Achtergrond

Terugblikken bij het eerste lustrum van JazzNu

JazzNu viert zijn eerste lustrum. Op 28 april bestaat het digitale tijdschrift vijf jaar. In die periode heeft het zijn bestaansrecht bewezen bij zowel zijn lezers als vele musici. Al was het maar om de grote hoeveelheid artikelen die het publiceerde. Dit artikel is het 1.064e in vijf jaar. JazzNu is een voortzetting van het papieren tijdschrift Jazz Nu (in het begin met spatie, later zonder) dat op 1 oktober 1978 het levenslicht zag. Het werd opgericht door Jan Rensen en Rinus van der Heijden en was een voortzetting van JazzPress, dat op zijn beurt het roemruchte Jazzwereld opvolgde. Jazz Nu kende een bewogen geschiedenis, die hieronder wordt beschreven door Tom Beetz, die vanaf het eerste nummer medewerker was en in 1979 tot de redactie toetrad.

Redactie en medewerkers schreven JazzNu niet alleen vol, ook alle andere werkzaamheden tot en met elke maand de bladen in de enveloppen doen en postzegels plakken ter verzending, werd door hen met hulp van enkele vrijwilligers gedaan. Door de groei van JazzNu was dit niet langer vol te houden en vanaf april 1993 werd uitgeverij Scala bereid gevonden het blad op professioneler basis uit te geven. JazzNu kreeg kleur en de opmaak werd beter. Scala verkocht het blad in 2000 aan ondernemer Erik de Vlieger; het tijdschrift werd een glossy en de naam werd Jazz met als ondertitel Jazz Nu (nu weer met spatie). Het laatste nummer onder deze titel verscheen in 2006. Na een conflict met De Vlieger stapten redactie en medewerkers over naar uitgeverij BCM, die de naam Jazz Nu niet meer mocht gebruiken en het blad voortzette onder de naam Jazzism.

In het digitale tijdperk herrees JazzNu in 2015 uit zijn as dankzij Rinus van der Heijden die voor de tweede keer het initiatief nam om JazzNu uit te brengen. Tom Beetz is sinds anderhalf jaar vaste medewerker en levert behalve redactionele bijdragen ook foto’s. En een prachtig overzichtsartikel van hoe het allemaal zo is gekomen…

REDACTIE JAZZNU

 

Op 1 oktober 1978 presenteerde Jazz Nu zich als nieuw tijdschrift in het Bimhuis in Amsterdam. Jan Rensen (links) en Rinus van der Heijden (rechts) waren de oprichters. In het midden redacteur Gijs Tra. Foto Ernest Potters
Op 1 oktober 1978 presenteerde Jazz Nu zich als nieuw tijdschrift in het Bimhuis in Amsterdam. Jan Rensen (links) en Rinus van der Heijden (rechts) waren de oprichters. In het midden redacteur Gijs Tra. Foto Ernest Potters

1978-1980

Piep-knor-knars-muziek beleeft hoogtijdagen. Kent u ze nog? Ernst-Ludwig Petrowsky, Kees Hazevoet, Michel Waisvisz, Peter Cusack. Over de laatste schreef Jazz Nu: ‘Hij was het met name die voor de nutteloze verlengingen zorgde (…). Toch wekken de gedrevenheid en vindingrijkheid waarmee hij zijn instrument onderzoekt veel bewondering op’. In diezelfde tijd was eenvoudig swingen minder in de mode. In het Utrechtse Vredenburg trad ex-Count Basie zangeres Helen Humes voor nog geen honderd bezoekers op. Subsidie is dan ook hard nodig. Jazz Nu geeft een aantal recepten hoe plaatselijke overheden benaderd kunnen worden voor het aanvragen van subsidie. In het advies van de Raad voor de Kunst staan Maurice Horsthuis, ICP en Maarten van Regteren Altena hoog op de lijst. Pianist Nico Bunink en trompettist Nedly Elstak moeten zich eerst artistiek bewijzen en voor hen wordt afbouw van subsidiëring voorgesteld.

