Achtergronduitgelicht

De jonge jaren van The Ramblers mooi geboekstaafd

Nou, kom er maar eens om. Een orkest dat vijfennegentig jaar bestaat. Dan kom je haast automatisch uit bij The Ramblers, dat in 1926 werd opgericht. Nu is er een boek verschenen dat de eerste jaren van dit grote jazzorkest behandelt: ‘Maarrr… wij komen terug’.

Wie The Ramblers (enigszins) kent, kent ook de kreet ‘Maarrr… wij komen terug’. Dat waren de vaste afscheidswoorden na elk concert van dirigent Theo Uden Masman, die het radio-orkest van 1926 tot 1964 met strakke hand leidde. The Ramblers wáren Theo Uden Masman en daarom is het niet verwonderlijk dat de dirigent in de hongerwinter van 1944-1945 de eerste jaren van het orkest – tot de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog – in een boek ging vastleggen. Maar na de oorlog raakte het manuscript zoek en een boek is er nooit van gekomen. Tot nu, want begin vorig jaar kreeg de Stichting Kunst en Cultuur Huizen het toch weer opgedoken manuscript in handen. En nu ligt er Maarrr… wij komen terug – De eerste jaren van The Ramblers.

1926 blijkt een belangrijk jaar te zijn in de geschiedenis van de radio in Nederland. In dat jaar werd de VPRO opgericht, dat dit terrein ging bestrijken, samen met KRO, NCRV en VARA die toen al bestonden. Maar 1926 was ook het beginjaar van The Ramblers, dat zich vanaf toen vooral als radio-orkest ging manifesteren. Theo Uden Masman, die in 1901 was geboren, bleef tot 1964 dirigent van het orkest. De VARA, die dankzij duizenden radio-uitzendingen van The Ramblers evenveel betalende leden binnen harkte, besloot in dat jaar het orkest op te heffen. De reden? De opkomst van de popmuziek maakte dat de progressieve VARA liever in die vijver ging vissen dan The Ramblers nog langer bestaansrecht te geven. Een jaar na de opheffing stierf Theo Uden Masman.

Dat het in de begintijd van The Ramblers niet klikte met de ‘rode omroep’, daarvan getuigt een passage in Uden Masmans boek, waarin hij geen blad voor de mond neemt. In de schrijftaal zoals die in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk was, geeft hij van zijn ongenoegen blijk:

‘Was het een wonder, dat we na al die kibbelarij met een omroep, die ons in twee en half jaar slechts vijf maal uitzond, die ons versmaadde en kleineerde, een omroep, wien het geld van zijn luistervinken binnenstroomde en die dit geld bij voorkeur met handen vol aan buitenlandsche grootheden uitgaf, onderwijl profiterend van gratis uitzendingen door Nederlandsche ensembles, die toch eigenlijk ook wel eens een graantje zouden willen meepikken; ik herhaal: was het wonder, dat we met groot genoegen een prettige en zakelijke aanbieding van de V.A.R.A. voor een echt studioconcert accepteerden? De lezer vergeve mij de bitterheid van toon, die het bovenstaande wellicht… ontsiert; het moest er echter uit, vooral ook ter informatie van enkele lieden, die ons booze brieven zonden, omdat we ons ‘vergooiden aan die roode arbeidersomroep’.’

Zo, dat was er uit. Theo Uden Masman was een man die geen blad voor de mond nam en recht door zee op zijn vele doelen af koerste. Daarvan getuigt de gehele inhoud van Maar… wij komen terug op vele pagina’s. Dat hij links en rechts kritische noten plaatst, daar kan menig musicus van nu een voorbeeld aan nemen. Theo Uden Masman schreef ze zonder schroom op.

The Ramblers in 1929 bij de presentatie van hun eerste grammofoonplaat. Foto uit besproken boek
The Ramblers in 1929 bij de presentatie van hun eerste grammofoonplaat. Foto uit besproken boek

Zijn boek is er echt een van een liefhebber. Hij gaat op vele details in, waardoor de grote, doorgaande lijn van het boek wel eens in het gedrang komt. Van de andere kant scheppen die details ook een volledig beeld van een orkest dat in zijn beginjaren – net als nu, zoveel jaren later – voor zijn bestaan moest vechten. Theo Uden Masman beschrijft dit facet overigens met vreugde: hij is een pure liefhebber van de orkestmuziek waaraan hij zijn hart zo verpande.

De auteur schreef het boek dik 75 jaar geleden. Geschreven taal zag er toen een stuk anders uit dan nu, dat geeft Maar… wij komen terug een zekere charme. Aan de andere kant schittert er een minpuntje. Theo Uden Masman was weliswaar ooit journalist – hij schrijft dat hij zich in het jaar 1922 ‘kon rekenen te behoren tot de belangrijkste medewerkers van “het Vaderland”, het grootste dagblad van Den Haag’. Voorts schrijft hij dat hij ‘tijd vond door middel van mijn opvoedkundige artikelen het Haagsche publiek voor te lichten inzake de te bezoeken bioscooptheaters en voorts het volk verslag te doen van de prestaties van Harry Denis, Dé Kessler en andere helden van het voetbalveld’. Theo Uden Masman kende derhalve nauwelijks bescheidenheid. En zal er van zijn uitgegaan dat de inspanningen van een sportjournalist rechtvaardigen dat hij daarmee met evenveel kennis over kunst kan schrijven.

Maar… wij komen terug is desondanks niet echt een puur journalistiek product geworden. Het enthousiasme van de schrijver mondt uit in een opeenstapeling van gebeurtenissen, feiten en ontmoetingen met mensen en heeft veel meer weg van het dagboek van een bezeten jazzliefhebber dan een journalistieke weergave van veertien jaar muziekgeschiedenis. Dat amateurisme keert ook terug in de uitvoering van het boek. Het mist de handtekening van een professionele lay-outer en de historische foto’s hadden beslist een betere reproductie verdiend. 

Theo Uden Masman was van 1926 tot 1964 de leider van The Ramblers. Foto uit besproken boek

Theo Uden Masman is uiterst zorgvuldig te werk gegaan: hij heeft zoveel mogelijk van zijn kennis willen spuien. Dat resulteert erin dat achter in het boek veel biografische gegevens zijn toegevoegd, zoals de opsomming van ‘Wie speelden bij de Ramblers van 1926 – 1940? (vaste bandleden)’, ‘Waar en wanneer speelden de Ramblers?’ en de ‘Volledige lijst van alle grammofoonplaten’ mét de toevoeging waar en wanneer alles werd vastgelegd. Alleen als je die rubrieken ziet, gaat het je al duizelen. Want The Ramblers speelden in zo’n veertien jaar een discotheek bij elkaar waar je u tegen zegt.

En dan moesten de gloriejaren nog komen. Het orkest kende een hevige energie, toen en nu. Als er heden ten dage iemand zou opstaan die het boek van Theo Uden Masman een vervolg zou willen geven, dan zou het een boekwerk worden van duizenden pagina’s. De 132 waar het hier om gaat geven een mooi beeld van een orkest in opbouw en daar dragen de vele historische zwart-wit foto’s voor een belangrijk deel aan bij.

RINUS VAN DER HEIJDEN

 

‘Maar… wij komen terug – De eerste jaren van The Ramblers’.
Uitgave Kunst en Cultuur Huizen. 132 pagina’s, hardcover.
ISBN/EAN: 978-90-9033134-8.
NUR-code: 662 (muziekgeschiedenis).
Redactie: Nol van Bennekom.
Foto’s: Collectie Nederlands Jazz Archief en Collectie Harry Coster.

Bestellen:
kunstencultuurhuizen@gmail.com

Previous post

Anton Goudsmit brengt eer aan het kleine gebaar

Next post

Robert Rook (rondetijd 3.38,17)

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *