Er is in België een hele club musici die samen een ijzersterke nieuwe jazz- en improscene hebben gecreëerd. Ze vonden nieuwe manieren om improvisatiemuziek naar een ander, karakteristiek sterk en hoog niveau te brengen. Ze lossen daarmee de belofte in die grote Belgische musici als Bert Joris, Michel Hadzi, Philip Catherine,  Frank Vaganée, Fabricio Cassol, Bart en Chris Defoort en vele andere iconen hebben gemaakt. Deze Nieuwe Belgische Jazz Scene zoals ze het zelf benoemen, bevat inmiddels  wat bekendere namen als STUFF, De Beren Gieren, Dans Dans en Blow 3.0. Yôkai is een zo’n tak aan de boom van de Nieuwe Belgische scene.

Yôkaï  betekent blijkbaar demonische, bizarre geest in het Japans. Een naam die de muziek van de band goed dekt. Deze Brusselse band bracht het album Coup de Grâce  uit en de link met Japan is evident. Het is bij de eerste  luisterbeurt en dus als primaire indruk, een maffe, vrolijke en humoristische mix van punk/wave/rock en van alles erbij, maar de bizarre synthesizerklanken refereren overduidelijk aan computergames. Althans oude computergames uit de jaren ’80 en ‘90. Van de tijd vóór de game-industrie  alleen al zoveel groter werd dan de hele entertainmentindustrie samen.

Het Belgische Yôkaï bestaat uit de Spaanse maar in Brussel wonende tenorsaxofonist/klarinettist Jordi Grognard, drummers  Yannick Dupont en Louis Evrard, alt-, tenor- en baritonsaxofonist/fluitist Fred Becker, bassist Axel Gilain hier alleen op basgitaar, gitaristen Ivan Tirtiaux en Clement Nourry, pianist Eric Bribosia die ook te horen is op twee recente, geweldige albums van gitarist Benjamin Sauzereau.

De muziek is, ook bij nadere beluistering, heel verrassend en fris, psychedelisch en vol sfeer bij tijden, maar ook punkie en rockend; vaak in een heel toffe en creatieve combinatie. Soms overigens ook écht filmisch als een soundtrack bij westerns of cultfilms: voer voor iemand als Quentin Tarrantino.  Ondanks de aanwezigheid van twee drummers in de groep, is de sound erg licht en popachtig met ruimte voor de verschillende rietblazers en toetsen om heerlijk over de excellente ritmesectie heen te spelen.

Geen enkel instrument heeft ergens een continue leidende rol; het zijn allemaal composities die zelf het verhaal vertellen en waarbij de musici hun creativiteit in het belang van het collectief stellen. Echte jazzsolo’s zoals we die doorgaans kennen, komen er niet op voor. Het neigt voor mij af en toe zelfs naar een moderne uitvoering van oeroud werk van Pink Floyd uit de tijd met Syd Barret, dus voor het immens grote succes van deze iconische popgroep.

Coup De Grâce van Yôkaï is zonder meer een geweldig creatief en verhalend album met veel verschillende gezichten en klankkleuren. Het beluisteren meer dan waard. Bij herhaling komen steeds meer verschillende details naar boven. Imponerend goed qua muziekconcept en uitvoering. Een genadeschot waardoor je als luisteraar uiteindelijk geheel door de knieën gaat en je overgeeft aan je, in dit geval, aangename lot.

ERIC VAN DER WESTEN

 

YÔKAÏ 
Coup De Grâce

Humpty Dumpty Records

Fred Becker – alt-, tenor- en baritonsaxofoon, percussie
Jordi Grognard – klarinet, basklarinet, tenorsaxofoon, fluit
Ivan Tirtiaux – elektrische gitaar
Clément Nourry – elektrische gitaar
Eric Bribosia – Fender Rhodes, Farfisa, Roland SH synth
Axel Gilain – elektrische bas, Moog synth
Yannick Dupont – drums en percussie
Louis Evrard – drums, elektronica

Previous

Timothy Banchet (rondetijd 5.19,72)

Next

Dayna Kurtz laat in Nijmegen vrijelijk haar gemoed los

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Lees ook