De berimbau is een ritme-instrument dat bestaat uit een stok, gemaakt van bij volle maan gekapt beribahout, een ijzeren snaar, meestal gemaakt uit stalen draden van autobanden, en een uitgeholde, soms beschilderde kalebas. Door ritmisch met een stokje tegen de snaar aan te slaan ontstaat een zingend geluid. De muzikant kan de toonhoogte beïnvloeden door een steentje of een munt tegen de snaar aan te houden en daarmee de lengte van het trillende gedeelte te verkleinen. Door de kalebas tegen de buik aan te drukken of hem er vanaf te houden wordt de galm bepaald.

De berimbau komt oorspronkelijk uit Afrika maar is tegenwoordig een symbool van de Braziliaanse cultuur. De berimbau kun je in de Braziliaanse bossa-nova-jazz tegenkomen bij Baden Powell en Astrud Gilberto, en is onontbeerlijk als begeleiding bij het Afro-Braziliaanse capoeira-spel, een combinatie van muziek, dans en vechtsport. De bekendste Braziliaanse berimbauspelers zijn Airto Moreira en de in 2016 overleden jazz-percussionist Naná Vasconcelos. Ook de Turkse jazzdrummer Okay Temiz en de Belgische drummer Chris Joris (foto) gebruiken de berimbau regelmatig in hun muziek.

Foto Tom Beetz

 

Previous

Terugblikken bij het eerste lustrum van JazzNu

Next

Jazz ten tijde van corona: Bo van de Graaf

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook