema in Es mineur. In dit stuk is een blues met diverse ‘gezichten’ ingebed in een groter geheel, met de typerende Ellingtoniaanse afwisseling in kleuren en sferen.
https://www.youtube.com/watch?v=itfOsNvpkY0
The Mooche is overigens niet het oudste stuk met een blues als onderdeel van een grotere vorm. Reeds in 1914 componeerde W.C. Handy de beroemde Saint Louis Blues, waarin niet alleen twee verschillende blues-thema’s zijn verwerkt, maar ook derde thema voorkomt dat geen blues is. Dat derde thema - een zestien maten lang stuk in mineur - wordt in de oorspronkelijke versie als snelle tango gespeeld. Je hoort dit in een opname door Handy zelf, die ook nog bij wijze van intro opent met een deel van het tango-thema.
https://www.youtube.com/watch?v=Gpp75gQ-T6Y
Tot slot nog een ander voorbeeld van een blues, ingebed in een grotere compositie. Een meesterwerk, dat we te danken hebben aan de samenwerking van Miles Davis met Gil Evans uit de jaren ’50. In deze Blues For Pablo (1957) gaat het om een orkestraal werk waarin een twaalfmatige blues ‘verstopt’ zit in een symfonisch aandoend geheel (tipje van de sluier: het bluesthema begint bij 2.50 in de video):
https://www.youtube.com/watch?v=LRxHGKEA2yg&list=RDLRxHGKEA2yg&start_radio=1
De voorbeelden laten zien dat blues een flinke bijdrage aan het jazzrepertoire heeft geleverd, alleen al door de vele manieren waarop twaalf maten omvattende bluesschema’s zijn toegepast. Andere invloeden van blues op jazzrepertoire, zoals songs waar blue notes in voorkomen, bleven buiten beschouwing. Dat is stof voor een ander verhaal.
Dit is voor JazzNu de eerste aflevering van een reeks artikelen over jazzstandards. In deze reeks zullen ook afleveringen worden gepubliceerd die eerder in JazzFlits stonden, dat begin dit jaar fuseerde met JazzNu.




