Concertrecensies

De gouden noten van de koning die VLEK heet

Edward Capel
Edward Capel

De zevenmansformatie VLEK begint steeds meer op koning Midas te lijken. Elke muzieknoot die de groep aanraakt, verandert in goud. En soms is er dan ook nog sprake van een of meerdere zettings, waar een diamantje in wordt geplaatst. VLEK brengt op dit moment een stuk of dertien nieuwe composities in stelling, die in de nabije toekomst de derde cd gaan vormen. Tijdens twee concerten werd alvast proef gedraaid. JazzNu toog ervoor naar België.

VLEK mag je een jazzorkest noemen, ook een gezelschap dat vrije improvisaties predikt. Maar neem in elk geval in acht dat alles wat zich daartussen zou kunnen bewegen, ook in de greep is van de zeven Brabantse musici. Bij vrijwel alle stukken waart ergens op de achtergrond een element dat de een swing noemt en een ander ‘drive’. Dat segment hoef je niet per se te benoemen, beleef liever dat het de muziek naar een aangenaam en verrassend niveau tilt. Want dát is de muziek van VLEK: dansbaar, groovend, onalledaags, ongegeneerd, humoristisch en altijd avontuurlijk.

DAMPEND

Het concert in Neerpelt getuigde er volop van: dampende ensemblestukken, verluchtigd met knappe, intrigerende soli van de bandleden en dit alles losjes bijeen gehouden door… ja, door wie eigenlijk? Door niemand in het bijzonder, want dat zou niet passen bij de anarchistische werkwijze van het septet. Ieder bandlid neemt zijn eigen verantwoordelijkheid, waardoor het leiderschap zich verhoudt als 1:7.

VLEK begon het optreden bijna metaforisch, getuige de titel van het eerste stuk: Paradise to V.L.E.K., een compositie van toetsenist Bart van Dongen. Meteen gevolgd door Alghero, een lang stuk van Bert Palinckx, dat zich bewoog van orkestraal naar vrij en daarna naar stuwend. Opvallend was het intro van het korte Intermezzo 1, waarbij je meende te horen dat trompettist Jeroen Doomernik citaten uit The Last Post aanhaalde. Misschien als eerbetoon aan Prince, van wie pal voor het concert bekend werd dat hij was overleden.

Bart van Dongen
Bart van Dongen

De titel van Glop had componist Jacq Palinckx aan een woordenboek ontleend, omdat het woord er niet in voorkwam –  Jacquiaanse wijsheid. Het woord heeft volgens hem geen betekenis, de muzikale inhoud des te meer. Glop ontpopte zich als een typisch VLEK-deuntje, heel harmonisch en melodieus, luchtig en eenvoudig lijkend in het ensemblespel. Maar dan kwam het middendeel, dat zou kunnen doen vermoeden dat de groepsleden elkaar gingen aftasten. Onzin natuurlijk, want dat hoeft niet meer als je al zeven jaar bij elkaar bent. Dat zoekende diende uitsluitend de diversiteit van de muziek en versterkte het kunstige, juist onder de oppervlakte gelegde themaatje, dat derhalve lang niet zo luchtig was als het op het eerste gehoor leek.

Jacq Palinckx
Jacq Palinckx

UITEINDEN

VLEK kan alles. Het zal wel niet bewust zijn gedaan, maar aan de uiteinden van het podium was plek ingeruimd voor elektronica: links zat en stond toetsenist Bart van Dongen, rechts Jacq Palinckx. Er tussenin de akoestische instrumenten en hun bespelers. Als die de grenzen van de muzikale redelijkheid bereikten, waren er die elektronische buffers die tot in het oneindige flexibel zijn, de grenzen oprekken en het onmogelijke mogelijk maken. Sprekend voorbeeld daarvan was het nummer Whammyjammywhammy, dat Jacq Palinckx noodzaakte zijn heil op de speelvloer te zoeken. Daar had hij een nieuw aangeschaft elektronisch apparaat liggen, dat hij op zijn knieën liggend met de rechterhand bespeelde, terwijl zijn linkerhand met een ‘slide’ zijn gitaar beroerde, die op een stoel voor hem lag.

Whammyjammywhammy bleek een lange compositie, uitgevoerd met een gedoseerde inzet van elektronica dat ruimte bood voor een vrije improvisatie, ondersteund door een slagvast ritme van Pascal Vermeer. Het werd een gelaagde compositie, waarvan elk element een eigen leven ging leiden, omdat de musici alle tijd en ruimte namen om al die delen uit te diepen.

Heel fraai was Boukes Blues van Edward Capel. Op de altklarinet toverde hij slepend een soort treurmars tevoorschijn, waarbij hij ondersteuning kreeg van de trompet en zodoende ruimte verschafte om eenieder te laten aansluiten. Waarna het in Intermezzo 2 tijd werd om Jacq Palinckx een lineaal tussen zijn snaren te laten frutten om het land van ondefinieerbare geluiden weer binnen de zichtlijnen te krijgen. ‘Music’ on the far side of the moon bood dan weer ruimte om een solo op altsaxofoon van Edward Capel als een rijpe meloen te doen openbarsten. En zo ging het maar door: gevarieerd van compositie naar compositie springend en daardoor alsmaar verrassend. Zodoende vroeg je je niet eens meer af, waarom Jacq Palinckx het hele concert doorbracht op badslippers.

WERKVERSCHAFFING

VLEK is het ware orgaan om jazz en improvisatiemuziek onder een breed publiek te verspreiden. Dat het daarmee voor zichzelf werk verschaft is daar uiteraard een natuurlijk gevolg van, maar die werkverschaffing zou er een heel stuk imposanter dienen uit te zien. VLEK is een prachtig fenomeen, maar de Nederlandse en buitenlandse podia moeten dat kennelijk nog ontdekken. Gas erop, heren programmeurs.

RINUS VAN DER HEIJDEN
beeld GEMMA VAN DER HEYDEN

VLEK, ‘Music’ on the far side of the moon-tour
JazzCase Dommelhof Neerpelt (B), 21 april ’16

www.jazzcase.be 

Edward Capel – sopraan- en altsaxofoon, altklarinet
Jeroen Doomernik – trompet
Hans Sparla – trombone
Jacq Palinckx – elektr. gitaar en toebehoren
Bart van Dongen, synthesizer en toetsen
Bert Palinckx – contrabas
Pascal Vermeer – slagwerk

www.vlekmusic.nl 

Previous post

DIRK BRUINSMA (RONDETIJD 5:33;66)

Next post

Concert van Jef Neve leidt een eigen, levend leven

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.