Woodbridge

Wie op zoek gaat naar informatie over Steve Schapiro (New York, 1936-Chicago, 2022), maakt kennis met een vooraanstaand, Amerikaans fotojournalist, die zijn vermaardheid verwierf met portretten van politieke kopstukken, literatoren en sterren uit de wereld van de populaire muziek. Ook was hij op de set als er ‘stills’ gemaakt moesten worden tijdens het opnemen van beroemde films. De portretten sleet hij aan tijdschriften als Life, Look en Time. Maar wat je in die beschrijvingen niet vindt zijn z’n bezigheden voordat hij goed en wel doorbrak: geen woord daar over zijn jazzfoto’s voor het Riverside-label.

De oprichters van Riverside, Bill Grauer en Orrin Keepnews, waren in 1953 begonnen met het heruitbrengen van oude opnamen op elpee: (Oliver, Morton, Dodds, Ma Rainey). Dat breidde zich uit tot het opnemen van de dan gangbare jazz: (Monk, Adderley, Griffin).

Schapiro werd gevraagd daar foto’s van te maken. Hoe Keepnews bij hem uitkwam is niet duidelijk, maar vermoedelijk zijn ze elkaar eens tegengekomen via de net als Schapiro al even sociaal bewogen collega-fotograaf W. Eugene Smith. Die had zich in de stad genesteld in een zogenaamde loft – een soort zolderverdieping – waar jan en alleman welkom was. En er werd veel jazz gespeeld. (Zie voor bespreking van het boek daarover Jazzflits, nr. 141, 28 juli 2010). Nu wist Schapiro weinig van jazz, maar nam de uitnodiging aan. En zo schoot Schapiro in 1961 en 1962 menig filmrolletje vol. Daarnaast konden we hem ook vinden in de kleedkamer en repetitieruimte van het Apollo theater en de Village Vanguard.

In zijn nadagen had Schapiro al eens een begin gemaakt met het ordenen van zijn archief, ontdekte zijn eigen jazzfoto’s, maar liet het daarbij. Dat werk is nu overgenomen door een paar vrienden en dat is uitgelopen op een selectie van driehonderd foto’s voor een boek.

En het is, zoals zanger Kurt Elling het in zijn nawoord omschrijft, een ‘remarkable and unexpected treasure trove’ geworden. Elling was een van degenen die Schapiro in zijn laatste dagen opzocht. Op een gegeven moment liet Schapiro hem zijn camera brengen en maakte van hem, vanaf zijn ziekbed, de laatste foto van zijn leven.

De foto’s hebben geen enkele artistieke pretentie. En ook bij de samenstelling van een boek is alle artisticiteit buiten de deur gehouden: alle foto’s zijn op één of twee pagina’s afgedrukt en er is bepaald niet op bezuinigd. Het is stevig gebonden (met garen) met een dik kartonnen omslag, waarop ingelegde foto’s, zowel op voor- als achterplat. Die op de cover is Art Blakey. Voor Riverside maakte hij twee elpees: Ugetsu en Caravan. Het zijn niet zijn meest representatieve, maar is dat van belang?

Veel musici zien we meerdere malen terug: Bobby Timmons (veertien keer), Cannonball Adderley, Bill Evans, Clifford Jordan, Percy Heath, Freddie Hubbard, Philly Joe Jones, Count Basie, Ron Carter. Maar dat is geen enkel bezwaar. Op de ene prent grijpt Barry Harris met zijn lange, gekromde vingers als klauwen in de pianotoetsen, op een andere zit-ie wat uit te proberen terwijl naast hem Clifford Jordan en Lee Morgan onderling aan het overleggen zijn. Welhaast onherkenbaar zijn een jeugdige Cedar Walton en de oude bassist Pops Foster. Sonny Red en Clifford Jordan staan wat grappen en grollen te verkopen, bassist Eddie Jones zit gebogen over een schaakbord, Sonny Rollins is in de weer met halters, Wayne Shorter is onverstoorbaar, Bobbie Timmons wordt door Johnny Griffin goedmoedig bij zijn arm gepakt, terwijl hij piano zit te spelen, Jimmy Heath legt Tommy Flanagan nog even uit wat de bedoeling is. We kunnen nog even doorgaan.

Vrouwen zijn er ook: tromboniste Melba Liston, vibrafoniste Terry Pollard, Aretha Franklin, Bertha Hope, die ondertussen nog wat optekent voor haar man, pianist Elmo Hope. Van de oudere generatie zijn er Lovie Austin, Lil Hardin Armstrong en blueszangeres Ida Cox, die na 32 jaar bij Riverside haar rentree mag maken, begeleid door Roy Eldridge en Coleman Hawkins.

De toelichtende teksten zijn van de mij verder onbekende jazzjournalist Richard Scheinin. De inleiding alsook de twintig profielen van enige musici zijn functioneel, sympathiek en hebben een persoonlijk tintje. De identificaties zijn consequent en compleet.

Hoe vaker ik het boek doorneem, hoe meer ik me realiseer dat de kracht van de foto’s niet schuilt in het vereeuwigen van de einduitvoering, maar in hetgeen eraan voorafgaat. Je blijft kijken.

Steve Schapiro (fotogr.), Richard Scheinin (tekst). Jazz : best of the Apollo, Village Vanguard, and Riverside Sessions
Woodbridge, Suffolk, UK: ACC Art Books, 2026
313 pag. : foto’s ; 33x25 cm. – ISBN 978-1-78884-342-3 geb.
Prijs 80 euro

 

Advertenties

Advertentie aubergine
Jazz Bulletin 140
TilburgsAns
TilburgsAns