Interviews

Tony Overwater bouwt huis; schilderijen zelf ophangen

Het is de mooiste cd die in het eerste halfjaar van 2015 is uitgebracht. Terwijl zo goed als zeker is, dat de muziek niet is gecomponeerd om er commerciële successen mee te behalen. ‘Om de oude wereldzee’ is in de basis muziek voor een gelijknamige documentairereeks, maar in concertvorm zal de muziek evenzeer aanspreken. Componist en mede-uitvoerder Tony Overwater brengt haar eenmalig met zijn ensemble op donderdag 2 juli op het podium van TivoliVredenburg in Utrecht.

Tony Overwater voor het schilderij ‘Portrait of Zhang Huan’ van zijn zoon Kaili.

Tony Overwater componeerde de muziek voor Om de oude wereldzee in opdracht van IKON-tv. Zij diende ter ondersteuning van de achtdelige, gelijknamige documentaire van Martin Maat en Hans Hermans, waarvan het laatste deel op zondag 28 juni is uitgezonden. De makers beelden er de reis mee uit van de Nederlandse politicus Abraham Kuyper, die in 1905 in negen maanden de wereld rondreisde om een studie te maken van de islam. Tony Overwater kende de documentairemakers al van twee eerdere producties, waarin hij met hen samenwerkte. “Zij wisten hoe ik te werk ga en zeiden dat ik geknipt was om de muziek voor Om de oude wereldzee te componeren”, lacht de componist.

“Ik moest de muziek schrijven voordat de afleveringen klaar waren. Ik kreeg daarvoor ruw materiaal. Daarvan ging ik muzikale schetsen maken. We hebben de muziek in vier dagen op de zolder van medespeler Rembrandt Frerichs opgenomen. Ik heb alles, van begin tot eind, zelf gedaan. Zoals een dag met de viool werken, een dag met de ud (Arabische luit) en een dag met de tarhu (Armeens snareninstrument). Als je op die manier een studio huurt, kost dat enorm veel geld. We hadden alle instrumenten op de zolder van Rembrandt en hebben de vierde dag alles opgenomen.”

De originele uitgaven van ‘Om de oude wereldzee’ van Abraham Kuyper.

MIDDEN-OOSTEN

Dat ‘alles’ bestaat uit dertig stukken, die de muzikale gebieden van het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Andalusië, Italië, Spanje en Oost-Europa bestrijken. Op de vraag of dit de eerste keer is dat Tony Overwater zich aan zo’n multi-stilistisch project zette, aarzelt hij even. “Eigenlijk wel. Ik vond het een uitdaging en was nogal zenuwachtig. Bij documentaires kun je componeren wat je wilt, maar ze hebben maar drie noten nodig. Daarom werk ik bij de uitvoering van de muziek altijd met mensen die ik goed ken. Bij violiste Rosanne Philippens was dat niet het geval, maar het is prima uitgevallen met haar. In de loop der tijden is mijn kracht geworden dat ik me steeds maar weer in de nesten werk. Ik heb altijd vijf petten op, bij alles wat ik onderneem. Als je in deze tijden goed werk wilt leveren, moet je van alle markten thuis zijn.”

“Uiteindelijk ben je manusje van alles. De uitdaging is om alles in balans te houden. Wat de muziek betreft ben ik door de samenwerking met Rembrandt flink gaan studeren. Hij wilde dat ik veel ging strijken op mijn contrabas. Waarop hijzelf forte piano ging spelen. Daarnaast is een contrabas een olifant in een porceleinkast. Rembrandt suggereerde toen om violone te gaan spelen; ik wist niet eens wat dat was. Ik speelde al wel een beetje viola da gamba, maar het bereik daarvan is niet laag genoeg en de snaren zijn te miniem. Een violone heeft zes snaren, je kunt er akkoorden op spelen en dingen doen die op contrabas niet kunnen.”

“Ik bezit nu anderhalf jaar een violone. Ik ben er nog lang niet mee op niveau, maar het klinkt al wel. Het is een Chinese uitvoering, maar het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds laat nu een originele voor me bouwen. Het fonds betaalt ‘m, ik huur ‘m telkens voor een jaar en als ik er niet meer op speel, gaat-ie terug naar het fonds. Ik denk echter wel dat ik er op blijf spelen. Ik ben een groot fan van Oscar Pettiford, die speelde naast contrabas ook cello. En dat geluid ligt dichtbij dat van een violone.”

Tony Overwater behoorde bij de start van zijn muzikale carrière tot het Nederlandse jazzmilieu. In de loop van de jaren is hij zich meer en meer gaan richten op Arabische muziek. Hij nam met het trio van tenorsaxofonist Yuri Honing in 2001 al het album Orient Express op, waarop de Egyptische zangeres Rima Khcheich, de Iraakse djosebespeler Basem Havar en de Iraakse ud-speler te gast waren. Nadien maakte hij talloze reizen – “Ik speelde in meer dan vijftig landen” – waarbij Syrië en Libanon zijn voorkeur kregen. “Syrië was begin van dit millennium echt Arabisch, zonder McDonald’s en Coca Cola. Dit prachtige land is nu helemaal verwoest. Libanon is veel westerser en politiek sektarisch opgebouwd.”

EXPRESSIE

Tijdens zijn vele reizen deed Tony Overwater ook Jordanië, Algerije, Dubai en Koeweit aan. “De muziek van al die landen sprak me erg aan. Zij had een expressie die ik nog niet in westerse muziek c.q. jazz had ontdekt. Ik pikte overal wat mee, omdat Arabische muziek aanvult wat ik nog niet had: microtonaliteit en expressie. Arabische muziek is monofoon, muziek zonder akkoorden en maar één melodie. Dat is bij de contrabas in feite ook het geval. Eenstemmigheid is in alle vormen van expressie bijzonder en aanvullend. De Cellosuites van Bach zijn ook eenstemmig geschreven, maar door de volgorde van de noten klinken ze anders.”

“Ik speel niet puur Arabisch, dat kan en wil ik niet. Er ontstaat een soort polyfonie, omdat ik eigen dingen toevoeg. In jazz wordt de basis gevormd door andere culturen; Arabische muziek bevat een soort afgescheiden gedeelte vanwege een andere muzikale grammatica. Je kunt je die muziek gemakkelijk eigen maken, omdat er nauwelijks contrabassisten zijn die Arabisch spelen. Ik ken er nu twee, maar die hebben een heel andere manier van Arabische muziek spelen. Ikzelf klink meer klassiek Arabisch, waarbij de invloeden van Syrië en Libanon het mooist aandoen. Andalusische muziek hoor je er wat minder in door, evenmin als Ottomaanse invloeden. Beide zijn wat vlakker wat betreft dynamiek, Arabische muziek is intenser.”

Tony Overwater ziet de muzikale inhoud van Om de oude wereldzee zeker niet als jazz. “Het gaat hier om Europese en Arabische muziek”, analyseert hij. Het tekent de brede belangstelling van deze musicus, die in zijn conservatoriumtijd ook veel luisterde naar barokmuziek. En klassieke muziek is ook altijd van invloed geweest op zijn ontwikkeling. “De samenwerking met Rembrandt heeft die stijlen weer doen opleven. Als ik naar muziek luister is tachtig procent ervan oud tot Webern. In barok zit ook veel improvisatie en vrijheid. Er zijn daardoor voor mij drie pilaren: jazz, barok en Arabisch/Perzische muziek.”

Op de vraag of Tony Overwater zichzelf meer componist dan uitvoerder vindt, heeft hij een duidelijk antwoord. “Uitvoerder! Ik ben musicus, componeren is daar een onderdeel van. Bovendien ben ik meer muzikaal vormgever dan componist. Ik bouw het huis, de schilderijen moet je zelf ophangen.” Als muzikaal vormgever hoeft hij ook niet alles zelf te schrijven. Hij leent graag muzikale zaken die op zijn pad komen. Door bijvoorbeeld muziek van anderen aan te wenden, maakt hij gebruik van hun kennis. Dat gebeurde toen hij in een Arabisch land in de trein zat en uit een luidsprekertje van heel ver muziek hoorde. “Ik kon geen harmonie ontdekken, het klonk te zacht. Ik heb mijn telefoon voor de luidspreker gehouden en daarna via de Shazam-app (hulpmiddel om muziek te herkennen, RvdH) terug geluisterd. Toen herkende ik het meteen en dat stukje muziek heb ik gebruikt voor de compositie Black Night, die ook op de cd Om de oude wereldzee staat.”

Tony Overwater met zijn violone.

