necrologieën

Chick Corea, de chef-elektriciën van de jazzrock

Hij stond op het wankelpunt van de free jazz en de elektrische dwarsligger daarop van wegbereiders als Miles Davis, Larry Coryell en Gary Burton: pianist Chick Corea. Eerst als discipel van godfather Davis, maar al snel als afgescheidene, oprichter en leider van Return to Forever, waarmee de pianist de jazzrock van de jaren zeventig een nieuwe, definitieve richting indrong.

Chick Corea ingespannen musicerend tijdens het North Sea Festival 2003.
Chick Corea ingespannen musicerend tijdens het North Sea Festival 2003.

En nu is hij dood, op 11 februari op 79-jarige leeftijd overleden aan een zeldzame vorm van kanker. En dus barst een storm van juichkreten los: Chick Corea als een van de legendes van de jazz, naast Bill Evans grootmeester van de piano, grondlegger van de Fender Rhodes en synthesizers in de jazz, de portier die Latijns-Amerikaanse-, Spaanse- en klassieke invloeden toeliet in de (nog) streng gereglementeerde jazz van de jaren zestig en de man met een vette knipoog naar pop- en rockinvloeden in diezelfde jazz.

De juichkreten zijn terecht, want Chick Corea was een gigant. Voornamelijk als pionier van een nieuwe muziekvorm, minder als uitvoerder van zijn als experiment begonnen bewegingen die hij doorvoerde. Hij mag dan wel tot uitentreuren vergeleken worden met Bill Evans, maar die reus en bijvoorbeeld ook Horace Silver, Bud Powell, McCoy Tyner en Oscar Peterson hebben aan de authenticiteit van jazz meer toegevoegd dan Corea.

Dat is natuurlijk een boude redenering. Die volledig op het conto dient te worden geschreven van de schrijver van dit artikel. Hij is een kind van de free jazz en hij en al zijn ‘lotgenoten’ hadden de eigenaardige opvatting dat jazzrock een verfoeilijke vergroeiing was van dé jazz. Daar zou het immers alleen om geld draaien: makkelijke in het gehoor liggende deuntjes produceren met in pop en rock gangbare instrumenten, een snuifje jazz eroverheen en dan vangen maar. Bovendien werd in die kringen Chick Corea gezien als een overloper: eerst de ware jazzbijbel hanteren door samenwerking met jazzpuristen als Stan Getz, Cal Tjader en Blue Mitchell en dan vrijages aangaan met linkeballen als Miles Davis en zijn elektrische trawanten.

Chick Corea tijdens zijn concert op North Sea Jazz 2015.
Chick Corea tijdens zijn concert op North Sea Jazz 2015.

De werkelijkheid heeft die vooronderstelling natuurlijk allang geleden onderuit gehaald. Chick Corea blééf lang een fusionmusicus, maar schijnbaar vanzelf vergleed hij toch weer in de modus die door puristen wordt aangeduid als ‘echte jazz’. En Corea ging nog verder. Tijdens zijn opleiding had hij al Bartók en Stockhausen gestudeerd, evenals Bach, Ravel en Hindemith. Die invloeden ging je terug horen toen de jazzrock enigszins was uitgeraasd. Chick Corea maakte verdere stappen en speelde net zo gemakkelijk tango, rumba en samba als strakke, lang lopende pianopartijen waarop hij uitgebreid improviseerde. Hij bond daarmee nieuwe generaties jazzliefhebbers aan zich. Chick Corea had echter nog minstens één meer dan opvallende eigenschap: hij was een begenadigd componist. Zijn composities Spain, La Fiesta, Windows, 500 Miles High, Now He Sings Now He Sobs en Tones for Joan’s Bones zijn mét hem de eeuwigheid ingegaan. Het leverde deze muzikale omnivoor tijdens zijn leven 23 Grammy’s op.

Een voorbeeld van de veelzijdigheid van Chick Corea. In 2007 speelde hij met het klassiek doorwrochte Amsterdam Sinfonietta in Concertzaal Tilburg. Dat was in een periode waarin de ontwikkeling van de pianist vaak ter discussie stond: was hij nog altijd een jazzpianist of een klassieke uitvoerder? In Tilburg gaf hij daar een raak muzikaal antwoord op. Hij begon de toegift met een blues van Joe Henderson, waarna zich een soort jamsessie ontwikkelde met Amsterdam Sinfonietta. De orkestleden keken even vreemd op: wat moeten we hier nu mee? Tot trompettist en fluitist spontaan invielen en Corea zelf ook nog even ging drummen. Vette toefjes slagroom op een concert waarop Corea al verbaasde in het Pianoconcert nr. 24 in C van Mozart en in zijn eigen versie daarop met als titel Pianoconcert nr. 2 – The Continents.

Uiteraard vloeide Mozart niet uit de ene en blues uit de andere hand, want dan zou de faam van Corea alleen maar zijn gestoeld op curiositeit. De pianist incorporeerde al die invloeden en stijlen en creëerde voor zichzelf een hybride pianotechniek waarmee hij in elk denkbare bezetting uit de voeten kon. Waarbij Spaanse en Latijns-Amerikaanse klanken immer in zijn spel opdoken. Die samen met de intervallen in kwarten van zijn linkerhand weldra tot zijn handelsmerk gingen behoren.

“Je kunt geen vacuüm creëren omdat je dan geen relatie met mensen hebt”, vertelde Chick Corea in 1975 toen jazzcriticus Leonard Feather hem onderhield over een evenwicht tussen zijn stilistische benaderingen. “Tegelijkertijd kun je je integriteit niet in gevaar brengen. Er moet een middenweg zijn, waar een verstandig evenwicht wordt gevonden tussen enerzijds pure schepping en anderzijds de realiteit dat we leven met eten, en overleven, en geld en zaken.

Dik voor elkaar, zo vond Chick Corea zijn optreden tijdens het Blue Note Records Festival 2007 in Gent.
Dik voor elkaar, zo vond Chick Corea zijn optreden tijdens het Blue Note Records Festival 2007 in Gent.

“Als vaandeldrager van de jazzrock, wilde Chick Correa niet ingedeeld worden in hokjes. “Het zijn de media die zo geïnteresseerd zijn in het categoriseren van muziek”, zei hij in 1983 tegen The New York Times, “de media en de zakenmensen, die er tenslotte alle belang bij hebben om marketing duidelijk en gescheiden te houden. Als critici muzikanten zouden vragen naar hun mening over wat er gebeurt, zouden ze ontdekken dat er binnen muziek altijd een soort versmelting plaatsvindt. Dit zorgt voor een eeuwig durende ontwikkeling, een voortdurende versmelting van allerlei stromingen.” Die mening hield hij overigens ook altijd jonge musici voor: ze moesten vooral zichzelf blijven. Als zij dat deden, zou het geld vanzelf toestromen, was zijn advies.

Chick Corea mag dan de elektronica een warm hart toegedragen hebben, zijn eerste liefde, de akoestische piano, is altijd hoorbaar geweest. Hij behandelde zijn klavier uiterst punctueel, had een sterk ontwikkeld, altijd doorschemerend gevoel voor harmonie, vaak dromerig maar immer opgaand in vele oorstrelende melodieën. Die veelzijdigheid – die hij ook wel eens liet varen en dan met lauwe, voorgekookte pianoriedeltjes het publiek trachtte te vermaken – maakte hem mét vriend en collega Herbie Hancock en Keith Jarrett tot de Grote Drie van een zeer roerige periode in de geschiedenis van de jazz.

