Opinie

Zelfkastijding

COLUMN

 

Wie dacht dat zelfkastijding alleen maar voorkomt in de bijbel en in louche seksgelegenheden, zou wellicht eens kennis kunnen maken met de Amsterdammer Willem de Beer. Hij noemt zichzelf jazzzanger, heeft een cd opgenomen en maalt er kennelijk niet om of die schijf goed of slecht wordt gerecenseerd. Sterker nog: als hij op voorhand weet dat er een vernietigende recensie van komt, stuurt hij zijn troetelschijf toch onvervaard naar die ijzige scherprechter.

XXX is de titel van de nog geen half uur durende cd. Maar dat is meer dan voldoende tijd om te concluderen dat Willem de Beer kosten en moeite had kunnen besparen. XXX voegt geen enkele noot toe aan soortgelijke albums, waarvan er al miljoenen zijn verschenen en die niets om het lijf hebben. Nog afgezien van het feit dat het allang hoog tijd was dat jazzzangers – overigens ook andere vakbroeders – het vertolken vaarwel hadden gezegd en kozen/kiezen voor creëren, is de keuze van Willem de Beer gevallen op een tenenkrommend repertoire. Wat dingetjes uit het verleden in je eigen mengbeker gieten, zonder rekening te houden met de historische waarde van die ‘dingetjes’ getuigt van een kortzichtige of géén blik op de muziekhistorie.

Beeldbewerking Gemma Kessels
Beeldbewerking Gemma Kessels

Zo verprutst Willem de Beer twee Elvis Presleyklassiekers: (Let Me Be Your) Teddy Bear en I Got A Woman. Vooral in het eerste stuk blundert hij onbegrijpelijk als hij de prachtige buiging van Presley naar de onderste regionen van zijn stem hanteert – op de momenten dat hij zingt just wanna be your en dan diep naar de bodem: Teddy Bear. De Beer probeert dat ook. Het slaat als een tang op een varken; zijn stem leent er zich niet voor en hij maakt er zich alleen maar belachelijk door.

Bij de keuze voor drie jazzstandards – I’m Beginning To See The Light, You’d Be So Nice To Come Home To en Jeepers Creepers – doet Willem de Beer zijn uiterste best zo ver mogelijk van de jazzfundamenten te blijven. Hij zorgt voor intens blije vertolkingen, ontdoet ze van elke verwijzing naar jazz en maakt er (nóg) slechtere Idols-gruwels van. In alles is duidelijk dat Willem de Beer in elk geval geen jazzzanger is, wel een showpikkerige entertainer, die zoals diverse videootjes tonen, vooral zijn grote Ik voedt en koestert. Fondantzoete Broadwayromantiek is kennelijk het enige wat hem voor ogen staat. Gegoten in een gietijzeren frame dat slechte kitsch bevat.

Maar goed, we hadden het over zelfkastijding. Er is geen andere term voor de beweegredenen van Willem de Beer om zich met zijn cd XXX tot JazzNu te richten. Of we zijn ‘eigen vocal jazz album (8 liedjes, 26 minuten)’ willen bespreken, zo mailde hij. Met als toevoeging om de redactie over de streep te trekken: ‘Er zijn er inmiddels meer dan 150 verkocht en hij is 4.000 keer gestreamd op Spotify dus ik hoop dat jullie hem net zo leuk vinden!’ Waarop de redactie liet weten dat zij niets wil doen met XXX, omdat de schijf buiten het concept van JazzNu valt en ‘de muziek zo weinig avontuurlijk is  dat zij er alleen naar negatief over zou kunnen schrijven’.

Daarmee had het verzoek afgedaan kunnen zijn. Maar Willem de Beer is kennelijk een volhouder, getuige zijn reactie: ‘Haha goed dat je er gelijk eerlijk over bent 😉 Niks mis met een negatieve review hoor… Ik ben benieuwd naar je bevindingen’. Oh, nou ja, vooruit dan, stuur die cd maar op. Met bovenstaande uitkomst.

Waarom is dit toch opmerkelijke voorval nu aanleiding om er een column aan te wijden? Om Willem de Beer belachelijk te maken? Geenszins. Wel om de positie van slechte muziek nog eens te belichten. Soms zijn er uit ‘het veld’ opmerkingen dat het gros van de besproken cd’s op JazzNu positief is en dat slechte recensies nauwelijks of niet aan bod komen. Klopt. En dat is een bewuste keuze. Waarom slechte cd’s – van meestal onbekende of beginnende musici – bespreken als er zoveel interessante uitkomen? Als een gerenommeerde musicus als Yuri Honing of Eric Vloeimans een cd beneden de maat zou uitbrengen, wordt die zeker besproken en krijgt ‘ie een negatieve recensie.

Maar waarom aandacht bespreken aan al het bocht dat ernaast uitkomt. Want ja, dat gebeurt, de burelen van JazzNu puilen ervan uit. Om die allemaal te moeten beluisteren is ook een vorm van zelfkastijding. Niet alleen voorbehouden aan Willem de Beer dus.

RINUS VAN DER HEIJDEN

 

Previous post

Lichtpuntje voor musici van jazz en wereldmuziek

Next post

K.O.Brass presenteert zich met ‘Keyo’ wellustig

2 Comments

  1. tony
    2 november 2020 at 18:50 — Beantwoorden

    Ik mis het duimpje naar beneden op facebook, want om zo iemand te kak te zetten??

  2. Maria
    3 november 2020 at 14:55 — Beantwoorden

    Omdat iemand vraagt om een recensie geeft dat kennelijk een vrijkaart om je frustratie over alle ‘slechte muziek’ neer te pennen in een column met Willem de Beer aan de schandpaal. Dat je naast zijn uitvoeringen van de muziek ook zijn persoon bespot (zelfs vanwege zijn volhouden) is ontzettend naar.

    Als deze muziek geen jazz is in uw ogen en het niet waard is te recenseren, had u dan ook niet tot dit gemopper verlaagd.

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *