The Fried Seven betoont Jelly Roll Morton eer
Vrij snel na het eerste album – Late To The Party uit 2024 – heeft het Amerikaanse label Rivermont Records nu een tweede album van het Nederlandse classic jazz-orkest The Fried Seven uitgebracht: Roll Some Jelly. Alhoewel, ‘Nederlands’ is misschien niet de juiste omschrijving. In een aantal nummers speelt de Amerikaanse pianist Andrew Oliver als gastsolist mee en The Fried Seven zelf is niet een Nederlandse maar een internationale band. Gevestigd in Amsterdam, omdat de jonge bandleden elkaar daar hebben leren kennen op het conservatorium. Ze komen uit Spanje, Italië en Nederland.
Het orkest is ontstaan tijdens workshops over trompettist Louis Armstrong waarbij de docent zijn studenten solo’s van Armstrongs orkest uit het hoofd liet spelen. Bijzonder, omdat op conservatoria vaak niet verder teruggekeken wordt dan saxofonist Charlie Parker en trompettist Dizzy Gillespie! Geleidelijk aan voegde de groep meer muziek uit The Jazz Age (de jaren 1920 –1930) aan het repertoire toe – van bijvoorbeeld Jelly Roll Morton, Duke Ellington, King Oliver en Fletcher Henderson – en nog steeds spelen The Fried Seven hun eigen, aangepaste, niet eenvoudige arrangementen, volledig uit het hoofd. Deze concertopname uit 2022 illustreert dit (het concert begint op 17.00 minuten).
Over die naam, The Fried Seven; het viel de conservatoriumstudenten op dat veel namen van orkesten en songs een connectie hebben met eten. Bijvoorbeeld Louis Armstrong and his Red Onion Jazz Babies, Jelly Roll Morton’s Red Hot Peppers, Les Haricots Rouges en The Fried Potatoes. Lettuce, een bekende, hedendaagse funk-jazzformatie, is zelfs vernoemd naar sla, maar dat is een taalgrapje op ‘Let us play’. Wat songs betreft zijn Cornet chop suey, Gim’me a pigfoot, Ice cream en Tangerine mooie voorbeelden. Titels en teksten van songs hebben echter dikwijls een dubbelzinnige lading. Die buitenlandse jongens van The Fried Seven zijn natuurlijk helemaal verkikkerd geraakt op onze gefrituurde snacks – op bitterballen, kroketten en bami schijven. Het zevental weet precies hoe ze hun eten het lekkerst vinden en dat is fried!
De bezetting van The Fried Seven op het eerbetoon Roll Some Jelly is als volgt: Pablo Castillo (Spanje), cornet; Pepijn Mouwen (NL), rieten; Martí Mitjavila (Spanje), rieten; Matteo Paggi (Italië), trombone; Cem Karayalçin (NL), banjo & gitaar; William Barrett (NL), bas en Carlos Ayuso (Spanje), drums & traps. Gastsolist is pianist Andrew Oliver (VS).
De ‘liner notes’ melden dat dit album het laatste project is waarop Matteo Paggi meespeelt. Het orkest zal dus op zoek moeten naar een nieuwe trombonist. Wisselingen zijn te verwachten als musici heimwee krijgen en terugkeren naar hun land van oorsprong. Op dit album ontbreekt de Nederlandse zangeres Laura Dooge, die de arrangementen van moeilijke nummers op het eerste album zo mooi wist te vertolken. Ze beschikt over een prachtige stem in het middengebied (luister eens naar haar Guess who’s in town). Ze doet denken aan Eva Taylor (1895–1977, de vrouw van Clarence Williams) en past perfect in de Jazz Age-stijl van The Fried Seven. In plaats van Simon Osuna, de uit Spanje afkomstige bassist van het eerste uur, speelt op deze cd de in Haarlem geboren William Barrett mee. Hij heeft zijn sporen in verschillende jazzstromingen verdiend als bassist, bandleider en componist en maakt met Laura Dooge ook deel uit van het ensemble Vondelier.