Armando Anthony Corea werd geboren op 12 juni 1941 in Chelsea, Massachusetts, vlakbij Boston. Zijn vader Armando was trompettist en bandleider in Boston, zijn moeder Anna Zaccone huisvrouw. Toen de kleine Armando vier jaar was, begon hij aan een pianostudie. Zijn bijnaam Chick kreeg hij van een tante, die vaak in zijn grote wangen kneep en hem ‘cheeky’ (brutaal) noemde. In het midden van de jaren zestig – zo rond zijn 23e – ging hij spelen bij de latin-percussionisten Mongo Santamariá en Willie Bobo, bij Cab Calloway en vervolgens bij de funky beboppende trompettist Blue Mitchell, saxofonist/fluitist Herbie Mann en tenorsaxofonist Stan Getz. Zijn eerste twee albums als bandleider, Tones for Joan’s Bones (1966) en Now He Sings, Now He Sobs (1968), kregen lovende recensies en zijn nu ware klassiekers.

Een speelmoment van Chick Corea tijdens North Sea Jazz 2015.
Een speelmoment van Chick Corea tijdens North Sea Jazz 2015.

En toen kwam het jaar 1968. Pianist Herbie Hancock verliet het Miles Davis Quintet, Chick Corea nam zijn plaats in. Waarmee zijn legende een aanvang nam. Hij kwam bij Davis terecht in de overgangsband Lost Quintet. De groep manoeuvreerde tussen de voor die tijd gedurfde postbop van het eerdere kwintet van Davis en diens abstracte vrijere improvisaties. De trompettist was toen al volop aan het experimenteren met fusion jazz. Zijn idee om akoestische instrumenten te vermengen met elektrische zoals gitaar en piano werd werkelijkheid toen Chick Corea de Fender Rhodes en synthesizers inbracht, ‘helse’ machines waar hij aanvankelijk geen voorstander van was. Maar die wel de opmaat vormden voor nóg klassiekere mijlpalen als In a Silent Way (waarop de latere jazzrockgigant John McLaughlin zijn debuut maakte), Bitches Brew, A Tribute to Jack Johnson en On the Corner. En ja, dat Bitches Brew: Miles Davis en Chick Corea brachten het op het fameuze Isle of Wight Festival in 1970 voor 600.000 aanwezigen. Waarmee het een optreden werd dat op de pianist naar eigen zeggen een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. Voor Miles Davis waarschijnlijk ook, maar die sprak er zich niet over uit.

Chick Corea bleef bij Miles Davis van 1968 tot 1970, want toen vond hij het tijd voor een eigen band: Circle. De bezetting werd gevormd door naast Corea tenorsaxofonist Anthony Braxton, contrabassist Dave Holland en slagwerker Barry Altschul. Chick Corea koos er aanvankelijk voor om met Circle avantgardistische akoestische jazz te spelen, maar eind 1971 veranderde hij weer van richting. Om verder te experimenteren met zijn instrumentarium én de nieuwe klanken van de sterk oprukkende jazzrock. Daaruit ontstond het legendarische Return to Forever.

Return to Forever begon als een melodieuze Braziliaanse groep met basgitarist Stanley Clarke, multi-instrumentalist Joe Farrell, percussionist Airto Moreira en zangeres Flora Purim. Binnen een jaar had Corea (met Stanley Clarke, gitarist Bill Connors en slagwerker Lenny White) Return to Forever getransformeerd in een snelle en krachtige fusionband; Al DiMeola nam de plaats van Connors in 1974 in. Hoewel rockmuziek zwaar doorwoog, klonken bij Return to Forever nog altijd jazzimprovisaties door. En Corea hield zijn eerste liefde, de akoestische piano, fier overeind onder het spervuur ​​van elektronica. Het leverde knallers op als Where Have I Known You Before (1974), No Mystery (1975) en Romantic Warrior (1976) — dat tegen keiharde hardrock aanschuurde. Alle drie de albums bereikten de Top-40 van Billboard.

Chick Corea was een van de toppers tijdens het Blue Note Records Festival 2007 in Gent.
Chick Corea was een van de toppers tijdens het Blue Note Records Festival 2007 in Gent.

De jazzrock was inmiddels op zijn hoogtepunt. De megaformaties Return To Forever, Weather Report en Mahavishnu Orchestra streden op het scherpst van de snede. En die strijd liep synchroon met de afkeer van de jazzpuristen en het alsmaar verder oprukkende jonge fusionpubliek. Waardoor de jazz wel miljoenen nieuwe aanhangers kreeg, gelokt door de commerciële klanken van vaak macho snelheidsduivels op hun instrument en dansbare, lekker in het gehoor liggende klanken.

Geïnspireerd door McLaughlin’s Mahavishnu Orchestra, vormde Corea een tweede versie van Return To Forever met Bill Connors en vervolgens Al DiMeola op elektrische gitaar waarmee hij de op funkrock geïnspireerde Hymn of The Seventh Galaxy opnam, Where Have I Known You Before, No Mystery en Romantic Warrior. In 1976 presenteerde Corea zijn persoonlijke vermenging van jazz met flamenco op My Spanish Heart, met Jean-Luc Ponty op elektrische viool, zanger Gayle Moran en drummer Steve Gadd, die ook op Corea’s hit-lp’s The Leprechaun, The Mad Hatter en Friends was te horen. De immer naar nieuwe wegen zoekende Chick Corea begon in 1985 zijn Elektric Band, gestoeld op swingende popgeluiden, die hij liet samenvallen met odes aan zijn muzikale helden, lopend van Wolfgang Amadeus Mozart tot Bud Powell. En om zijn oeuvre in evenwicht te houden, ontstond daarnaast de Akoustic Band.

Na 2000 nam Corea solo piano-cd’s op met standards en nieuwe muziek; pianoduo’s met Gonzalo Rubalcaba, Béla Fleck, Hiromi Uehara en Stefano Bollani; en trio’s met Avisha Cohen en Jeff Ballard, Christian McBride en Steve Gadd, John Patitucci en Antonio Sánchez, Eddie Gomez en Jack DeJohnette, Gomez en Airto Moreira, Hadrien Feraud en Richie Barshay. In 2013 riep hij Eddie Gomez en Paul Motian bijeen voor een eerbetoon aan Bill Evans getiteld Further Explorations. In hetzelfde jaar bracht hij twee albums uit met nieuwe bands: The Vigil met een elektrisch kwintet van jongere muzikanten en Trilogy, een akoestisch trio-album waarop hij werd vergezeld door contrabassist Christian McBride en drummer Brian Blade.

In het afgelopen decennium waren er ook een paar retrospectieve projecten: Corea was te gast bij het Jazz at Lincoln Center Orchestra tijdens een viering van muziek uit zijn hele carrière en in 2016 zette hij zijn 75e verjaardag glans bij door met ruim twintig  verschillende groepen te spelen tijdens een zesdaagse residentie in de Blue Note Jazz Club in New York. Zijn energie was nog altijd onuitputbaar.

Chick Corea neemt het applaus in ontvangst na zijn concert op het North Sea Jazz Festival in 2015.

Op zijn sterfbed liet Chick Corea nog een boodschap achter voor de wereld, zo liet zijn familie weten: ‘Ik wil iedereen bedanken die mij op mijn weg heeft geholpen om het muzikale vuur brandende te houden. Ik hoop dat iedereen die een kriebel voelt om te spelen, te schrijven, te performen of wat nog meer, dit ook doet. Indien niet voor jezelf, dan voor ons. De wereld heeft niet alleen meer artiesten nodig, het is ook gewoon fun.’

Maar een nog mooier afscheidswoord – al kan Chick Corea dat toen niet hebben vermoed – vertelde hij vorig jaar aan Jazz Times:  ‘Wat muziek maken voor mensen doet, is dat het stimuleert wat in ons allemaal natuurlijk aanwezig is. Je hoeft helemaal geen professional te zijn. Het enige wat je hoeft te doen is een levend mens te zijn en open te staan ​​voor het spel van de verbeelding.”

RINUS VAN DER HEIJDEN
Foto’s TOM BEETZ

Previous post

Jazz International Rotterdam gooit roer resoluut om

Next post

Beleving Stranger Than Paranoia is wel even anders

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *