Wolfert Brederode componeerde ‘Ruins & Remains’.

Een elegie voor oorlogskerkhoven. De wonderbaarlijke vermenging van een orkest met een ud, om het nog sterker te maken de vermenging van twee uds met een orkest en een pianist die met zijn onderarmen speelt. November Music dook weer in de schatkamer van het onverwachte en zette vijf verschillende richtingen in de jazz in de schijnwerpers.

Eén dag voordat honderd jaar geleden een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog, plaatste in een zaaltje in een cultureel centrum in ’s-Hertogenbosch componist en jazzpianist Wolfert Brederode de gruwelen van de Grote Oorlog in een eigen perspectief. Eén dag ook voordat in dezelfde stad d’n Elfde van d’n Elfde wordt gevierd als aanloop naar het jaarlijkse Zottenfestijn dat carnaval heet, richtten Brederode, Joost Lijbaart en het Matangi Quartet een muzikaal herdenkingsmonument op, dat zijn gelijke niet kent. ‘t Kan verkeren, zei Wolfert Brederode’s naamgenoot ooit.

Wolfert Brederode geeft tijdens de repetitie aanwijzingen voor het Matangi Quartet.

PUINHOPEN

 Ruins & Remains gaf Wolfert Brederode zijn suite als titel mee. Een muziekwerk met tien aaneengesloten delen voor piano, slagwerk en strijkkwartet, dat de puinhopen en overblijfselen van krankzinnig oorlogsgeweld in adembenemende muziek gestalte gaf. Muziek waarin stilte een échte functie kreeg, waarin slagwerk de geluiden van het slagveld transponeerde naar de concertzaal, waar de piano verdriet en vernedering uitbeeldde en twee violen, een altviool en een cello twintig miljoen doden toedekten met een lijkwade die de ruïnes (ruins) weliswaar afdekten, maar op de resten (remains) nieuw leven stichtten.

Want daarin zit de kracht van Ruins & Remains: de muziek is gebaseerd op vernietiging, maar heeft zo’n intrinsieke kracht dat de overblijfselen alle ruimte krijgen voor nieuw, ontluikend leven. Iets soortgelijks doet zich ook voor bij het War Requiem van Benjamin Britten. Zonder beide werken op gelijke hoogte te stellen zijn er wel overeenkomsten: beide kennen geen kerkelijke inslag, beide zijn aanklachten tegen de vernietigingswaanzin die oorlog heet, beide zijn ultieme blijken van eerbied voor oorlogsslachtoffers en beide zijn een eerbetoon aan de veerkracht van de mensheid om zich weer op te richten.

Joost Lijbaart is een meester in het bespelen van percussie-instrumenten.

TROMGEROFFEL

Ruins & Remains begon met tromgeroffel, het geluid dat voor miljoenen soldaten hun dood aankondigde. Hier was het de metafoor voor het begin van de oorlog in 1914. De altviool nam de muziek over, liet lange, heel lange stiltes vallen die onherroepelijk deden denken aan herdenking van de gevallenen. De muziek voltrok zich ruim een uur lang in alle rust, sereen zou je zeggen. Nergens was haast te bespeuren, de moordmachine kon tergend langzaam zijn lugubere werk doen. Wolfert Brederode creëerde op zeker moment met de rechterhand een minimalmusic-achtige passage, terwijl Joost Lijbaart delicaat met percussie-instrumentjes aan de slag was. Het Matangi Quartet zocht het aanvankelijk in zachte, tere klanken om zich verderop te ontpoppen in een collectieve klankpracht die wij kennen van strijkkwartetten.

De duo’s die Wolfert Brederode en Joost Lijbaart inbouwden waren geen entr’acts, maar gedoseerd-spannende toevoegingen en overstapjes naar volgende delen van de suite. De muziek bleef intussen onverminderd boeien. Soms voelde je letterlijk de marstempo’s, op andere momenten de verstilde passage van piano en eerste viool, met daaronder gevlijd de cello om kort daarna uit te monden in een ware triomfmars. En dan weer stilte, met in de verte een kerkklok, minutieus ten gehore gebracht door Joost Lijbaart. Ruins & Remains werd daarmee een ware en vooral waardige elegie voor een oorlogskerkhof.

Zangeres Anna Serierse van het Martin Fondse Orkest.

COLOURS OF IMPROVISATION

Een elk jaar terugkerend onderdeel in November Music is Colours of Improvisation, een lange avond met drie concerten die jazz centraal stellen. Colours werd dit jaar geopend door het Martin Fondse Orkest met als gasten harpist Remy van Kesteren en ud-speler Omar Bashir. Er werd werk vertolkt van Martin Fondse én van Omar Bashir, soms was er sprake van hybride stukken, omdat twee composities over elkaar heen waren gelegd. Martin Fondse had onder meer zijn Hearts-project op de lessenaars gezet: de delen twee en vijf werden ervan ten gehore gebracht.

