Een kruisvaarder was-ie, welzeker. Een die zijn eigen kruistocht ondernam waarvan hij wist dat die nooit tot een einde zou komen. En zo is het ook gegaan: de Tilburgse componist en gitarist Frank Crijns is op 63-jarige leeftijd overleden. Hij laat een oeuvre van zo’n honderd werken na. En vele duizenden toehoorders die, al hadden ze hem maar één keer gehoord, veelal verbijsterd achter bleven. 

Frank Crijns …kruisvaarder…

Want Frank Crijns was niet zomaar een componist. Elke muzikale modegril, elke opkomende – en meestal ook weer snel weg deemsterende – stroming liet hij achteloos aan zich voorbij drijven. Hij had zijn eigen ideeën over muziek en de eigenzinnigheid die hem als componist én als mens overeind hield, deed hem die kruistocht ondernemen: het openbaar maken van muziek die schrijnt, geen grenzen respecteert, gelaagd tot in het oneindige is en zeker niet behaagt. Waarom je dan toch naar zijn muziek moet/moest luisteren? Omdat Frank Crijns dat wil(de) en omdat hij in alle chaos, alle dissonanten, alle met muzikale regels spottende componeerdrift en overrompelende krankzinnigheid zichzelf volledig bloot gaf. Als muzikale Catweazle die onder de aangehoorde kaalheid van zijn muzikale punkattitudes een rijke schat aan vondsten en bijdragen leverde aan het fenomeen ‘eigentijdse gecomponeerde- en geïmproviseerde muziek’.

Frank Crijns’ eerste stappen waren die op het pad van free jazz. Hij dook ermee op in duistere kroegjes in zijn woonplaats Tilburg, maar ook in de toen alsmaar uitdijende jazztempel Paradox. Zijn gitaar was zijn wapen en dat was er een waaraan zijn medemusici nogal eens geen weerstand konden bieden. Want Frank Crijns ging ver, heel ver. Musici die met eenzelfde zoektocht bezig waren, zoals Jacq Palinckx, Huub Bogaers en Dirk Bruinsma werden zijn vrienden. Maar meer ook niet, want Frank Crijns werd een Einzelgänger, als hij dat al niet was. Aan het conservatorium in Rotterdam onttrok hij zich aan lessen in contrapunt; daar kon hij zich gaan concentreren op compositieleer, instrumentatie en analyse. En op die weg ging hij voort: al bleef hij spelen, componeren werd een belangrijk deel van zijn leven. Vooral omdat hij zich er als een Mastiff in vastbeet.

In 1988 richtte hij met saxofonist, basgitarist en percussionist Dirk Bruinsma het kwartet Blast op. De muziek was anarchistisch, hoekig, ritmisch ver ontregeld en wars van melodie en harmonie. Blast bracht zes cd’s uit, die een prachtig overzicht geven van de kracht van Frank Crijns als componist. Die putte hij uit voorbeelden als de muziek van Morton Feldman, Luciano Berio, de Nederlanders Roderik de Man, Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw en Peter-Jan Wagemans, maar ook uit Frank Zappa en Captain Beefheart. Of hij die componisten dan kopieerde? Geen sprake van: “Ik ben nooit bang dat ik kopieer. Wat ik hoor in andermans muziek is de instrumentatie, de gelaagdheid, het tempo. Niet de noten, want die zijn van mij”, vertelde hij in een interview met JazzNu.  

Frank Crijns …onderschat…

Zo’n vijfendertig jaar geleden zaten Frank Crijns en de schrijver van dit artikel aan de bar van een café te filosoferen over muziek. Henry Cow kwam ter sprake, de Engelse rockband rond gitarist Fred Frith uit de jaren zeventig, die geen rockband was maar veel meer heraut van experimentele gecomponeerde muziek. Zo kwamen we uit bij het album Unrest, een plaat met op kant A gecomponeerde stukken en bij gebrek daaraan op kant B pure improvisaties. Toen van mijn kant de conclusie kwam dat Henry Cow het zeker ook van improvisaties moest hebben, ging Frank Crijns daar dwars tegenin: “Ik heb niets met improvisaties. en Henry Cow ook niet.” En toen ondergetekende wees op het jaar 1976, waarin Henry Cow nog slechts improviserend op de podia was te horen, betekende dit geen overtuigend argument voor Crijns: hij bleef bij zijn standpunt dat de kracht van de Britten lag in hun gecomponeerde stukken.

Die eigenwijsheid wordt ook aangestipt door dichter en performer Nick J. Swarth, met wie Frank Crijns en slagwerker Kees Swanenberg Betonfraktion vormde. Als er ooit van alles werd ontregeld in muziek, scoort dit noisy trio hoge ogen. “Frank was de man van stellige uitspraken. Hij was ook een heel eigenzinnige componist”, analyseert Nick J. Swarth. “Hij was in de muziek niet bereid tot concessies. Dat hoor je in zijn gecomponeerde stukken en ook bij Betonfraktion. Frank stelde altijd heel hoge eisen.”

Nick J. Swarth schetst hoe zijn samenwerking met Frank Crijns vorm kreeg. “Ik werd in 2005 voor een periode van twee jaar stadsdichter van Tilburg. Na anderhalf jaar had ik er wel genoeg van om continu aan allerlei zaken te voldoen. Frank kwam naar me toe: ‘Laten we samen muziek gaan maken. Ik doe wat Sonic Youth-akkoorden en daar ga jij met jouw teksten overheen’ En ik zei: ‘Laten we muziek gaan maken waar niemand op zit te wachten’.” 

Frank Crijns …grilligheid…

Zo geschiedde. De eerste repetities begonnen uit het niets. “Frank kwam met wat gitaarriffs, dat was zo’n beetje zijn rockkant. Ik verzon daar dan teksten bij. Het kostte veel energie de nummers die daaruit ontstonden, er in te krijgen. En toch hoorde je ook hier al zijn compositorische elementen. Daarnaast was het heel leuk om met hem te improviseren. Wij hebben ook samen een duo gevormd met als basis improvisaties. Of Frank een goede gitarist was? Dat kan ik niet beoordelen omdat ik geen instrument beheers.” 

Frank Crijns is een volstrekt onderschatte componist. En gitarist, want al kan Nick J. Swarth zijn kwaliteiten als uitvoerder niet schetsen, Frank Crijns was een onderzoeker van elk geluid dat een gitaar kan voortbrengen. Hij experimenteerde en goochelde met die geluiden, vervormde ze, verkrachtte ze en liet ze met vulkanische elektronische kracht de hersenen van zijn toehoorders tarten. Zelf deed hij zijn gitaristische gaven af als onbetekenend: “Ik speel af en toe als gitarist, maar dat mag geen naam hebben. Ik heb nooit geleefd van het spelen, wel van het componeren.” 

In de doordachte ongebreideldheid van zijn gitaarspel gingen zijn ideeën voor nieuwe composities de kop opsteken. En kregen die dezelfde onvoorspelbare grilligheid als zijn uitvoeringen op gitaar. Wat te denken bijvoorbeeld van zijn compositie Prospulsion, die hij in in 2003 schreef voor het Combustion Chamber Ensemble. Het is een werk voor viool, alt-, tenor- en baritonsaxofoon, Franse hoorn, trompet, trombone, piano, marimba, klokkenspel, slagwerk, elektrische- en basgitaar. Prospulsion is een van de zeven composities op de cd [B]one, die hij  voor (kamermuziek)ensembles en solisten schreef. Een album waar hij – terecht – maar wat trots op was. 

Frank Crijns …eigenzinnigheid…

Dirk Bruinsma had altijd nog wel contact met Frank Crijns. “We bleven met elkaar altijd de nieuwste ontwikkelingen uitwisselen. Maar we speelden niet meer live. Frank had nog plannen om met Bart de Vrees een project te doen met samples. Maar dat bleek te moeilijk. Dat is eigenlijk het einde geweest van Blast.” Dirk Bruinsma benadrukt eveneens de kracht van Frank Crijns als componist. “Hij heeft altijd hard gewerkt om zijn ideeën uit te werken. Na onze vierde cd die wij opnamen met een vrij grote groep musici, merkten we dat wij als uitvoerders onze eigen grenzen hadden bereikt. We hebben het roer toen omgegooid en de muziek meer open gemaakt door meer te gaan improviseren. Frank moest toen meer in het impro-ding gaan groeien.”

Frank Crijns klaagde aan het begin van de Covid-periode, in 2020, over rugklachten. Aanvankelijk dacht hij last te hebben van een hernia, maar al spoedig werd kanker geconstateerd. De componist/gitarist werd maandagmiddag 27 mei door vrienden dood aangetroffen in zijn woning. Het tijdstip van overlijden is niet bekend. Waarschijnlijk is hij zondagmiddag 26 mei overleden. Hij werd 63 jaar oud.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

Previous

Guy Salamon’s drang naar schoonheid en intimiteit beklijft

Next

Suzan Veneman (rondetijd 4.06,02)

Lees ook