The Fried Seven speelt zonder pianist, maar dat kan natuurlijk niet als je zo authentiek mogelijk een album aan de illustere pianist Jelly Roll Morton wilt wijden. Daarom werd Andrew Oliver uitgenodigd, een bekende pianist uit Portland, Oregon, VS. Hij is gespecialiseerd in Jelly Roll Morton, komt uit de stal van Rivermont Records en heeft op veel albums van dit label gespeeld. Binnenkort komt bij Rivermont een album uit van de Oliver-Smith Incomparables, Stomp Your Stuff, met weinig gehoorde muziek uit de archieven van de Melrose Brothers Music Company in Chicago, de muziekuitgeverij die tijdens The Jazz Age furore maakte. Jelly Roll Morton was de belangrijkste songwriter en arrangeur van de gebroeders Lester en Walter Melrose, dit waren de hoogtijdagen van zijn carrière, en hij heeft zo een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de jazz geleverd. Vermeldenswaard is dat in die tijd muziekuitgevers vaak hun naam toevoegden aan die van de oorspronkelijke componisten om zo een graantje mee te pikken van de copyrights. Lester Melrose kon geen noot spelen of zingen maar had wel de copyrights van meer dan drieduizend songs! De Oliver-Smith Incomparables worden geleid door Andrew Oliver en drummer Hal Smith die beiden ook bekendheid genieten als jazz historici. Gerenommeerde multi-instrumentalisten als Andy Schumm en Colin Hancock maken deel uit van hun orkest (voetnoot 1).
Het eerste album van The Fried Seven werd in 2023 opgenomen in Zaandam met vintage microfoons en een antieke, 65-jaar oude analoge Ampex taperecorder. Van de hier en daar hoorbare vervorming zou je kunnen zeggen dat het een vleugje authenticiteit toevoegt. Bij het tweede album is daarvan echter geen sprake. Het is in 2025 opgenomen met professionele, 'state-of-the-art'-apparatuur in de legendarische Studio 2 aan de Heuvellaan in Hilversum onder supervisie van Frans de Rond, een befaamde opname- en geluidstechnicus die het orkest geweldig laat klinken. Neem HIER een kijkje achter de schermen.
Er is veel geschreven over Jelly Roll Morton, de man die aanvankelijk in vele hoedanigheden vooral in de onderste regionen van de maatschappij actief was, onder meer als pool shark, ritselaar, souteneur, gokker, nachtclub manager en ook nog als pianist in een bordeel. Hij droeg een diamant voor op zijn gebit en zong scabreuze liedjes! Morton werd geboren in 1885 als Ferdinand Joseph La Menthe, in een gerespecteerde Creoolse familie in Faubourg Marigny, een wijk in New Orleans. Berooid en ziek overleed hij in 1941 in Los Angeles. In zijn leven maakte hij goede en slechte tijden mee. Vader La Menthe verliet het gezin toen Ferd drie jaar oud was, de moeder trouwde met William Mouton waarna Ferdinand de achternaam van zijn stiefvader aannam die hij later verengelste tot Morton. Mede op aandringen van zijn grootmoeder omdat zij zich schaamde voor de activiteiten van haar kleinzoon en hem uiteindelijk zelfs de toegang tot haar huis ontzegde. Ze zei volgens Morton in het Frans: ‘Your mother is gone and can’t help your little sisters now (Morton’s halfzusters). She left Amèdé and Mimi to their old grandmother to raise as good girls. A musician is nothing but a bum and a scalawag. I don’t want you round your sisters. I reckon you better move.’
Bovenstaand citaat is afkomstig uit het boek van Alan Lomax, 'Mr. Jelly Roll', met zijn interviews uit 1938 met Jelly Roll Morton. Deze gesprekken zijn ook te beluisteren op cd. Alan Lomax was een bekende Amerikaanse folklorist, meer gespecialiseerd in folk- en protestmuziek dan in jazz, en publiceerde onder meer over Leadbelly, Molly Jackson en Woody Guthrie. We mogen hem echter dankbaar zijn voor de interviews die hij in mei, juni en december 1938 met Morton opnam in het Coolidge Auditorium van de Library of Congress in Washington, D.C. Ze schetsen een uniek beeld van het New Orleans van het begin van de vorige eeuw en bieden door een van zijn grondleggers een zeldzaam inzicht in de ontwikkeling van de jazz. In 1938 bevond Morton zich in de nadagen van zijn carrière en hij wilde Lomax de werkelijke geschiedenis van de jazz vertellen en de cruciale rol die hij daarin gespeeld heeft. Hij begeleidde zijn relaas op de piano. ‘They are stealing my music, and they don’t even play it right.’
Morton beroemde zich erop dat hij in 1902 ‘jazz, stomps and swing’ had uitgevonden. Deze ‘Inventor of Jazz’-grootspraak leverde hem veel kritiek en hoon op en was bovendien nergens voor nodig, omdat het buiten kijf staat dat hij een van de grondleggers van de jazz is en dat zijn compositie Jelly Roll blues (1915) de allereerste gepubliceerde jazzcompositie in de geschiedenis is. Hij was een van de eerste jazzarrangeurs en bracht zo structuur in de nieuwe cultuurvorm. Hij heeft vele composities op zijn naam staan waaronder Frog-I-More rag, Wolverine blues, Grandpa’s spells, The pearls, Kansas City stomps, King Porter stomp, Milneberg joys en Black bottom stomp. Klassiekers die nog steeds overal op de wereld ten gehore worden gebracht. Morton was trouwens niet de enige musicus die zichzelf de uitvinder van de jazz noemde. Ook Buddy Bolden, Nick LaRocca, Paul Whiteman en W.C. Handy hadden er een handje van.
Maar terug naar het Jelly Roll Morton-eerbetoon van The Fried Seven. Dat bevat veertien songs, waarvan elf composities van Morton, maar zonder de hierboven genoemde klassiekers. High society van Porter Steele en Walter Melrose (!) werd in 1939 in New York City opgenomen door Jelly Roll Morton’s New Orleans Jazzmen met onder anderen klarinettist Sidney Bechet, maar wordt hier vertolkt door een trio bestaande uit klarinet, piano en drums. Uiteraard met Alphonse Picou’s klarinet obligato. Miserere is gebaseerd op Giuseppe Verdi’s Il Trovatore en werd door Morton gespeeld om andere pianisten onder tafel te spelen. In dit arrangement van Andrew Oliver komt het hele orkest aan bod. In You can have it, I don't want it worden Clarence Williams, Armand Piron en May Hill als componisten opgevoerd, maar Morton claimde bij Alan Lomax dat hij het in 1905 schreef en nooit de moeite had genomen het copyright vast te leggen. Neem de titel maar letterlijk!
Het is goed te merken dat The Fried Seven bestaat uit zeven, op het conservatorium opgeleide, perfectionisten die lastige nummers met moeilijke arrangementen en spectaculaire akkoorden wisselingen met speels gemak en zichtbaar plezier ten gehore brengen. Het samenspel van de blazers is knap, goed getimed en wel overwogen met hier en daar een solo, begeleid door een uitmuntende ritmesectie. Elk lid krijgt ruimschoots de gelegenheid om zijn virtuositeit te tonen, de banjoïst-gitarist bijvoorbeeld met ‘single string’-solo’s. En de trompettist is een genot om naar te luisteren.
Alle zeven zijn ze gepassioneerde liefhebbers van de muziek uit de Jazz Age. Zo bezocht Pablo Castillo in 2024 het Louis Armstrong House Museum in New York waar hij hartelijk ontvangen werd door Ricky Riccardi en op een van de trompetten van Louis Armstrong mocht spelen. Riccardi is Director of Research Collections van het museum met een archief met meer dan zestigduizend stukken. Hij is een erkende Louis Armstrong autoriteit en heeft drie standaardwerken over hem geschreven (lees HIER de bespreking van Jeroen de Valk). Bij het jongste lid van het orkest begon de liefde voor jazz al op heel jonge leeftijd. Pepijn Mouwen kreeg als 9-jarige reeds les van de jong overleden Robert Veen, die in de wereld van de klassieke jazz op eenzame hoogte stond. Sommige arrangementen van The Fried Seven zijn van zijn hand. Samenvattend: een mooi album.
Beluister nu de nummers Red hot pepper en The crave.
Voetnoot 1: Andy Schumm en Colin Hancock hebben dit jaar samen met nog vijf andere musici, onder wie pianist Andrew Oliver, het in slechte staat verkerende huis gekocht waarin Bix Beiderbecke in Davenport, Iowa is opgegroeid: “Our goal is to preserve this historic home and to allow it to serve as an important hub for us to connect with the community and promote Bix’s music and his legacy for future generations through a variety of forms, including: performances, recordings, workshops, tours, archives and lectures.” Lees HIER meer over dit initiatief.




