Het is een van de meest gespeelde songs aller tijden: Summertime van George Gershwin. Het is zowel in de wereld van de pop als die van de jazz oneindig vaak gespeeld. De meesten van ons kennen dit stuk ongeveer van buiten. Valt er dan nog wat over te zeggen? Beslist wel.

Hier is  nog even de tekst van het eerste couplet:

“Summertime, and the living is easy
Fish are jumpin’, and the cotton is high
Oh your daddy is rich, and your mom’ is good lookin’
So hush, little baby, don’t you cry.”

In 1935 was de première van Gershwin’s opera Porgy and Bess. De thematiek gaat over het (geromantiseerde) beeld van het leven in een dorpje met African Americans. Het werk werd uitgevoerd door een geheel African American cast (toen werd een andere benaming gebruikt, maar dat soort taalgebruik is gelukkig verdwenen). De opera moet volgens de erven van Gershwin nog altijd in zijn min of meer originele gedaante worden uitgevoerd; experimentele regievormen zijn uit den boze. Summertime (een wiegelied) komt in Porgy and Bess drie keer voor, als aria.

In de oorspronkelijke setting klinkt het zo: https://www.youtube.com/watch?v=O7-Qa92Rzbk.

Terwijl de opera steeds zijn oorspronkelijke gedaante heeft behouden, ligt dit anders bij Summertime als verzelfstandigde song. Jazzversies en popversies kennen vele, zeer uiteenlopende, gedaanten.

Al in 1939 scoorde sopraansaxofonist Sidney Bechet een hit met een zeer bluesy instrumentale uitvoering, waarin hij de vocale mogelijkheden van een sopraansaxofoon ten volle benut. Men kan Bechet’s versie beluisteren via: https://www.youtube.com/watch?v=JYm8ZD1B5VY

 

Sidney Bechet
Public Domain Collections picryl.com
Sidney Bechet

Niet alleen voor Bechet was dit een belangrijk succes, ook Blue Note zette zichzelf hiermee op de kaart als label voor traditionele jazz. In de jaren ’50 veranderde Blue Note van focus en richtte men zich op de toen actuele hard bop.

Ontelbaar velen hebben inmiddels Summertime op hun repertoire gehad en nog steeds wordt het stuk vaak gespeeld. Wat is het geheim van dit stuk? Waardoor klinkt het ook vandaag nog niet “oubollig” ? In elk geval is het niet de toonaard waarin het wordt gespeeld. In de opera gaat het in B mineur, Sidney Bechet speelt het in G mineur, bij anderen doen het om D mineur, of A mineur, of Bes mineur, etc. Alles kan dus, zolang het maar in een mineurtoonaard is.

Ruimte in de melodie

Opvallend is de ogenschijnlijk eenvoudige melodie, met de omvang  van slechts één octaaf. In de vier zinnen van de melodie worden maar vijf noten gebruikt, met één uitzondering – bij het woordje “High”. Het is een pentatonische melodie (‘penta’ is Grieks voor vijf). Zoiets geeft de luisteraar een vertrouwd en herkenbaar gevoel, want pentatoniek is een wijd verbreid fenomeen in vele culturen. Een vorm van pentatoniek komt ook voor in de traditionele blues en Summertime wekt dan ook blues-achtige associaties.

Een tweede opvallend punt is het trage melodische ritme. Er zit veel ruimte in de melodie, want tussen de frasen zitten tamelijk lange pauzes. Ook al zou je geen noten lezen, dan valt het toch op, zie het volgende voorbeeld:

Denk je de ruimtes in de melodie weg en speel je alle frasen zonder pauze achter elkaar, dan wordt het iets totaal anders.

Die ruimtes kunnen op zichzelf nieuwe mogelijkheden bieden voor een arrangeur. Gil Evans deed dit in zijn versie - eigenlijk meer een hercompositie dan een arrangement - met Miles Davis als solist. De toonaard is nu Bes mineur. Evans plaatste in de ruimtes een tegenmelodie, bij wijze van “call and response”. In de solo van Miles Davis wordt dit vraag-en-antwoord patroon voortgezet. Luister via:

https://www.youtube.com/watch?v=jgmEY41baKM

Variaties in het akkoordenschema

Ook de begeleidende akkoorden bieden ruimte voor variatie. Er zijn in de loop der tijd uiteenlopende varianten in het akkoordenschema ontstaan, soms voor de hand liggend, soms vergezocht. In jazz- en popversies worden vreemd genoeg zelden de harmonieën uit Gershwin’s origineel gebruikt. Een uitzondering is een versie door Louis Armstrong en Ella Fitzgerald uit 1958; ook de versie van Charlie Parker knoopt enigszins bij het origineel aan. Zie de links naar deze versies, onderaan het artikel.

De melodie leidt je min of meer vanzelf naar wat basisakkoorden. Enkele vaste punten zijn belangrijk. Zo ligt het voor de hand om in de vijfde maat (“jumping”) naar een akkoord te gaan dat een afstand van een kwart (drie toonsafstanden) boven de grondtoon ligt (men noemt dit de onderdominant), in de achtste maat (“high”) naar een akkoord dat een kwint (vier toonsafstanden) boven de grondtoon ligt (men noemt dit de dominant) en in de dertiende maat naar een majeurakkoord dat parallel is aan de mineurtoonsoort. Die laatste overgang klinkt ook een beetje als een conclusie en de tekst wijst daar op (“so, hush little baby”). Daarna eindigt het schema weer met het mineurakkoord waar het ook mee is begonnen.

Er zijn enkele vaste punten, maar afgezien daarvan komt men vele variaties tegen. Een klein onderzoek in enkele Real Books (door muzikanten veel gebruikte verzamelingen van repertoirestukken met eenvoudig genoteerde melodielijnen, met de bijbehorende akkoordsymbolen) laat zien dat de varianten ook onderling nogal uiteenlopen.

Wanneer op internet wordt gesproken over “het” akkoordenschema van Summertime, wordt daar niet meer mee bedoeld dan één van de mogelijke varianten. Afgezien van de (door vrijwel niemand gebruikte) originele akkoorden van Gershwin, gaat het in jazz en pop alle kanten op.

Varianten in de uitvoering

Niet alleen het akkoordenschema, ook de muziekstijl waarin men Summertime uitvoert kent talloze varianten. Denk alleen al aan het enorme verschil tussen Bechet’s langzame versie en die van Gil Evans/Miles Davis, in een sneller tempo. Het stuk pleegt gespeeld te worden in elke denkbare groove, van ballad tot swing, van latin tot rock. Wie op een jamsessie voorstelt om Summertime te spelen, moet zich er eerst van vergewissen in welke toonaard, met welke akkoorden, in welk tempo en in welke ritmische stijl men het wil hebben.

Het succes berust dus op de pakkende en (schijnbaar) eenvoudige melodie, de licht blues-achtige sfeer, de ruimtes tussen de frasen, de heldere structuur in een lengte van slechts 16 maten, de vrijheid die het akkoordenschema biedt. Daardoor kan het stuk  triomfantelijk overeind blijven in uitvoeringen op elk niveau, in elke stijl, door iedereen, van beginnende amateurs tot op hoog niveau spelende profs.

Hier volgen nog wat links naar jazz-gerelateerde versies, die de vele gezichten van deze klassieker laten zien. Als men ook nog allerlei versies in de sfeer van pop en rock zou toevoegen, zou de lijst behoorlijk lang uitvallen. Daarom beperkt ik me tot jazz.

Billie Holiday (in traditional jazz stijl, blues achtig): https://www.youtube.com/watch?v=THflqYOqm3A

Sidney Bechet (1949, nu beetje in de Gypsy-achtige sfeer) https://www.youtube.com/watch?v=_sy_OcEXxgo

Ella Fitzgerald: https://www.youtube.com/watch?v=u2bigf337aU

Ella and Louis (met een orkestrale begeleiding die enigszins doet denken aan Gershwin’s origineel): https://www.youtube.com/watch?v=2HJCN3upMHE

Stan Getz: https://www.youtube.com/watch?v=cu8D5TyU7T4

Charlie Parker (Parker with Strings): https://www.youtube.com/watch?v=k7CHDscLREk

Sonny Rollins & Coleman Hawkins: https://www.youtube.com/watch?v=CCMaFUnOXo4

John Coltrane (in een typerende “Coltrane benadering”): https://www.youtube.com/watch?v=NEftw9o1joo

Keith Jarrett (in “Gospel” sfeer): https://www.youtube.com/watch?v=SFuypO3zlP0

Norah Jones & Marian McPartland (min of meer als “pop-ballad”): https://www.youtube.com/watch?v=xJOtaWyEzaI

Deze aflevering van Jazzstandards is een herziene versie van het artikel dat eerder verscheen in  Jazzflits 21.11 (juni 2023).

Ruud Bergamin, saxofonist en componist, verzorgt in het najaar van 2026 een serie van acht bijeenkomsten over jazz aan de Rotterdamse Volksuniversiteit.
Filmfragmenten en audio-opnamen van de groten uit de jazz staan centraal in deze jazzcursus. Ruud Bergamin bespreekt diverse aspecten van de muziek aan de hand van dit materiaal. Zo nu en dan speelt hij ook iets voor op saxofoon of piano.
De nadruk in de cursus ligt op de muziek zelf en minder op biografische en sociale kanten. Voorkennis bij de deelnemers is niet vereist; belangstelling voor muziek is voldoende. Miles Davis, ‘The Great Songbook’ en diverse vocalisten, en de verhouding tussen jazz en klassieke muziek komen aan de orde.

De bijeenkomsten zijn op donderdagen van 13.30 tot 15 uur en vangen aan op 8 oktober 2026. Het cursusgeld voor de hele cursus bedraagt € 160.
Men kan zich opgeven bij de Volksuniversiteit via https://www.volksuniversiteitrotterdam.nl/kunst-en-cultuur
Info 010 - 476 12 00

Tekst Ruud Bergamin

 

Advertenties

Advertentie aubergine
Jazz Bulletin 140
TilburgsAns
TilburgsAns