Sinds 2007 organiseert muziekpromotor Buma de Jazzdag, tegenwoordig InJazz geheten. Iedereen die iets met jazz te maken heeft kan daar terecht om zich op de hoogte te stellen van nieuwe ontwikkelingen en om zijn netwerk te onderhouden. Ook dit jaar bood bioscoop en (jazz)-podium LantarenVenster in Rotterdam aan honderden professionals (artiesten, programmeurs, journalisten, medewerkers van platenlabels, fotografen) de ruimte om te netwerken, van gedachten te wisselen, discussie te voeren en/of van de sfeer te genieten. Een tweedaagse conferentie met daaraan gekoppeld een festival met vernieuwende jazzmuziek op verschillende podia in de stad. Hier gaat het, in tegenstelling tot dat andere Rotterdamse evenement, het North Sea Jazz Festival, nog echt over jazz. JazzNu was er bij, zowel op het podium, als in de zaal.

Uitgever en redacteur Rinus van der Heijden van JazzNu was als panellid uitgenodigd in het discussieprogramma ‘Dutch Jazz Journalism and blogging’. Een in het Nederlands gevoerde discussie onder leiding van Piet Bakker, docent communicatie aan de Hogeschool van Utrecht. Hij kijkt de zaal rond en telt twintig aanwezigen. Een schamele opkomst. Het weerhoudt de forumleden, naast van der Heijden, Erno Elsinga (Jazzenzo) en Henning Bolte (LaMu) niet om geanimeerd met elkaar in gesprek te gaan over de rol van de digitale media in het jazzlandschap. Piet Bakker neemt zijn rol van moderator iets te serieus en neemt hiermee nogal veel ruimte in tussen de sprekers. Ook gunt hij de sprekers weinig tijd om hun betoog af te steken. Wellicht is zijn rigide wijze van discussie leiden ingegeven door het feit dat er slechts drie kwartier voor het debat staan. Toch is het jammer, want de hoofdvraag: ‘Heeft jazz de traditionele media nog wel nodig?’ die door Bakker aan het panel wordt voorgelegd wordt hierdoor niet, of onvoldoende, beantwoord.

InJazzOndanks de beperkte ruimte die de heren krijgen, levert het programma toch nog een enkele pittige discussie op. Het is opvallend hoe ver de meningen uiteenliggen als het onderwerp commercie ter sprake komt. Van der Heijden geeft aan dat de component geld geen enkele rol speelt bij het onderhouden van de website Jazznu en motiveert deze opstelling met het argument dat hij geen concessies moet en wil doen aan geldschieters. Bolte daarentegen poneert de stelling dat de digitale journalistiek meer dwarsverbanden moet leggen met mode en kunst om de jazz nieuwswaardig en rendabel te houden.

Naast de inhoud komt ook de vorm van de digitale jazzmedia kort aan bod en dan met name het gebruik van podcasts als alternatief voor geschreven interviews en als begeleidend materiaal van concert- en cd-recensies. Onbekendheid met dit medium onder de aanwezige sprekers maakt dat Bakker het onderwerp snel weer in de kast zet. Ook de aanwezigen in de zaal leveren een substantiële bijdrage aan het debat. De gestelde vragen duiden op een grondige kennis van het onderwerp en doen vermoeden dat zij uit dezelfde gelederen komen als de panelleden. Een rondetafelgesprek zou in dit geval effectiever zijn geweest.

CD’TJES DRAAIEN

Deze tweede conferentiedag wordt inhoudelijk afgesloten met de finale van de zogenaamde ‘InJazz Music Pitch’. De hele dag zijn artiesten in de gelegenheid gesteld hun muziek aan de man (platenlabels, podia en pers) te brengen. Nu mogen ze dat doen voor een bescheiden publiek. Onder leiding van Frank Janssen (hoofd communicatie Buma) worden er cd’tjes gedraaid en ter beoordeling voorgelegd aan een selectie fijnproevers, bestaande uit de heren Tom Beetz (recensent en fotograaf voor Jazzflits), Emile Bode (eigenaar en producer van TheRoomRecordings), Co de Kloet (programmamaker en radiopresentator voor NTR Soul & Jazz) en Niels Nieuborg (programmeur voor North Sea Jazz Club).  Omdat er ook mensen in de zaal zijn die het Nederlands niet machtig zijn wordt de discussie gevoerd in het Engels. Dit blijkt met name voor Tom Beetz een lastige opgave.

De musici achter de muziek die ter beoordeling wordt voorgelegd, bevinden zich in de zaal, dus het luisterpanel blijft redelijk positief. Aangezien elk geluidsfragment slechts vier minuten duurt wordt er een groot beroep gedaan op het geheugen van het panellid en het publiek. Het gesprek over de muziek is in het algemeen minder interessant dan de muziek zelf en zo kabbelt de finale langzaam maar zeker naar het moment waar iedereen op heeft gewacht: het einde, aan de horizon lonkt een door Buma aangeboden borrel.

ROBIN ARENDS

www.injazz.nl

Previous

Real Enemies is fantastische en insinuerende beeldenstorm

Next

Sylvia Kristel en de fijne handen van Wilbert de Joode

Lees ook