Om de titel ‘This is not an orchestra’, daar draait het hele concept van het New Jazz Rotterdam Jazz Orchestra om. Geen orkest, maar wat is het dan? Een big band? Nee, ook niet. Een orkest, geworteld in de traditie van de grote jazzorkesten? Nee, ook al niet. Wat dan? Gewoon: geen orkest.

Dat is natuurlijk geen antwoord. Maar de muziek op This is not an orchestra geeft openheid en dus een afdoende antwoord. Want als je op de verwachtingen die bovenstaande vragen oproepen antwoorden wilt, dan zijn die uitsluitend in de muziek besloten. Waarbij het niet uitmaakt hoe je de uitvoerders moet karakteriseren. Het is een groep vrienden die muziek maakt, het is een amalgaam van invloeden die ieder groepslid meebrengt, het is een hoge vorm van vrijheid en het is een vat vol tegenstellingen. En jazeker, het is ook een orkest, want zo’n groep musici heb je nu eenmaal nodig om de zes sterke stukken die This is not an orchestra sieren, tot klank te kunnen brengen. En taalkundig heet dit nu eenmaal een orkest. Laten we het hierbij houden.

In wezen is This is not an orchestra een plaat vol krankjorume ideeën. Dat begint al met het openingsstuk Cheng Sa Bang van gitarist/componist Jelle Roozenburg. Hij heeft getracht alle stijlen die de jazz heeft voortgebracht in dit stuk samen te ballen. Daarmee wordt de toon gezet voor de rest van de elpee die volstrekt onverwacht wordt afgesloten met Omnia Sunt Communia, met een tekst die wordt gedeclameerd door Derek Otte.

En daar tussenin ligt het credo van dit zo bijzondere orkest. Het verschaft zich vrijheid door precies te doen wat het wil en wat de geest en wil van de dertien orkestleden ingeeft. Die vrijheid wordt op meerdere wijzen gehanteerd, met name in de hoogstaande improvisaties die er zowel solistisch als collectief fiks inhakken. Vrije improvisaties impliceren welhaast bij verordening dat chaos om de hoek loert. Dat is hier ook zo, maar die is wel gereglementeerd en volledig in de hand gehouden. Daar worden schitterende contrasten mee geschapen.

Sterk is ook de samenstelling van de stukken. Elk is er een van een van de orkestleden. Dat maakt dat diversiteit hoogtij viert. I.M. bijvoorbeeld is van trompettist Rob van de Wouw. De titel kan tweeledig worden opgevat: als I am (ik ben) en als I.M. (In Memoriam). Dat ‘ik ben’ slaat op de persoonlijkheid van de componist/uitvoerder, het tweede op het feit dat de twee grootmoeders van Rob van de Wouw kort na elkaar, op de leeftijd van 100 en 104 overleden. Gevat in aangrijpende klanken die tegengesteld zijn aan bijvoorbeeld Nostrand van drummer Mark Schilders, waarin heimwee naar vergane tijden wordt vertaald in muzikale melancholie.

Het slotstuk Omnia Sunt Communia bevat ongewild een troost brengende boodschap voor deze dagen, waarin de planeet aarde op de rand van mogelijk een Derde Wereldoorlog balanceert. Ongewild omdat de muziek voor deze elpee een jaar geleden is opgenomen. Maar de tekst die in Omnia Sunt Communica is besloten geeft bemoediging en opbeuring voor degene die de woorden wil laten binnenkomen. Enkele citaten er uit:

De mensenmassa’s voor ons hebben eeuwen overleefd.
Woede is maar tijdelijk, haat lost helemaal niks op.
Tranen helpen weinig en ego kost ons de kop.
Wij leren niet van een mislukking; ik mijn vrijheid, jij de jouwe, daar geloof ík in.

RINUS VAN DER HEIJDEN

 

NEW ROTTERDAM JAZZ ORCHESTRA
This is not an orchestra

New Rotterdam Jazz Orchestra

Miguel Boelens – alt- en tenorsaxofoon
Bart Wirtz – altsaxofoon en fluit
Cyrille Oswald – tenorsaxofoon en fluit
Nils van Haften – basklarinet en baritonsaxofoon
Jan van Duikeren – trompet en fluegelhorn
Rob van de Wouw – trompet
Romain Fry – Franse hoorn
Louk Boudesteijn – trombone
Frans Cornelissen – tuba
Simone Bottasso – organetto en fluit
Jelle Roozenburg – gitaar
Johan Plomp – contrabas
Mark Schilders – slagwerk

 

www.nrjo.nl

Previous

Bert Lochs (rondetijd 6.03,37)

Next

Coal Harbour nieuwe steunbeer in Nederlandse jazz

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook