Ernst Reijseger - Mario Forte
Ook op de kleinste jazzpodia is het nieuwe jazzseizoen begonnen. De Kultuurwerkplaats van Oosterbeek is zo’n podium waar duo-optredens de maat zijn. Zo minimalistisch is bijna geen podium, maar Jazz Sunday laat juist horen dat je op die manier de meest verrassende muziek kunt tegenkomen. ‘Het gaat niet om de bezetting, het gaat om de ontmoeting’, is een uitspraak van cellist Ernst Reijseger, die dit seizoen opende met een ontmoeting met violist Mario Forte.
Ernst Reijseger zal zijn achtergrond nooit verloochenen en laat met een knipoog horen dat het instant componeren hem in zijn DNA is gaan zitten. Daarbij is Mario Forte een ideale partner. Terwijl Reijseger de cellosnaren en zijn strijkstok aan elkaar liet wennen, opende Forte een viooltas door tergend langzaam de ritssluiting daarvan te openen, zodat samen met de cello de eerste minimale compositie ontstond. Toen Forte uiteindelijk zijn instrument aan de kin zette, zocht Reijseger de confrontatie op met de zacht zoemende airco. We wisten meteen dat het die middag wel goed zou komen.
Mario Forte vormt al sinds 2020 een duo met Reijseger, dat voornamelijk in het buitenland optreedt en hier zo goed als onbekend is. Mario Forte werd ruim veertig jaar geleden geboren in Algerije, groeide op in Frankrijk bij Italiaanse adoptieouders, en is een van de weinige klassiek geschoolde violisten die in willekeurig welk muziekgenre dan ook, kan improviseren. Zijn viool kan klinken als barok, als hedendaags klassiek of als jazz, met invloeden uit het westen en oosten. Invloeden die overigens nauwelijks herkenbaar zijn, want zijn improvisaties kunnen per seconde van gedaante wisselen. Het is voor de luisteraar een uitdaging om de invloeden te herkennen. Om flarden van een bekend liedje te horen, of om plotseling midden in een zigeunerfeest te belanden en een jubelende Stéphane Grappelli te horen. Het is niet aan te raden om daar veel op te letten, want het gaat te snel om het spoor niet bijster te raken. Maar wat hij ook speelt, de weemoed sijpelt naar binnen. Het is ontregelend en ontroerend, zegt het publiek in de pauze, ondanks dat Forte in het laatste nummer voor de pauze juist zo vrolijk en opgelucht klonk.
Die pauze overigens. “Wat doet die”, zegt Reijseger, die in noten denkt. “Ik weet eigenlijk niet hoe een pauze klinkt.” Terwijl hij er net zo lekker inzat. Tot nu toe had hij Forte subtiel begeleid. Zijn cello klonk zacht als een donzen matras, intens en als de ideale steunbeer om Forte te laten schitteren. En nu wilde hij door middel van dat vrolijke nummer het initiatief meer naar zich toetrekken. Hij moest nog even wachten, want die pauze werd wel degelijk goed gebruikt door het enthousiaste publiek, dat nog net daarvoor Forte op een onbekende viool met veertien snaren had gehoord. De halve zaal dromde rond Forte, die uitlegde dat er zeven melodiesnaren op zaten die hij met de strijkstok bespeelde, en zeven resonantiesnaren die meetrilden. “Dit is een viola d’amore”, legde hij uit. “Een instrument uit de barok, waarop nog maar een enkele violist speelt. En waarvan het vrijwel onmogelijk is om het zuiver te stemmen.” Forte had het zuiver stemmen zelf al jaren geleden opgegeven, maar ik kan hem verzekeren dat het desondanks fantastisch klonk. Soms klonk het zelfs als twee violen, elk met hun eigen noten of alsof, zoals bij een piano, het tegelijk met de linker- en rechterhand werd bespeeld.
Het nut van een pauze en hoe die moet klinken werd op die manier duidelijk en Ernst Reijseger pakte het duo-optreden weer op alsof het allemaal zo hoorde en gepland was. Zijn energie veerde meteen op en de breinen van hem en Forte vloeiden weer samen. Er werd niets gepland of bedacht. De grillige routes die Reijseger volgde, zachtjes gesteund door de zuchtende shrutiboxen, waarvan de juiste noten onderweg met klepjes werden aangepast, leidden tot spannende momenten. Het gebeurde allemaal vanzelf, als bij een Siamese tweeling. De cello zocht zijn weg door het labyrint van Forte, en elke keer kwamen beiden gelijk bij de uitgang, terwijl je als luisteraar nog ondergedompeld in de compositie zat. Zomaar kon het stoppen, soms abrupt zoals bij een compositie die als ‘work in progress’ op de lessenaar staat, en een andere keer werd het een vrolijke en opwekkende afsluiting van een indrukwekkende compositie.
Indrukwekkend, emotioneel, vrolijk en ontroerend. Beter kan een jazzseizoen niet beginnen.
{image}Y337MJ7YD5CZQ6EO{/image}
Kultuurwerkplaats6 september 2026, Oosterbeek
Jazz Sunday
Duo Ernst Reijseger – Mario Forte
Ernst Reijseger – cello, shrutibox
Mario Forte – viool, altviool, viola d’amore