1981-1982

Jazz Nu is zijn tijd ver vooruit. Plotseling mogen Billie Holiday, Lester Young en Count Basie weer op de cover. Tenorsaxofonist Von Freeman, ook al een vertegenwoordiger van de traditie, is een vaste gast op de Nederlandse podia geworden. Dexter Gordon wordt in New York herontdekt en maakt voor Columbia zijn eerste Amerikaanse plaat na jaren. Aan de andere kant dient zich een nieuwe trend aan. Ornette Coleman baart opzien met een oorverdovend concert op de Groningse Jazzmarathon. Funk is nu ook tot Nederland doorgedrongen en James Blood Ulmer en Joseph Bowie zullen de komende tijd onze oren teisteren. Hier openen Alan Laurillard en Hans Dulfer het Nederlandse funk-filiaal. In het eerste Jazzjaarboek merkt Rudy Koopmans op dat free funk als een epidemische storm door de jazzgelederen giert. Heel voorzichtig kondigt zich al een toekomstige trend aan: wereldmuziek. De jazzliefhebber heeft daar nog niet echt oor voor, maar de Brit Chris McGregor laat, weliswaar nog ingepakt in free jazz, voor het eerst Zuid-Afrikaanse kwela horen. Van de zich in die jaren aandienende muzikale jeugd wordt opgemerkt dat deze geen belangstelling meer heeft voor pure bebop. Vrijwel niemand van hen is nu nog muzikaal actief.

Ornette Coleman baarde in 1982 opzien met een oorverdovend concert in De Oosterpoort in Groningen.
Ornette Coleman baarde in 1982 opzien met een oorverdovend concert in De Oosterpoort in Groningen.

1983-1984

Overal in de regio ontstaan workshoporkesten. Tilburg, Nijmegen en Groningen ontwikkelen zich als regionale jazzcentra. Er wordt een landelijk podiumoverleg opgezet om alle activiteiten te coördineren, maar al snel zal blijken dat jazzorganisatoren uit het meest eigenwijze soort bestaan en geen inmenging van buiten dulden. Ook de jazzperiodieken schieten als paddenstoelen uit de grond. Binnen de kortste keren ziet Jazz Nu met lede ogen aan dat ze concurrentie krijgt van Vinyl, Stic en Revival. Daarnaast zijn er ook nog Jazzfreak en Muziekkrant OOR. Plotseling verschijnt Miles Davis na een jarenlange afwezigheid weer op de jazzpodia. Op het North Sea Jazz Festival van 1984 maakt hij een overdonderende comeback en zal hij de jazzontwikkeling voor de laatste keer danig beïnvloeden. De nog spelende jazzpianist Eubie Blake wordt 100 jaar. Deze unieke gebeurtenis wordt in Washington groots gevierd. Tijdens de festiviteiten loopt Blake een longontsteking op en een paar dagen later is hij dood.

1985-1986

Het workshopbeleid begint zijn vruchten af te werpen, evenals de nieuwe opleidingen lichte muziek aan de conservatoria. Jazz Nu signaleert bij de eerste lichting studenten van het Amsterdams Conservatorium pianisten Cor Bakker en Albert van Veenendaal. Een paar maanden later worden twee studenten van het Rotterdams Conservatorium winnaar van het Meervaart Jazz Podium: tenorsaxofonist Ben van den Dungen en trompettist Jarmo Hoogendijk. Zij breken als eersten het bolwerk van de zittende generatie af en zetten daarmee de deur open voor een nieuwe generatie conservatoriumstudenten. Er ontstaan heftige wrijvingen binnen de SJIN (Stichting Jazz en Geïmproviseerde muziek In Nederland). Voorzitter Willem Breuker stelt “dat de prioriteit bij improvisatiemuziek van eigen bodem ligt. Muzikanten en groepen die zich op de Amerikaanse voorbeelden oriënteren komen op het tweede plan.” De nieuwe generatie ziet echter niets meer in die geïmproviseerde muziek. Ook de funk waar nog een paar jaar terug heel veel vraag naar was ligt op z’n kont. Er wordt geen plaat meer van verkocht.

Hans Dulfer stond in de loop van vele jaren aan de basis van nogal wat hippe vernieuwingen in de jazz.
Hans Dulfer stond in de loop van vele jaren aan de basis van nogal wat hippe vernieuwingen in de jazz.

1987-1988

De conservatoria beginnen nu echt hun vruchten af te werpen. De redactie speurt door het hele land naar muzikanten van wie nog vrijwel niemand gehoord heeft. Elke maand wordt op de achterkant van Jazz Nu een foto van nieuw talent geplaatst. De eerste is vibrafonist Frits Landesbergen. Jeroen van Helsdingen, Patrick Sedoc, Eric van der Westen en Denise Jannah volgen. De jazztitanen zoals Dexter Gordon, Eddie Lockjaw Davis en Harry Edison vlammen voor de laatste keer nog eens ouderwets. De eerste speelt daarnaast Lester Young en zichzelf in Bertrand Taverniers Round Midnight, een van de beste jazzfilms ooit. Bij de blues vindt hetzelfde fenomeen plaats. B.B. King en Screamin’ Jay Hawkins spelen voor de laatste keer in Nederland ouderwets goed. Voor bijna iedereen is het duidelijk dat de cd bezig is de elpee te verdringen. Het duurt tot 1988 voordat Jazz Nu voor het eerst het bestaan van deze geluidsdrager signaleert. Jazz Nu concludeert: ‘Er heerst een hardnekkig misverstand dat de geluidskwaliteit van de cd beter is dan de lp’.

Albert van Veenendaal behoort tot de eerste lichting studenten die afstudeerde aan het Amsterdams Conservatorium.
Albert van Veenendaal behoort tot de eerste lichting studenten die afstudeerde aan het Amsterdams Conservatorium.

1989-1990

De nieuwe generatie jazzmuzikanten zorgt voor een heuse jazz-‘boom’. Jonge groepen zoals het Podium Trio worden op buitenlandse festivals uitgenodigd. Er komt een nieuw Nederlands jazzboek uit (Ruige Dagen), wereldmuziek krijgt een stevige basis in de steeds succesvoller wordende Nijmeegse Music Meeting, en de Nederlandse salsa is inmiddels van zo’n hoog niveau dat Nueva Manteca ook buiten onze grenzen opvalt. De dagelijkse werkelijkheid is dat overal ruzie wordt gemaakt. In Utrecht woedt een richtingenstrijd en zelfs een onschuldige concertrecensie in Jazz Nu leidt daar tot grote onrust. Uiteindelijk moet de rechter er aan te pas komen. Landelijk maken organisatoren Paul Acket (North Sea Jazz) en Hans Loonsteijn (Jazz Party) elkaar het leven zo zuur mogelijk. Het gerucht dat Loonsteijn de organisatie van het North Sea Jazz Festival wil overnemen leidt tot wederzijdse beschuldigingen van afpersing en gangstermethoden. De avant-garde komt met de Knitting Factory terug. Deze New Yorkse groep improvisatoren slaat zijn vleugels uit naar Europa, en met name naar Nederland. Een paar maanden later als na elkaar Frank Wright, Chris McGregor en Dudu Pukwana overlijden, wordt 1990 een rampjaar voor de free jazz genoemd.

Het logo van Jazz Nu onderging – evenals de inhoud – in de loop der jaren nogal wat aanpassingen. Linksboven het omslag van het eerste nummer: 1 oktober 1978.

1991-1992

De uit Engeland overgewaaide jazzdance-trend slaat ook in Nederland aan. De Engelse dj Graham B. draait in het Amsterdamse Paradiso oude Blue-Noteplaten en hiphop en het hippe Amsterdamse volkje gaat uit zijn dak. In de Bijlmer wordt minstens zo hard gedanst op de Paramaribop van Fra Fra Sound. Er gaat bijna geen nummer van Jazz Nu voorbij zonder dat er uitgebreid aandacht besteed wordt aan Wynton Marsalis. Dat is hard nodig ook, want Miles Davis overlijdt en Ella Fitzgerald en Frank Sinatra (‘met een stem die kraakte als een oude radio’) zijn bezig aan hun laatste Europese tournee. Andere retro-jazz krijgt ook kansen: Harry Connick Jr. en de Harper Brothers worden als nieuwe helden ontvangen.

1993-1994

De jazz is niet langer vrij van samples, scratching en rap. In Jazz Nu wordt geconstateerd dat het geluid van Charlie Parker temidden van hip-hopbeat en scheldende rappers opduikt. Steeds vaker werken jazzmusici met rappers en hip-hopritmen. Radicale joodse muziek wordt via de Knitting Factory naar Europa gehaald. Het free-jazzdeel daarvan slaat een stuk minder aan dan de klezmermuziek die een tijdlang redelijk populair wordt. Toch sijpelen er verontrustende berichten door over jazzclubs die sluiten en sponsors die zich terugtrekken. Het North Sea Jazz-filiaal in Maastricht (Jazz Mecca) sterft een roemloze dood. Van de ooit zo enthousiast opgezette samenwerking tussen de jazzpodia is niets overgebleven en het jazzaanbod op de radio is tot een historisch dieptepunt gedaald. Programmamakers vestigen hun hoop op de commerciële radio.

Oscar Peterson is halverwege de jaren negentig de laatste optredende beroemdheid op het North Sea Jazz Festival. De programmering voor de publiekstrekkers wordt vanaf dan vooral gevuld met popartiesten.
Oscar Peterson is halverwege de jaren negentig de laatste optredende beroemdheid op het North Sea Jazz Festival. De programmering voor de publiekstrekkers wordt vanaf dan vooral gevuld met popartiesten.

1995-1996

Nog steeds wordt de noodklok geluid. Het beetje subsidiegeld dat naar jazz gaat wordt door de politiek richting poppodia gebogen. Ook in Amerika is sprake van achteruitgang in kwalitatief en kwantitatief opzicht. De jarenlange controverse tussen BIM (Beroepsvereniging van Improviserende Musici) en SJIN bereikt een dieptepunt, waarbij de achtergebleven mastodonten van de piep-knor-knars-beweging hun laatste stuiptrekkingen maken. De latin-jazz schijnt juist het best te gedijen in de omgeving van verrotting en verval. In de woorden van de Nederlands-Amerikaanse salsa-propagandist Ira Goldwasser: “Zodra er in een café Latijns-Amerikaanse muziek wordt geprogrammeerd, kun je er donder op zeggen dat het binnen zeer korte tijd failliet gaat.” Hoe slecht het ook gaat, als symbool heeft jazz het nog nooit zo goed gedaan. Een automodel van Honda wordt Jazz genoemd en het sjieke Yves Saint Laurent geeft een eau de toilette deze naam. Op het North Sea Jazz Festival zijn voor het eerst vrijwel alle grote jazznamen verdwenen. De laatste optredende beroemdheid is Oscar Peterson, maar die is inmiddels ook half kreupel.

Jan Laurens Hartong treedt met Nueva Manteca steeds vaker op buiten de landsgrenzen.
Jan Laurens Hartong treedt met Nueva Manteca steeds vaker op buiten de landsgrenzen.

1997-1998

‘De jazz is dood’, constateert Jazz Nu voor de zoveelste keer, maar de enige doden zijn muzikanten als Miles Davis aan wie nog nooit zo veel artikelen gewijd worden als nu. Gelukkig is de nieuwe generatie nog lang niet dood. Fleurine, Angelo Verploegen en Robert Jan Vermeulen doen van zich spreken, evenals Benjamin Herman, Saskia Laroo en Francien van Tuinen. De symboolfunctie van jazz is bovendien niet eerder zo groot geweest. Reclamemakers maken dankbaar gebruik van jazzmusici als Candy Dulfer, Trijntje Oosterhuis en Rinus Groeneveld. De musici zelf hebben voldoende status gekregen om koninklijk onderscheiden te worden. Piet Noordijk, Greetje Kauffeld en Willem Breuker worden Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

1999-2000

Uit Frankrijk komt nieuwe dansbare muziek gebaseerd op drum & bass, jazzrock, house, hiphop, triphop en een snufje jazz. Erik Truffaz en St Germain zijn de voortrekkers. De bezoekers van Paradiso zijn de eersten die met deze nieuwe trend kennis maken. Na het uitkomen van door Ry Cooder geproduceerde cd’s van de Buena Vista Social Club worden bejaarde Cubanen als helden ontvangen en uitgebreid op de tv vertoond. Er is in heel Nederland geen plaats meer te vinden waar geen salsa-dansles wordt gegeven. Het oude jazzpubliek daarentegen gaat traditiegetrouw naar de Klap op de Vuurpijl in Amsterdam om het nieuwe millennium in te luiden met door de millenniumbug aangetaste, moeizame houterige danspasjes.

Alan Laurillard opende begin jaren tachtig mede het eerste Nederlandse funkfiliaal.
Alan Laurillard opende begin jaren tachtig mede het eerste Nederlandse funkfiliaal.

2001-2003

De jongeren zijn weer bij jazz betrokken. De pijp rokende liefhebber is definitief verdwenen en verdrongen door de jazzo die met de juiste schoenen en de allerlaatste mode zijn tijd loungend doorbrengt op plaatsen waar prijzen worden gehanteerd die geen jazzmuzikant ooit zal kunnen betalen.

 

Tekst en foto’s TOM BEETZ

 

Vorige bericht

Bugel

volgende bericht

Berimbau

Geen reacties

Laat een bericht achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *