Het Nederlands-Duitse kwartet Ochsen heeft ruim de tijd genomen alvorens het de stap naar de studio heeft gewaagd. Vijf jaar speelt de formatie inmiddels in jazzclubs en op festivals. Het debuutalbum ‘Bungee’ wordt op 24 mei in Brebl in Nijmegen gepresenteerd.

De bandleden leerden elkaar kennen op het conservatorium van Arnhem. Ze begonnen in het eerste jaar als een oefenbandje en vonden het leuk om muziek waar ze veel naar luisterden na te spelen. In het derde jaar van hun studie begonnen pianist Philipp Frenzel en trompettist Joël Botma ook met het schrijven van eigen stukken. Ze zijn daar mee doorgegaan totdat ze genoeg repertoire hadden om een cd op te kunnen nemen.

Botma: “Ochsen is het Duitse wordt voor ossen. In het Duits wordt het woord ook gebruikt als aanduiding van iemand die sukkelig gedrag vertoont. Het was eerst een soort werktitel voor de bandnaam, maar na een tijdje vonden we de naam echt bij ons passen.”

Van sukkelig gedrag is muzikaal gezien echter geenszins sprake. Het album, dat februari 2016 is opgenomen in de Qubic Studios in Hooglanderveen, laat het zelfverzekerde geluid horen van vier musici die uitstekend aan elkaar gewaagd zijn. Elk stuk op het album vertelt een verhaal over een persoon, een dier of een anekdote van de componist van het stuk.

De cd opent met het titelnummer Bungee, een compositie van Philipp Frenzel. Het stuk is, volgens de componist, bedoeld als een akoestische illustratie van de dynamiek van een bungeejump en met de daarmee verbonden nervositeit en adrenalinestoot die dit teweeg brengt. Het stuk gaat van start met de door trompettist Joël Botma verklankte duikeling in het diepe. Na een korte adempauze wordt gaandeweg het tempo weer opgeschroefd en buitelen de piano- en trompetsolo’s beurtelings over elkaar heen. Een intelligente muzikale vertolking van een angstaanjagende gebeurtenis. Ochsen heeft in het korte eerste nummer creatief materiaal gebruikt waar menig collega-artiest een hele cd mee zou kunnen vullen.

De zeven minuten durende Botma-compositie Praline, die is geschreven voor de Vlaamse ex-vriendin van de trompettist, begint met de donkere akkoorden van Frenzel, begeleid door basgitarist Christoph Chudaska. Daarna gooit de ritmesectie alle remmen los, terwijl het spel van Botma en Frenzel uiterst beheerst blijft en zij de soli moderato uitvoeren. Het fijne samenspel van pianist en bassist is exemplarisch voor het hechte groepsgeluid van Ochsen.

Mr. C (Frenzel/Botma) is opgedragen aan gitarist Robin Cornelissen. Een goede vriend en band- en studiegenoot die in 2013 een einde aan zijn leven maakte. Op dit nummer neemt de toetsenist plaats achter de Fender Rhodes en daarmee schept hij een licht melancholisch geluid. Botma doet daar met zijn lange, trage trompetlijnen nog een schepje bovenop en zo is het album een ballad rijker. Het kwartet krijgt het met deze treffende compositie wederom voor elkaar zeven minuten lang geen moment te vervelen.

Het laatste nummer, de Frenzelcompositie Xin Xin Shao gaat volgens de pianist “over een frustrerende anekdote uit de conservatoriumtijd in Arnhem. Het is heel gebruikelijk om naar school te gaan en daar te oefenen, maar vaak moest de studeersessie even uitgesteld worden omdat alle lokalen tot in de avond waren volgeboekt. Met name de pianolokalen. Die waren allemaal gereserveerd door een Chinese klassieke pianiste met de initialen Xin Xin.” De muzikale anekdote over de ergernis start met een beheerste drumsolo waar vervolgens een stukje onvervalste klezmermuziek uit ontspruit. En wederom vullen Botma en Frenzel elkaar prima aan. Hoe vervelend de ervaring van de volgeboekte pianolokalen ook is geweest, de frustraties hebben het kwartet geïnspireerd tot een treffende en sprankelende finale.

De lange voorbereidingstijd heeft zijn vruchten afgeworpen. De kwartetleden weten elkaar prima te vinden in de uiteenlopende stijlen die de jazz heeft voorgebracht. De composities boeien van het begin tot het eind. Het is te hopen dat er inmiddels voldoende compositiemateriaal klaar ligt voor een volgende cd.

ROBIN ARENDS

Ochsen – Bungee
eigen beheer

Joël Botma – trompet
Philipp Frenzel – piano, Fender Rhodes
Christoph Chudaska – basgitaar
Bouke Hofma – drums

Previous

Fred Hersch dompelt Jazz Luik in ongekende schoonheid

Next

Contrabas speelt hoofdrol op zijn eigen uniek festival

Lees ook