My Favourite Dance van Bashir draaide uit op een Balkanstuk met gipsytrekken, Omar Bashir Minimal (een van de hybridecomposities) bouwde op vanuit harp, ud en tenorsaxofoon naar de stemmen van de twee zangeressen Anna Serierse en Sanne Rambags, plus een van de twee cello’s. Om meteen daarna te verglijden in Tomorrow Eyes, een fantastisch samengaan van alle instrumenten met indringende zang van Anna Serierse.

Omar Bashir was gast bij het Martin Fondse Orkest.

Het viel vooral in de Fondsecomposities op hoe bewonderenswaardig de ud zich improviserend door deze niet gemakkelijke kost heen bewoog. En zich zo een volstrekt natuurlijke symbiose aandiende van oost en west. Toen het einde van het concert naderde dreigde het even mis te gaan. Je zag musici naar elkaar kijken: hoe nu verder. Maar de ud en Sanne Rambags trokken de muziek hitsig Spanje in. Grote klasse derhalve.

MICHAEL WOLLNY TRIO

Het derde concert van Colours of Improvisation was dat van het Michael Wollny Trio met gastsaxofonist Émile Parisien. De vier veroorzaakten waar spektakel, wortelend in een onafzienbare reeks vrije improvisaties. Parisien die twee jaar geleden al te zien was op November Music bij het Vincent Peirani Living Being Quintet en toen vooral de aandacht trok als ADHD-patiënt met spastische beenkrampen, manke danspasjes en vertwijfelde huppelsprongetjes, bewoog bij Michael Wollny niet veel anders. Maar ook hier toonde hij zich vooral als een vaardige sopraansaxofonist.

Michael Wollny is een durfal in de vrije geïmproviseerde jazz.

Wollny improviseerde als de vrije Europese jazzmusici uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Bonkend, hamerend, soms met de onderarmen beukend op het klavier, sjeesde hij door de muziek. Daarbij louterend ondersteund door slagwerker Eric Schaefer. Contrabassist Christian Weber stelde zich iets bescheidener op, maar in de vrije delen – andere waren er nauwelijks – reeg hij de ene na de andere tempowisseling aaneen. Dat Wollny ook meer kon dan alleen tekeer gaan bewezen de korte recitals die hij tussendoor gaf: soms denkend aan Rachmaninov, dan weer aan Satie. En aan Mahler, van wie hij een deel uit diens Kindertotenlieder vertolkte. Aangename diversiteit derhalve, geschraagd door avontuur en lak aan hedendaagse conventies, die helaas ook de jazz teisteren.

Émile Parisien als gast bij het Michael Wollny Trio.

JAKOB BRO

Daarvan getuigde het concert van het Jakob Bro Trio, dat ook al een gast in het kielzog had: altsaxofonist Ben van Gelder. Bro is een typische vertegenwoordiger uit de ECM-stal: enorm vakmanschap paren aan technisch volmaakte muziek. Dat gold niet alleen de leider/gitarist, maar ook contrabassist Thomas Morgan en zelfs slagwerker Joey Baron. Die hier gelukkig soms uitpakte zoals we van hem gewend zijn: krachtdadig, effectief en vindingrijk. Perfectie tekende ook het spel van Ben van Gelder, die zich hier als een vis in het water voelde. Zoals het echter vaak gaat, lopen techniek en vakmanschap zich te pletter op brave, emotieloze perfectie. Het Jakob Bro Trio bracht muziek voor modeshows: draadje noch haartje verkeerd.

Het Jakob Bro Trio met als gast altsaxofonist Ben van Gelder.

Helaas is de standaard die ECM in de jaren zeventig neerzette en toen werd verfoeid, nu de kwalificatie voor ‘goede’ muziek, wat daar dan ook onder wordt verstaan. In elk geval de grootste gemene deler voor mensen die harmonie en melodie koesteren. Alle musici die bij ECM hun muziek uitbrengen – vooral die uit Noord-Europa – zijn overgoten met dezelfde saus: beantwoorden aan de schoonheid die ECM voorschrijft. Maar die helaas zelden richting geeft aan wat goede jazz kenmerkt: swing, improvisatie, durf en buiten de lijntjes treden. De muziek van Jakob Bro blijft daar ver bij achter: zijn doos met kleurpotloden wordt slechts gebruikt om de vet voorgedrukte plaatjes in zijn kleurboek waar ‘Jazz’ bij op de kaft staat, precies binnen die lijntjes in te kleuren. Waag het niet er met een potloodstreepje buiten te komen.

Amir ElSaffar leidt het orkest Rivers of Sound.

De opbrengst van dit alles: keurig aangeharkte muziek, waarvoor je geen moeite hoeft te doen om als nectar bij je naar binnen te laten glijden. Als je het echter over jazz hebt, dan toch liever een taaie portie vlees, waar je lang op moet kauwen. Maar die dan een smaak oplevert die nog lang bij blijft.

SLOTCONCERT

November Music ’18 werd afgesloten door het gezelschap Rivers of Sound van de Iraakse componist en musicus Amir ElSaffar. Drie jaar geleden was hij ook te gast bij het festival met zijn Two Rivers Ensemble. Nu was dit uitgebreid tot een orkest van zestien personen. Waarvan ElSaffar het middelpunt was met zijn spel op santoor (de Arabische variant van een cimbalon), trompet en zang. Rivers of Sound staat voor de vermenging van twee culturen: die van de Iraakse maqam-stijl (maqam is een toonladder die uit kleinere eenheden van opeenvolgende tonen is opgebouwd, rvdh) en de westerse Afro-Amerikaanse muziek. Het in elkaar opgaan van Arabische cultuur en jazz derhalve, waarvoor Amir ElSaffar zich als een warm pleitbezorger heeft opgeworpen.

Ole Mathisen, Jason Adasiewicz, Fabrizio Casol en JD Parran

Die ineenvloeiing lukte zeker. Voor het element jazz had Amir ElSaffar, woonachtig in Amerika, gekozen voor de meest vrije vormen. Dat leverde aangename doorschakelingen op van een typisch Arabische orkestklank en felle jazzuithalen. Je zou derhalve kunnen spreken van een pan-Arabische, vrije big band. Een veelstromenland mag ook, want de Arabische strijkersklanken vonden direct aansluiting bij de in jazz gewortelde geluiden van blazers, percussie en vibrafoon. Amir ElSaffar regeerde daarbij als een vorst. Met name als hij achter zijn santoor uitkwam en rechtop staand fraaie trompetsoli inlaste.

INGESPEELD

Het was jammer dat Rivers of Sound nog lang niet op elkaar was ingespeeld. Kennelijk heeft November Music een jaar lang zijn best gedaan om dit orkest, bevolkt door musici van allerlei nationaliteiten, bij elkaar te krijgen. ElSaffar verkondigde met terechte trots dat hij nu bezig was aan een eerste Europese tournee. Een dag voor het concert in Den Bosch trapte Rivers of Sound die af in het Bimhuis in Amsterdam. Er volgen nog concerten in Brussel, Gent en Londen. Wellicht zal de kwaliteit aan het einde van deze muzikale rondgang beter beoordeeld kunnen worden.

Dena ElSaffar

Want nu moest worden geconstateerd dat er nogal wat rammelde. Inzetten waren vaak ongelijk, tempi te langzaam, soli wel heel erg tam. Verfijning en elegantie ontbraken vrijwel volledig en dat zijn toch elementen die met name in Arabische muziek sterke bouwstenen zijn.

Waarmee gezegd wil zijn dat November Music wel sterkere slotconcerten heeft gekend.

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s GEMMA VAN DER HEYDEN

Ruins & Remains
Wolfert Brederode – piano en compositie
Joost Lijbaart – percussie en slagwerk
Matangi Quartet: Maria-Paula Majoor – viool
Daniel Torrice Menacho – viool
Karsten Kleijer – altviool
Arno van der Vuurst – cello

Martin Fondse Orkest
Martin Fondse – piano, vibrandoneon, composities
Claudio Puntin – klarinetten
Mete Erker – tenor- en sopraansaxofoon
Jörg Brinkmann – cello
Annie Tangberg – cello
Sanne Rambags – zang
Anna Serierse – zang
Eric van der Westen – contrabas
Mark Schilders – slagwerk
Remy van Kesteren – harp
Omar Bashir – ud

Michael Wollny Trio
Michael Wollny – piano
Christian Weber – contrabas
Eric Schaefer – slagwerk
Émile Parisien – sopraansaxofoon

Jakob Bro Trio
Jakob Bro – gitaar
Thomas Morgan – contrabas
Joey Baron – slagwerk
Gast: Ben van Gelder – altsaxofoon

Amir ElSaffar’s Rivers of Sound
Amir ElSaffar – trompet, santoor, zang
Carlo DeRosa – akoestische basgitaar, piano
Dena ElSaffar – viool en jowza
Fabrizio Cassol – altsaxofoon
George Zadeh – ud en zang
Jason Adasiewicz – vibrafoon
JD Parran – bassaxofoon en klarinet
Miles Okazaki – gitaar
Mohammed Saleh – hobo & hoorn
Naseem AlAtrash – cello
Nasheet Waits – slagwerk
Ole Mathisen – tenor- en sopraansaxofoon
Rajna Swaminathan – mridangam
Tareq Abboushi – buzuq
Tim Moore – percussie, duobek en frame drum)
Zafer Tawil – percussie en ud

www.novembermusic.net

Previous

Sanne Rambags schittert weer op November Music

Next

Jazzzolder als cultureel erfgoed in Mechelen

Lees ook