Het lijkt een trend te worden, de inzet van jazz- en improviserende musici om nieuwe albums uit te brengen die een programmatische ondergrond hebben. JazzNu besprak er enkele voorbeelden van. ‘Turn On, Tune In, Drop Out’ van het Mark Lotz Trio, ‘Ambrosia’ van Ruud Voesten en ‘Ritual’ van Paloma Lázaro Arteaga; ‘Clementia’ van Marit van der Lei sluit aan bij dit rijtje.

Programmatische muziek poogt een verhaal te vertellen dat is geïnspireerd door een buitenmuzikaal thema. Carnaval der Dieren van Camille Saint-Saëns, Moldau van Bedrich Smetana, Vier Jaargetijden van Antonio Vivaldi en Schilderijententoonstelling van Modest Moessorgski zijn enkele composities die met name in de tijd van de Romantiek werden geschreven om muziek meer beeldend te krijgen.

Jazzmuziek is er ook mee doordrenkt – denk aan Strange Fruit van Billie Holiday, Skies of America van Ornette Coleman of Take The A’ Train van Duke Ellington. Grondslag van al deze muziek is altijd een thema dat de componist op dat moment bezig hield en dat hij of zij trachtte te vangen in muziek. Soms lukte dat zodanig dat zonder enige uitleg vooraf de bedoelingen van de schrijver uit de luidsprekers golfden, andere keren moest je op expeditie om ze te kunnen achterhalen.

Zangeres Marit van der Lei heeft de menselijke psychologie tot uitgangspunt gekozen voor haar nieuwe album Clementia. De psychologie is voor haar naar eigen zeggen ‘een onuitputtelijke bron van inspiratie’. Zij ontdekte dat ‘persoonlijkheden kunnen worden onderverdeeld in vijf dimensies’. Zij pikte er één uit: mildheid. Dat is een dimensie die zachtheid impliceert, maar door de veranderende, steeds individueler wordende wereld waarin we leven, is er afstand gekomen tussen mensen en is het begrip mildheid in het gedrang gekomen.

Marit van der Lei dook in haar binnenste en ging op zoek naar de pure vorm van mildheid. “Ik ging op zoek naar klanken, akkoorden, gefluister. Ik begon met naar mezelf te kijken. Wat zijn mijn eigen overtuigingen en meningen? Zijn ze waar?” Vanuit die basis ontstond Clementia, een naar haar streven ‘rustgevend pad’ dat zij wil bloot leggen voor de luisteraar naar haar muziek. In de hoop dat we door een mildere levenshouding op weg gaan naar een zachtere wereld.

Clementia begint waarlijk overrompelend. I Will Never Get To See vertolkt zij solo, in duet met haar eigen stem. Ze overtuigt meteen, wat gaat er nog meer volgen, is de vraag die zich opdringt. Dat is heel wat, want Marit van der Lei is geen zangeres van dertien in een dozijn. Zij exploiteert haar stem puur als een instrument, dat voorbij de woorden gaat die zang in de meeste gevallen belangrijk moeten maken. Uitgebreide stemimprovisaties wisselen af met zes tekstuele composities, die zij zelf ook schreef en arrangeerde.

Het album is daardoor erg doorgrondelijk. Je wordt direct geraakt door de zucht naar avontuur van de zangeres, haar durf om die in daden om te zetten en de diversiteit die zij aanbrengt door haar switchen van improvisatie naar compositie. Je wordt kortom nogal eens verrast. Marit van der Lei’s stem is buigzaam, expressief en leidend. Goede eigenschappen om overeind te blijven bij het vakmanschap dat hijgend achter haar dringt. Technische hoogstandjes, in de muziek geplaatst door wat je de crème de la crème van de jonge Nederlandse jazzgeneratie mag noemen: Kika Sprangers, Jesse Schilderink, Federico Castelli, Marre de Graaff en Willem Romers. Zij creëren niet alleen een bedding voor de zangeres, maar leggen een weg aan met ruime uitwijkmogelijkheden om hun eigen kunsten te kunnen etaleren.

Clementia ademt intussen bescheidenheid. Bescheidenheid in de aanpak en uitvoering, die rustgevend en mild is en dus naadloos aansluit bij de psychologische ondergrond die Marit van der Lei aan haar album wilde meegeven. De vrede op aarde die zij nastreeft zit niet alleen in de teksten, zeker ook ik de zacht-symfonische totaalklank van Clementia.

Toch is er een maar aan dit mooie album. Zowel in Van der Lei’s gezongen teksten als in haar improvisaties is er sprake van een zekere eenduidigheid. In beide concertuitvoeringen ontbreekt flexibiliteit. Marit van der Lei ontwijkt in haar zang nogal eens zoektochten van hoog naar laag en omgekeerd en tijdens haar improvisaties klinkt haar gegoochel met klanken op den duur toch wat als teveel van hetzelfde. Minpuntjes die wat extra aandacht behoeven om de opvolgers van Clementia nóg meer artistieke waarde te geven.

RINUS VAN DER HEIJDEN

MARIT VAN DER LEI NEXTET

Clementia

Challenge Records

Marit van der Lei – zang
Kika Sprangers – altsaxofoon
Jesse Schilderink – tenorsaxofoon
Federico Castelli – gitaar
Marre de Graaff – basgitaar
Willem Romers – slagwerk

www.maritvanderlei.com

www.challengerecords.com

Previous

Basfestival Rotterdam wordt steeds veelomvattender

Next

Carla Bley heeft de vrije jazz enorme diensten bewezen

Lees ook