Pacific Jazz Records: een geschiedenis van het label en de artiesten
Ze lijken elkaar te dekken, die twee: Pacific Jazz en West Coast jazz. Maar dat kan natuurlijk niet: het eerste is een platenfirma en West Coast jazz een muziekstroming. Bovendien: Pacific Jazz bracht, zeker onder de nieuwe naam World Pacific, ook andere muziek uit. Anderzijds, West Coast jazz, hoe vaag het begrip ook is, was op diverse labels te horen, met name op Contemporary.
Zes jaar geleden scheidde James A. Harrod een boek af, waarin hij nauwkeurig verslag deed van een reeks televisie-uitzendingen uit de jaren vijftig onder de titel 'Stars of jazz'. Dat was nuttige informatie, onder meer, daar er van de muziek rommelig samengestelde elpees te koop waren op het label Calliope. (zie voor bespreking van het boek Jazzflits, nr. 356, 26 april 2011).
Dezelfde formule heeft hij nu toegepast op de uitgaven van het label Pacific Jazz: de 78-toerenplaten, de ep’s en elpees, aanvankelijk met een doorsnee van 25 cm, tot de algemene tendens was die te vergroten tot 30 cm. Een overgangsperiode, zoals ook die van mono naar stereo, die menige platenmaatschappij in grote problemen bracht.
De indeling van het boek is per jaar, zo goed en zo kwaad als dat ging. Ertussen gevoegd zijn enkele geschreven portretten van degenen die in het productieproces een wezenlijke rol hebben gespeeld: Dick Bock, de baas met wie het allemaal begon, drummer en eigenaar van een drumwinkel Roy Harte (richtte met bassist Harry Babasin in 1955 het label Nocturne op), de fotografen William Claxton en Ray Avery en het echtpaar Woody en Dottie Woodward.
Aan de hand van de leggers, voorzover aanwezig, noteerde Harrod van alle opnamen niet alleen de gebruikelijke gegevens, maar ook bezettingen van verder onbelangrijke strijkerssecties, het matrijsnummer, de naam van de opnamestudio en de tijdstippen (!) waarop die werd afgehuurd. Daarna volgen, soms het jaar daarop, fragmenten uit recensies in de vakbladen (Down Beat, Metronome, Billboard e.a.). En dat gaat zo door, jaar in jaar uit. Het kan niet de bedoeling zijn geweest dat allemaal te lezen. Daar word je door de opeengepakte teksten dan ook bepaald niet toe uitgenodigd: geen interlinie, geen tussenkopjes, alles dicht ineen in twee kolommen.
Een boek dus barstensvol neutrale informatie; van de gebruiker eist het volharding om de nodige kennis eruit te puren. Zelfs het overvolle register, waarin notabene Contemporary Records ontbreekt, biedt onvoldoende hulp. Achteraf gezien gaf zijn dankwoord voorin het boek al een indicatie van zijn werkwijze. Harrod noemt daar al diegenen die hem gedurende zijn onderzoek in enigerlei vorm hebben bijgestaan. Buiten de instituten om zijn dat er zegge en schrijve 143 in getal! Daaronder vijf Nederlanders: Jeroen de Valk, Coen Hofmann, Gerard Hoogeveen, Gert Jan van Laar en Bob van Langen.
De auteur had oorspronkelijk ook nog een discografie op het oog, maar een zee van tegenstrijdigheden hield hem daarvan af. In plaats daarvan heeft hij in de tekst aangegeven waar de tot nu toe gepubliceerde gegevens niet kloppen.
Zo is gebleken dat Chet Baker de eerste vier titels met zijn kwartet (Isn’t it romantic, The Lamp is low, This time the dream’s on me en Maid in Mexico) al op 15 december 1952 opnam, dus nog vóór de session van het Mulligan kwartet met Lee Konitz. Producer Dick Bock had de opnamen achtergehouden om de toch al broze verhouding met Gerry Mulligan niet nog meer voedsel te geven. Overigens geeft een Japanse heruitgave in plaats van The Lamp is low het nummer de titel Pavane for a dead princess, hetgeen niet onjuist is, want de melodie is die van de compositie van Maurice Ravel.
Wat een nauwgezette discografie nog meer gecompliceerd maakt – en dit was al eerder bekend – er werd bij Pacific Jazz ontzettend veel geknoeid. Een voorbeeld van zo’n ‘bewerking’ is een reissue van een session van bastrompettist Cy Touff met tenorist Richie Kamuca, nu onder de elpeetitel Keester Parade (PJ-42). Harrod gebruikt vier verschillende termen voor evenzovele ingrepen: 'reduced', 'cut', 'trimmed', 'shortened'. En op de verzamelelpee Jazz West Coast, vol. 2 (JWC-501) werd It’s sand, man door dezelfde groep ingekort van 5:54 tot 4:26.
Harrod hoopt dat met dit boek in handen professionele discografen - zijn die er nog? - een en ander gaan oppakken. Ze zullen er een hele kluif aan hebben.
James A. Harrod. Pacific Jazz Records: a history of the label and its artists, 1952-1965
Jefferson, NC: McFarland & Company, 2026
VII, 372 pag. : ill. ; 26x18 cm.
ISBN 978-1-4766-9930-1 pbk.
Prijs 55,95 euro
Neem HIER een kijkje in het boek.




