Fundamenten van de jazz 7 – Percussionisten
Jazz en drummers horen bij elkaar, net als klassieke muziek en violisten. Ja, er zijn natuurlijk fantastische jazzplaten gemaakt waar geen drummer aan te pas is gekomen. Maar toch, als je muziek écht wil laten swingen, dan moet er een drummer bij komen. En als je het nog beter wil laten swingen, grooven, feestelijk wil maken, dan moet er óók nog een percussionist bijkomen. Of een paar.
In deze column wil ik het hebben over de percussionisten die meerdere slaginstrumenten bespeelden en veelal beïnvloed waren door Cubaanse, latin en Afrikaanse ritmes. Vaak werden in latin jazz de meest exotische percussie-instrumenten gebruikt, maar de meest gangbare zijn toch de conga’s, de bongo’s, diverse shakers en bellen, de güiro én natuurlijk de vibrafoon.
Bekende percussionisten als Willie Bobo, Mongo Santamaria, Paulinho da Costa, Tito Puente, Cal Tjader en vele anderen hebben op fantastische jazz-lp’s die heerlijke latin groove kunnen geven waar de muziek om vroeg. Art Blakey’s Orgy In Rhythm is een goed voorbeeld hoe jazzmuzikanten percussionisten gebruikten om die afro latin groove neer te kunnen zetten, maar natuurlijk ook Stan Getz, Aïrto, Baden Powell en nog veel meer. Maar laat ik me beperken tot de volgende platen:
Cal Tjader - “West Side Story”
West Side Story kent natuurlijk iedereen. Leonard Bernstein schreef de muziek voor deze musical in 1957. Sindsdien is de musical talloze malen opgevoerd en op de plaat gezet door diverse muzikanten en dus ook drummer, percussionist en vibrafonist Cal Tjader.
In de jaren 50 van de vorige eeuw speelde hij samen met Dave Brubeck en George Shearing. Later had hij ook zijn eigen bezettingen. Zijn stijl was een mix van jazz, latin, cuban en salsa.
Samen met pianist en arrangeur Clare Fisher maakte Carl Tjader in 1960 zijn uitvoering van West Side Story. Schitterende arrangementen van Clare Fisher, misschien zelfs wel mooier dan het origineel (in mijn oren dan). Tjader speelt op deze plaat “alleen maar” vibrafoon, maar hij heeft Shelly Manne en Milt Holland gevraagd om te drummen plus Willy Bobo voor percussie en Mongo Santamaria op conga’s.
Luister maar naar Tonight en America; wat een heerlijk ritmes. De plaat staat op naam van Cal Tjader, maar achterop de hoes schrijft hij: “Clare Fisher certainly deserves most of the credit for this album. He not only arranged and conducted all tunes with the horns and strings, but plays piano and celeste as well”. Nou, dat is aardig van Tjader, maar dankzij hem is deze plaat tot stand gekomen.
Ik tipte net ook even Mongo Santamaria aan, dus laat ik daar maar even mee doorgaan:
Mongo Santamaria - “Afro Roots”
Ik verzamel eigenlijk geen verzamel-LP’s, "Greatest Hits" en dergelijke, want eigenlijk hou ik niet zo van dit soort albums. Ik heb liever een LP met een “verhaal” in plaats van een opsomming van hits of zogenaamde beste nummers van een artiest. Maar toch wil ik deze plaat benoemen en niet alleen om de fantastische hoes. Nee, ik heb geen idee wie die vrouw op de hoes is. Een zekere Tony Lane heeft die hoes ontworpen en heeft dat voor veel andere platen ook gedaan zoals Bridge over Troubled Water van Simon & Garfunkel, Bad van Michael Jackson en Boys in the Trees van Carly Simon. Tony Lane zal wel weten wie die vrouw is, maar dat brengt ons niet verder.
Terug naar de plaat: fantastische percussie met hoofdzakelijk afro-cubaanse ritmes. Ook Willie Bobo en Cal Tjader doen, net als in de vorige besproken plaat, mee op deze LP. Als ik (weer) naar de plaat luister dan sta ik er elke keer weer versteld van hoe zo’n leger van percussionisten toch geen kermis van de muziek maakt.
Een heerlijke constante groove waarbij je niet stil kan blijven zitten. Dus zit ik nu achter mijn bureau mee te knikken met mijn hoofd en te tikken met mijn rechtervoet. Het nummer Mazacote duurt maar liefst ruim tien minuten. Applaus voor bassist Al McKibbon die zo steady en zo lekker groovend dat repeterende basloopje blijft spelen. Dit is trouwens het enige nummer op deze dubbel-LP waar, naast een bassist, ook een pianist op meespeelt. Voor de rest worden alle nummers gevuld met percussie, vibrafoon, een enkel fluitje en zang. De eerste plaat van deze dubbel-LP is in zijn geheel al eerder uitgegeven onder de naam Mongo dus dat “verhaal”, waar ik mee begon, zit zeker ook in deze verzamel-LP.
Paulinho da Costa - “Agora”
Volgens mij is hij een van de meest gevraagde percussionisten. Ik weet niet precies hoeveel, maar hij speelt zeker op een paar duizend(!) platen mee. Zal ik eens een paar namen noemen van musici die hem hebben gevraagd? Bonnie Raitt, Anita Baker, Aretha Franklin, Quincy Jones, Arthur Blyte, BB King, Average White Band, Bill Withers, Bob Dylan, The Crusaders, The Carpenters…..Nu hou ik op, het zijn er zoveel. Kijk maar eens op zijn website.
Hij komt oorspronkelijk uit Brazilië, maar ging al snel naar Amerika waar hij gevraagd was om in de band van Sérgio Mendes te spelen. Hij heeft zelf maar zes elpees op zijn naam staan, waarvan ik zijn eerste graag aandacht wil geven. Uit 1976 stamt die plaat en deze is heerlijk gevarieerd. Swingende Braziliaanse latin muziek en ook opzwepende percussienummers waar alleen maar percussie-instrumenten en een enkele stem wordt gebruikt, zoals in het nummer Ritmo number one.
Maar als je dan weer luistert naar het nummer Simboro, hoor je een ander soort muziek; latin, funk, jazz met een fantastische Lee Ritenour op gitaar en Greg Phillinganes op elektrische piano. Ik zou eigenlijk fotootjes van alle percussie-instrumenten in deze column moeten plaatsen, van een hele hoop had ik nog nooit gehoord zoals de Reco-Reco of de Repique. Ik neem aan dat jullie wel een voorstelling kunnen maken van de Frying Pan en ook die wordt gebruikt op deze plaat. Maar ik heb me beperkt tot een foto van de hoes; die vrolijke lach verraadt ook heel goed de sfeer van de plaat.