SOEFI-CEREMONIE

Van een soefi-ceremonie die Tony Overwater in Marokko had opgenomen, gebruikte hij het begin voor het stuk Sufi Harmony. “En van een weefgetouw met een mooi ritme heb ik de 7/8 maat gebruikt. Dat hoor je terug in Weaving Loom. ’s Nachts om drie uur heb ik in een hotel in Aleppo drie nummers op mijn contrabas opgenomen. Om het geluid van de airco te dempen, had ik er een deken in gestopt. Op deze manier zie ik componeren als schetsen. Het is mijn interpretatie van wat ik gebruik. Voor Om de oude wereldzee wist ik dat de muziek helemaal leeg moest zijn, ze moest eenvoudiger. De virtuositeit zit veel meer in de klank en beheersing in plaats van in de noten. Het is fijn om in opdracht te werken. Ego mag daarbij nooit een probleem zijn. Het enige waar ik mee bezig ben is hoe het moet klinken.”

De musici die hij verzamelde in het Tony Overwater Ensemble, zijn veelal ook het resultaat van zijn reislust. “Klarinettist Maarten Ornstein en Rembrandt Frerichs zijn een vast gegeven omdat ik vaak met hen werk. In documentaires over het Midden-Oosten wordt een ud onder de muziek geduwd en dan heb je het oriëntaals sausje. Ik wilde echter dat elk land op Om de oude wereldzee anders klonk. De keuze om aan Rembrandt te vragen zijn harmonium te gebruiken, was om de gereformeerde kant van Abraham Kuyper weer te geven. Bij ud-speler Nizar Romana kwam ik terecht via een bevriende relatie. Ik weet nu al dat ik vaak met hem ga spelen. Hij is een heel bijzondere jongen, een Palestijn. Hij speelt niet alleen geweldig goed ud, maar kent ook de westerse traditie. Hij heeft een harmonisch oor, dat Arabische mensen niet hebben. Bovendien luistert hij enorm goed en kan hij heel stil spelen.”

“En toen moest ik een viool hebben. Ik werkte met Liza Ferschtman, maar zij kon niet. Ze adviseerde me Rosanne Philippens, die Hongaarse muziek heeft gestudeerd. Rosanne kon me heel goed helpen met de zigeunerinbreng in de muziek. Percussionist Ruven Ruppik is klassiek opgeleid en Michalis Cholevas is een Griek die Ottomaanse muziek studeerde. Hij bespeelt de tarhu, een betrekkelijk nieuw instrument. Het past voortreffelijk in de Turkse traditie. Zelf speel ik dus contrabas en violone. Ik heb daarmee een redelijk bereik. En de forte piano van Rembrandt kan zowel westers als Arabisch klinken.”

Nog even iets over het ontstaan van de documentaire Om de oude wereldzee. Documentairemakers Hans Hermans en Martin Maat vonden de twee boeken die Abraham Kuyper erover schreef op een rommelmarkt. Dat was tien jaar geleden. Ze hadden steeds het idee er iets mee te moeten doen. Dit jaar was het zo ver. “Kuyper heeft zijn reis gemaakt om meer te weten te komen over de islam. Typisch dat dit nu weer actueel is”, zegt Tony Overwater. “Hij heeft enorm gedetailleerd geschreven over alle stromingen van het jodendom. Grappig daarbij is dat hij wordt weggezet als antisemiet. Hij gaf echter ook les op joodse scholen. Abraham Kuyper ondernam de reis ver voor de Eerste Wereldoorlog en de Armeense geocide. Al die elementen zaten al in zijn boeken. Kuyper was heel internationaal vanuit zijn gereformeerde achtergrond. Hij vindt zigeuners heel interessant, terwijl hij zegt dat ze stelen en liegen. Ik heb de boeken van Kuyper inmiddels ook – gekocht op Marktplaats – en vind ze zo mooi vanwege hun nuancering en veelvormigheid.”

LIVE SPELEN

Het eenmalige concert in Utrecht vindt Tony Overwater eigenlijk geen concert. “Dit is het eerste concert met het volledige ensemble dat de muziek ook voor het eerst live speelt. Ik denk dat ik dit de start is van een ensemble dat ik langer wil samenhouden. In augustus spelen we nog in kleine bezetting op het Grachtenfestival. En daarna ga ik kijken hoe we eventueel verder gaan.”

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

Previous post

Mondharmonica + strijkkwartet = 1

Next post

New Rotterdam Jazz Orchestra: denderende trein

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *