Trompettist Bert Lochs is deze maand stokjesdrager van JAZZ-tafette. Bij de laatste vraag van de rubriek kiest hij zijn ‘opvolger’ voor maart met als kwalificatie dat deze musicus ‘een bescheiden type is, die echt meer aandacht verdient’. Hoezeer zijn die woorden ook van toepassing op zijn eigen persoon. Bert Lochs behoort tot de beste trompettisten van Nederland en ook daarbuiten. Hij werkt gestaag aan zijn vakmanschap, voornamelijk in de schaduw van anderen. Wie hem kent als voortrekker van Braskiri, dat in 2016 de schitterende cd ‘Killing The Mozzarella’ uitbracht weet hoe de trompettist achter elke compositie die hij de wereld instuurt, een deel van zijn intieme levensfilosofie heeft gestopt. Een gesprek met Bert Lochs brengt rust, hij toont dan zijn liefde voor de muziek én voor zijn vrouw Willeke en zoon Pit met wie hij een bijna jaloers makend gezin vormt. En die liefde krijgt een vervolg als hij de trompet ter hand neemt. Waarbij hij wel een levenslange strijd moet voeren, want: “De trompet is echt een gemeen instrument.”

Bert Lochs: "Ik luister ook veel klassieke muziek, de invloeden die ik daar op doe moeten er ook uit."
Bert Lochs: “Ik luister ook veel klassieke muziek, de invloeden die ik daar op doe moeten er ook uit.”

Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik studeer elke dag. En ben inmiddels ‘genezen’ van een aantal experimenten die ik deed op trompet. Die waren minder succesvol. Ik probeer nu de boel weer aan het spelen te krijgen. De afgelopen twee jaar ben ik me bezig gaan houden met productiemuziek, thuis muziek maken per computer, bestemd voor media. Daar heb ik een paar cursusjes voor gedaan. Ik ben nu een album aan het maken met productiemuziek. Daarin komt het vakmatige als componist naar voren, want dat ben ik naast trompettist ook. Ik werk in opdracht en daardoor word ik echt aangesproken op mijn vakmanschap. Ik werk voor een Duitse producent die opdrachten over de hele wereld uitzet. Ik ben daar binnengekomen met muziek voor sprookjes. Die kun je in jazz niet kwijt. Maar met productiemuziek kan ik alle kanten uit. Ik hoop nu om er geld mee te verdienen. Om te componeren was het een goede tijd. Ik componeer elke dag. Ik luister ook veel klassieke muziek, de invloeden die ik daar op doe moeten er ook uit.

Welke herinneringen aan je carrière zijn je het dierbaarst?
Een hele goede voor mij is mijn eindexamen. Voor het eindexamen had ik eigen stukken gespeeld en alles eromheen geregeld. Ik had bijna twee uur gespeeld en mijn docent Ack van Rooyen was overdonderd. Hij zei dat ik voor het eerst mijzelf had laten zien. Ik heb nooit meer zo’n lang applaus gehad. En ook een goede herinnering heb ik aan een concert met Enrico Pieranunzi in Bremen, was een heel aparte ervaring.

Waarom doe je graag wat je doet?
Dat wil ik eigenlijk niet weten, ik doe wat ik doe. Vanaf mijn achtste speelde ik bugel in een fanfare. Heel even had ik gezeurd om een saxofoon, maar die heb ik maar drie maanden bespeeld. Huilend vroeg ik mijn bugel terug. Ik speel graag trompet omdat ik soms dat stuk koper niet wil laten winnen. Ik speel ook een beetje piano, maar niet zo bezield als de trompet. Ook de EVI (Electronic Valve Instrument) neem ik wel eens ter hand, maar meer om licks te oefenen. Maar nee, het is de trompet! Het geluid ervan is fascinerend. Zolang als ik trompet speel, componeer ik ook. Ik heb de eerste twee jaar bugel en saxofoon gespeeld, toen cornet, naar de muziekschool en toen trompet. En nu ben ik toch weer terug op bugel, elke dag speel ik er wel een halfuurtje op.

Wanneer is je passie voor jazz ontstaan?
Tenorsaxofonist Leo Janssen is daar de oorzaak van. Tegenwoordig speelt hij in het Metropole Orkest, maar vroeger gaf hij les op de muziekschool in Heerlen. Hij vroeg mij op zeker moment of ik niet in een big band moest gaan spelen. Ik wist niet eens wat een big band was. ‘Kom maar eens bij een repetitie langs’, zei Leo. Ik kon toen al wel goed klassiek spelen. Zoals het Trompetconcert van Haydn. Ik ben naar Ack van Rooyen gaan luisteren. Hij bleek ook nog eens te improviseren! Ik wist niet dat ik ook kon improviseren, maar ik heb het zolang als ik speel, gedaan. Ik kwam ook terecht bij de muziek van Clifford Brown en Freddie Hubbard. En ik was al vanaf mijn jeugd een grote fan van Maurice André. Thuis speelde ik zijn barokstukjes met hem mee. Op mijn zestiende heeft Leo Janssen ervoor gezorgd dat ik in aanraking kwam met jazz. Hij heeft mij een beetje voorbereid voor het Conservatorium van Hilversum.

Bert Lochs: "Ik speel graag trompet omdat ik soms dat stuk koper niet wil laten winnen."
Bert Lochs: “Ik speel graag trompet omdat ik soms dat stuk koper niet wil laten winnen.”

Van welke ontwikkeling in de jazzgeschiedenis had je onderdeel willen zijn?
Ik ben blij dat ik nu leef. Het is toch fantastisch wat er nu allemaal gebeurt. Er is zoveel gaande met jonge mensen! Alles wat er ooit in de jazz is geweest, kun je tegenwoordig horen, ook gewoon live-concerten op YouTube bekijken. Ikzelf ben ook onderdeel van wat er op dit moment allemaal gebeurt.

Wat is het bizarste dat je ooit mee hebt gemaakt tijdens een concert?
Dat was tijdens een optreden met Klaus Gesing, een echte ECM-(sopraan)saxofonist. Klaus was altijd heel serieus. Hij had een eigen sextet met onder andere Ed Verhoef en mij. We speelden in Den Engel in Den Haag. We stonden voor een volle zaal en begonnen aan de tweede set, toen de man achter de bar de muziekinstallatie keihard aanzette. Wij wilden beginnen, maar die muziek klonk steeds harder. “Ophouden met die kutmuziek”, werd er vanachter de bar geschreeuwd. We moesten gewoonweg stoppen. Twee dagen later fikte de tent af. Hadden wij niets mee te maken, hoor.

Waar vind je inspiratie?
Feitelijk in allerlei details. Vooral in wat ik hoor. Ik heb niet altijd het geduld ergens in te duiken. Maar dan hoor ik wat kleine dingen, zoals een akkoordwending of een bepaald melodietje. Dat ga ik dan vaak uitzoeken door meteen achter de elektrische piano te gaan zitten. Komt altijd een ideetje uit, een intervalletje, een wendinkje. En daar kan dan zomaar weer een stuk uit voortkomen. Buiten de muziek heb ik dat ook, bijvoorbeeld door kleine stukjes in de krant, van die Man-bijt-hond-dingetjes. Die triggeren me.

Wat is het spannendste dat je ooit hebt ondernomen?
Ik had bij het conservatorium een geluidsbandje ingeleverd voor een internationale contest jong talent. Ik werd tot mijn grote verrassing uitgekozen. Ik moest toen voor het eerst gaan vliegen, naar Rome. Ik moest er een hele week gaan repeteren en kreeg een deel van het geld dat aan de eerste prijs was verbonden. Stopte ik in mijn sok, ik was 22 jaar, wist ik veel.

Bert Lochs: "Kleine stukjes in de krant, van die Man-bijt-hond-dingetjes. Die triggeren me."
Bert Lochs: “Kleine stukjes in de krant, van die Man-bijt-hond-dingetjes. Die triggeren me.”

Welk muziekstuk of album heeft voor jou een speciale betekenis?
80/81 van Pat Metheny, dat hebben veel mensen. Zo heb ik jazz geleerd, van daaruit ging ik verder. Flutter By, Butterfly van Kenny Wheeler heb ik grijs gedraaid. Ik hoorde daarin thema’s waarbij ik dacht: zo kan het ook. Hetzelfde heb ik met Belonging van Keith Jarrett, met die mooie liedjes waarop wordt geïmproviseerd op een manier die ik niet snapte. Alle drie deze albums hebben op mij veel invloed gehad, ook tijdens het componeren.

Wat neem je altijd met je mee?
Een zakmesje, een soort familieding.

Welke actualiteit heeft je aandacht?
(Dit vraaggesprek vond plaats voordat de oorlog uitbrak tussen Rusland en Oekraïne, rvdh). Wat me ontzettend stoort is oorlogshitserij. Er zijn zoveel dingen die niet kloppen. Dan hebben ze daar geen oplossing voor en redeneren ze: laten we maar een oorlog beginnen. Dan is er weer werk, fabrieken draaien, er stroomt geld binnen. Maar waarom? Je weet toch hoe het afloopt. Oorlog is een vrij zinloze zaak. Binnen de muziek maak ik mij druk om het feit dat er zo weinig speelbeurten zijn. Toen ik als musicus begon, waren er zestig speelplekken, waar we zo’n 25 keer konden optreden. Hoe moet het nu met jonge musici? Het Nationaal Podiumplan geeft enige hoop. Maar er is niet veel, er wordt weinig betaald en er zijn weinig initiatieven.

Wie is je grote voorbeeld buiten de jazz?
M’n vrouw Willeke en zoon Pit. Willeke is heel nuchter, maar weet me heel liefdevol meer dan alleen muziek bij te brengen. Zij houdt mij met beide benen op de grond.

Wat intrigeert je aan je instrument?
Vooral de strijd. Als kind ging musiceren me vrij gemakkelijk af, op m’n elfde speelde ik al solo’s in de fanfare. Op het conservatorium moest het allemaal anders. Sindsdien heb ik een haat-liefdeverhouding met de trompet. Maar het geluid ervan is het mooiste wat er is. Als het lukt is er niets mooiers. De daarvoor benodigde strijd win ik maar een paar keer per jaar. De trompet is echt een gemeen instrument.

Bert Lochs: "Wat me ontzettend stoort is oorlogshitserij. Je weet toch hoe het afloopt. Oorlog is een vrij zinloze zaak."
Bert Lochs: “Wat me ontzettend stoort is oorlogshitserij. Je weet toch hoe het afloopt. Oorlog is een vrij zinloze zaak.”

Wat heb je geleerd van je muziek?
Ik heb er mijn verlegenheid mee overwonnen. Ack heeft me wel eens gezegd dat hij in het begin van onze relatie niet wist wat hij met mij aan moest. In de fanfare was ik iemand die zijn mond niet hoefde open te doen. Als ik speelde hoefde ik niet ingewikkeldst. Om op een podium te staan word ik betaald, mensen willen me horen. Dan ben ik helemaal vrij, voel ik dat een beetje als mijn plek, helpt het me over mijn gereserveerdheid heen. Als musicus sta ik niet meer al te verlegen in het leven.

Wat wilde je vroeger altijd worden?
Muzikant, altijd al. Nooit iets anders. Mijn ouders waren daar wel een beetje bezorgd over, maar ze hebben me altijd vrij gelaten.

Wanneer ervaar je de vrijheid te falen?
Altijd als ik improviseer. Buiten de muziek ben ik vrij netjes, dan wil ik naar mijn omgeving toe niet falen. In de muziek neem ik alle risico’s. Jazz is een soort ‘license to fail’. Dat moet ook, is zelfs een voorwaarde.

Welke ontwikkeling in de jazz juich je toe?
Ik vind de hele scene jonge musici die zo goed speelt, ontzettend leuk. Ze zijn zo fanatiek met alles bezig, flikkeren alles bij elkaar. Juist door YouTube, Spotify en meer nemen ze alles mee. Nu gebeurt er veel meer dan wat ooit kon.

Bert Lochs: "Als ik persoonlijk met mensen niks heb, wordt de muziek er alleen maar minder van."
Bert Lochs: “Als ik persoonlijk met mensen niks heb, wordt de muziek er alleen maar minder van.”

Met wie werk je graag samen?
Vooral met mensen met wie ik het goed kan vinden. Het móet klikken. Henk de Ligt (contrabassist met wie Bert Lochs een aantal jaren speelde en die op 1 juli 2020 overleed, rvdh) bracht altijd taart mee. Hij maakte het eerst wat gezellig en dan gingen we aan de slag. Als ik persoonlijk met mensen niks heb, wordt de muziek er alleen maar minder van.

Welke dromen liggen nog voor je?
Ik zou graag wat meer spelen. De afgelopen twee jaren waren dramatisch. De productiemuziek is voor mij één ding, maar ik zou graag voor een film of documentaire muziek willen maken. En vaker het gevoel hebben dat ik de trompet onder controle heb. Het is fijn om daarover te dromen.

Aan wie geef je het Jazz-tafette stokje door?
Aan Leo Janssen. Hij liet me als eerste kennismaken met jazz. Hij speelt naast tenorsaxofoon ook klarinet. Leo is een bescheiden type, dat op het podium helemaal uit zijn dak gaat. Hij verdient echt meer aandacht. Hij speelt al heel lang in het Metropole Orkest, maar komt steeds meer met eigen projecten. Bovendien is hij een fantastische saxofonist.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA KESSELS

 

www.bertlochs.com

Previous

Black Sea Songs Sanem Kalfa c.s. bevrijdend en vreugdevol

Next

De nieuwe realiteit van een orkest dat geen orkest is

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook